Foto's: Eric Bakker Fotografie
De vernieuwde Schijf van Vijf, de eiwittransitie en de groeiende aandacht voor gezondheid zorgen voor steeds meer belangstelling voor peulvruchten. Volgens Jasper Bringsken, CEO van Jamael Food Group, liggen daar grote kansen voor Nederlandse teelt en verwerking. “Bonen hebben zoveel positieve eigenschappen: ze zijn rijk aan vezels, eiwitten, vitamines en mineralen. Wij willen het goede van de natuur op een voetstuk plaatsen.”
Binnen Jamael Food Group vallen verschillende voedingsverwerkende bedrijven in Nederland en Tanzania, waaronder BOON, Baltussen Konservenfabriek, Holland Special Foods en African Vegetables Company. De groep richt zich sterk op plantaardige voeding, peulvruchten en biologische producten en produceert zowel onder eigen merken, zoals BOON, als voor private label. “Wij geloven sterk in lokale teelt, lokale verwerking en lokale consumptie”, zegt CEO Jasper Bringsken. “Regionale ketens worden door alle geopolitieke spanningen, klimaatverandering en wisselende weersomstandigheden steeds belangrijker.”
Veel peulvruchten zijn prima in Nederland te telen, weet hij. “Alleen ligt de prijs een stuk hoger dan bijvoorbeeld peulvruchten uit China. Dat komt door factoren als grondprijzen, arbeidskosten, energie en diesel. Voor een wereldmarktprijs is teelt in Nederland simpelweg niet haalbaar.”

Regie over de keten
Toch ziet Bringsken volop kansen voor peulvruchtenteelt in Nederland. “Daarvoor moet je verder kijken dan alleen de kostprijs. Meer partijen moeten bewust kiezen voor Nederlandse teelt en bereid zijn daar langdurig commitment aan te geven, zodat boeren ook investeringszekerheid hebben en kunnen bouwen aan een stabiele, toekomstbestendige keten. Alleen zo kun je in de hele keten op lange termijn samenwerken. Met ons eigen merk BOON hebben we de volledige regie zelf in handen én we zijn bereid om meer te betalen dan wanneer we op de wereldmarkt zouden inkopen. Ons doel is groter dan alleen BOON, we hopen dat andere merken en supermarkten ook deze stap gaan durven te zetten.”
Continuïteit is daarbij essentieel. “Het kost tijd om teelten te testen, expertise op te bouwen en boeren te vinden die bereid zijn zo’n traject aan te gaan. Voor boeren moet hier stabiliteit en lange termijnzekerheid tegenover staan, zodat ze het risico ook daadwerkelijk kunnen dragen.” Daarnaast speelt ook de communicatie een rol. “We laten op de voorzijde onze verpakking heel duidelijk zien dat onze bonen uit Nederland komen.”
Meer aandacht voor herkomst
Bringsken merkt dat herkomst bij peulvruchtenconserven binnen de retail nog nauwelijks een rol speelt. “De meeste supermarkten kiezen nog vooral voor de laagste prijs en niet voor specifieke sourcing. In landen als Duitsland en Frankrijk wordt veel bewuster gekeken naar de oorsprong van producten. Daardoor gaan sommige peulvruchten die wij in Nederland laten telen uiteindelijk naar Duitsland. Daar zijn partijen ook bereid om voor Europese teelt te betalen. In Frankrijk zie je bovendien veel vaker dat ‘geteeld in Frankrijk’ en ‘verwerkt in Frankrijk’ als eis worden opgenomen binnen tenders van supermarkten. Zulke afspraken zorgen voor meer continuïteit in de Franse keten. Dat is essentieel om lokale teelt en verwerking verder op te bouwen en te behouden en we geloven dat dit ook in Nederland mogelijk is.”
Politieke discussie
Wel ziet Bringsken in Nederland een toenemende belangstelling voor peulvruchten. “Door de eiwittransitie en de vernieuwde Schijf van Vijf, waarin plantaardige producten nadrukkelijker naar voren komen, krijgen bonen steeds meer aandacht.” Wel vindt hij het jammer dat de boon daardoor steeds vaker onderdeel wordt van een politieke discussie. “Dat is helemaal niet nodig, want het product voegt van zichzelf al zoveel toe. Bonen zitten van nature boordevol eiwitten, vezels, vitamines en mineralen en sluiten dus volledig aan bij de gezondheidstrends van nu.”
Jamael Food Group probeert daar actief op in te spelen met zowel eigen merken als private label-producten. “Wij proberen het goede dat de natuur van zichzelf al geeft verder te versterken en meer op een voetstuk te plaatsen. Dat doen we niet alleen met ons eigen merk BOON, maar ook via private label. Hiermee proberen we meer biologische peulvruchten in Nederlandse supermarkten te krijgen.” Als voorbeeld noemt Bringsken de overstap van blik naar Tetra Pak binnen het peulvruchtenassortiment van Jumbo. “Daarbij is niet alleen de verpakking veranderd, maar is ook de stap gemaakt van regulier naar biologisch.”

Laagdrempelige concepten
Daarnaast werkt het bedrijf ook met een white label-concept, waarvan de eerste producten inmiddels bij Lidl in de schappen liggen: biologische producten waarbij niet het merk maar juist het product centraal staat, zowel in de verpakking als in de communicatie. “Het draait niet om merkbeleving, maar puur om de biologische peulvrucht zelf. ”
De concepten zijn bedoeld om consumenten op een laagdrempelige manier kennis te laten maken met biologische peulvruchten. “Daarbij is ook de zichtbaarheid in het schap heel belangrijk. Het vergroten van de ruimte voor biologische peulvruchten heeft een aantoonbaar positief effect op de afzet van peulvruchten in de supermarkt.”
Veel kansen
Richting de toekomst ziet Bringsken veel kansen. “De belangstelling voor peulvruchten neemt jaar op jaar toe. Dat hangt samen met veranderende eetpatronen en de invloed van internationale keukens, waardoor consumenten ook vaker verschillende soorten peulvruchten gebruiken. De kikkererwt is daar een goed voorbeeld van.”
Ook de gezondheidsvoordelen kunnen volgens hem nog veel nadrukkelijker worden uitgelicht. “Bonen zijn rijk aan vezels en eiwitten. Dat mogen we nog veel sterker laten zien.” Al blijft smaak doorslaggevend. “Een product kan nog zo gezond zijn, maar als het qua smaak onderdoet voor alternatieven, dan gaat het nooit echt breed doorbreken. Daarom zetten we sterk in op smaak en inspiratie, bijvoorbeeld met recepten op verpakkingen en bonen in wereldse sausen waarmee consumenten eenvoudig een smaakvol gerecht kunnen maken.”
Lange termijn
Als familiebedrijf kijkt Jamael Food Group nadrukkelijk naar de lange termijn. “We verliezen in Nederland in rap tempo zowel telers als verwerkers. Dat zie je niet alleen in onze sector, maar in de hele verwerkende industrie. Fabrieken sluiten, terwijl de consumptie niet afneemt. Dat baart me zorgen. Het opbouwen van kennis en industrie kost veel meer tijd dan het afbreken ervan.”
Daarbij wijst Bringsken erop dat Nederland internationaal juist vooroploopt op het gebied van milieunormen, verduurzaming en verwerking. “Als de consumptie gelijk blijft, maar de productie verdwijnt naar het buitenland, dan lossen we het probleem wereldwijd niet op. Alleen met een lange termijnvisie ontstaat meer stabiliteit in de keten, juist nu kosten stijgen en de prijsdruk verder toeneemt.”
Samenwerking is daarbij cruciaal. “Een beweging krijg je niet in je eentje op gang. Daarom is het belangrijk om samen te werken met partijen die hetzelfde doel hebben. Ons bedrijf is al langere tijd partner van The Protein Community. Wij merken dat dat veel positieve effecten heeft, zowel in samenwerkingen als in het breder onder de aandacht brengen van peulvruchten.”