Sonja Zuijdgeest vertelt hoe de deelnemende partijen van de Bean Deal verder willen nu de geplande looptijd van 3 jaar afloopt op 14 juli 2025. Foto: Van Assendelft Fotografie
De Bean Deal loopt in juli 2025 ten einde. Als onderdeel van de Nationale Eiwitstrategie stimuleert de Bean Deal de teelt en consumptie van Nederlandse peulvruchten. Het netwerk van ketenpartners onderzoekt de opties: een vervolg of een feestelijke afsluiting.
Nu het einde nadert, beraden de 72 deelnemende partijen van de Bean Deal zich over hoe zij verder gaan. De looptijd van de officiële ‘Green Deal Eiwitrijke gewassen’ is na drie jaar, op 14 juli 2025, ten einde. Tijdens een drukbezochte Uitvoeringsbijeenkomst bij het Nizo in Ede op 27 november werden de uitdagingen en toekomst van Bean Deal besproken. Sonja Zuijdgeest, ketenregisseur van de Bean Deal bespreekt de conclusies.
Waarom moet de Bean Deal worden voortgezet?
“We hebben al veel mooie resultaten geboekt bij het ontwikkelen en opschalen van de Nederlandse peulvruchtenteelt en nieuwe bonenketens. De Eiwitboeren van Nederland hebben de teelt opgeschaal en het Plant Protein Forward programma vergroot de marktvraag. Ook de activatieweek Bean Meal, die consumenten inspireert om meer peulvruchten te consumeren is een succes. Maar we zijn zeker nog niet klaar.
We willen de teelt en consumptie van peulvruchten weer herstellen naar het oude niveau. In 1951 werd er op Nederlandse bodem ruim 35.000 hectare peulvruchten geteeld en werd er door de Nederlandse consument ruim 20.000 ton peulvruchten per jaar gegeten. Anno 2020 werd er nog maar 4.000 hectare peulvruchten geteeld, terwijl deze eiwitrijke gewassen een belangrijke bijdrage leveren aan het gezond houden van onze bodem: stikstof, biodiversiteit en waterhuishouding. Deze daling was het gevolg van de ondertekening van het Blair House akkoord, waardoor import uit de Verenigde Staten goedkoper werd dan lokale teelt in Nederland.
Deze ontwikkeling vanuit de Bean Deal willen we niet stil laten vallen in juli. In werkgroepsessies bogen de deelnemers zich over onze drie grootste uitdagingen: stimuleren van de marktvraag, samenwerken binnen de keten, en verhogen van de kwantiteit en kwaliteit van de grondstoffen.”
Wat is een grote uitdaging van de teelt van Nederlandse peulvruchten?
“Het verdienmodel van de peulvruchtenteelt is nog niet zo gunstig. De onzekerheid rondom de opbrengst weerhoudt veel telers van peulvruchten opnemen in hun bouwplan. Deze onzekerheid wordt niet alleen gevoed door de concurrentie van goedkope peulvruchten van betere kwaliteit verkrijgbaar elders in Europa. Binnen een akkerbouwbedrijf ‘concurreert’ de teelt van peulvruchten met de teelt van rustgewassen als tarwe en andere granen. Deze rustgewassen zijn naast intensieve gewassen zoals mais, aardappelen en bieten nodig in de bouwplannen van akkerbouwers om de bodem gezond te houden. Voor deze gewassen zijn afzetkanalen opgezet en prijzen bekend. Voor peulvruchten is deze ‘infrastructuur’ nog niet ingericht. Daar werken wij nu met elkaar aan.”
Lees ook: 1,5 jaar Bean Deal: Banden gesmeed, maar echte impact gaat nog komen
Hoe kan het verdienmodel worden verbeterd?
“Een van belangrijke voorwaarden is dat teelt en afzet goed op elkaar afgestemd moeten blijven. Bijvoorbeeld, Italiaanse telers kweken kikkererwten op enorme arealen veel effectiever; moet je daar als Nederlandse telers mee willen concurreren? Voor veel afnemers is teelt binnen Europa al lokaal. Zeker omdat de kwaliteit en kwantiteit nog sterk fluctueert elk seizoen, terwijl een afnemer toch leveringszekerheid nodig heeft. Wij willen graag verkennen welke investeringen in de kikkererwtenteelt opwegen tegen wat de afzet oplevert. En voor welke afnemers kikkererwten van Nederlandse bodem wél interessant zijn. Want alleen op prijs en volume concurreren tegen de Italiaanse kikkererwt is gewoonweg niet realistisch.
