De teelt van Nederlandse quinoa verdubbelt in 2026. Foto: Jan Willem van Vliet
De teelt van eiwitrijke gewassen breidt mondjesmaat uit. De teelt van veldbonen en lupine zijn van 2024 naar 2025 juist gekrompen. Toch is er één gewas dat wel flink uitbreidt: quinoa. De afzet van dit pseudograangewas verloopt steeds beter, wat ertoe leidt dat er meer areaal bijkomt in Nederland. Marc Arts van GreenFood50 in Wageningen stelt dat alle seinen nu op groen staan voor quinoa.
Quinoa is hot. Dat is niet nieuw. Sinds het eind van de 20e eeuw promoten Amerikaanse ondernemers en voedingsonderzoekers quinoa vanwege het complete eiwit- en voedingsprofiel, waarna het als superfood populair werd in Noord-Amerika en Europa. De Verenigde Naties riep 2013 zelfs uit tot het jaar van quinoa. Dit gewas kan ook in Nederland groeien en bovendien zonder chemische bestrijdingsmiddelen.
Bij GreenFood50 zetten ze zich al sinds 2014 in voor de promotie van quinoa, zowel aan de teelt- als aan de afzetkant. Nu lijkt er een doorbraak te zijn. In 2025 verbouwden telers in Nederland op 130 hectare quinoa. In 2026 verdubbelt het aantal hectares. Op de schaal van de Nederlandse akkerbouw stelt dat nog niet veel voor, maar volgens Marc Arts is het slechts het begin van de opmars van Nederlandse quinoa.
“De vraag neemt inderdaad toe. We leveren met name aan vier segmenten: kant-en-klaar, bakkerij, sportvoeding en babyvoeding. Daarvan zijn kant-en-klaar en babyvoeding op dit moment het belangrijkst. Bij kant-en-klaar gaat het om het gekookte quinoazaad dat in zijn geheel geconsumeerd wordt. Dit kan in zakjes zijn die de consument koopt, maar ook in voorverpakte salades.
Babyvoeding is een zeer interessante tak. Omdat de regelgeving daar streng is, dient de teelt en verwerking aan de hoogste kwaliteitseisen te voldoen. Bij de teelt van quinoa mogen dan ook geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt en ook geen residuen terechtkomen op het gewas. Dat maakt het interessant voor babyvoeding.”
“Dat was tot twee jaar geleden ook het geval bij quinoa. Er kwamen grote hoeveelheden uit Zuid-Amerika en daar was Nederlandse quinoa niet tegenop te concurreren. Zoals ik al zei is de regelgeving streng. Twee jaar geleden is de Europese Unie begonnen met het controleren van de quinoa die de EU binnenkomt. Het overgrote gedeelte uit het buitenland voldeed niet aan de eisen zoals die worden gesteld. Er komt nu minder goedkope quinoa de EU in en dat verbetert de positie van de Nederlandse, met name de biologische. In Nederland wordt nu ongeveer 60% van de quinoa biologisch geteeld.”
Onze quinoa is volkoren en heeft een veel lagere CO2-footprint. Dat maakt het interessant voor cateraars, voedingsproducenten of retailers
“De Nederlandse teelt is nu marktconform. Dat is een voorwaarde om voor Nederlandse quinoa te kiezen. De afgelopen jaren, voordat de EU optrad tegen geïmporteerde quinoa, waren er een aantal voedingsproducenten die bewust kozen voor onze quinoa. Nu de prijs vrijwel gelijk is, kiezen producenten voor Nederlandse quinoa.
Daarnaast hebben we een voordeel ten opzichte van buitenlandse quinoa: de onze is volkoren en heeft een veel lagere CO2-footprint. Daarmee hebben we een flink voordeel over andere quinoa. Dat maakt het interessant voor cateraars, voedingsproducenten of retailers om onze quinoa te gebruiken.”
“We hebben een mooi product en we hebben we de afgelopen jaren hard gewerkt aan het opzetten en professionaliseren van de keten. Waar PPF ons mee helpt is het aanboren van nieuwe kanalen, zoals catering. Het succes van quinoa wordt in een stroomversnelling gebracht door PPF en onze ketenversterker Rocus Troost. Het past bij verschillende trends waar retailers en cateraars op in willen spelen: lokaal product, gezond, duurzaam en lekker. Door de ketenversterker komen we nu door de juiste deuren binnen. Verder helpt het dat retailers en cateraars doelstellingen hebben gesteld voor plantaardige voeding en eiwitten en dat consumenten ook oren hebben naar quinoa. Dat zorgt ervoor dat de afzet nu toeneemt, maar daarvoor moet je ook alles op orde hebben en daar klaar voor zijn.”
