Het verdienmodel van plantaardige producenten is te veel gericht op volume en niet op winst. Foto: Jan Willem Schouten
In dit artikel
Vorig jaar schreef ik in EiwitTrends de column ‘Wat is De Vegetarische Slager echt waard?’. Daarin stelde ik één vraag centraal: wat betaal je voor een merk dat nog steeds het potentieel heeft om marktleider te zijn? Die vraag blijkt achteraf minder theoretisch dan ik dacht.
Uit de recente jaarcijfers van Unilever, waarover NRC berichtte, blijkt dat het concern verlies heeft geleden op de verkoop van De Vegetarische Slager aan Vivera. Volgens NRC werd op drie verkochte merken samen €56 miljoen verlies genomen, terwijl op Conimex juist winst werd geboekt. De implicatie is helder: De Vegetarische Slager stond voor meer in de boeken dan wat de markt ervoor over had.
Opkomende markten
Na eerdere afwaarderingen bij internationale spelers zoals Beyond Meat kun je moeilijk ontkennen dat de sector van plantaardige vleesvervangers met fundamentele problemen kampt. Natuurlijk, elke opkomende markt kent zijn cyclus van euforie en correctie. Eerst de pioniers, dan de cowboys, daarna de realiteit. Het is bijna een natuurwet.
Maar hier speelt meer. Deze sector is al ruim twintig jaar onderweg en benadrukt terecht hoe fundamenteel de transitie is die hij wil realiseren. Minder uitstoot, minder druk op landgebruik, herstel van biodiversiteit – het raakt twee van de grootste vraagstukken van onze generatie: klimaatverandering en het instorten van ecosystemen.
Eerst de pioniers, dan de cowboys, daarna de realiteit. Het is bijna een natuurwet
Verlies vanzelfsprekend
Juist daarom kun je niet blijven verwachten dat investeerders het vanzelfsprekend vinden dat deze groeisector structureel verlies draait. Het idee dat er telkens nieuw kapitaal beschikbaar is om groei, opschaling en marketing te financieren, zonder dat winstgevendheid in zicht komt, begint te wringen. Idealistische urgentie is geen vervanging voor een robuust verdienmodel.
Wat daarbij ook niet helpt, is het terugkerende narratief – hoe begrijpelijk ook – dat er wereldwijd nog nauwelijks geld te verdienen valt en dat er nog vele jaren en miljarden nodig zijn om door de beruchte ‘valley of death’ te komen. Dat verhaal is niet alleen door investeerders omarmd, maar ook door boegbeelden uit de sector zelf regelmatig bevestigd. De oprichters van De Vegetarische Slager hebben met hun eigen kapitaal en lef de sector een enorme dienst bewezen. Tegelijkertijd heeft de dominante strategie van de afgelopen twintig jaar – eerst snel groeien, marktaandeel veroveren en sterke merken bouwen, winst volgt later – dit denken mede gevoed. In het huidige investeringsklimaat is juist die volgorde niet langer vanzelfsprekend.
Want de vleesvervangersmarkt is nog steeds de grootste afnemer van innovaties uit fermentatie en kweekvlees. Als daar de volumes stagneren, voelen ingrediëntenstart-ups dat direct in hun bioreactor. Wat begint als een afwaardering bij een merk, kan eindigen als een kettingreactie in de hele eiwitketen.
Transparantie ontbreekt
En dan is er nog iets dat me opviel in dezelfde NRC-publicatie: NRC was niet welkom bij de persconferentie van Unilever over de jaarcijfers. Alleen ANP en het FD mochten aanschuiven. Dat is hun goed recht, maar in een sector die kapitaalintensief en vertrouwen-gedreven is, voelt minder openheid als een gemiste kans.
Ik had liever ongelijk gehad. Echt. Want forse afwaarderingen betekenen niet alleen verlies voor aandeelhouders, maar ook minder investeringsruimte voor de volgende generatie innovaties.
Misschien is dit het moment voor meer transparantie richting consument én kapitaalmarkt. Minder belofte, meer onderbouwing. Minder droomwaarderingen, meer realistische marges. De eiwittransitie kan veel hebben, maar geen mist én geen businessmodel dat structureel op hoop is gebouwd.
