Derk van Manen, Corporate Affairs Officer bij Duynie. Foto: Van Assendelft Fotografie
Duynie heeft de sleutel naar de voedingsmiddelenindustrie gevonden. Het bedrijf is vooral bekend van de reststroomverwaarding als veevoer, maar heeft de afzet verbreed. Een van de ingrediënten die het bedrijf levert, is eiwit uit bierbostel.
Duynie Group is te omschrijven als een innovatief en ondernemend bedrijf. Het bedrijf handelt in reststromen vanuit de levensmiddelenindustrie en laat dit een weg vinden naar de veehouderij. Allerlei co-producten, zoals Corporate Affairs Officer Derk van Manen zijn grondstoffen liever noemt, worden verhandeld door Duynie. De reststromen komen uit de verwerking van aardappelen, tarwe, mais, suikerbieten, cichorei, groenten en fruit De producten die oorspronkelijk veelal in de veehouderij als diervoeder worden afgezet, kunnen ook hoger worden verwaard, is het geloof van Duynie. Nu haalt het bedrijf ook eiwitten uit bierbostel en verkoopt deze in de voedingsindustrie. Upcycled ingredients noemen ze dit. De eerste bestellingen zijn inmiddels geleverd.
Duynie wil meer afzetten in voedingsindustrie
Derk van Manen wil ook dat er veel ruimte is om te experimenteren: “Daarmee onderscheiden we ons van concurrenten. We willen ook steeds meer producten afzetten in de voedingsindustrie. Bij Duynie streven we naar het mogelijk maken van een circulaire agrifoodketen, waarbij reststromen uit de levensmiddelenindustrie weer een food-toepassing geven, het hoogst haalbare is. Dat is economisch interessant, maar ook maatschappelijk relevant, omdat dit een bijdrage kan leveren aan het voedselvraagstuk. Een win-win.”
Lees ook dit interview met Duynie: Duynie zoekt toepassing reststromen in voeding
De reststromen zijn dus volop voorradig bij Duynie, maar daarmee heb je nog geen voedingsingrediënten. Er is jarenlang experimenteren vooraf gegaan aan waar het bedrijf nu staat. “In theorie is het niet ingewikkeld om eiwitten uit bierbostel te halen: je scheidt de vezels van de eiwitten en je bent er al. Maar als je hier iets mee wil voor de voedingsindustrie, dan begint de echte uitdaging.” Ten eerste: het co-product mag niet het label ‘afval’ krijgen, vertelt Van Manen. Er moet vroeg in het proces gesproken worden met de voedingsproducent over de reststroom.
Zetmeel als voorbeeld

Duynie levert ook andere grondstoffen voor de voedingsmiddelenindustrie. Zetmeel is volgens Van Manen het beste voorbeeld van circulaire verwaarding. Bijvoorbeeld bij Aviko, een dochteronderneming van Cosun, komen reststromen vrij die worden verwaard door Duynie. “Eén van de co-producten is zetmeel wat vrijkomt bij het snijden van de aardappel. Het snijden gebeurt door aardappelen met behulp van water door een snijder heen te drukken. Daarbij blijft zetmeel achter in het water. Om het water langer te kunnen hergebruiken, moet dat zetmeel eruit gefilterd worden. Dat zetmeel wordt verwerkt in een van de fabrieken van Novidon. Een gedeelte van het verwerkte zetmeel zetten wij nu af in de voedingsmiddelenindustrie, bijvoorbeeld als coating voor frites waardoor ze extra krokant worden. Zo komt het co-product weer terug in de keten waar het vandaan komt.”
Eiwit en vezel scheiden
De bierbostel is afkomstig van grote brouwerijen in Europa, waaronder Heineken. Bij die brouwer wilden ze energieneutraal opereren door warmte te creëren. “Vanuit Heineken belden ze mij met de vraag of we eiwitten van vezels konden scheiden, want dan konden ze de vezels gebruiken om dat te verbranden voor energieopwekking. Zo kwamen we bij het idee om bierbostel te raffineren.”
Het scheiden van de vezels en de eiwitten was niet de uitdaging, dat lukte eigenlijk vrij snel volgens Van Manen. Waar de uitdaging in lag was het opschalen. “Alles werkte op lab- en pilotschaal, maar toen we naar demoschaal gingen kwamen de grote uitdagingen. We moesten steeds nieuwe uitdagingen oplossen. Een zeef die we net een half uur in de machine hadden zitten die eruit werd geblazen door de hoge druk, bijvoorbeeld. Het heeft twee jaar gekost om alles naar behoren te laten werken.” Nu is de technologie zo ontwikkeld dat het gekopieerd kan worden en toegepast kan worden bij andere brouwers. Duynie heeft op dit moment één demofabriek in Nijmegen en is bezig met de bouw van een fabriek op volledige schaalgrootte in Frankrijk.
