Gele erwt, veldbonen en linzen en eiwitpoeders. Foto: Afbeelding gegenereerd met AI Reve.art
De vraag naar plantaardige ingrediënten neemt toe en daarmee ook het portfolio aan ingrediënten. Waar traditioneel tarwegluten en soja-eiwit het speelveld waren, breidt dat zich langzaam verder uit. Wat zijn de trends op de ingrediëntenmarkt? Ingrediëntenleveranciers Aminola en Magellan Food Ingredients geven een inkijkje.
Er is veel gaande op het handelstoneel: Trumps handelsoorlog, vogelgriep, ga zo maar door. Geen reden voor paniek bij Aminola, distributeur van hoogwaardige plantaardige ingrediënten. Loek Vesters, business development manager bij Aminola: “We zien dat voedingsproducenten kijken naar alternatieven voor volatiele ingrediënten. Voorbeelden als kippenei of wei-eiwit vervangen voor een stabieler ingrediënt zijn dagelijkse aanvragen. Het plantaardig maken van een product is dan niet het primaire motief, maar beschikbaarheid en prijs.”
Erwt, veldboon en lupine steeds interessanter
Het zijn uitdagende ingrediënten om te vervangen door de unieke functionaliteiten. Maar de plantaardige opties worden steeds beter. “Er is steeds meer diversiteit aan ingrediënten. Soja en tarwegluten zijn traditioneel gezien de meest gebruikte grondstoffen, omdat ze functioneel zijn en betaalbaar,” vertelt Vesters.
Aminola is niet meer actief in soja en richt zich op andere gewassen waarmee het bedrijf het verschil kan maken, zoals veldbonen of kikkererwten. “We zien dat erwt terrein wint, omdat het functioneel is en lokaal geproduceerd kan worden. Hetzelfde geldt voor veldboon en lupine. Er is vraag naar ingrediënten die functioneel en nutritioneel iets te bieden hebben, neutraal zijn van smaak en geur en ook nog eens betaalbaar zijn.”
Concentraten steeds beter
“Het wordt ook steeds makkelijker om nieuwe grondstoffen te gebruiken”, zegt Vesters. Dat komt doordat de productietechnologieën voor ingrediënten verbeteren. Daardoor komen er meer opties voor bedrijven met een specifiek vraagstuk. “Waar voorheen vaak voor een isolaat werd gekozen, zijn er nu steeds vaker bedrijven die een concentraat kunnen gebruiken.”
Dit geldt niet voor alle toepassingen, maar concentraten hebben een steeds betere functionaliteit en sensorisch profiel. Concentraten zijn minder ‘zuiver’, ofwel ze bevatten minder eiwit. Een concentraat bevat ongeveer 60% eiwit een isolaat bestaat voor meer dan 80% uit eiwit. “Isolaten zijn nog steeds populair, omdat het andere voedingswaarde, functionaliteit en smaak biedt. Maar ik zie dat voedingsbedrijven ook steeds beter uit de voeten kunnen met concentraten. Ook doordat de eigen verwerkingstechnieken verbeteren. Bovendien zijn concentraten financieel aantrekkelijker, omdat isolaten gemiddeld twee tot drie keer zo duur zijn."
Ik zie dat voedingsbedrijven steeds beter uit de voeten kunnen met concentraten
Vesters ziet dat zijn klanten op zoek zijn naar eiwit ingrediënten die minder smaak en geur bevatten. “Dat is de nummer 1 uitdaging. Veel van onze klanten willen een neutraal, functioneel en betaalbaar eiwit voor hun producten. Wij kunnen dit bieden door de strategische samenwerking met het Indiase Relsus. Ik ben ervan overtuigd dat deze ingrediënten de eiwittransitie vooruit gaan helpen, doordat er geen ongewenste bijsmaak is, maar tegelijkertijd wel zeer goede oplosbaarheid en verschillende functionaliteiten.”
