Skip to content

Eiwitdiversificatie in de EU stagneert door structurele barrières

Rapport analyseert nationale eiwitstrategieën in de EU. Conclusie: structurele beleidsbarrières remmen diversificatie. Onderzoekers pleiten voor actieplan.

Foto: Canva

Foto: Canva

Eiwitdiversificatie in de EU wordt niet beperkt door landbouwkundig potentieel, maar door structurele, economische en beleidsmatige barrières. Dat is de conclusie in een nieuw beleidsrapport waarin onderzoekers de nationale eiwitstrategieën en Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GBL)-plannen van lidstaten analyseerden. De rapporteurs pleiten voor een EU Plant-Based Action Plan om de fragmentatie tussen lidstaten te doorbreken.

De auteurs van het rapport Protein Production in the EU: Policies, Gaps, and Opportunities stellen dat peulvruchten op minder dan 3% van het Europese akkerland worden geteeld, ondanks hun potentieel voor voedselzekerheid en klimaatdoelstellingen. Ze wijzen op een scheefgroei binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB): meer dan driekwart van de subsidies gaat naar emissie-intensieve veehouderij, terwijl dierlijke producten slechts 30 tot 35% van de calorieconsumptie in de EU uitmaken.

Twintig lidstaten bieden gekoppelde inkomenssteun voor eiwitgewassen. Toch is die steun volgens het rapport vooral gericht op het in stand houden van bestaande productiepatronen, niet op structurele diversificatie. De nadruk ligt op het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerd veevoer, met name soja.

Het rapport is een initiatief van ProVeg International en de European Vegetarian Union. Beide organisaties zetten zich in voor de promotie van een plantaardig voedingspatroon.

Economische haalbaarheid grootste knelpunt

De rapporteurs noemen economische haalbaarheid als het grootste knelpunt voor opschaling. Wisselende oogsten, prijsschommelingen, beperkte verwerkingscapaciteit en onderontwikkelde markten houden boeren tegen. Agronomische en milieuvoordelen alleen blijken niet genoeg om uitbreiding te stimuleren.

Een terugkerend probleem is het gebrek aan infrastructuur voor verwerking en opslag, met name voor food-grade eiwitgewassen. De plantaardige voedingssector biedt groeikansen, maar zonder de juiste verwerkingsinfrastructuur komen stabiele en hoogwaardige markten niet van de grond.

Nationale strategieën: fragmentatie dreigt

De auteurs analyseerden nationale eiwitstrategieën van Oostenrijk, Denemarken, Vlaanderen, Frankrijk, Duitsland, Ierland en Nederland. Deze strategieën laten zien dat lidstaten het belang van eiwitdiversificatie voor zelfvoorziening en voedselzekerheid steeds meer erkennen. De meeste richten zich echter vooral op het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerd veevoer.

Denemarken is de enige lidstaat die expliciet inzet op het vervangen van conventionele eiwitbronnen zoals vlees en zuivel door alternatieve eiwitten. De Nederlandse Bean Deal wordt genoemd als voorbeeld van een publiek-private samenwerking die de teelt van peulvruchten probeert op te schalen. Wel constateren de auteurs dat de teelt voor veel telers nog niet winstgevend is. “Het dilemma voor de Nationale Eiwitstrategie is het vinden van een oplossing binnen het kader van het EU-landbouwbeleid om de teelt van peulvruchten en andere eiwitgewassen weer voldoende winstgevend te maken.”

Pleidooi voor EU Plant-Based Action Plan

De conclusie van het rapport is dat zonder duidelijke EU-sturing de initiatieven van lidstaten gefragmenteerd en overwegend op veevoer gericht blijven. De onderzoekers pleiten voor een EU Plant-Based Action Plan dat duidelijk onderscheid maakt tussen veevoer- en voedingsdoelstellingen, en vraag- en aanbodmaatregelen op elkaar afstemt.

Snel delen