Een zeef die we net een half uur in de machine hadden zitten die eruit werd geblazen door de hoge druk, bijvoorbeeld
Het ingrediënt van Duynie is vooral een nutritioneel eiwit en heeft in mindere mate functionele eigenschappen, zoals schuimen of emulgeren. Het eiwit heeft een licht hartige smaak en wordt daarom ook veelal afgezet in snacks op dit moment. Van Manen gelooft dat het unique selling point van hun eiwit duurzaamheid is. “Het kan een duurzaam alternatief voor bijvoorbeeld soja zijn.”
Hygiëne garanderen
Maar daar zit ook weer een uitdaging aan verbonden: het waarborgen van de hygiëne. “Bij verwerking van co-producten hebben we mogelijk te maken met ophoping van residuen. Bijvoorbeeld bij aardappelschillen kunnen theoretische residuen achterblijven. Voor frites worden deze schillen over het algemeen niet gebruikt en komen dus bij ons. Als je dan ook nog ingrediënten gaat halen uit de schil, is de concentratie residu veel groter.” Teeltmaatregelen en monitoringsprogramma’s moeten deze contaminaties in voedingsmiddelen uitsluiten. Een andere uitdaging zijn microbiologische contaminaties. Bacteriën zoals bacillus spelen in diervoeder geen belangrijke rol, maar mag niet voorkomen in voeding. “Dit zijn uitdagingen die we hebben opgelost, maar dit zijn wel risico’s waar over nagedacht moest worden.”

Als laatste is er een uitdaging met de houdbaarheid van reststromen. Het bewerken van co-producten vereist meer tijd dan het verplaatsen van A naar B, vertelt Van Manen. Bierbostel is bijvoorbeeld een product waar zich na zes uur al - voor menselijke consumptie - ongewenste bacteriën in kunnen ontwikkelen. Daar zijn aanvullende maatregelen voor genomen.
Toekomst met fermentatie?
Duynie blijft onderzoeken welke mogelijkheden er zijn in de humane voeding, bijvoorbeeld in biomassa-fermentatie. Dat is een kans die tot nu toe nog niet benut wordt voor humane voeding, maar Van Manen sluit niet uit dat het in de toekomst wel gaat gebeuren. “De wereldbevolking groeit en er zal meer voeding geproduceerd moeten worden. Daar komen co-producten bij vrij en die willen wij ook zo hoog mogelijk verwaarden. We willen alle opties benutten om ervoor te zorgen dat er geen voedingsstoffen verloren gaan.”
Duynie heeft de sleutel naar de voedingsmiddelenindustrie gevonden. Het bedrijf is vooral bekend van de reststroomverwaarding als veevoer, maar heeft de afzet verbreed. Een van de ingrediënten die het bedrijf levert, is eiwit uit bierbostel.
Duynie Group is te omschrijven als een innovatief en ondernemend bedrijf. Het bedrijf handelt in reststromen vanuit de levensmiddelenindustrie en laat dit een weg vinden naar de veehouderij. Allerlei co-producten, zoals Corporate Affairs Officer Derk van Manen zijn grondstoffen liever noemt, worden verhandeld door Duynie. De reststromen komen uit de verwerking van aardappelen, tarwe, mais, suikerbieten, cichorei, groenten en fruit De producten die oorspronkelijk veelal in de veehouderij als diervoeder worden afgezet, kunnen ook hoger worden verwaard, is het geloof van Duynie. Nu haalt het bedrijf ook eiwitten uit bierbostel en verkoopt deze in de voedingsindustrie. Upcycled ingredients noemen ze dit. De eerste bestellingen zijn inmiddels geleverd.
Duynie wil meer afzetten in voedingsindustrie
Derk van Manen wil ook dat er veel ruimte is om te experimenteren: “Daarmee onderscheiden we ons van concurrenten. We willen ook steeds meer producten afzetten in de voedingsindustrie. Bij Duynie streven we naar het mogelijk maken van een circulaire agrifoodketen, waarbij reststromen uit de levensmiddelenindustrie weer een food-toepassing geven, het hoogst haalbare is. Dat is economisch interessant, maar ook maatschappelijk relevant, omdat dit een bijdrage kan leveren aan het voedselvraagstuk. Een win-win.”
Lees ook dit interview met Duynie: Duynie zoekt toepassing reststromen in voeding
De reststromen zijn dus volop voorradig bij Duynie, maar daarmee heb je nog geen voedingsingrediënten. Er is jarenlang experimenteren vooraf gegaan aan waar het bedrijf nu staat. “In theorie is het niet ingewikkeld om eiwitten uit bierbostel te halen: je scheidt de vezels van de eiwitten en je bent er al. Maar als je hier iets mee wil voor de voedingsindustrie, dan begint de echte uitdaging.” Ten eerste: het co-product mag niet het label ‘afval’ krijgen, vertelt Van Manen. Er moet vroeg in het proces gesproken worden met de voedingsproducent over de reststroom.
