De Nederlandse foodtech sector roept het kabinet op om €200 miljoen vrij te maken voor het IPCEI-project. In 2026 kreeg het Finse Solar Foods €77,8 miljoen voor de bouw van hun tweede fabriek uit dit Europese samenwerkingsproject. Foto: Solar Foods
In dit artikel
Twintig CEO’s en bestuurders uit de Nederlandse voedseltech, waaronder MosaMeat, The Protein Brewery en Foodvalley, roepen minister Herbert (EZK) en minister Van Essen (LVVN) op om minimaal € 200 miljoen vrij te maken voor de IPCEI Biobased Food and Feed Ingredients.
Zonder deze nationale bijdrage kan Nederland niet meedoen aan het Europese steunprogramma en dreigen Nederlandse scale-ups de aansluiting met internationale concurrenten te verliezen. Het kabinet moet vóór eind augustus beslissen of het middelen reserveert.
De oproep, ondertekend door onder meer Adnan Oner (Founder & CEO, Farmless), Maarten Bosch (CEO, MosaMeat), Thijs Bosch (CEO, The Protein Brewery) en Annemiek Verkamman (Managing Director, Holland Bio), stelt dat Nederland decennialang tot de wereldtop in voedseltechnologie behoort, maar dat deze positie onder druk staat door achterblijvende investeringen ten opzichte van landen als China en de Verenigde Staten.
Volgens de briefschrijvers steunt China industriële bedrijven met drie tot acht keer zoveel middelen als Oeso-landen, zo blijkt uit een Oeso-rapport dat in de brief wordt aangehaald. Sjoukje Heimovaara, voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen University & Research, waarschuwde eerder dat de Nederlandse koppositie in agrofood wankelt door achterblijvende innovatie-investeringen.
Financieringskloof bij opschaling
De kern van het probleem ligt volgens de ondertekenaars bij de opschaling van productontwikkeling naar industriële productie. Nederlandse scale-ups beschikken over een sterke kennisbasis en publieke steun via regionale ontwikkelingsmaatschappijen en Invest-NL, maar lopen vast zodra ze hun eerste fabrieken willen bouwen. De benodigde investeringen zijn volgens de brief te groot voor durfkapitaal en te risicovol voor banken, met als gevolg dat schaalgrootte niet wordt bereikt en internationale concurrenten de Nederlandse bedrijven inhalen.
De Important Project of Common European Interest (IPCEI)-status verruimt staatssteunregels voor strategische sectoren en moet zo een gelijker mondiaal speelveld creëren. Dit is een Europees samenwerkingsproject voor grote, risicovolle innovaties of infrastructuurprojecten die door meerdere EU-landen samen worden uitgevoerd. Een IPCEI bestaat meestal uit meerdere nationale deelprojecten van bedrijven en/of onderzoeksinstellingen die elkaar aanvullen. Als de Europese Commissie het goedkeurt, mag er meer publieke steun worden gegeven dan normaal onder de staatssteunregels mogelijk is.
Als voorbeeld noemt de brief Finland, dat Solar Foods via Business Finland ondersteunde met een IPCEI-pakket van maximaal € 110 miljoen rond grootschalige toepassing van waterstof in industriële processen. Daarmee opende het bedrijf in 2024 de eerste commerciële fabriek ter wereld die eiwit maakt uit CO2 en stroom. Recent kwam daar € 77,8 miljoen bij voor een tweede, grootschalige fabriek.
Deadline eind augustus
Het kabinet moet voor eind augustus besluiten of Nederland budget reserveert voor de IPCEI. Deelnemende Europese lidstaten maken dit najaar hun budgetten bekend en dienen hun projectportfolio’s in. Zonder significante nationale bijdrage kan Nederland niet deelnemen aan de IPCEI Biobased Food and Feed Ingredients, waardoor Nederlandse bedrijven niet in aanmerking komen voor de speciale status.