Skip to content

Minder ideologie, meer markt

De conclusie van de Open Kitchen Sessie van de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij lijkt te zijn: hybride in plaats van 100% plant-based. Een eerlijke conclusie vindt columnist Sina Salim. Maar dat levert ook nieuwe, eerlijke vraagstukken op.

Open kitchen session premium

Tijdens de Open Kitchen Sessies maakt een chef gerechten met ingrediƫnten van start-ups. Hybride toepassingen komen veelvuldig terug. Foto: Camiel van de Wijdeven | Clear fotografie

Ik reed voor de tweede keer in een jaar tijd naar Breda. De eerste keer, in oktober vorig jaar, was het herfst en guur — op weg naar The Protein Brewery. Dat werd een column die ik nog steeds met plezier teruglees. Deze keer was het 37 graden. En binnen was het niet veel koeler.

Maar de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) had me uitgenodigd als opiniemaker over de eiwittransitie — in het bijzonder over plant-based — voor de tweede editie van hun Open Kitchen Sessions. Dat woord, opiniemaker, bleef hangen. Iemand stelde me voor als 'je kent hem misschien van Eiwit Trends en Het Financieel Dagblad'. Ik moest er eerlijk gezegd aan wennen. Maar fijn vond ik het wel.

Vervolgens zaten we met vijf gangen en bijpassende alcoholvrije wijnen aan tafel — en vergat ik even de temperatuur buiten.

Ingrediënten voor directe toepassing

De producten waren indrukwekkend. Een vervanger van ei in soesjes die de structuur en binding van het origineel verrassend dicht benaderde. Bietenvezels van Cosun verwerkt in een hybride tartaar die smaak en textuur toevoegde op een manier die ik niet had verwacht. En meer van dat soort werk — geen rookgordijn, maar concrete ingrediënten die je vandaag in een productielijn kunt gooien.

Maar de producten waren niet wat me het meest bijbleef: dat waren de gesprekken.

Er hing een opmerkelijk eerlijke toon aan tafel. De trend die al langer zichtbaar is in de data werd hier breed gedeeld en bevestigd: de markt voor 100% plant-based producten stagneert. En op sommige plekken daalt hij zelfs. Niemand deed verbaasd. Het was alsof de sector eindelijk hardop durft te zeggen wat velen al langer dachten.

Wat me meer opviel, was de mentale verschuiving die daarmee gepaard gaat. Als je écht wilt opschalen — als je significante volumes wil verplaatsen in de voedselketen — dan moet je niet denken in 100% plant-based, maar in hybride. Niet als compromis, maar als strategie. Minder ideologie, meer markt.

Maar het meest concrete van de avond was de rol van BOM zelf.

Matchmaking

Wat ik verwachtte was een subsidieverstrekker met een mooie folder. Wat ik aantrof was een organisatie met een uitgesproken ambitie: Brabant als maakindustrie-hub voor plant-based ingrediënten en producten. En — voor mij de verrassing — een werkwijze die daarbij past. Niet alleen focussen op start-ups, maar opereren als matchmaker tussen scale-ups en grote voedingsmiddelenbedrijven. Concrete deal cards. Partijen bij elkaar aan tafel brengen voor dealmaking die anders niet plaatsvindt.

Volumes in hybride groeien, maar de vraag is of ze snel genoeg groeien

Dat is een ander speelveld dan de meeste regionale ontwikkelingsmaatschappijen betreden. Dit is geen sproeikannenbenadering van innovatiegeld. Dit is gericht verbinden — met als inzet dat Brabantse ondernemers niet alleen mooie producten maken, maar ze ook daadwerkelijk in de markt krijgen.

Is er nu voldoende markt?

Op de terugweg — in een overhitte auto, in een lang ritje richting huis — bleef één vraag in me rondzingen. Is de afzetmarkt voor plant-based grondstoffen — eiwitten, vezels, functionele ingrediënten — in hybride producten op het schap groot genoeg om de ambities van Brabant bij te houden? De logica van hybride klopt: lager risico voor producenten, meer acceptatie bij consumenten, een voet in de deur voor nieuwe ingrediënten. Maar de schaal waarop Brabant wil produceren, veronderstelt een vraag die er nog niet volledig is. En vraag creëren is iets anders dan aanbod organiseren.

Dat is niet per se een bezwaar — het is een vraag die ik mezelf ook stel als ik naar de bredere marktdata kijk. Volumes in hybride groeien, maar de vraag is of ze snel genoeg groeien voor wat er aan de productiekant wordt opgebouwd.

Wat ik wél zeker weet: zonder de inspanningen van BOM gaan deze ondernemers het niet redden. Niet omdat ze niet goed genoeg zijn — dat zijn ze wel — maar omdat de weg van innovatie naar schaal in deze sector te lang en te duur is om alleen te bewandelen. De matchmaking die BOM doet, is geen luxe. Het is een voorwaarde.

Misschien past dat bij de rol van opiniemaker. Niet alleen zeggen wat er goed gaat, maar ook hardop de vraag stellen of de ambitie en de markt op hetzelfde tempo bewegen.

Die vraag nam ik mee terug naar huis. Het antwoord moet nog komen.

Ik reed voor de tweede keer in een jaar tijd naar Breda. De eerste keer, in oktober vorig jaar, was het herfst en guur — op weg naar The Protein Brewery. Dat werd een column die ik nog steeds met plezier teruglees. Deze keer was het 37 graden. En binnen was het niet veel koeler.

Maar de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) had me uitgenodigd als opiniemaker over de eiwittransitie — in het bijzonder over plant-based — voor de tweede editie van hun Open Kitchen Sessions. Dat woord, opiniemaker, bleef hangen. Iemand stelde me voor als 'je kent hem misschien van Eiwit Trends en Het Financieel Dagblad'. Ik moest er eerlijk gezegd aan wennen. Maar fijn vond ik het wel.

Vervolgens zaten we met vijf gangen en bijpassende alcoholvrije wijnen aan tafel — en vergat ik even de temperatuur buiten.

Ingrediënten voor directe toepassing

De producten waren indrukwekkend. Een vervanger van ei in soesjes die de structuur en binding van het origineel verrassend dicht benaderde. Bietenvezels van Cosun verwerkt in een hybride tartaar die smaak en textuur toevoegde op een manier die ik niet had verwacht. En meer van dat soort werk — geen rookgordijn, maar concrete ingrediënten die je vandaag in een productielijn kunt gooien.

Maar de producten waren niet wat me het meest bijbleef: dat waren de gesprekken.

Er hing een opmerkelijk eerlijke toon aan tafel. De trend die al langer zichtbaar is in de data werd hier breed gedeeld en bevestigd: de markt voor 100% plant-based producten stagneert. En op sommige plekken daalt hij zelfs. Niemand deed verbaasd. Het was alsof de sector eindelijk hardop durft te zeggen wat velen al langer dachten.

Wat me meer opviel, was de mentale verschuiving die daarmee gepaard gaat. Als je écht wilt opschalen — als je significante volumes wil verplaatsen in de voedselketen — dan moet je niet denken in 100% plant-based, maar in hybride. Niet als compromis, maar als strategie. Minder ideologie, meer markt.

Maar het meest concrete van de avond was de rol van BOM zelf.

Matchmaking

Wat ik verwachtte was een subsidieverstrekker met een mooie folder. Wat ik aantrof was een organisatie met een uitgesproken ambitie: Brabant als maakindustrie-hub voor plant-based ingrediënten en producten. En — voor mij de verrassing — een werkwijze die daarbij past. Niet alleen focussen op start-ups, maar opereren als matchmaker tussen scale-ups en grote voedingsmiddelenbedrijven. Concrete deal cards. Partijen bij elkaar aan tafel brengen voor dealmaking die anders niet plaatsvindt.

Volumes in hybride groeien, maar de vraag is of ze snel genoeg groeien

Dat is een ander speelveld dan de meeste regionale ontwikkelingsmaatschappijen betreden. Dit is geen sproeikannenbenadering van innovatiegeld. Dit is gericht verbinden — met als inzet dat Brabantse ondernemers niet alleen mooie producten maken, maar ze ook daadwerkelijk in de markt krijgen.

Is er nu voldoende markt?

Op de terugweg — in een overhitte auto, in een lang ritje richting huis — bleef één vraag in me rondzingen. Is de afzetmarkt voor plant-based grondstoffen — eiwitten, vezels, functionele ingrediënten — in hybride producten op het schap groot genoeg om de ambities van Brabant bij te houden? De logica van hybride klopt: lager risico voor producenten, meer acceptatie bij consumenten, een voet in de deur voor nieuwe ingrediënten. Maar de schaal waarop Brabant wil produceren, veronderstelt een vraag die er nog niet volledig is. En vraag creëren is iets anders dan aanbod organiseren.

Dat is niet per se een bezwaar — het is een vraag die ik mezelf ook stel als ik naar de bredere marktdata kijk. Volumes in hybride groeien, maar de vraag is of ze snel genoeg groeien voor wat er aan de productiekant wordt opgebouwd.

Wat ik wél zeker weet: zonder de inspanningen van BOM gaan deze ondernemers het niet redden. Niet omdat ze niet goed genoeg zijn — dat zijn ze wel — maar omdat de weg van innovatie naar schaal in deze sector te lang en te duur is om alleen te bewandelen. De matchmaking die BOM doet, is geen luxe. Het is een voorwaarde.

Misschien past dat bij de rol van opiniemaker. Niet alleen zeggen wat er goed gaat, maar ook hardop de vraag stellen of de ambitie en de markt op hetzelfde tempo bewegen.

Die vraag nam ik mee terug naar huis. Het antwoord moet nog komen.

Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends

Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees

Beperk risico's met betere investeringen

Versterk je ketenpositie met de juiste partners

Versnel innovaties met de nieuwste trends

Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs Ć©n experts uit de sector.

Alieke Hilhorst

Alieke Hilhorst

Afbeelding

Wendy Noordzij

Chris Polkamp

Chris Polkamp

Abonneer vanaf €19,20/maand

Snel delen

Sina Salim
Sina Salim

Oprichter Protein Shift Consultancy