Daarnaast is het belangrijk dat telers het teelt-ambacht van deze gewassen weer goed in de vingers krijgen. De gemiddelde opbrengst is nu zo’n 5 ton per hectare, maar met de juiste kennis kan dit prima stijgen tot 8 ton per hectare.”
De baten van de teelt betalen zich niet direct dat seizoen uit in geld, maar op de langere termijn in een vruchtbare bodem
Waarom zouden we in Nederland meer peulvruchten moeten telen als de teelt elders beter lukt?
“Tijdens de Uitvoeringsbijeenkomst heeft melkveehouder Noortje Miedema-Krols ons op een bevlogen manier uitgelegd waarom zij heeft besloten tot teelt van kikkererwten op haar akkerbouwgrond. Noortje vertelde ons dat de teelt van peulvruchten juist andere voordelen biedt dan alleen het geld dat de oogst opbrengt in het afzetkanaal. Goed bodembeheer is belangrijk voor toekomstbestendig boeren. Noortje zag in de teelt van kikkererwten de kans om de biodiversiteit en bodemgesteldheid te verbeteren. Dat zijn precies de uitdagingen van boeren in deze tijd waar de teelt van peulvruchten een oplossing voor kan zijn. De baten van de teelt betalen zich niet direct dat seizoen uit in geld, maar op de langere termijn in een vruchtbare bodem.”
Lees ook: Dit zijn de uitdagingen voor peulvruchten van Nederlandse bodem
Jullie willen verder, maar hoe gaat de Bean Deal er dan na 14 juli uitzien?
"Binnen de Bean Deal voelen we de grote ambitie om een oplossingen te realiseren als onderdeel van de voedseltransitie. Om te kunnen bepalen hoe we dit met de meeste impact kunnen doen na 14 juli, hebben we Derk Loorbach, directeur van Drift, gevraagd om een reflectie te schrijven en ons advies te geven. Drift is een kennisinstituut in de transitiekunde, voortgekomen uit de Erasmus universiteit in Rotterdam. Derk adviseerde ons in deze fase van de transitie om vooral te blijven dóén en minder te praten over hoe het beter kan. De eiwittransitie is op gang gekomen en zet door bij foodbedrijven, zelfs los van kabinetsbeleid dat op dit moment andere keuzes maakt. Ondertussen bieden actuele thema’s als lokaal, gezond, stikstof en waterkwaliteit weer nieuwe kansen om de ontwikkeling door te kunnen zetten."
Wat gaat de Bean Deal concreet doen?
"Loorbach ziet kansen om de lokale peulvruchtenketens bestendiger te maken door een breder draagvlak. Naar zijn oordeel wordt er nu met de Bean Deal een alternatief voor de huidige voedselketen georganiseerd. De lokale peulvruchtketens zijn opgezet en bieden voordelen op het gebied van milieu, gezondheid en (dieren)welzijn. De tijd is gekomen om nu juist partijen van buiten de Bean Deal -met andere expertises en perspectieven- te interesseren, en nieuwe routes te bewandelen. Dan ontstaat er een breder draagvlak, wanneer andere partijen met een andere focus inzien dat Nederlandse peulvruchten voor hen ook een oplossing kan zijn. Het is daarbij belangrijk dat dat de toegevoegde waarde van deze teelt in Nederland goed gekwantificeerd wordt, en dat we onze overtuiging dat wij oplossingen aanbieden nóg beter communiceren, in een duidelijk verhaal. Vertrouw erop dat de transitie verder gaat en het draagvlak groter wordt.”
Lees ook: Lekker Lupine gaat met EU-project lupineteelt ontwikkelen
Welke andere partijen kunnen Nederlandse peulvruchten als oplossing gebruiken?