Quinoa is veel meer dan eiwit met alle essentiële aminozuren: het bevat ook veel vezels en onverzadigde vetten
“Ik zie zeker nog kansen in hybride toepassingen. We gaan steeds meer eiwitten vervangen naar meer gebalanceerde voedingscomponenten. Quinoa is nog veel meer dan eiwit met alle essentiële aminozuren: het bevat ook veel vezels en onverzadigde vetten. Het is dan ook belangrijk dat voedingsproducenten al die eigenschappen meenemen wanneer ze hier producten mee gaan maken. Want wie kijkt naar enkel de prijs per gram eiwit zal tot de conclusie komen dat Nederlandse quinoa te duur is. Het is een specialty-ingrediënt. Dat kan zichzelf wellicht ook uitbetalen, want quinoa staat wel aantrekkelijk op de verpakking.”
“Quinoa heeft de wind mee. Het is een rustgewas, dus het vraagt niet te veel van de bodem en de teler. Daarnaast betalen we een prima saldo, hoger dan tarwe. Het is aantrekkelijk voor akkerbouwers als uitbreiding op hun bouwplan, al kan niet iedereen quinoa telen door de strenge regels rondom residuen.
Aan de andere kant heeft Nederlandse quinoa een sterk voordeel ten opzichte van buitenlandse doordat het volkoren is. We zijn in Nederland ook in staat een hogere opbrengst per hectare te telen, 3 tot 4 ton. Doordat we hogere opbrengsten hebben is de prijs voor onze quinoa vergelijkbaar met die uit het buitenland. De prijs is echt belangrijk. Iedereen wil een Nederlands product, maar niemand betaalt er 20% meer voor. Het heeft ook lang geduurd voordat quinoa op dit punt kwam en van die lange weg plukken we nu de vruchten.
Daar wil ik wel aan toevoegen: de teelt is in vergelijking met andere gewassen op de Nederlandse akkers nog klein. Maar de groei is er onmiskenbaar.”
De teelt van eiwitrijke gewassen breidt mondjesmaat uit. De teelt van veldbonen en lupine zijn van 2024 naar 2025 juist gekrompen. Toch is er één gewas dat wel flink uitbreidt: quinoa. De afzet van dit pseudograangewas verloopt steeds beter, wat ertoe leidt dat er meer areaal bijkomt in Nederland. Marc Arts van GreenFood50 in Wageningen stelt dat alle seinen nu op groen staan voor quinoa.
Quinoa is hot. Dat is niet nieuw. Sinds het eind van de 20e eeuw promoten Amerikaanse ondernemers en voedingsonderzoekers quinoa vanwege het complete eiwit- en voedingsprofiel, waarna het als superfood populair werd in Noord-Amerika en Europa. De Verenigde Naties riep 2013 zelfs uit tot het jaar van quinoa. Dit gewas kan ook in Nederland groeien en bovendien zonder chemische bestrijdingsmiddelen.
Bij GreenFood50 zetten ze zich al sinds 2014 in voor de promotie van quinoa, zowel aan de teelt- als aan de afzetkant. Nu lijkt er een doorbraak te zijn. In 2025 verbouwden telers in Nederland op 130 hectare quinoa. In 2026 verdubbelt het aantal hectares. Op de schaal van de Nederlandse akkerbouw stelt dat nog niet veel voor, maar volgens Marc Arts is het slechts het begin van de opmars van Nederlandse quinoa.
“De vraag neemt inderdaad toe. We leveren met name aan vier segmenten: kant-en-klaar, bakkerij, sportvoeding en babyvoeding. Daarvan zijn kant-en-klaar en babyvoeding op dit moment het belangrijkst. Bij kant-en-klaar gaat het om het gekookte quinoazaad dat in zijn geheel geconsumeerd wordt. Dit kan in zakjes zijn die de consument koopt, maar ook in voorverpakte salades.
Babyvoeding is een zeer interessante tak. Omdat de regelgeving daar streng is, dient de teelt en verwerking aan de hoogste kwaliteitseisen te voldoen. Bij de teelt van quinoa mogen dan ook geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt en ook geen residuen terechtkomen op het gewas. Dat maakt het interessant voor babyvoeding.”
“Dat was tot twee jaar geleden ook het geval bij quinoa. Er kwamen grote hoeveelheden uit Zuid-Amerika en daar was Nederlandse quinoa niet tegenop te concurreren. Zoals ik al zei is de regelgeving streng. Twee jaar geleden is de Europese Unie begonnen met het controleren van de quinoa die de EU binnenkomt. Het overgrote gedeelte uit het buitenland voldeed niet aan de eisen zoals die worden gesteld. Er komt nu minder goedkope quinoa de EU in en dat verbetert de positie van de Nederlandse, met name de biologische. In Nederland wordt nu ongeveer 60% van de quinoa biologisch geteeld.”
Onze quinoa is volkoren en heeft een veel lagere CO2-footprint. Dat maakt het interessant voor cateraars, voedingsproducenten of retailers
“De Nederlandse teelt is nu marktconform. Dat is een voorwaarde om voor Nederlandse quinoa te kiezen. De afgelopen jaren, voordat de EU optrad tegen geïmporteerde quinoa, waren er een aantal voedingsproducenten die bewust kozen voor onze quinoa. Nu de prijs vrijwel gelijk is, kiezen producenten voor Nederlandse quinoa.
Daarnaast hebben we een voordeel ten opzichte van buitenlandse quinoa: de onze is volkoren en heeft een veel lagere CO2-footprint. Daarmee hebben we een flink voordeel over andere quinoa. Dat maakt het interessant voor cateraars, voedingsproducenten of retailers om onze quinoa te gebruiken.”
“We hebben een mooi product en we hebben we de afgelopen jaren hard gewerkt aan het opzetten en professionaliseren van de keten. Waar PPF ons mee helpt is het aanboren van nieuwe kanalen, zoals catering. Het succes van quinoa wordt in een stroomversnelling gebracht door PPF en onze ketenversterker Rocus Troost. Het past bij verschillende trends waar retailers en cateraars op in willen spelen: lokaal product, gezond, duurzaam en lekker. Door de ketenversterker komen we nu door de juiste deuren binnen. Verder helpt het dat retailers en cateraars doelstellingen hebben gesteld voor plantaardige voeding en eiwitten en dat consumenten ook oren hebben naar quinoa. Dat zorgt ervoor dat de afzet nu toeneemt, maar daarvoor moet je ook alles op orde hebben en daar klaar voor zijn.”
Quinoa is veel meer dan eiwit met alle essentiële aminozuren: het bevat ook veel vezels en onverzadigde vetten
“Ik zie zeker nog kansen in hybride toepassingen. We gaan steeds meer eiwitten vervangen naar meer gebalanceerde voedingscomponenten. Quinoa is nog veel meer dan eiwit met alle essentiële aminozuren: het bevat ook veel vezels en onverzadigde vetten. Het is dan ook belangrijk dat voedingsproducenten al die eigenschappen meenemen wanneer ze hier producten mee gaan maken. Want wie kijkt naar enkel de prijs per gram eiwit zal tot de conclusie komen dat Nederlandse quinoa te duur is. Het is een specialty-ingrediënt. Dat kan zichzelf wellicht ook uitbetalen, want quinoa staat wel aantrekkelijk op de verpakking.”
“Quinoa heeft de wind mee. Het is een rustgewas, dus het vraagt niet te veel van de bodem en de teler. Daarnaast betalen we een prima saldo, hoger dan tarwe. Het is aantrekkelijk voor akkerbouwers als uitbreiding op hun bouwplan, al kan niet iedereen quinoa telen door de strenge regels rondom residuen.
Aan de andere kant heeft Nederlandse quinoa een sterk voordeel ten opzichte van buitenlandse doordat het volkoren is. We zijn in Nederland ook in staat een hogere opbrengst per hectare te telen, 3 tot 4 ton. Doordat we hogere opbrengsten hebben is de prijs voor onze quinoa vergelijkbaar met die uit het buitenland. De prijs is echt belangrijk. Iedereen wil een Nederlands product, maar niemand betaalt er 20% meer voor. Het heeft ook lang geduurd voordat quinoa op dit punt kwam en van die lange weg plukken we nu de vruchten.
Daar wil ik wel aan toevoegen: de teelt is in vergelijking met andere gewassen op de Nederlandse akkers nog klein. Maar de groei is er onmiskenbaar.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Wendy Noordzij
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp