Michiel Pronk, Cosun Ingredients (links) en Jeroen van den Boezem van NIRAS. Foto's: Peter Roek
Het vervaardigen van eiwitten uit niet-dierlijke bronnen én het implementeren van deze ingrediënten houdt velen bezig. De verschuiving van pilot, naar grootschalige productie is daarbij een onderwerp op zich. Jeroen van den Boezem, Senior Market Director van NIRAS in Nederland, is al een hele tijd enthousiast over dat wat de eiwittransitie allemaal inhoudt. Met opdrachtgever Cosun Ingredients komen nu expertise, uitdaging en kansen samen binnen een ambitieus project: de verkenning van een greenfield productielocatie in Litouwen.
Cosun Ingredients ontwikkelt eiwitingrediënten uit favabonen (veldbonen). Over het product dat hieruit voortkomt:“ Tendra is ontwikkeld met functionaliteit als uitgangspunt. Producenten van voedingsmiddelen rekenen op een duurzamere optie en eiwitten die voorspelbaar zijn in hun processen, daardoor eenvoudig toepasbaar zijn op grotere schaal en geen invloed hebben op smaak’, aldus Michiel Pronk, Sales Lead Protein bij Cosun Ingredients. Hij vervolgt: “Het is steeds belangrijker dat we dit soort producten dichtbij kunnen vervaardigen.” Voedingsproducenten in Europa zoeken in toenemende mate naar lokaal geproduceerde grondstoffen om meer zekerheid in hun toeleveringsketen te krijgen.”
Door de groeiende vraag naar Tendra diende Cosun Ingredients in te zetten op een grotere productielocatie te zetten. NIRAS stond het bedrijf bij en keek naar de vraagstukken die daarmee gepaard gaan. Jeroen: “Een nieuwe fabriek bleek in dit geval de meest efficiënte optie. Momenteel wordt de mogelijkheid voor een locatie in Litouwen onderzocht, een land waar veel favabonen groeien en dus past in het plaatje van een verkorte supply chain.”
Grootschalige productie
Een op kleinere schaal geëxtraheerd plantaardig eiwit of een nieuw ontwikkeld hybride voedingsmiddel biedt geen garantie voor een succesvolle, commerciële productie. Cosun Ingredients zet met hun project nu belangrijke stappen en pakt de master planning grondig aan. Van den Boezem: “Producenten, van startups tot gevestigde fabrikanten, kennen hun processen en productielocatie door en door. Maar het overzien van welke consequenties komen kijken bij opschaling, zowel van de productie van plantaardige eiwitten als het integreren van plantaardige ingrediënten, is een ander verhaal. Ik hoef niemand te vertellen dat het ene ingrediënt zich anders gedraagt dan het andere en dat ingrediënten zich op bepaalde schaal anders gaan gedragen, maar hoe maak je het dan wél uitwisselbaar of schaalbaar. Dat is interessant. Opschalen is echt een expertise an sich.”
Michiel Pronk licht toe: “De grootste impact ontstaat wanneer producenten grootschalige aanpassingen kunnen doorvoeren zonder concessies te doen. Producenten hebben behoefte aan eiwitten die zich voorspelbaar gedragen in hun processen, een neutrale smaak hebben en eenvoudig toe te voegen zijn aan uiteenlopende voedingsmiddelen.”
Van investeringsvraagstuk naar passende oplossing
Producenten van zowel eiwitingrediënten als (hybride) producten, ofwel balanced proteins, kloppen bij NIRAS aan wanneer zij willen investeren in opschaling, hun aanbod willen verbreden of hun productie willen optimaliseren. Ook ondersteunen van den Boezem en zijn collega’s hen bij vraagstukken aangaande hygiëne en productielogistiek. Daarbij brengen zij onder meer de volgende kwesties in kaart:
- Is een nieuwe fabriek of productielijn nodig, of kunnen de bestaande faciliteiten worden uitgebreid?
- Wat zijn de kosten, voordelen en nadelen, mogelijkheden en limieten van de verschillende (technische) opties?
- Hoe kan het gebruik van water, energie en andere grondstoffen worden verminderd?
“Producenten denken al snel dat CapEx onvermijdelijk is”, zegt Jeroen. “Maar wanneer wij de uitdagingen kritisch bekijken, concluderen we geregeld dat het ook met minder kan, of dat optimalisatie van de bestaande situatie een goede optie is. Onze onafhankelijkheid is in zo’n proces van grote waarde: we zoeken steeds naar de best passende oplossing.”
Bijvangst of business case?
Een andere interessante vraag die komt kijken bij de productie van plantaardige eiwitten, en uiteindelijk hybride producten, is of ook de reststromen te verwaarden zijn. Van den Boezem: “Uit favabonen worden vooral de eiwitten gebruikt, maar ook andere componenten uit de boon kunnen heel waardevol zijn als grondstof. Daar zit eveneens een businesscase in waar wij graag over meedenken.”
Hij verwijst daarvoor naar het gebruik van kennis die wordt opgedaan in andere industrieën, zoals de zuivelindustrie. “Zij hebben een voorsprong van 150 jaar, ze halen daadwerkelijk álles wat er uit melk te halen valt. Zelfs het water wordt opnieuw gebruikt. Veel technieken voor de productie van plantaardige en hybride producten zijn overigens algemeen gebruikte principes, of het nu gaat om engineering, productielogistiek of hygiëne. Maar die 10% die anders is, is cruciaal voor het succes.”
De voortgang van de transitie
“De eiwittransitie zal niet worden gewonnen door consumenten te vragen hun gedrag volledig te veranderen. De grootste verandering ontstaat door voedingsmiddelen die mensen al kennen en waarderen, stap voor stap te transformeren. Juist daar zien wij een belangrijke rol voor ingrediënten zoals Tendra,” legt Pronk uit.
Van den Boezem concludeert: “Voordat hybride producten, of balanced proteins, in de schappen liggen, wordt er al veel gevraagd van voedingsmiddelenproducenten. Succesvolle opschaling eist functionele ingrediënten, een doordacht productieproces en een solide businesscase voor alle grondstofstromen naar mijn idee. NIRAS ondersteunt producenten graag met de kennis en expertise die nodig zijn om deze strategische stappen in hun bedrijfsvoering te zetten.”