De deelnemers van het Beanovation-project verzamelen zich in het edamameproefveld: Peter Strijk, Wilco Jansen, Michael Luesink, Michiel Steehouwer, Geert Lindenhols, Niek Grijsen en Henk Jankneght. Foto: Fabio Volonteri
In dit artikel
De edamameplanten zien er nog treurig uit in de Flevopolder, maar daar zal snel verandering in komen. Eind mei is op dit perceel van anderhalve hectare verse soja ingezaaid als onderdeel van een pilot. Twee rassen worden hier met elkaar vergeleken. Op drie andere boerderijen gebeurt hetzelfde. Het is onderdeel van het nieuwe ketenproject Beanovation, dat de teelt en afzet van edamame en veldbonen moet versterken.
De vijf telers die deelnemen aan het project staan met elkaar op het land in Swifterbant en vergelijken de stand van zaken. Michiel Steehouwer, biologisch akkerbouwer en eigenaar van het perceel waarop we ons bevinden: “We hebben aanzienlijk wat schade door de vele regenval en door duiven.” Mede-edamameteler Wilco Jansen herkent dat laatste, maar schade door regenval heeft hij niet, ondanks dat hij slechts 35 kilometer verderop boert. Jansen: “Bij ons staat de edamame op bedden. Dan ben je het vocht vlot weer kwijt.” Steehouwer knikt geïnteresseerd en zegt vrijwel meteen dat hij dat volgend jaar ook wel zou willen. Telen op bedden heeft een nadeel: meer onkruid. “Wieden moeten we toch.”
De hele keten moet nog opgebouwd worden, maar het begint met de teelt
Het Beanovation-project heeft als doel kennis te delen en daarmee de opbrengsten per hectare te vergroten én afzet te creëren voor de nieuwe eiwitgewassen. Programmaleider Peter Strijk ziet dat op beide terreinen nog veel winst te behalen valt. “De hele keten moet nog opgebouwd worden, maar het begint met de teelt. Die hebben telers nu nog niet zo goed in de vingers dat er op efficiëntie gestuurd kan worden.”
Op vijf plekken in Nederland, waarvan vier in de Flevopolder, worden proeven gedaan met de teelt van veldbonen of edamame. Hoe doen deze gewassen het op zware kleigrond en hoe op lichtere zandgronden? In Swifterbant is het land van Steehouwer een paar jaar geleden gediepploegd, waardoor de zware kleigrond niet meer de toplaag vormt. “Voor de peulvruchtteelt was het misschien wel beter geweest als de oude grond, de zware klei, hier nog had gelegen.” Daar moet Beanovation als het goed is antwoord op geven, want de edamame wordt ook op zware klei geteeld. Hetzelfde geldt voor veldbonen: één teler heeft zware grond, een andere teelt op Drentse zandgrond. Strijk: “We willen weten of er aantoonbare verschillen zijn in de teelt op verschillende grondsoorten. We kijken ook naar de reactie van verschillende rassen op die gronden.”
Van data naar teeltadviezen
Het project heeft ook als doel de teelt en teeltsturing beter in kaart te brengen. Daarvoor is het datagedreven agritechplatform SoilBeat aangehaakt. Dit platform analyseert bodem-, plant- en velddata en zet die om in concrete teeltadviezen. De telers en Strijk zijn bezig met het aanleveren van gegevens voor dit platform. “Het is belangrijk om inzicht te krijgen in hoe je moet sturen bij edamame en veldbonen. Hoe ga je om met chocoladevlekkenziekte en kan het kunstmestgebruik worden verlaagd? Met de inzichten die uit SoilBeat komen, moeten nieuwe telers meer grip krijgen.”
Het blijkt ook meteen dat akkerbouwers akkerbouwers zijn en geen dataverzamelaars. “Ik kan niet iedere dag langs het veld om daar een fotootje te maken. Als we richting de oogst gaan, wordt het toch veel relevanter?”
Beanovation is een driejarig project, gefinancierd met een Europese EIP-subsidie van € 500.000. In die drie jaar moeten drie product-marktcombinaties worden ontwikkeld. Voor het realiseren daarvan is foodinnovatiebedrijf Studio Fava aangehaakt. Dit bedrijf is gespecialiseerd in concept- en productontwikkeling voor toekomstbestendig voedsel. Strijk: “Het is mooi als we het goed kunnen telen, maar we moeten het ook voor een goede prijs kunnen verkopen.”
Veldbonenspijs
Michael Luesink, mede-eigenaar van Studio Fava, is eveneens aanwezig bij de aftrap. Hij heeft samen met zijn team en de telers al verschillende concepten bedacht vanuit markttrends en consumenteninzichten. Edamamesoep, veldboonfriet, een tuinbouwshotje met gember en edamayonaise staan op de longlist. Maar Luesink is vooral op zoek naar een volumetoepassing met heldere product market-fit. “Een makkelijke swap, waarmee we voedingsproducenten een eenvoudig Nederlands alternatief bieden voor iets wat ze nu maken met grondstoffen uit het buitenland.”
Een van de meest kansrijke ideeën die verder wordt ontwikkeld, is veldboonspijs. “In goedkope gevulde koeken zit geen amandelspijs, maar bonenspijs. Veldboon heeft een licht bittere smaak. Dat past goed in gevulde koeken. Als we dit verder ontwikkelen, kunnen we witte bonen die nu bijvoorbeeld uit Canada komen vervangen door Nederlandse veldbonen. Dan heb je het over grote volumes.”
Ook een zoetzuur ingelegde edamame passeert de revue, net als een horecaconcept waarbij complete edamameplanten worden geleverd aan Koreaanse en Chinese restaurants. Het zijn nog ideeën, maar volgend jaar moeten de concepten worden opgeschaald naar serieuze afzetkansen.
Zoveelste ketenproject?
Het is niet het eerste ketenproject dat wordt opgezet rond eiwitrijke gewassen. Het meest recente voorbeeld is Plant Protein Forward (PPF), dat eveneens met beide gewassen werkte. De insteek van PPF lag op ketenversterking. Welk verschil gaat dit nieuwe initiatief maken ten opzichte van eerdere projecten? “Bij veel projecten lag de nadruk op één van de twee: productie of afzet. Bij Beanovation pakken we beide tegelijkertijd op”, vertelt Strijk.
Daarnaast heeft dit project drie jaar de tijd om onderzoek te doen, te experimenteren en waar nodig bij te sturen. Michael Luesink was ook betrokken bij PPF als ketenversterker en zag dat de looptijd van dat project uitdagend was om voor bepaalde eiwitgewassen een volledige keten op te zetten. “Er zijn niet altijd bestaande ketens om op voort te bouwen. Dan is het creëren van afzet binnen zes maanden ook een grote uitdaging. In dit project beginnen we met de basis: de teelt op orde brengen, daarvan leren en producten ontwikkelen met volume.”
Prijs per ton flink omhoog
De Beanovation-telers zijn in ieder geval benieuwd naar de resultaten. Iedereen heeft al ervaring met de teelt van veldbonen, edamame of droge soja en ziet de voordelen van deze gewassen. Maar iedereen is het erover eens: het is zonde om deze gewassen te telen voor veevoer én het is economisch onaantrekkelijk. Henk Janknegt, veldboonteler binnen het project en voorzitter van de Eiwitboeren van Nederland: “Ik hoop dat in dit project een heerlijk product wordt ontwikkeld waar de consument voor wil betalen. Want nog altijd verdwijnt 98% van alle Nederlandse veldbonen naar veevoer. Dat levert rond de € 200 per ton op. Voor een vitale teelt heb ik wel € 700 per ton nodig.”
De komende drie jaar gaat de groep op zoek naar antwoorden op deze ingewikkelde vragen. Strijk: “We zijn al lerend met elkaar onderweg.”
De edamameplanten zien er nog treurig uit in de Flevopolder, maar daar zal snel verandering in komen. Eind mei is op dit perceel van anderhalve hectare verse soja ingezaaid als onderdeel van een pilot. Twee rassen worden hier met elkaar vergeleken. Op drie andere boerderijen gebeurt hetzelfde. Het is onderdeel van het nieuwe ketenproject Beanovation, dat de teelt en afzet van edamame en veldbonen moet versterken.
De vijf telers die deelnemen aan het project staan met elkaar op het land in Swifterbant en vergelijken de stand van zaken. Michiel Steehouwer, biologisch akkerbouwer en eigenaar van het perceel waarop we ons bevinden: “We hebben aanzienlijk wat schade door de vele regenval en door duiven.” Mede-edamameteler Wilco Jansen herkent dat laatste, maar schade door regenval heeft hij niet, ondanks dat hij slechts 35 kilometer verderop boert. Jansen: “Bij ons staat de edamame op bedden. Dan ben je het vocht vlot weer kwijt.” Steehouwer knikt geïnteresseerd en zegt vrijwel meteen dat hij dat volgend jaar ook wel zou willen. Telen op bedden heeft een nadeel: meer onkruid. “Wieden moeten we toch.”
De hele keten moet nog opgebouwd worden, maar het begint met de teelt
Het Beanovation-project heeft als doel kennis te delen en daarmee de opbrengsten per hectare te vergroten én afzet te creëren voor de nieuwe eiwitgewassen. Programmaleider Peter Strijk ziet dat op beide terreinen nog veel winst te behalen valt. “De hele keten moet nog opgebouwd worden, maar het begint met de teelt. Die hebben telers nu nog niet zo goed in de vingers dat er op efficiëntie gestuurd kan worden.”
Op vijf plekken in Nederland, waarvan vier in de Flevopolder, worden proeven gedaan met de teelt van veldbonen of edamame. Hoe doen deze gewassen het op zware kleigrond en hoe op lichtere zandgronden? In Swifterbant is het land van Steehouwer een paar jaar geleden gediepploegd, waardoor de zware kleigrond niet meer de toplaag vormt. “Voor de peulvruchtteelt was het misschien wel beter geweest als de oude grond, de zware klei, hier nog had gelegen.” Daar moet Beanovation als het goed is antwoord op geven, want de edamame wordt ook op zware klei geteeld. Hetzelfde geldt voor veldbonen: één teler heeft zware grond, een andere teelt op Drentse zandgrond. Strijk: “We willen weten of er aantoonbare verschillen zijn in de teelt op verschillende grondsoorten. We kijken ook naar de reactie van verschillende rassen op die gronden.”
Van data naar teeltadviezen
Het project heeft ook als doel de teelt en teeltsturing beter in kaart te brengen. Daarvoor is het datagedreven agritechplatform SoilBeat aangehaakt. Dit platform analyseert bodem-, plant- en velddata en zet die om in concrete teeltadviezen. De telers en Strijk zijn bezig met het aanleveren van gegevens voor dit platform. “Het is belangrijk om inzicht te krijgen in hoe je moet sturen bij edamame en veldbonen. Hoe ga je om met chocoladevlekkenziekte en kan het kunstmestgebruik worden verlaagd? Met de inzichten die uit SoilBeat komen, moeten nieuwe telers meer grip krijgen.”
Het blijkt ook meteen dat akkerbouwers akkerbouwers zijn en geen dataverzamelaars. “Ik kan niet iedere dag langs het veld om daar een fotootje te maken. Als we richting de oogst gaan, wordt het toch veel relevanter?”
Beanovation is een driejarig project, gefinancierd met een Europese EIP-subsidie van € 500.000. In die drie jaar moeten drie product-marktcombinaties worden ontwikkeld. Voor het realiseren daarvan is foodinnovatiebedrijf Studio Fava aangehaakt. Dit bedrijf is gespecialiseerd in concept- en productontwikkeling voor toekomstbestendig voedsel. Strijk: “Het is mooi als we het goed kunnen telen, maar we moeten het ook voor een goede prijs kunnen verkopen.”
Veldbonenspijs
Michael Luesink, mede-eigenaar van Studio Fava, is eveneens aanwezig bij de aftrap. Hij heeft samen met zijn team en de telers al verschillende concepten bedacht vanuit markttrends en consumenteninzichten. Edamamesoep, veldboonfriet, een tuinbouwshotje met gember en edamayonaise staan op de longlist. Maar Luesink is vooral op zoek naar een volumetoepassing met heldere product market-fit. “Een makkelijke swap, waarmee we voedingsproducenten een eenvoudig Nederlands alternatief bieden voor iets wat ze nu maken met grondstoffen uit het buitenland.”
Een van de meest kansrijke ideeën die verder wordt ontwikkeld, is veldboonspijs. “In goedkope gevulde koeken zit geen amandelspijs, maar bonenspijs. Veldboon heeft een licht bittere smaak. Dat past goed in gevulde koeken. Als we dit verder ontwikkelen, kunnen we witte bonen die nu bijvoorbeeld uit Canada komen vervangen door Nederlandse veldbonen. Dan heb je het over grote volumes.”
Ook een zoetzuur ingelegde edamame passeert de revue, net als een horecaconcept waarbij complete edamameplanten worden geleverd aan Koreaanse en Chinese restaurants. Het zijn nog ideeën, maar volgend jaar moeten de concepten worden opgeschaald naar serieuze afzetkansen.
Zoveelste ketenproject?
Het is niet het eerste ketenproject dat wordt opgezet rond eiwitrijke gewassen. Het meest recente voorbeeld is Plant Protein Forward (PPF), dat eveneens met beide gewassen werkte. De insteek van PPF lag op ketenversterking. Welk verschil gaat dit nieuwe initiatief maken ten opzichte van eerdere projecten? “Bij veel projecten lag de nadruk op één van de twee: productie of afzet. Bij Beanovation pakken we beide tegelijkertijd op”, vertelt Strijk.
Daarnaast heeft dit project drie jaar de tijd om onderzoek te doen, te experimenteren en waar nodig bij te sturen. Michael Luesink was ook betrokken bij PPF als ketenversterker en zag dat de looptijd van dat project uitdagend was om voor bepaalde eiwitgewassen een volledige keten op te zetten. “Er zijn niet altijd bestaande ketens om op voort te bouwen. Dan is het creëren van afzet binnen zes maanden ook een grote uitdaging. In dit project beginnen we met de basis: de teelt op orde brengen, daarvan leren en producten ontwikkelen met volume.”
Prijs per ton flink omhoog
De Beanovation-telers zijn in ieder geval benieuwd naar de resultaten. Iedereen heeft al ervaring met de teelt van veldbonen, edamame of droge soja en ziet de voordelen van deze gewassen. Maar iedereen is het erover eens: het is zonde om deze gewassen te telen voor veevoer én het is economisch onaantrekkelijk. Henk Janknegt, veldboonteler binnen het project en voorzitter van de Eiwitboeren van Nederland: “Ik hoop dat in dit project een heerlijk product wordt ontwikkeld waar de consument voor wil betalen. Want nog altijd verdwijnt 98% van alle Nederlandse veldbonen naar veevoer. Dat levert rond de € 200 per ton op. Voor een vitale teelt heb ik wel € 700 per ton nodig.”
De komende drie jaar gaat de groep op zoek naar antwoorden op deze ingewikkelde vragen. Strijk: “We zijn al lerend met elkaar onderweg.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Chris Polkamp
Wendy Noordzij
Alieke Hilhorst