"In Nederland spelen nu meerdere projecten en initiatieven waarbij de inzet van Nederlandse peulvruchten toegevoegde waarde biedt. In veel bestaande initiatieven zijn kansen om peulvruchtenteelt of -consumptie op te nemen als deel van de oplossing. Loorbach noemde dat heel mooi 'inrommelen'. Een mooi voorbeeld is om de verbinding te maken met de zorg: artsen en diëtisten kunnen helpen door de gezondheidseffecten van peulvruchten nadrukkelijk te benoemen.
Iedereen die ideeën heeft mag zich melden, juist uit sectoren waarmee we nog niet samenwerken
Bij publieke instellingen en voedingsbedrijven kunnen inkopers een doorslaggevende rol spelen in een gezonder en duurzamer inkoopbeleid. Wanneer zij in hun beleid opnemen dat peulvruchten van Nederlandse bodem toegepast moeten worden in hun bedrijfsrestaurants, catering en producten, gaat dat zeker bijdragen aan een betere afzet.
Ook het onderwijs biedt kansen: voeg het belang van plantaardig voedsel en benodigde vakkennis toe aan de onderwijsprogramma’s, vooral in agrarische opleidingen, productontwikkeling en koksopleidingen. Leer mensen hoe zij peulvruchten kunnen bereiden, en biedt laagdrempelige financiering voor projecten en initiatieven."
Dat klinkt als een nieuwe, frisse koers. Wat gaan jullie doen de laatste maanden van de oorspronkelijke looptijd van de Bean Deal?
“In de komende maanden gaan we met elkaar aan de slag om te bepalen hoe we de ontwikkeling van de peulvruchtenteelt in Nederland samen blijven aanjagen en opschalen. Wat is nodig, hoe realiseren we de meeste impact, wie gaan dit trekken, en wat is daarvoor nodig?
De komende tijd scherpen we onze plannen aan, en maken ons klaar voor de nieuwe fase die start: onderbouwen, verbreden, en vooral dóén. Iedereen die ideeën heeft en wil bijdragen mag zich melden, juist uit werelden en sectoren waarmee we nog niet samenwerken. Vanaf juli 2025 begint er een nieuw tijdperk voor de Bean Deal, de schouders eronder!"
De Bean Deal loopt in juli 2025 ten einde. Als onderdeel van de Nationale Eiwitstrategie stimuleert de Bean Deal de teelt en consumptie van Nederlandse peulvruchten. Het netwerk van ketenpartners onderzoekt de opties: een vervolg of een feestelijke afsluiting.
Nu het einde nadert, beraden de 72 deelnemende partijen van de Bean Deal zich over hoe zij verder gaan. De looptijd van de officiële ‘Green Deal Eiwitrijke gewassen’ is na drie jaar, op 14 juli 2025, ten einde. Tijdens een drukbezochte Uitvoeringsbijeenkomst bij het Nizo in Ede op 27 november werden de uitdagingen en toekomst van Bean Deal besproken. Sonja Zuijdgeest, ketenregisseur van de Bean Deal bespreekt de conclusies.
Waarom moet de Bean Deal worden voortgezet?
“We hebben al veel mooie resultaten geboekt bij het ontwikkelen en opschalen van de Nederlandse peulvruchtenteelt en nieuwe bonenketens. De Eiwitboeren van Nederland hebben de teelt opgeschaal en het Plant Protein Forward programma vergroot de marktvraag. Ook de activatieweek Bean Meal, die consumenten inspireert om meer peulvruchten te consumeren is een succes. Maar we zijn zeker nog niet klaar.
We willen de teelt en consumptie van peulvruchten weer herstellen naar het oude niveau. In 1951 werd er op Nederlandse bodem ruim 35.000 hectare peulvruchten geteeld en werd er door de Nederlandse consument ruim 20.000 ton peulvruchten per jaar gegeten. Anno 2020 werd er nog maar 4.000 hectare peulvruchten geteeld, terwijl deze eiwitrijke gewassen een belangrijke bijdrage leveren aan het gezond houden van onze bodem: stikstof, biodiversiteit en waterhuishouding. Deze daling was het gevolg van de ondertekening van het Blair House akkoord, waardoor import uit de Verenigde Staten goedkoper werd dan lokale teelt in Nederland.
