Hybride burgers. Foto: Bram Saeys
Brabant combineert een volwassen voedselwaardeketen met een innovatieve maakindustrie en nabijheid van kennisinstellingen als HAS en Wageningen University & Research. Die combinatie maakt het mogelijk innovaties te ontwikkelen en daadwerkelijk op te schalen.
Dat opschalen gebeurt al. Revyve maakt bijvoorbeeld gebruik van een demofabriek van Cosun, waar Revyve functionele eiwitten uit gist ontwikkelt. Daarmee kunnen producenten dierlijke eiwitten en additieven vervangen in bijvoorbeeld koekjes, sauzen en vlees. En Rival Foods betrok een voormalige vleesfabriek in Geldrop voor de productie van plantaardige alternatieven voor kip en rund. “Veel faciliteiten die er al aanwezig waren, gebruiken wij ook in ons proces”, zei oprichter en eigenaar Birgit Dekkers eerder tegen het Eindhovens Dagblad.
Precies hierin ligt de meerwaarde van de regio. De aanwezige bestaande productiefaciliteiten en infrastructuur bieden ruimte aan bedrijven die werken met innovatieve plantaardige ingrediënten.
Samen met REWIN en de provincie Noord-Brabant bouwt de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) aan een ecosysteem waarin startups, scale-ups en gevestigde bedrijven samenwerken rond de ontwikkeling en opschaling van duurzame plantaardige ingrediënten. De gezamenlijke ambitie is Brabant uit te laten groeien tot The Scale-Up Plant of Europe.

Hybride als praktische route
Die regionale infrastructuur komt tot uiting in een concrete en schaalbare benadering: hybride voedsel. Door plantaardige ingrediënten toe te voegen, worden bestaande producten toekomstbestendig. Hybride producten verlagen de milieu-impact, kunnen bijdragen aan een gezond voedingspatroon en sluiten tegelijk aan bij bestaande eetgewoonten. Dat geldt bijvoorbeeld voor vleesbereidingen waarin een deel van het vlees is vervangen door plantaardige ingrediënten.
De urgentie achter die beweging is duidelijk. Tussen 2014 en 2024 kromp de Europese veestapel met ongeveer 9 procent. In Nederland gaat de krimp nog wat sneller. Tegelijkertijd blijft de consumptie van dierlijke eiwitten hoog. De transitie vraagt dus om technologische innovatie die leidt tot hybride producten die consumenten accepteren en blijven kopen.
“Het gekke is, vleesproducten zijn eigenlijk altijd al hybride geweest”, zegt manager R&D bij Van Loon Group Sander Krijnen. “Ik heb ooit op de slagersvakschool gezeten. Daar leerde ik al: een goede gehaktbal maak je met ei en paneermeel. Het concept is dus in basis niet echt nieuw.”
Naar 7,5 procent hybride
Op verzoek van klanten zoals retailers en de groothandel verhoogt Van Loon de verkoop van hybride producten en reduceert hiermee de CO2-aanzienlijk. Op dit moment is zo’n drie procent van alle producten die Van Loon Group produceert hybride. Dat moet 7,5 procent zijn in 2027.
Stap voor stap verhoogt Van Loon Group ook het aandeel plantaardige ingrediënten in hybride producten. “Een les uit het verleden is dat smaak en kwaliteit daarbij leidend blijven”, zegt Krijnen. “We denken dat je op die manier ook de consument het beste meeneemt. Door in stapjes te verhogen, kunnen mensen wennen en is het niet nodig hun eetgewoonten radicaal aan te passen.”
Een retailer als Jumbo Supermarkten sluit zich aan bij dit pragmatische pad. “Sinds 2024 bieden we verse vleesproducten aan waarbij een klein deel van het vlees is vervangen voor veldbonen, bij voorkeur van Nederlandse bodem”, zegt Marjolein Verkerk, hoofd MVO bij Jumbo Supermarkten. “Uit smaaktesten blijkt dat klanten deze producten minstens net zo lekker vinden als varianten zonder plantaardige ingrediënten.”

In stapjes laten wennen
Inmiddels is ongeveer 65 procent van de gemalen vleesproducten bij Jumbo hybride. “We laten consumenten in stapjes wennen”, zegt Verkerk. Deze stapjes van Jumbo hebben nu al grote impact. “We hebben ruim 700 winkels en daar komen veel vleesliefhebbers. Met onze hybride vleesproducten bespaarden we in 2025 ruim zeven miljoen kilo CO2.”
Verkerk is overtuigd dat grote retailers als Jumbo veel impact kunnen hebben. “Maar uiteindelijk is het een verantwoordelijkheid van de hele keten. Producenten, foodservice, horeca, allemaal moeten we de consument helpen in de transitie door met goede alternatieven te komen die niet inboeten op smaak, kwaliteit en prijs ten opzichte van reguliere vleesproducten.”
Ook grondstoffenproducenten zoeken nieuwe toepassingen. Cosun produceert plantaardige eiwitten uit veldbonen en uit suikerbietenreststromen produceert het een ingrediënt voor gebruik in onder meer vlees en vleesvervangers. Marcel van der Vaart, betrokken bij de eiwitstrategie, benadrukt het functionele voordeel. “Deeltjes uit suikerbiet houden water vast en geven dat bij het kauwen weer vrij. Dat zorgt voor een sappige bite.” In hybride gehakt kan zo een deel van het vlees worden vervangen zonder dat smaak of mondgevoel wezenlijk verandert.
Naast hybride vlees zijn er veel meer toepassingen voor innovatieve ingrediënten. The Protein Brewery uit Breda produceert via fermentatie een eiwit- en vezelrijk ingrediënt. “Wij kweken een schimmelbiomassa en zetten die om in Fermotein, een hoogwaardig eiwitpoeder dat breed inzetbaar is”, zegt CEO Thijs Bosch. “Je kunt het door je ontbijt mengen, het in een shake verwerken of er een gezonde reep van maken.”

Brede coalitie, geleidelijke verandering
Wat opvalt, is dat de beweging niet beperkt blijft tot nichebedrijven. De hele keten werkt via nieuwe productconcepten aan de voedsel- en eiwittransitie. Ingrediënten vormen daarbij de hefboom: wie de receptuur verandert, verandert de impact.
Maar verandering verloopt zelden lineair. Denk maar eens terug aan het alcoholvrije biermerk Buckler. Eind jaren tachtig leidde publieke spot van Youp van ‘t Hek ertoe dat Buckler uit de Nederlandse schappen verdween. Decennia later is alcoholvrij bier een gevestigde en groeiende categorie. Acceptatie bleek geen kwestie van gelijk krijgen, maar van kwaliteit leveren, volhouden en aansluiten bij consumentengedrag.
De voedseltransitie vraagt om een vergelijkbare benadering. Hybride voedsel, gedragen door een brede coalitie en ondersteund door een sterke regionale infrastructuur, kan uitgroeien tot een structurele stap in de verschuiving naar een meer plantaardig dieet. Brabant positioneert zich als regio waar voedselinnovatie niet in pilots blijft hangen, maar daadwerkelijk marktschaal bereikt.