Producenten zijn altijd op zoek naar de beste grondstoffen en beschikbaarheid waarbij kwaliteit stabiel is. “Het kan puzzelen zijn, maar we zien dat er steeds meer en betere opties op de markt komen. Soja en tarwegluten hoeven niet langer de basis grondstoffen voor plantaardige voeding te zijn.”
Kosten besparen belangrijkste motief
Ook bij Magellan Food Ingredients focussen ze op andere grondstoffen dan soja en tarwegluten. “Onze klanten hebben veel uitdagingen waarbij wij ze willen helpen. Smaak en textuur zijn grote uitdagingen, maar ook de prijs”, zegt CEO Cesar Asselin. De klantenkring van Magellan zit voornamelijk in de Benelux en in allerlei plantaardige sectoren: van sportvoeding tot vleesvervangers. De bedrijven zijn op zoek creatieve oplossingen.
Op dit moment is kosten een van de grootste uitdagingen. Producenten zijn volgens Asselin op zoek naar goedkopere ingrediënten voor hun specifieke toepassing, maar het moet ook vooral goed werken. “We hebben succes met een plantaardig vet, waarmee het je verzadigd vet in het product kunt verlagen maar een goed mondgevoel behoudt. Verder is er altijd vraag naar ingrediënten die methylcellulose kunnen vervangen.”
Kippenei-eiwit vervangen
Methylcellulose is kunstmatig geproduceerd bindmiddel op basis van houtvezels. Het kan kippenei-eiwit vervangen en zo producten volledig plantaardig maken. “Het is een goed en goedkoop ingrediënt, maar het staat niet mooi op de ingrediëntendeclaratie. Bedrijven vragen altijd naar opties om het te kunnen vervangen.”
Asselin ziet de vraag ook toenemen nu de eierprijzen toenemen. “Voedingsproducenten zijn op zoek naar alternatieven omdat de eierprijzen zo veranderlijk zijn. Je hebt heel mooi ingrediënten zoals rubisco-eiwit, soja-eiwit en aardappeleiwit die vergelijkbaar zijn met kippenei-eiwit. Maar die kunnen dat niet voor dezelfde prijs.”
Als je veel ingrediënten nodig hebt om een lekker product te maken, dan is dat prima. De consument ziet dat nog niet
In het voorbeeld van methylcellulose is de clean-label-trend al terug te zien, maar Asselin ziet dit als een bredere trend in de gehele plantaardige categorie. “Deze voedingsmiddelen worden nu als ‘ultrabewerkt’ neergezet en mijn klanten kijken naar mogelijkheden om de ingrediëntenlijst in te korten en bekende grondstoffen gebruiken. Persoonlijk denk ik dat dit minder relevant zou moeten zijn. Ik wil een industrie die gezonde, duurzame en lokale producten gebruikt en maakt en als je veel ingrediënten nodig hebt om een lekker product te maken, dan is dat prima. Maar de consument ziet dat nog niet.”
Linzen en pinda-eiwit
Doordat Magellan Foods Ingredients zich niet richt op de grote massa zien zij ook nieuwe eiwitbronnen die interessante eigenschappen hebben. “Pinda-eiwitisolaat is iets wat ik op dit moment erg interessant vindt. In eiwitrepen wordt nu vaak gebruik gemaakt van soja of erwteiwit, maar soja heeft een imagoprobleem en erwt een vervelende nasmaak. Pinda-eiwit complimenteert de smaak van de reep juist.”
Daarnaast ziet Asselin kansen voor velbonen en linzen. Linzen zijn vooral interessant door de kleur, ‘erg geschikt voor zalmvervangers door de rode kleur’, maar is nog te duur. Veldbonen hebben een onwenselijke bijsmaak. “Zonnebloem-eiwit is ook erg mooi, maar de beschikbaarheid is nu nog beperkt.”