Vorig jaar schreef ik in EiwitTrends de column ‘Wat is De Vegetarische Slager echt waard?’. Daarin stelde ik één vraag centraal: wat betaal je voor een merk dat nog steeds het potentieel heeft om marktleider te zijn? Die vraag blijkt achteraf minder theoretisch dan ik dacht.
Uit de recente jaarcijfers van Unilever, waarover NRC berichtte, blijkt dat het concern verlies heeft geleden op de verkoop van De Vegetarische Slager aan Vivera. Volgens NRC werd op drie verkochte merken samen €56 miljoen verlies genomen, terwijl op Conimex juist winst werd geboekt. De implicatie is helder: De Vegetarische Slager stond voor meer in de boeken dan wat de markt ervoor over had.
Opkomende markten
Na eerdere afwaarderingen bij internationale spelers zoals Beyond Meat kun je moeilijk ontkennen dat de sector van plantaardige vleesvervangers met fundamentele problemen kampt. Natuurlijk, elke opkomende markt kent zijn cyclus van euforie en correctie. Eerst de pioniers, dan de cowboys, daarna de realiteit. Het is bijna een natuurwet.
Maar hier speelt meer. Deze sector is al ruim twintig jaar onderweg en benadrukt terecht hoe fundamenteel de transitie is die hij wil realiseren. Minder uitstoot, minder druk op landgebruik, herstel van biodiversiteit – het raakt twee van de grootste vraagstukken van onze generatie: klimaatverandering en het instorten van ecosystemen.
Eerst de pioniers, dan de cowboys, daarna de realiteit. Het is bijna een natuurwet
Verlies vanzelfsprekend
Juist daarom kun je niet blijven verwachten dat investeerders het vanzelfsprekend vinden dat deze groeisector structureel verlies draait. Het idee dat er telkens nieuw kapitaal beschikbaar is om groei, opschaling en marketing te financieren, zonder dat winstgevendheid in zicht komt, begint te wringen. Idealistische urgentie is geen vervanging voor een robuust verdienmodel.
Wat daarbij ook niet helpt, is het terugkerende narratief – hoe begrijpelijk ook – dat er wereldwijd nog nauwelijks geld te verdienen valt en dat er nog vele jaren en miljarden nodig zijn om door de beruchte ‘valley of death’ te komen. Dat verhaal is niet alleen door investeerders omarmd, maar ook door boegbeelden uit de sector zelf regelmatig bevestigd. De oprichters van De Vegetarische Slager hebben met hun eigen kapitaal en lef de sector een enorme dienst bewezen. Tegelijkertijd heeft de dominante strategie van de afgelopen twintig jaar – eerst snel groeien, marktaandeel veroveren en sterke merken bouwen, winst volgt later – dit denken mede gevoed. In het huidige investeringsklimaat is juist die volgorde niet langer vanzelfsprekend.
Want de vleesvervangersmarkt is nog steeds de grootste afnemer van innovaties uit fermentatie en kweekvlees. Als daar de volumes stagneren, voelen ingrediëntenstart-ups dat direct in hun bioreactor. Wat begint als een afwaardering bij een merk, kan eindigen als een kettingreactie in de hele eiwitketen.
Transparantie ontbreekt
En dan is er nog iets dat me opviel in dezelfde NRC-publicatie: NRC was niet welkom bij de persconferentie van Unilever over de jaarcijfers. Alleen ANP en het FD mochten aanschuiven. Dat is hun goed recht, maar in een sector die kapitaalintensief en vertrouwen-gedreven is, voelt minder openheid als een gemiste kans.
Ik had liever ongelijk gehad. Echt. Want forse afwaarderingen betekenen niet alleen verlies voor aandeelhouders, maar ook minder investeringsruimte voor de volgende generatie innovaties.
Misschien is dit het moment voor meer transparantie richting consument én kapitaalmarkt. Minder belofte, meer onderbouwing. Minder droomwaarderingen, meer realistische marges. De eiwittransitie kan veel hebben, maar geen mist én geen businessmodel dat structureel op hoop is gebouwd.
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Wendy Noordzij
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp