Ondernemers in de alternatieve eiwitsector werden bij Rabobank in Utrecht bijgepraat hoe ze het exportpotentieel á € 10 miljard kunnen verzilveren. Foto: Wiebe Kiestra/Foodvalley
In dit artikel
De Nederlandse alternatieve eiwitbedrijven zijn goed gepositioneerd voor internationale uitbreiding, het economische exportpotentieel van de sector is meer dan 10 miljard. Om dit potentieel uiterlijk in 2030 te realiseren, moet er snel veel gebeuren.
Waar andere landen zich duidelijk positioneren, hun innovaties in de picture zetten, loopt Nederland achter. Tijdens een bijeenkomst bij Rabobank in Utrecht, mede georganiseerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Foodvalley, zijn ondernemers in de Nederlandse alternatieve eiwitsector bijgepraat over de mogelijkheden.
De alternatieve eiwitsector sluit aan bij alle punten die de RVO wil stimuleren in het internationaal ondernemen. “Voedselzekerheid, klimaat, energie, verdienvermogen en zelfvoorzienendheid komen allemaal terug in de eiwittransitie”, zegt Annemieke Broesterhuizen, afdelingsmanager Internationaal Ondernemen bij het RVO. “De Nederlandse organisaties in de eiwittransitie zijn internationaal leidend. Dat willen wij zo houden.” De RVO wil met deze bijeenkomst inspireren en publiek-private samenwerkingen faciliteren, zodat bedrijven met succes in het buitenland kunnen ondernemen.

Goed voorbereid naar het buitenland
De voornaamste boodschap vanuit de verschillende instellingen, van RVO tot impact investeerder Fair Capital, is dat internationalisering een solide business case vereist. Alle bedrijven lopen tegen deze obstakels aan als ze willen uitbreiden in het buitenland. De kosten stijgen snel tijdens het zakendoen in het buitenland. Een bedrijf moet een duidelijk beeld hebben wat het kan verdienen in het buitenland om de investering te verantwoorden.
De RVO biedt veel informatie, netwerk en netwerkmogelijkheden aan bedrijven die willen internationaliseren. Als voorbeeld geeft ze het nieuw sectorrapport waar het RVO aan werkt over de kansen voor Nederlandse bedrijven in de eiwittransitie in België. In zo’n rapport wordt dieper ingegaan op de zakelijke etiquette en de verschillen in wet- en regelgeving in deze andere markt.
Handelsmissie gebruiken
Naast dit soort rapportages organiseert het RVO trainingen, kunnen zij helpen met marktonderzoek, biedt het een netwerk en organiseren ze handelsmissies. Broesterhuizen adviseert om bij eventuele ambities in een andere markt mee te gaan met een handelsmissie in die markt. Naast hulp bij de juiste contacten te leggen, leren de deelnemers van de handelsmissie van elkaar. De Rijksdienst heeft daarnaast specialisten, per sector en per land, en kan ook contact leggen tussen ambassades en attachés in het buitenland.
Mocht de stap naar het buitenland de juiste keuze zijn, speelt de RVO een verbindende rol bij het verkrijgen van de financiering. De overheidsorganisatie helpt bedrijven met haalbaarheidsstudies en investeringsvoorbereiding. Daarmee kan een bedrijf een financiële instelling benaderen voor de nodige fondsen. Er is veel voorwerk nodig om echt goed internationaal zaken te doen. “We denken er vaak te simpel over”, zegt Broesterhuizen.
Buitenlandse uitbreiding is risicovol
Ondernemers onderschatten hoezeer uitbreiding naar een buitenlandse markt risicovol en kostbaar is. Fair Capital, een impact investeringsmaatschappij, investeert in bedrijven niet alleen voor het rendement maar kijkt ook naar de impact van het bedrijf op maatschappij en milieu. Zij investeren onder andere in bedrijven actief in de eiwittransitie. “Uitbreiding naar het buitenland betekent altijd minder focus op andere facetten van de onderneming en kost veel geld en tijd. Dat is alleen de moeite waard als het echt een afzet oplevert die dichter bij huis niet te vinden is. Vaak is een uitbreiding naar het buitenland niet noodzakelijk voor een gezonde groei van het bedrijf.”