Lees ook: Rubisco: in Europa niet verkrijgbaar, in VS schaalt Plantible op
De vraag naar plantaardige ingrediënten neemt toe en daarmee ook het portfolio aan ingrediënten. Waar traditioneel tarwegluten en soja-eiwit het speelveld waren, breidt dat zich langzaam verder uit. Wat zijn de trends op de ingrediëntenmarkt? Ingrediëntenleveranciers Aminola en Magellan Food Ingredients geven een inkijkje.
Er is veel gaande op het handelstoneel: Trumps handelsoorlog, vogelgriep, ga zo maar door. Geen reden voor paniek bij Aminola, distributeur van hoogwaardige plantaardige ingrediënten. Loek Vesters, business development manager bij Aminola: “We zien dat voedingsproducenten kijken naar alternatieven voor volatiele ingrediënten. Voorbeelden als kippenei of wei-eiwit vervangen voor een stabieler ingrediënt zijn dagelijkse aanvragen. Het plantaardig maken van een product is dan niet het primaire motief, maar beschikbaarheid en prijs.”
Erwt, veldboon en lupine steeds interessanter
Het zijn uitdagende ingrediënten om te vervangen door de unieke functionaliteiten. Maar de plantaardige opties worden steeds beter. “Er is steeds meer diversiteit aan ingrediënten. Soja en tarwegluten zijn traditioneel gezien de meest gebruikte grondstoffen, omdat ze functioneel zijn en betaalbaar,” vertelt Vesters.
Aminola is niet meer actief in soja en richt zich op andere gewassen waarmee het bedrijf het verschil kan maken, zoals veldbonen of kikkererwten. “We zien dat erwt terrein wint, omdat het functioneel is en lokaal geproduceerd kan worden. Hetzelfde geldt voor veldboon en lupine. Er is vraag naar ingrediënten die functioneel en nutritioneel iets te bieden hebben, neutraal zijn van smaak en geur en ook nog eens betaalbaar zijn.”
Concentraten steeds beter
“Het wordt ook steeds makkelijker om nieuwe grondstoffen te gebruiken”, zegt Vesters. Dat komt doordat de productietechnologieën voor ingrediënten verbeteren. Daardoor komen er meer opties voor bedrijven met een specifiek vraagstuk. “Waar voorheen vaak voor een isolaat werd gekozen, zijn er nu steeds vaker bedrijven die een concentraat kunnen gebruiken.”
Dit geldt niet voor alle toepassingen, maar concentraten hebben een steeds betere functionaliteit en sensorisch profiel. Concentraten zijn minder ‘zuiver’, ofwel ze bevatten minder eiwit. Een concentraat bevat ongeveer 60% eiwit een isolaat bestaat voor meer dan 80% uit eiwit. “Isolaten zijn nog steeds populair, omdat het andere voedingswaarde, functionaliteit en smaak biedt. Maar ik zie dat voedingsbedrijven ook steeds beter uit de voeten kunnen met concentraten. Ook doordat de eigen verwerkingstechnieken verbeteren. Bovendien zijn concentraten financieel aantrekkelijker, omdat isolaten gemiddeld twee tot drie keer zo duur zijn."
Ik zie dat voedingsbedrijven steeds beter uit de voeten kunnen met concentraten
Vesters ziet dat zijn klanten op zoek zijn naar eiwit ingrediënten die minder smaak en geur bevatten. “Dat is de nummer 1 uitdaging. Veel van onze klanten willen een neutraal, functioneel en betaalbaar eiwit voor hun producten. Wij kunnen dit bieden door de strategische samenwerking met het Indiase Relsus. Ik ben ervan overtuigd dat deze ingrediënten de eiwittransitie vooruit gaan helpen, doordat er geen ongewenste bijsmaak is, maar tegelijkertijd wel zeer goede oplosbaarheid en verschillende functionaliteiten.”