Deze ontwikkeling vanuit de Bean Deal willen we niet stil laten vallen in juli. In werkgroepsessies bogen de deelnemers zich over onze drie grootste uitdagingen: stimuleren van de marktvraag, samenwerken binnen de keten, en verhogen van de kwantiteit en kwaliteit van de grondstoffen.”
Wat is een grote uitdaging van de teelt van Nederlandse peulvruchten?
“Het verdienmodel van de peulvruchtenteelt is nog niet zo gunstig. De onzekerheid rondom de opbrengst weerhoudt veel telers van peulvruchten opnemen in hun bouwplan. Deze onzekerheid wordt niet alleen gevoed door de concurrentie van goedkope peulvruchten van betere kwaliteit verkrijgbaar elders in Europa. Binnen een akkerbouwbedrijf ‘concurreert’ de teelt van peulvruchten met de teelt van rustgewassen als tarwe en andere granen. Deze rustgewassen zijn naast intensieve gewassen zoals mais, aardappelen en bieten nodig in de bouwplannen van akkerbouwers om de bodem gezond te houden. Voor deze gewassen zijn afzetkanalen opgezet en prijzen bekend. Voor peulvruchten is deze ‘infrastructuur’ nog niet ingericht. Daar werken wij nu met elkaar aan.”
Lees ook: 1,5 jaar Bean Deal: Banden gesmeed, maar echte impact gaat nog komen
Hoe kan het verdienmodel worden verbeterd?
“Een van belangrijke voorwaarden is dat teelt en afzet goed op elkaar afgestemd moeten blijven. Bijvoorbeeld, Italiaanse telers kweken kikkererwten op enorme arealen veel effectiever; moet je daar als Nederlandse telers mee willen concurreren? Voor veel afnemers is teelt binnen Europa al lokaal. Zeker omdat de kwaliteit en kwantiteit nog sterk fluctueert elk seizoen, terwijl een afnemer toch leveringszekerheid nodig heeft. Wij willen graag verkennen welke investeringen in de kikkererwtenteelt opwegen tegen wat de afzet oplevert. En voor welke afnemers kikkererwten van Nederlandse bodem wél interessant zijn. Want alleen op prijs en volume concurreren tegen de Italiaanse kikkererwt is gewoonweg niet realistisch.
Daarnaast is het belangrijk dat telers het teelt-ambacht van deze gewassen weer goed in de vingers krijgen. De gemiddelde opbrengst is nu zo’n 5 ton per hectare, maar met de juiste kennis kan dit prima stijgen tot 8 ton per hectare.”
De baten van de teelt betalen zich niet direct dat seizoen uit in geld, maar op de langere termijn in een vruchtbare bodem
Waarom zouden we in Nederland meer peulvruchten moeten telen als de teelt elders beter lukt?
“Tijdens de Uitvoeringsbijeenkomst heeft melkveehouder Noortje Miedema-Krols ons op een bevlogen manier uitgelegd waarom zij heeft besloten tot teelt van kikkererwten op haar akkerbouwgrond. Noortje vertelde ons dat de teelt van peulvruchten juist andere voordelen biedt dan alleen het geld dat de oogst opbrengt in het afzetkanaal. Goed bodembeheer is belangrijk voor toekomstbestendig boeren. Noortje zag in de teelt van kikkererwten de kans om de biodiversiteit en bodemgesteldheid te verbeteren. Dat zijn precies de uitdagingen van boeren in deze tijd waar de teelt van peulvruchten een oplossing voor kan zijn. De baten van de teelt betalen zich niet direct dat seizoen uit in geld, maar op de langere termijn in een vruchtbare bodem.”
Lees ook: Dit zijn de uitdagingen voor peulvruchten van Nederlandse bodem
Jullie willen verder, maar hoe gaat de Bean Deal er dan na 14 juli uitzien?