Uitbreiding naar het buitenland betekent altijd minder focus op andere facetten van de onderneming en kost veel geld en tijd
Als een bedrijf solide opbrengsten draait in Nederland, kan het krediet vragen voor een uitbreiding naar het buitenland. Ruud Evers van Rabobank legt uit hoe de bank de kredietverstrekking opbouwt. “Internationalisering begint in eerste instantie met exporteren. Als dat goed gaat kan een bedrijf een verkoopkantoor in het buitenland opzetten. Uiteindelijk kan productie en opslag ter plekke nodig zijn. De kosten en daarmee de risico’s en benodigde krediet nemen bij elke stap toe.” Bij elke stap naar meer mankracht, kantoren en productie in het buitenland zijn verschillende leningen beschikbaar om de kosten te dekken.
In de basis internationaal
In sommige gevallen zijn er bedrijven die in de basis niet alleen in Nederland opereren. Invest International is opgezet vanuit het Ministerie van Financiën en FMO om start-ups en scale-ups te helpen met een internationale basis. The Seaweed Company is hier een voorbeeld van. Het bedrijf wil zeewier telen, drogen en verwerken tot producten, maar de Hollandse kust is niet heel geschikt voor zeewierteelt. Het bedrijf opereert als start-up al internationaal door de plantages buiten Nederland te vestigen, terwijl de verwerking en commercialisering in Nederland plaatsvindt. Hierdoor vallen dit soort bedrijven al snel buiten bestaande financieringsmodellen. “Als een bedrijf nergens anders echt past, kloppen ze bij ons aan”, zegt Raymond Beimers van Invest International.

Ieder voor zich
De realiteit is dat vooral een individuele onderneming die al goede cijfers draait in aanmerking komt voor financiering voor uitbreiding in het buitenland. Zelfs voor dergelijke bedrijven is uitbreiding niet makkelijk. Frank van der Sluis van Protix, dat ingrediënten op basis van insecten produceert, mist ondersteuning vanuit de Nederlandse overheid om de sector te behouden voor Nederland. “De rente op leningen is hoog en investeerders willen sneller rendement. Wat te denken van bijvoorbeeld garanties vanuit de Nederlandse overheid, zodat investeerders eerder durven investeren.” Dat soort garanties zijn er meer in algemene zin om bedrijven door risicovolle stadia in internationalisering heen te krijgen, dan voor de stimulans van een sector op zich.
Geen gelijk speelveld
Cher Glaser, impactinvesteerder bij Fair Capital, erkent dat er nog geen gelijk speelveld is voor de alternatieve eiwitsector. “De dierlijke eiwitsector krijgt momenteel meer subsidies en ondersteuning, terwijl de alternatieve eiwitsector een duurzamer alternatief biedt. Helaas is dat het speelveld nu. Nederland laat daarentegen veel mooi innovaties zien. Zoek elkaar op om dat marktpotentieel te vinden.”
Bekoeld investeringsklimaat
De bedrijven actief in de alternatieve eiwitsector die producten ontwikkelen zonder goedkeuring op de Europese markt, kunnen weinig zeggen over de terugverdientijd op een investering. De risico’s voor investeerders zijn daardoor aanzienlijk. Door de soepele wet-en regelgeving in andere landen zijn veel bedrijven in precisiefermentatie en gecultiveerde vlees wel al geïnternationaliseerd. Vincent Krudde van Nutreco, een diervoederproducent die werkt aan groeimedium voor gecultiveerd vlees, vertelt over hoe zij omgaan met het bekoelde investeringsklimaat. “De investeerders zien nog veel risico’s en weten niet wanneer ze iets terugverdienen. Dat komt door technologische, economische problemen en onduidelijkheid over de wet- en regelgeving en consumentenacceptatie.”
Samen risico’s verkleinen
Een deel van de risico’s kan gemitigeerd worden als de partners elkaar in de keten die nodig is voor kweekvleesproductie helpen. “De goedkeuring op de Europese markt is slechts één van de risico’s. Bedrijven kunnen zich al voorbereiden voor die goedkeuring door zoveel mogelijk onzekerheid over opschaling en ketenopbouw weg te nemen.” Nutreco investeert in de partners in hun keten, omdat zij het beleveren van de gecultiveerde vleesproducenten zien als onderdeel van hun eigen strategie. Steun aan ketenpartners is voor Nutreco cruciaal om uiteindelijk te verdienen aan zijn eigen rol in die keten, zodra gecultiveerd eiwit goedgekeurd wordt als Novel food.