Producenten zijn altijd op zoek naar de beste grondstoffen en beschikbaarheid waarbij kwaliteit stabiel is. “Het kan puzzelen zijn, maar we zien dat er steeds meer en betere opties op de markt komen. Soja en tarwegluten hoeven niet langer de basis grondstoffen voor plantaardige voeding te zijn.”
Kosten besparen belangrijkste motief
Ook bij Magellan Food Ingredients focussen ze op andere grondstoffen dan soja en tarwegluten. “Onze klanten hebben veel uitdagingen waarbij wij ze willen helpen. Smaak en textuur zijn grote uitdagingen, maar ook de prijs”, zegt CEO Cesar Asselin. De klantenkring van Magellan zit voornamelijk in de Benelux en in allerlei plantaardige sectoren: van sportvoeding tot vleesvervangers. De bedrijven zijn op zoek creatieve oplossingen.
Op dit moment is kosten een van de grootste uitdagingen. Producenten zijn volgens Asselin op zoek naar goedkopere ingrediënten voor hun specifieke toepassing, maar het moet ook vooral goed werken. “We hebben succes met een plantaardig vet, waarmee het je verzadigd vet in het product kunt verlagen maar een goed mondgevoel behoudt. Verder is er altijd vraag naar ingrediënten die methylcellulose kunnen vervangen.”
Kippenei-eiwit vervangen
Methylcellulose is kunstmatig geproduceerd bindmiddel op basis van houtvezels. Het kan kippenei-eiwit vervangen en zo producten volledig plantaardig maken. “Het is een goed en goedkoop ingrediënt, maar het staat niet mooi op de ingrediëntendeclaratie. Bedrijven vragen altijd naar opties om het te kunnen vervangen.”
Asselin ziet de vraag ook toenemen nu de eierprijzen toenemen. “Voedingsproducenten zijn op zoek naar alternatieven omdat de eierprijzen zo veranderlijk zijn. Je hebt heel mooi ingrediënten zoals rubisco-eiwit, soja-eiwit en aardappeleiwit die vergelijkbaar zijn met kippenei-eiwit. Maar die kunnen dat niet voor dezelfde prijs.”
Als je veel ingrediënten nodig hebt om een lekker product te maken, dan is dat prima. De consument ziet dat nog niet
In het voorbeeld van methylcellulose is de clean-label-trend al terug te zien, maar Asselin ziet dit als een bredere trend in de gehele plantaardige categorie. “Deze voedingsmiddelen worden nu als ‘ultrabewerkt’ neergezet en mijn klanten kijken naar mogelijkheden om de ingrediëntenlijst in te korten en bekende grondstoffen gebruiken. Persoonlijk denk ik dat dit minder relevant zou moeten zijn. Ik wil een industrie die gezonde, duurzame en lokale producten gebruikt en maakt en als je veel ingrediënten nodig hebt om een lekker product te maken, dan is dat prima. Maar de consument ziet dat nog niet.”
Linzen en pinda-eiwit
Doordat Magellan Foods Ingredients zich niet richt op de grote massa zien zij ook nieuwe eiwitbronnen die interessante eigenschappen hebben. “Pinda-eiwitisolaat is iets wat ik op dit moment erg interessant vindt. In eiwitrepen wordt nu vaak gebruik gemaakt van soja of erwteiwit, maar soja heeft een imagoprobleem en erwt een vervelende nasmaak. Pinda-eiwit complimenteert de smaak van de reep juist.”
Daarnaast ziet Asselin kansen voor velbonen en linzen. Linzen zijn vooral interessant door de kleur, ‘erg geschikt voor zalmvervangers door de rode kleur’, maar is nog te duur. Veldbonen hebben een onwenselijke bijsmaak. “Zonnebloem-eiwit is ook erg mooi, maar de beschikbaarheid is nu nog beperkt.”
Lees ook: Rubisco: in Europa niet verkrijgbaar, in VS schaalt Plantible op
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp
Wendy Noordzij