Skip to content

Subsidie is geen doel, maar een strategisch instrument voor de eiwittransitie

Subsidies kunnen bedrijven in de eiwittransitie helpen om innovatie en opschaling te versnellen, maar moeten aansluiten op een sterk innovatieplan en de juiste ontwikkelfase. Een kansrijke aanvraag combineert eigen investering met innovatie, marktpotentieel, samenwerking en aantoonbare maatschappelijke impact.

Subsidie eiwittransitie premium

Subsidies kunnen innovaties versnellen. Foto: gegenereerd met Gemini AI

De eiwittransitie vraagt om voortdurende innovatie. Bedrijven investeren in nieuwe ingrediënten, fermentatietechnologie, verduurzaming van productieprocessen, nieuwe ketensamenwerkingen en de opschaling van veelbelovende concepten. Voor veel van deze ontwikkelingen zijn subsidies en financieringsinstrumenten beschikbaar. Toch laten veel bedrijven kansen liggen.

Er zijn vele subsidies, regelingen en geldstromen waar eiwitbedrijven aanspraak op kunnen maken. Zoveel zelfs dat je door de bomen soms het bos niet meer ziet. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is een van de belangrijkste landelijke subsidieverstrekkers. Het doel: het versnellen van opschaling en innovatie. Luna van der Lans, woordvoerder bij RVO: “De publieke financieringsinstrumenten moeten innovatie en opschaling versnellen”. Door een deel van het financiële risico weg te nemen, worden investeringen in duurzame innovaties aantrekkelijker. Zo kunnen kansrijke ontwikkelingen sneller de markt bereiken en bijdragen aan de verduurzaming van het voedselsysteem”.

Het is dus enorm interessant en ook noodzakelijk om aanspraak te maken op passende subsidies. Volgens Sophie Jacquemijns, Consultant Innovatie bij Epiic, komt dat zelden doordat er geen passende regeling is. “Regelmatig zien we dat bedrijven te laat beginnen, de subsidie als uitgangspunt nemen of onvoldoende aansluiten bij de maatschappelijke opgaven waarop regelingen zijn gebaseerd.”

Veel bedrijven zoeken eerst een subsidieregeling en bedenken daarna een project. Volgens Jacquemijns werkt dat precies andersom. “Wij beginnen altijd met de vraag: waar wil een bedrijf over drie tot vijf jaar staan? Welke technologische, commerciële, duurzaamheids- en financieringsuitdagingen moeten daarvoor worden opgelost? Pas daarna kijken we welke regelingen of financieringsvormen daarbij passen.”

Verder dan een nieuw product

Wanneer bedrijven aan innovatie denken, denken ze vaak aan een nieuw ingrediënt of een verbeterde receptuur. In de praktijk speelt innovatie zich op meerdere niveaus af.

  • Productinnovatie Nieuwe ingrediënten, fermentatie, texturering en receptuurontwikkeling.
  • Procesinnovatie Opschaling van productie, automatisering, energie-efficiëntie, elektrificatie, reststroomverwaarding en circulaire productieprocessen.
  • Systeeminnovatie Nieuwe samenwerkingen tussen primaire producenten, technologieontwikkelaars, voedselverwerkers en afnemers, regionale eiwitketens en nieuwe verdienmodellen.

Juist bedrijven die deze innovaties combineren, creëren vaak de grootste maatschappelijke én economische impact. Dat sluit bovendien goed aan bij de manier waarop nationale en Europese innovatieprogramma’s steeds vaker zijn ingericht.

Ook receptuurontwikkeling kan soms subsidiabel zijn. Hoewel de WBSO recepturen op zichzelf uitsluit, kunnen technische ontwikkelvraagstukken rondom functionaliteit, structuur, houdbaarheid of productieprocessen wel degelijk in aanmerking komen.

Verschillende innovaties vragen om verschillende subsidies

De aard van de innovatie bepaalt in belangrijke mate welke subsidie of financieringsvorm passend is. Productinnovatie vraagt vaak om andere ondersteuning dan procesverduurzaming, internationale marktontwikkeling of investeringen in nieuwe productiecapaciteit.

Daarbij maakt het vaak uit of een bedrijf zelfstandig innoveert of samenwerkt met andere ondernemingen, kennisinstellingen, ketenpartners of afnemers. Veel regelingen stimuleren juist samenwerking, omdat innovaties binnen de eiwittransitie zelden door één partij alleen worden gerealiseerd.

Voor bedrijven in de eiwittransitie bestaan uiteenlopende regelingen, laat Van der Lans weten. Naast nationale instrumenten zoals de MIT-regeling en PPS-innovatieprojecten zijn er internationale programma’s, zoals Horizon Europe. Ook zijn er specifieke mogelijkheden voor investeringen in de eiwittransitie, bijvoorbeeld via de Regeling groenprojecten, Green Deals of internationale innovatiemissies.