De juiste partijen vinden voor de buitenlandse uitbreiding en een internationale keten in een vreemd land kan lastig zijn. Jeroen Willemsen van Foodvalley spreekt uit eigen ervaring toen hij meer afzetmogelijkheden zocht na de bouw van de fabriek van Ojah, producent van vleesvervangers. Hij ging mee met een handelsmissie, deed contacten op maar het kostte allemaal veel tijd. Uiteindelijk merkte hij dat een bedrijf breder zichtbaar moet zijn om partners in het buitenland te vinden.

Nederland in de etalage
Foodvalley heeft subsidie gekregen voor het onderzoeken van de waarde van een mogelijke internationale eiwitstrategie. “Voor het einde van 2025 ronden we de haalbaarheidsstudie af en presenteren deze aan het ministerie van LVVN”, zegt Willemsen. “In 2026 kunnen we starten met de opzet van een etalage, Future Protein NL, waarin Nederlandse eiwitbedrijven zichzelf aan de wereld presenteren en makkelijk gevonden kunnen worden. Uit alle interviews komt al een duidelijke focus naar voren: The Netherlands: Global hub for scaling innovative solutions to increase protein self-sufficiency.
In 2026 starten we met de opzet van een etalage, Future Protein NL, waarin Nederlandse eiwitbedrijven zichzelf aan de wereld presenteren en makkelijk gevonden kunnen worden
Hoewel de internationale kansen voor de alternatieve eiwitsector groot zijn, blijkt de stap naar het buitenland complex, kostbaar en risicovol. Zonder duidelijke businesscase, goede voorbereiding en samenwerking binnen de keten stranden veel ambities voortijdig. Future Protein NL kan Nederland in de etalage zetten als land met de kennis, netwerken en innovatieve slagkracht om de wereld te helpen met zelfvoorzienendheid. Met gerichte ondersteuning vanuit publieke instellingen, investeerders en sectororganisaties kan de eiwittransitie uitgroeien tot een krachtig exportverhaal - minder in kilo’s, meer in kennis, impact en toekomstbestendige groei. Doel is dan om niet later dan 2030 de grens van € 10 miljard te slechten, als het gaat om de exportwaarde van de Nederlandse alternatieve eiwitsector. Ter referentie: in 2023 bedroeg deze 840 miljoen (Foodvalley, 2023).
De Nederlandse alternatieve eiwitbedrijven zijn goed gepositioneerd voor internationale uitbreiding, het economische exportpotentieel van de sector is meer dan 10 miljard. Om dit potentieel uiterlijk in 2030 te realiseren, moet er snel veel gebeuren.
Waar andere landen zich duidelijk positioneren, hun innovaties in de picture zetten, loopt Nederland achter. Tijdens een bijeenkomst bij Rabobank in Utrecht, mede georganiseerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en Foodvalley, zijn ondernemers in de Nederlandse alternatieve eiwitsector bijgepraat over de mogelijkheden.
De alternatieve eiwitsector sluit aan bij alle punten die de RVO wil stimuleren in het internationaal ondernemen. “Voedselzekerheid, klimaat, energie, verdienvermogen en zelfvoorzienendheid komen allemaal terug in de eiwittransitie”, zegt Annemieke Broesterhuizen, afdelingsmanager Internationaal Ondernemen bij het RVO. “De Nederlandse organisaties in de eiwittransitie zijn internationaal leidend. Dat willen wij zo houden.” De RVO wil met deze bijeenkomst inspireren en publiek-private samenwerkingen faciliteren, zodat bedrijven met succes in het buitenland kunnen ondernemen.

Goed voorbereid naar het buitenland
De voornaamste boodschap vanuit de verschillende instellingen, van RVO tot impact investeerder Fair Capital, is dat internationalisering een solide business case vereist. Alle bedrijven lopen tegen deze obstakels aan als ze willen uitbreiden in het buitenland. De kosten stijgen snel tijdens het zakendoen in het buitenland. Een bedrijf moet een duidelijk beeld hebben wat het kan verdienen in het buitenland om de investering te verantwoorden.
De RVO biedt veel informatie, netwerk en netwerkmogelijkheden aan bedrijven die willen internationaliseren. Als voorbeeld geeft ze het nieuw sectorrapport waar het RVO aan werkt over de kansen voor Nederlandse bedrijven in de eiwittransitie in België. In zo’n rapport wordt dieper ingegaan op de zakelijke etiquette en de verschillen in wet- en regelgeving in deze andere markt.
Handelsmissie gebruiken
Naast dit soort rapportages organiseert het RVO trainingen, kunnen zij helpen met marktonderzoek, biedt het een netwerk en organiseren ze handelsmissies. Broesterhuizen adviseert om bij eventuele ambities in een andere markt mee te gaan met een handelsmissie in die markt. Naast hulp bij de juiste contacten te leggen, leren de deelnemers van de handelsmissie van elkaar. De Rijksdienst heeft daarnaast specialisten, per sector en per land, en kan ook contact leggen tussen ambassades en attachés in het buitenland.
Mocht de stap naar het buitenland de juiste keuze zijn, speelt de RVO een verbindende rol bij het verkrijgen van de financiering. De overheidsorganisatie helpt bedrijven met haalbaarheidsstudies en investeringsvoorbereiding. Daarmee kan een bedrijf een financiële instelling benaderen voor de nodige fondsen. Er is veel voorwerk nodig om echt goed internationaal zaken te doen. “We denken er vaak te simpel over”, zegt Broesterhuizen.
Buitenlandse uitbreiding is risicovol
Ondernemers onderschatten hoezeer uitbreiding naar een buitenlandse markt risicovol en kostbaar is. Fair Capital, een impact investeringsmaatschappij, investeert in bedrijven niet alleen voor het rendement maar kijkt ook naar de impact van het bedrijf op maatschappij en milieu. Zij investeren onder andere in bedrijven actief in de eiwittransitie. “Uitbreiding naar het buitenland betekent altijd minder focus op andere facetten van de onderneming en kost veel geld en tijd. Dat is alleen de moeite waard als het echt een afzet oplevert die dichter bij huis niet te vinden is. Vaak is een uitbreiding naar het buitenland niet noodzakelijk voor een gezonde groei van het bedrijf.”
Uitbreiding naar het buitenland betekent altijd minder focus op andere facetten van de onderneming en kost veel geld en tijd
Als een bedrijf solide opbrengsten draait in Nederland, kan het krediet vragen voor een uitbreiding naar het buitenland. Ruud Evers van Rabobank legt uit hoe de bank de kredietverstrekking opbouwt. “Internationalisering begint in eerste instantie met exporteren. Als dat goed gaat kan een bedrijf een verkoopkantoor in het buitenland opzetten. Uiteindelijk kan productie en opslag ter plekke nodig zijn. De kosten en daarmee de risico’s en benodigde krediet nemen bij elke stap toe.” Bij elke stap naar meer mankracht, kantoren en productie in het buitenland zijn verschillende leningen beschikbaar om de kosten te dekken.
In de basis internationaal
In sommige gevallen zijn er bedrijven die in de basis niet alleen in Nederland opereren. Invest International is opgezet vanuit het Ministerie van Financiën en FMO om start-ups en scale-ups te helpen met een internationale basis. The Seaweed Company is hier een voorbeeld van. Het bedrijf wil zeewier telen, drogen en verwerken tot producten, maar de Hollandse kust is niet heel geschikt voor zeewierteelt. Het bedrijf opereert als start-up al internationaal door de plantages buiten Nederland te vestigen, terwijl de verwerking en commercialisering in Nederland plaatsvindt. Hierdoor vallen dit soort bedrijven al snel buiten bestaande financieringsmodellen. “Als een bedrijf nergens anders echt past, kloppen ze bij ons aan”, zegt Raymond Beimers van Invest International.

Ieder voor zich
De realiteit is dat vooral een individuele onderneming die al goede cijfers draait in aanmerking komt voor financiering voor uitbreiding in het buitenland. Zelfs voor dergelijke bedrijven is uitbreiding niet makkelijk. Frank van der Sluis van Protix, dat ingrediënten op basis van insecten produceert, mist ondersteuning vanuit de Nederlandse overheid om de sector te behouden voor Nederland. “De rente op leningen is hoog en investeerders willen sneller rendement. Wat te denken van bijvoorbeeld garanties vanuit de Nederlandse overheid, zodat investeerders eerder durven investeren.” Dat soort garanties zijn er meer in algemene zin om bedrijven door risicovolle stadia in internationalisering heen te krijgen, dan voor de stimulans van een sector op zich.
