De Bean Deal wordt voortgezet. Foto: Michel Zoeter
De Bean Deal was te kort, concludeert ketenregisseur Sonja Zuijdgeest. Daarom is ze blij dat de missie verder voortgezet wordt door verschillende partijen. Want de basis is gelegd, maar de Bean Deal is nog niet klaar.
Het had ook meer over de resultaten mogen gaan tijdens de afsluitingsbijeenkomst van de Bean Deal, vertelt Sonja Zuijdgeest. Het ging veel over het netwerk en het vervolg. Niet erg, maar iets meer aandacht voor wat partijen de afgelopen jaren hebben gerealiseerd kan geen kwaad. Want er is een hoop gebeurd. “Marktpartijen zetten de Bean Deal nu voort, dat geeft aan hoe belangrijk het wordt gevonden, dat er meer Nederlandse bonen geteeld en geconsumeerd worden.”
Geen harde doelstellingen bij Bean Deal
De eindrapportage ligt op tafel, en werd een week geleden naar het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) gestuurd. “Voor mij is het meer een eindverslag dan een toekomstvisie”, vertelt Zuijdgeest. Het document is een reflectie op de afgelopen drie jaar, maar het bevat ook vooral aanbevelingen om de doelen te halen. Eén van de aanbevelingen aan het Rijk is om concretere doelstellingen te definiëren. “De Bean Deal was vooral een intentieverklaring. Het netwerk was nog te pril voor harde doelstellingen. Er zijn wel doelstellingen vanuit de Nationale Eiwitstrategie (100.000 hectare vlinderbloemigen in 2030 en verschuiving naar 50% plantaardige eiwitconsumptie red.), maar die zijn niet vertaald naar de Bean Deal. Het moment is nu gekomen om concretere doelstellingen te definiëren én middelen beschikbaar te stellen. Dat maakt programma’s als dit concreet en uitvoerbaar.”
Toen de Bean Deal drie jaar geleden werd getekend, werd dat gedaan door een grote, versnipperde, kluit bedrijven
Producentenorganisatie Eiwitboeren van Nederland, het ketenversterkingsprogramma Plant Protein Forward en Bean Meal voor marktactivatie gaan verder met het bevorderen van de consumptie en teelt van peulvruchten. “Dat zijn drie aparte entiteiten. Er is ook geen ketenregisseur. Ik heb er vertrouwen in dat zij samen tot mooie resultaten komen, maar er is niet meer één persoon die overzicht houdt en erboven hangt. Financiële middelen zijn in deze fase beperkt, dus dan is het nodig om keuzes te maken. Het versterken van de initiatieven zelf is op dit moment prioriteit. De partijen zijn op dit moment bezig zichzelf te organiseren. Dat is erg belangrijk.” Daar lag het zwaartepunt de afgelopen drie jaar. Partijen organiseren, verbinden en verkennen. “Toen de Bean Deal drie jaar geleden werd getekend, werd dat gedaan door een grote, versnipperde, kluit bedrijven. Er was tijd nodig om met elkaar te praten en elkaar te leren kennen, begrijpen en vertrouwen. Daar zijn mooie samenwerkingen ontstaan, zoals Bean Meal. Dat is een consumentenactivatie campagne om het eten van bonen weer te normaliseren en consumenten te inspireren.”
En waar het natuurlijk vooral om gaat: de opschaling van de ketens rondom lupine, veldbonen, droge soja, en edamame. “Partijen zijn echt samengekomen en hebben de schouders eronder gezet. Rondom Nederlandse edamame is bijvoorbeeld een mooie keten opgezet. De verse sojabonen liggen met ketenversterking door Plant Protein Forward nu in de schappen van Jumbo.”
Economisch haalbaar maken
Zuijdgeest omschrijft de Bean Deal als een succes, maar ziet ook punten waar in het vervolg meer aandacht voor moet komen. “Er is zeker nog meer aandacht nodig voor de economische kant en de financiële haalbaarheid voor ketenpartners, en vooral voor telers. Daar hadden we de tijd en de middelen niet voor, maar is cruciaal om de teelt van Nederlandse bonen tot een succes te maken.” Daarmee doelt Zuijdgeest ook op het in kaart brengen van welke subsidies gebruikt kunnen worden. Nederlandse boeren concurreren nu tegen de wereldprijs en dat is bij voorbaat al onhaalbaar. “Ik ben ervan overtuigd dat voedingsbedrijven uiteindelijk een goede prijs willen betalen voor mooie, lokale producten die toegevoegde waarde bieden voor onze akkers. Dat moet wel uitkunnen, voor zowel de afnemers als de boer.”
Hier ziet Zuijdgeest ook nog kansen om partijen te laten bijfinancieren. “Vlinderbloemige gewassen dragen bij aan biodiversiteit, het verminderen van kunstmestgebruik, en het verbeteren van de waterkwaliteit. Ik zie het voor me dat andere partijen in het landelijk gebied dat gaan waarderen. Het gewas helpt de Waterschappen om de waterkwaliteit te verbeteren. En het helpt grondbezitters om hun bodem gezond te houden. Ik zie het voor me dat als boeren dit soort gewassen telen ze bijvoorbeeld korting krijgen op de pacht. Daarmee wordt het aan de kostenkant aantrekkelijk om bonen te telen.”
Afzet regelen
In 2023 schoot de bonenteelt omhoog, mede door de aantrekkelijke eco-regeling waarin vlinderbloemige gewassen goed beloond werden. Dat gaf veel boeren het zetje om deze gewassen in te zaaien, met name veldbonen. Het resultaat: een overschot aan bonen. “Er moet vraag zijn. Gegarandeerde afzet is enorm belangrijk en zorgt ervoor dat de risico’s worden ingeperkt voor boeren. Ik heb ook gemerkt dat als er sprake is van een overheidssubsidie, dat marktpartijen achteroverleunen. Zo worden er geen problemen opgelost. De vraag naar bonen zal echt vanuit de markt moeten komen. Regelingen kunnen helpen om de kostprijs drukken en investeringen mogelijk te maken.”
En nu geeft Zuijdgeest het stokje door aan de drie partijen. “Hoewel de Bean Deal geen kwantitatieve doelen had, denk ik dat het een succes mag worden genoemd. Het gros van de deelnemende bedrijven heeft mooie resultaten geboekt en de lijnen zijn nu gelegd. De missie wordt voortgezet, dat laat zien hoe belangrijk de uitdaging is.”
De Bean Deal was te kort, concludeert ketenregisseur Sonja Zuijdgeest. Daarom is ze blij dat de missie verder voortgezet wordt door verschillende partijen. Want de basis is gelegd, maar de Bean Deal is nog niet klaar.
Het had ook meer over de resultaten mogen gaan tijdens de afsluitingsbijeenkomst van de Bean Deal, vertelt Sonja Zuijdgeest. Het ging veel over het netwerk en het vervolg. Niet erg, maar iets meer aandacht voor wat partijen de afgelopen jaren hebben gerealiseerd kan geen kwaad. Want er is een hoop gebeurd. “Marktpartijen zetten de Bean Deal nu voort, dat geeft aan hoe belangrijk het wordt gevonden, dat er meer Nederlandse bonen geteeld en geconsumeerd worden.”
Geen harde doelstellingen bij Bean Deal
De eindrapportage ligt op tafel, en werd een week geleden naar het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) gestuurd. “Voor mij is het meer een eindverslag dan een toekomstvisie”, vertelt Zuijdgeest. Het document is een reflectie op de afgelopen drie jaar, maar het bevat ook vooral aanbevelingen om de doelen te halen. Eén van de aanbevelingen aan het Rijk is om concretere doelstellingen te definiëren. “De Bean Deal was vooral een intentieverklaring. Het netwerk was nog te pril voor harde doelstellingen. Er zijn wel doelstellingen vanuit de Nationale Eiwitstrategie (100.000 hectare vlinderbloemigen in 2030 en verschuiving naar 50% plantaardige eiwitconsumptie red.), maar die zijn niet vertaald naar de Bean Deal. Het moment is nu gekomen om concretere doelstellingen te definiëren én middelen beschikbaar te stellen. Dat maakt programma’s als dit concreet en uitvoerbaar.”