"Binnen de Bean Deal voelen we de grote ambitie om een oplossingen te realiseren als onderdeel van de voedseltransitie. Om te kunnen bepalen hoe we dit met de meeste impact kunnen doen na 14 juli, hebben we Derk Loorbach, directeur van Drift, gevraagd om een reflectie te schrijven en ons advies te geven. Drift is een kennisinstituut in de transitiekunde, voortgekomen uit de Erasmus universiteit in Rotterdam. Derk adviseerde ons in deze fase van de transitie om vooral te blijven dóén en minder te praten over hoe het beter kan. De eiwittransitie is op gang gekomen en zet door bij foodbedrijven, zelfs los van kabinetsbeleid dat op dit moment andere keuzes maakt. Ondertussen bieden actuele thema’s als lokaal, gezond, stikstof en waterkwaliteit weer nieuwe kansen om de ontwikkeling door te kunnen zetten."
Wat gaat de Bean Deal concreet doen?
"Loorbach ziet kansen om de lokale peulvruchtenketens bestendiger te maken door een breder draagvlak. Naar zijn oordeel wordt er nu met de Bean Deal een alternatief voor de huidige voedselketen georganiseerd. De lokale peulvruchtketens zijn opgezet en bieden voordelen op het gebied van milieu, gezondheid en (dieren)welzijn. De tijd is gekomen om nu juist partijen van buiten de Bean Deal -met andere expertises en perspectieven- te interesseren, en nieuwe routes te bewandelen. Dan ontstaat er een breder draagvlak, wanneer andere partijen met een andere focus inzien dat Nederlandse peulvruchten voor hen ook een oplossing kan zijn. Het is daarbij belangrijk dat dat de toegevoegde waarde van deze teelt in Nederland goed gekwantificeerd wordt, en dat we onze overtuiging dat wij oplossingen aanbieden nóg beter communiceren, in een duidelijk verhaal. Vertrouw erop dat de transitie verder gaat en het draagvlak groter wordt.”
Lees ook: Lekker Lupine gaat met EU-project lupineteelt ontwikkelen
Welke andere partijen kunnen Nederlandse peulvruchten als oplossing gebruiken?
"In Nederland spelen nu meerdere projecten en initiatieven waarbij de inzet van Nederlandse peulvruchten toegevoegde waarde biedt. In veel bestaande initiatieven zijn kansen om peulvruchtenteelt of -consumptie op te nemen als deel van de oplossing. Loorbach noemde dat heel mooi 'inrommelen'. Een mooi voorbeeld is om de verbinding te maken met de zorg: artsen en diëtisten kunnen helpen door de gezondheidseffecten van peulvruchten nadrukkelijk te benoemen.
Iedereen die ideeën heeft mag zich melden, juist uit sectoren waarmee we nog niet samenwerken
Bij publieke instellingen en voedingsbedrijven kunnen inkopers een doorslaggevende rol spelen in een gezonder en duurzamer inkoopbeleid. Wanneer zij in hun beleid opnemen dat peulvruchten van Nederlandse bodem toegepast moeten worden in hun bedrijfsrestaurants, catering en producten, gaat dat zeker bijdragen aan een betere afzet.
Ook het onderwijs biedt kansen: voeg het belang van plantaardig voedsel en benodigde vakkennis toe aan de onderwijsprogramma’s, vooral in agrarische opleidingen, productontwikkeling en koksopleidingen. Leer mensen hoe zij peulvruchten kunnen bereiden, en biedt laagdrempelige financiering voor projecten en initiatieven."
Dat klinkt als een nieuwe, frisse koers. Wat gaan jullie doen de laatste maanden van de oorspronkelijke looptijd van de Bean Deal?
“In de komende maanden gaan we met elkaar aan de slag om te bepalen hoe we de ontwikkeling van de peulvruchtenteelt in Nederland samen blijven aanjagen en opschalen. Wat is nodig, hoe realiseren we de meeste impact, wie gaan dit trekken, en wat is daarvoor nodig?
De komende tijd scherpen we onze plannen aan, en maken ons klaar voor de nieuwe fase die start: onderbouwen, verbreden, en vooral dóén. Iedereen die ideeën heeft en wil bijdragen mag zich melden, juist uit werelden en sectoren waarmee we nog niet samenwerken. Vanaf juli 2025 begint er een nieuw tijdperk voor de Bean Deal, de schouders eronder!"
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Chris Polkamp
Alieke Hilhorst
Wendy Noordzij