Zetmeel als voorbeeld

Duynie levert ook andere grondstoffen voor de voedingsmiddelenindustrie. Zetmeel is volgens Van Manen het beste voorbeeld van circulaire verwaarding. Bijvoorbeeld bij Aviko, een dochteronderneming van Cosun, komen reststromen vrij die worden verwaard door Duynie. “Eén van de co-producten is zetmeel wat vrijkomt bij het snijden van de aardappel. Het snijden gebeurt door aardappelen met behulp van water door een snijder heen te drukken. Daarbij blijft zetmeel achter in het water. Om het water langer te kunnen hergebruiken, moet dat zetmeel eruit gefilterd worden. Dat zetmeel wordt verwerkt in een van de fabrieken van Novidon. Een gedeelte van het verwerkte zetmeel zetten wij nu af in de voedingsmiddelenindustrie, bijvoorbeeld als coating voor frites waardoor ze extra krokant worden. Zo komt het co-product weer terug in de keten waar het vandaan komt.”
Eiwit en vezel scheiden
De bierbostel is afkomstig van grote brouwerijen in Europa, waaronder Heineken. Bij die brouwer wilden ze energieneutraal opereren door warmte te creëren. “Vanuit Heineken belden ze mij met de vraag of we eiwitten van vezels konden scheiden, want dan konden ze de vezels gebruiken om dat te verbranden voor energieopwekking. Zo kwamen we bij het idee om bierbostel te raffineren.”
Het scheiden van de vezels en de eiwitten was niet de uitdaging, dat lukte eigenlijk vrij snel volgens Van Manen. Waar de uitdaging in lag was het opschalen. “Alles werkte op lab- en pilotschaal, maar toen we naar demoschaal gingen kwamen de grote uitdagingen. We moesten steeds nieuwe uitdagingen oplossen. Een zeef die we net een half uur in de machine hadden zitten die eruit werd geblazen door de hoge druk, bijvoorbeeld. Het heeft twee jaar gekost om alles naar behoren te laten werken.” Nu is de technologie zo ontwikkeld dat het gekopieerd kan worden en toegepast kan worden bij andere brouwers. Duynie heeft op dit moment één demofabriek in Nijmegen en is bezig met de bouw van een fabriek op volledige schaalgrootte in Frankrijk.
Een zeef die we net een half uur in de machine hadden zitten die eruit werd geblazen door de hoge druk, bijvoorbeeld
Het ingrediënt van Duynie is vooral een nutritioneel eiwit en heeft in mindere mate functionele eigenschappen, zoals schuimen of emulgeren. Het eiwit heeft een licht hartige smaak en wordt daarom ook veelal afgezet in snacks op dit moment. Van Manen gelooft dat het unique selling point van hun eiwit duurzaamheid is. “Het kan een duurzaam alternatief voor bijvoorbeeld soja zijn.”
Hygiëne garanderen
Maar daar zit ook weer een uitdaging aan verbonden: het waarborgen van de hygiëne. “Bij verwerking van co-producten hebben we mogelijk te maken met ophoping van residuen. Bijvoorbeeld bij aardappelschillen kunnen theoretische residuen achterblijven. Voor frites worden deze schillen over het algemeen niet gebruikt en komen dus bij ons. Als je dan ook nog ingrediënten gaat halen uit de schil, is de concentratie residu veel groter.” Teeltmaatregelen en monitoringsprogramma’s moeten deze contaminaties in voedingsmiddelen uitsluiten. Een andere uitdaging zijn microbiologische contaminaties. Bacteriën zoals bacillus spelen in diervoeder geen belangrijke rol, maar mag niet voorkomen in voeding. “Dit zijn uitdagingen die we hebben opgelost, maar dit zijn wel risico’s waar over nagedacht moest worden.”

Als laatste is er een uitdaging met de houdbaarheid van reststromen. Het bewerken van co-producten vereist meer tijd dan het verplaatsen van A naar B, vertelt Van Manen. Bierbostel is bijvoorbeeld een product waar zich na zes uur al - voor menselijke consumptie - ongewenste bacteriën in kunnen ontwikkelen. Daar zijn aanvullende maatregelen voor genomen.
Toekomst met fermentatie?
Duynie blijft onderzoeken welke mogelijkheden er zijn in de humane voeding, bijvoorbeeld in biomassa-fermentatie. Dat is een kans die tot nu toe nog niet benut wordt voor humane voeding, maar Van Manen sluit niet uit dat het in de toekomst wel gaat gebeuren. “De wereldbevolking groeit en er zal meer voeding geproduceerd moeten worden. Daar komen co-producten bij vrij en die willen wij ook zo hoog mogelijk verwaarden. We willen alle opties benutten om ervoor te zorgen dat er geen voedingsstoffen verloren gaan.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp
Wendy Noordzij