Toen de Bean Deal drie jaar geleden werd getekend, werd dat gedaan door een grote, versnipperde, kluit bedrijven
Producentenorganisatie Eiwitboeren van Nederland, het ketenversterkingsprogramma Plant Protein Forward en Bean Meal voor marktactivatie gaan verder met het bevorderen van de consumptie en teelt van peulvruchten. “Dat zijn drie aparte entiteiten. Er is ook geen ketenregisseur. Ik heb er vertrouwen in dat zij samen tot mooie resultaten komen, maar er is niet meer één persoon die overzicht houdt en erboven hangt. Financiële middelen zijn in deze fase beperkt, dus dan is het nodig om keuzes te maken. Het versterken van de initiatieven zelf is op dit moment prioriteit. De partijen zijn op dit moment bezig zichzelf te organiseren. Dat is erg belangrijk.” Daar lag het zwaartepunt de afgelopen drie jaar. Partijen organiseren, verbinden en verkennen. “Toen de Bean Deal drie jaar geleden werd getekend, werd dat gedaan door een grote, versnipperde, kluit bedrijven. Er was tijd nodig om met elkaar te praten en elkaar te leren kennen, begrijpen en vertrouwen. Daar zijn mooie samenwerkingen ontstaan, zoals Bean Meal. Dat is een consumentenactivatie campagne om het eten van bonen weer te normaliseren en consumenten te inspireren.”
En waar het natuurlijk vooral om gaat: de opschaling van de ketens rondom lupine, veldbonen, droge soja, en edamame. “Partijen zijn echt samengekomen en hebben de schouders eronder gezet. Rondom Nederlandse edamame is bijvoorbeeld een mooie keten opgezet. De verse sojabonen liggen met ketenversterking door Plant Protein Forward nu in de schappen van Jumbo.”
Economisch haalbaar maken
Zuijdgeest omschrijft de Bean Deal als een succes, maar ziet ook punten waar in het vervolg meer aandacht voor moet komen. “Er is zeker nog meer aandacht nodig voor de economische kant en de financiële haalbaarheid voor ketenpartners, en vooral voor telers. Daar hadden we de tijd en de middelen niet voor, maar is cruciaal om de teelt van Nederlandse bonen tot een succes te maken.” Daarmee doelt Zuijdgeest ook op het in kaart brengen van welke subsidies gebruikt kunnen worden. Nederlandse boeren concurreren nu tegen de wereldprijs en dat is bij voorbaat al onhaalbaar. “Ik ben ervan overtuigd dat voedingsbedrijven uiteindelijk een goede prijs willen betalen voor mooie, lokale producten die toegevoegde waarde bieden voor onze akkers. Dat moet wel uitkunnen, voor zowel de afnemers als de boer.”
Hier ziet Zuijdgeest ook nog kansen om partijen te laten bijfinancieren. “Vlinderbloemige gewassen dragen bij aan biodiversiteit, het verminderen van kunstmestgebruik, en het verbeteren van de waterkwaliteit. Ik zie het voor me dat andere partijen in het landelijk gebied dat gaan waarderen. Het gewas helpt de Waterschappen om de waterkwaliteit te verbeteren. En het helpt grondbezitters om hun bodem gezond te houden. Ik zie het voor me dat als boeren dit soort gewassen telen ze bijvoorbeeld korting krijgen op de pacht. Daarmee wordt het aan de kostenkant aantrekkelijk om bonen te telen.”
Afzet regelen
In 2023 schoot de bonenteelt omhoog, mede door de aantrekkelijke eco-regeling waarin vlinderbloemige gewassen goed beloond werden. Dat gaf veel boeren het zetje om deze gewassen in te zaaien, met name veldbonen. Het resultaat: een overschot aan bonen. “Er moet vraag zijn. Gegarandeerde afzet is enorm belangrijk en zorgt ervoor dat de risico’s worden ingeperkt voor boeren. Ik heb ook gemerkt dat als er sprake is van een overheidssubsidie, dat marktpartijen achteroverleunen. Zo worden er geen problemen opgelost. De vraag naar bonen zal echt vanuit de markt moeten komen. Regelingen kunnen helpen om de kostprijs drukken en investeringen mogelijk te maken.”
En nu geeft Zuijdgeest het stokje door aan de drie partijen. “Hoewel de Bean Deal geen kwantitatieve doelen had, denk ik dat het een succes mag worden genoemd. Het gros van de deelnemende bedrijven heeft mooie resultaten geboekt en de lijnen zijn nu gelegd. De missie wordt voortgezet, dat laat zien hoe belangrijk de uitdaging is.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp
Wendy Noordzij