Subsidie is risicokapitaal

Een veelvoorkomend misverstand is dat subsidie een investering volledig financiert. In de praktijk is dat vrijwel nooit het geval. Subsidies zijn bedoeld om een deel van het risico van innovatieve projecten weg te nemen. Bedrijven investeren daarom vrijwel altijd zelf, zowel financieel als in tijd, kennis en capaciteit.

Subsidieverstrekkers willen zien dat een bedrijf zelf vertrouwen heeft in de innovatie. Eigen financiering laat zien dat een onderneming bereid is om mee te investeren in het succes van het project. Een sterke subsidieaanvraag laat daarom niet alleen zien wat een bedrijf wil ontwikkelen, maar ook dat het bereid is zelf te investeren in de innovatie. Die combinatie van publieke en private investeringen vergroot niet alleen de kans op subsidie, maar laat ook zien dat een onderneming vertrouwen heeft in de haalbaarheid en het toekomstige marktpotentieel van haar innovatie.

Begrijp hoe een beoordelaar naar jouw project kijkt

Veel ondernemers denken dat de meest innovatieve techniek automatisch de meeste kans maakt op subsidie. In werkelijkheid beoordelen subsidieverstrekkers veel breder. De RVO kijkt bij regelingen als de MIT en PPS-innovatie naar vier aspecten: de mate van innovatie, samenwerking tussen partijen, het economische perspectief en marktpotentieel en de maatschappelijke impact van het project.

Van der Lans van RVO zegt dat een aspect de laatste jaren aan belang wint: “Vooral maatschappelijke impact weegt de laatste jaren steeds zwaarder mee binnen verschillende regelingen”.

Een goede subsidieaanvraag laat niet alleen zien dat een innovatie interessant is, maar vooral waarom deze zonder publieke ondersteuning minder snel, op kleinere schaal of met meer risico gerealiseerd zou worden, vertelt Jacquemijns.

Een goede subsidieaanvraag is uiteindelijk het resultaat van een goed innovatieplan. Bedrijven die weten welke maatschappelijke opgave zij helpen oplossen, welke technologische uitdagingen daarvoor overwonnen moeten worden en hoe zij hun financiering stap voor stap organiseren, maken niet alleen meer kans op subsidie. Ze bouwen vooral aan sterkere innovaties en een toekomstbestendig bedrijf.

De eiwittransitie vraagt om voortdurende innovatie. Bedrijven investeren in nieuwe ingrediënten, fermentatietechnologie, verduurzaming van productieprocessen, nieuwe ketensamenwerkingen en de opschaling van veelbelovende concepten. Voor veel van deze ontwikkelingen zijn subsidies en financieringsinstrumenten beschikbaar. Toch laten veel bedrijven kansen liggen.

Er zijn vele subsidies, regelingen en geldstromen waar eiwitbedrijven aanspraak op kunnen maken. Zoveel zelfs dat je door de bomen soms het bos niet meer ziet. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is een van de belangrijkste landelijke subsidieverstrekkers. Het doel: het versnellen van opschaling en innovatie. Luna van der Lans, woordvoerder bij RVO: “De publieke financieringsinstrumenten moeten innovatie en opschaling versnellen”. Door een deel van het financiële risico weg te nemen, worden investeringen in duurzame innovaties aantrekkelijker. Zo kunnen kansrijke ontwikkelingen sneller de markt bereiken en bijdragen aan de verduurzaming van het voedselsysteem”.

Het is dus enorm interessant en ook noodzakelijk om aanspraak te maken op passende subsidies. Volgens Sophie Jacquemijns, Consultant Innovatie bij Epiic, komt dat zelden doordat er geen passende regeling is. “Regelmatig zien we dat bedrijven te laat beginnen, de subsidie als uitgangspunt nemen of onvoldoende aansluiten bij de maatschappelijke opgaven waarop regelingen zijn gebaseerd.”

Veel bedrijven zoeken eerst een subsidieregeling en bedenken daarna een project. Volgens Jacquemijns werkt dat precies andersom. “Wij beginnen altijd met de vraag: waar wil een bedrijf over drie tot vijf jaar staan? Welke technologische, commerciële, duurzaamheids- en financieringsuitdagingen moeten daarvoor worden opgelost? Pas daarna kijken we welke regelingen of financieringsvormen daarbij passen.”

Verder dan een nieuw product

Wanneer bedrijven aan innovatie denken, denken ze vaak aan een nieuw ingrediënt of een verbeterde receptuur. In de praktijk speelt innovatie zich op meerdere niveaus af.

  • Productinnovatie Nieuwe ingrediënten, fermentatie, texturering en receptuurontwikkeling.
  • Procesinnovatie Opschaling van productie, automatisering, energie-efficiëntie, elektrificatie, reststroomverwaarding en circulaire productieprocessen.
  • Systeeminnovatie Nieuwe samenwerkingen tussen primaire producenten, technologieontwikkelaars, voedselverwerkers en afnemers, regionale eiwitketens en nieuwe verdienmodellen.

Juist bedrijven die deze innovaties combineren, creëren vaak de grootste maatschappelijke én economische impact. Dat sluit bovendien goed aan bij de manier waarop nationale en Europese innovatieprogramma’s steeds vaker zijn ingericht.

Ook receptuurontwikkeling kan soms subsidiabel zijn. Hoewel de WBSO recepturen op zichzelf uitsluit, kunnen technische ontwikkelvraagstukken rondom functionaliteit, structuur, houdbaarheid of productieprocessen wel degelijk in aanmerking komen.

Verschillende innovaties vragen om verschillende subsidies

De aard van de innovatie bepaalt in belangrijke mate welke subsidie of financieringsvorm passend is. Productinnovatie vraagt vaak om andere ondersteuning dan procesverduurzaming, internationale marktontwikkeling of investeringen in nieuwe productiecapaciteit.

Daarbij maakt het vaak uit of een bedrijf zelfstandig innoveert of samenwerkt met andere ondernemingen, kennisinstellingen, ketenpartners of afnemers. Veel regelingen stimuleren juist samenwerking, omdat innovaties binnen de eiwittransitie zelden door één partij alleen worden gerealiseerd.

Voor bedrijven in de eiwittransitie bestaan uiteenlopende regelingen, laat Van der Lans weten. Naast nationale instrumenten zoals de MIT-regeling en PPS-innovatieprojecten zijn er internationale programma’s, zoals Horizon Europe. Ook zijn er specifieke mogelijkheden voor investeringen in de eiwittransitie, bijvoorbeeld via de Regeling groenprojecten, Green Deals of internationale innovatiemissies.

Subsidie is risicokapitaal

Een veelvoorkomend misverstand is dat subsidie een investering volledig financiert. In de praktijk is dat vrijwel nooit het geval. Subsidies zijn bedoeld om een deel van het risico van innovatieve projecten weg te nemen. Bedrijven investeren daarom vrijwel altijd zelf, zowel financieel als in tijd, kennis en capaciteit.

Subsidieverstrekkers willen zien dat een bedrijf zelf vertrouwen heeft in de innovatie. Eigen financiering laat zien dat een onderneming bereid is om mee te investeren in het succes van het project. Een sterke subsidieaanvraag laat daarom niet alleen zien wat een bedrijf wil ontwikkelen, maar ook dat het bereid is zelf te investeren in de innovatie. Die combinatie van publieke en private investeringen vergroot niet alleen de kans op subsidie, maar laat ook zien dat een onderneming vertrouwen heeft in de haalbaarheid en het toekomstige marktpotentieel van haar innovatie.

Begrijp hoe een beoordelaar naar jouw project kijkt

Veel ondernemers denken dat de meest innovatieve techniek automatisch de meeste kans maakt op subsidie. In werkelijkheid beoordelen subsidieverstrekkers veel breder. De RVO kijkt bij regelingen als de MIT en PPS-innovatie naar vier aspecten: de mate van innovatie, samenwerking tussen partijen, het economische perspectief en marktpotentieel en de maatschappelijke impact van het project.

Van der Lans van RVO zegt dat een aspect de laatste jaren aan belang wint: “Vooral maatschappelijke impact weegt de laatste jaren steeds zwaarder mee binnen verschillende regelingen”.

Een goede subsidieaanvraag laat niet alleen zien dat een innovatie interessant is, maar vooral waarom deze zonder publieke ondersteuning minder snel, op kleinere schaal of met meer risico gerealiseerd zou worden, vertelt Jacquemijns.

Een goede subsidieaanvraag is uiteindelijk het resultaat van een goed innovatieplan. Bedrijven die weten welke maatschappelijke opgave zij helpen oplossen, welke technologische uitdagingen daarvoor overwonnen moeten worden en hoe zij hun financiering stap voor stap organiseren, maken niet alleen meer kans op subsidie. Ze bouwen vooral aan sterkere innovaties en een toekomstbestendig bedrijf.

Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends

Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees

Beperk risico's met betere investeringen

Versterk je ketenpositie met de juiste partners

Versnel innovaties met de nieuwste trends

Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.

Afbeelding

Wendy Noordzij

Chris Polkamp

Chris Polkamp

Alieke Hilhorst

Alieke Hilhorst

Abonneer vanaf €19,20/maand

Snel delen