Geen gelijk speelveld
Cher Glaser, impactinvesteerder bij Fair Capital, erkent dat er nog geen gelijk speelveld is voor de alternatieve eiwitsector. “De dierlijke eiwitsector krijgt momenteel meer subsidies en ondersteuning, terwijl de alternatieve eiwitsector een duurzamer alternatief biedt. Helaas is dat het speelveld nu. Nederland laat daarentegen veel mooi innovaties zien. Zoek elkaar op om dat marktpotentieel te vinden.”
Bekoeld investeringsklimaat
De bedrijven actief in de alternatieve eiwitsector die producten ontwikkelen zonder goedkeuring op de Europese markt, kunnen weinig zeggen over de terugverdientijd op een investering. De risico’s voor investeerders zijn daardoor aanzienlijk. Door de soepele wet-en regelgeving in andere landen zijn veel bedrijven in precisiefermentatie en gecultiveerde vlees wel al geïnternationaliseerd. Vincent Krudde van Nutreco, een diervoederproducent die werkt aan groeimedium voor gecultiveerd vlees, vertelt over hoe zij omgaan met het bekoelde investeringsklimaat. “De investeerders zien nog veel risico’s en weten niet wanneer ze iets terugverdienen. Dat komt door technologische, economische problemen en onduidelijkheid over de wet- en regelgeving en consumentenacceptatie.”
Samen risico’s verkleinen
Een deel van de risico’s kan gemitigeerd worden als de partners elkaar in de keten die nodig is voor kweekvleesproductie helpen. “De goedkeuring op de Europese markt is slechts één van de risico’s. Bedrijven kunnen zich al voorbereiden voor die goedkeuring door zoveel mogelijk onzekerheid over opschaling en ketenopbouw weg te nemen.” Nutreco investeert in de partners in hun keten, omdat zij het beleveren van de gecultiveerde vleesproducenten zien als onderdeel van hun eigen strategie. Steun aan ketenpartners is voor Nutreco cruciaal om uiteindelijk te verdienen aan zijn eigen rol in die keten, zodra gecultiveerd eiwit goedgekeurd wordt als Novel food.
De juiste partijen vinden voor de buitenlandse uitbreiding en een internationale keten in een vreemd land kan lastig zijn. Jeroen Willemsen van Foodvalley spreekt uit eigen ervaring toen hij meer afzetmogelijkheden zocht na de bouw van de fabriek van Ojah, producent van vleesvervangers. Hij ging mee met een handelsmissie, deed contacten op maar het kostte allemaal veel tijd. Uiteindelijk merkte hij dat een bedrijf breder zichtbaar moet zijn om partners in het buitenland te vinden.

Nederland in de etalage
Foodvalley heeft subsidie gekregen voor het onderzoeken van de waarde van een mogelijke internationale eiwitstrategie. “Voor het einde van 2025 ronden we de haalbaarheidsstudie af en presenteren deze aan het ministerie van LVVN”, zegt Willemsen. “In 2026 kunnen we starten met de opzet van een etalage, Future Protein NL, waarin Nederlandse eiwitbedrijven zichzelf aan de wereld presenteren en makkelijk gevonden kunnen worden. Uit alle interviews komt al een duidelijke focus naar voren: The Netherlands: Global hub for scaling innovative solutions to increase protein self-sufficiency.
In 2026 starten we met de opzet van een etalage, Future Protein NL, waarin Nederlandse eiwitbedrijven zichzelf aan de wereld presenteren en makkelijk gevonden kunnen worden
Hoewel de internationale kansen voor de alternatieve eiwitsector groot zijn, blijkt de stap naar het buitenland complex, kostbaar en risicovol. Zonder duidelijke businesscase, goede voorbereiding en samenwerking binnen de keten stranden veel ambities voortijdig. Future Protein NL kan Nederland in de etalage zetten als land met de kennis, netwerken en innovatieve slagkracht om de wereld te helpen met zelfvoorzienendheid. Met gerichte ondersteuning vanuit publieke instellingen, investeerders en sectororganisaties kan de eiwittransitie uitgroeien tot een krachtig exportverhaal - minder in kilo’s, meer in kennis, impact en toekomstbestendige groei. Doel is dan om niet later dan 2030 de grens van € 10 miljard te slechten, als het gaat om de exportwaarde van de Nederlandse alternatieve eiwitsector. Ter referentie: in 2023 bedroeg deze 840 miljoen (Foodvalley, 2023).
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Wendy Noordzij
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp