Storm Seeds heeft een edamame-ras ontwikkeld met een plant die nooit omvalt, zodat die machinaal is te oogsten. Foto's: Storm Seeds
Storm Seeds ontwikkelt edamame-rassen die geschikt zijn voor de Europese teelt. Hiermee wil het Vlaamse bedrijf de afhankelijkheid van goedkope Chinese import van de verse sojabonen verminderen. “Daarbij is opbrengstverhoging zeer belangrijk”, zegt salesmanager René Henquet. Hij vertelt over de veredelingsstrategie, de uitdagingen en de kansen voor lokale teelt en afzet.
Storm Seeds werd in 1996 opgericht en is een familiebedrijf met twee vestigingen in Belgisch Limburg en een kleinere locatie in de Verenigde Staten. Het bedrijf richt zich op de veredeling van onder meer prei en peulvruchten zoals erwten, sperziebonen en tuinbonen voor de conserven- en diepvriesmarkt. Sinds twaalf jaar ontwikkelt Storm Seeds ook van edamame-rassen. Inmiddels zijn twee rassen geschikt voor de Europese teelt. Salesmanager René Henquet verwacht dat dit aantal de komende jaren verder zal groeien.
Hoe belangrijk is veredeling?
“Veredeling is zeer belangrijk. Een jaar of vijftig geleden zag je in Nederland geen mais, omdat dit gewas uit Midden-Amerika komt en niet kon groeien in Nederland. Als veredelaar hebben wij deze planten geschikt gemaakt voor de teelt in Nederland en nu is het een van de grootste gewassen. Datzelfde is gebeurd met sperziebonen. Zo’n veertig jaar geleden had Italië de hoogste opbrengst. Op dit moment halen we de hoogste opbrengsten in Noord-Europa.
Met de edamame hebben wij hetzelfde gedaan. We zagen dat de edamame-rassen hier niet rijp werden. Met Kerstmis stonden planten nog steeds in bloei. Daarom zijn we begonnen met planten te veredelen, dus te kruisen via de natuurlijke weg, door gebruik te maken van de beschikbare genenpool. Daarbij hebben we gebruikgemaakt van genenbanken, met name in Japan en in Azië. We zijn twaalf, dertien jaar geleden gestart met het verzamelen van genetisch materiaal uit die regio’s en dat hebben we hier in het veld gezet. Toen zijn we begonnen met het kruisen.”

Wat was de aanleiding om met edamame te starten?
“We zagen geen kansen in het veredelen van soja, omdat de grond in Noord-Europa zo duur is dat we niet kunnen concurreren met lage prijzen elders. Maar edamame wordt anders in de markt gezet. Bovendien zien we een toenemende vraag. We willen dat onze rassen zo goed zijn dat de Nederlandse, Belgische en Franse telers, middels een goede teelt en slimme technologie, ervoor kunnen zorgen dat ze edamame kunnen telen die kan concurreren met goedkope Chinese import. Met partijen als Green Organics en Van Rijsingen zijn we vier jaar geleden begonnen om dit handen en voeten te geven.”
We willen ervoor zorgen dat de Europese edamame teelt kan concurreren met goedkope Chinese import
Hoe ver zijn jullie inmiddels?
“De twee rassen zijn inmiddels heel geschikt voor de Europese teelt, waarvan het ras Befine de grootste is. Ik verwacht dat we binnen nu en vijf jaar drie tot vier extra rassen hebben ontwikkeld. Ons doel met deze nieuwe rassen de komende jaren is om de opbrengsten te verhogen.”
Kijken jullie daarbij ook naar de eiwitkwaliteit?
“Nee, we kijken vooral naar kleur en smaak. Soja heeft ongeveer 40% eiwit en een erwt 20%. Wij denken dat het niet veel uitmaakt of de eiwithoeveelheid nu 38% of 41% is. Kleur en smaak vinden we belangrijker. Consumenten kopen met hun ogen. Dus de bonen moeten frisgroen zijn en de smaak moet niet bitter zijn. In de toekomst willen we nog wat meer diversificeren met kleuren. Dat is echt een proces van heel veel uittesten wat het beste werkt.”
Kun je daar wat meer over vertellen?
“Het duurt ongeveer tien jaar om van een kruising een ras te maken. Wij kunnen dit traject verkorten door gebruik te maken van het zuidelijk halfrond. ’s Zomers doen we hier een teelt en daarna verplaatsen we alles naar Tanzania, waar we bij bedrijven velden huren. Daar doen we de volgende selectieronde en vervolgens komt alles weer terug. Zo kunnen we een generatie winnen. Daarnaast kunnen we het proces versnellen door in kassen te werken. Dat kost meer energie, al valt dat met ledverlichting wel mee.”
Hoe geschikt zijn de twee edamame-zadenrassen voor ons klimaat?
“Heel geschikt. Ik schat dat er momenteel een paar 100 hectare edamamebonen worden geteeld in Noordwest-Europa, waarvan een klein gedeelte in Vlaanderen. Boeren kunnen in mei zaaien en eind augustus oogsten, zowel in een droog als een nat jaar. Het wisselende klimaat is geen probleem. Groot voordeel is dat er weinig ziektedruk is. Het is een gezonde teelt.
Ook zijn de planten inmiddels 100% geschikt voor mechanische oogst. De factor arbeid is een groot probleem. Dus als je competitief wilt zijn, dan moet de oogst mechanisch gaan. We zijn erin geslaagd om een plant te maken die nooit omvalt, zodat je er met de machine doorheen kunt. Ook biologisch zien we kansen. Dat krijgen we nooit uit China, omdat ze dat in Azië niet kennen. In de biologische teelt is de productie van edamame vrij gemakkelijk. Onze rassen zijn onder andere minder gevoelig voor ziekten en vragen dan ook minder gewasbeschermingsproducten dan bijvoorbeeld sperzieboontjes.”
Waar liggen de grootste uitdagingen bij de veredeling?
“Er zijn twee uitdagingen: de kostprijs van de Aziatische edamame en de perceptie van de consument. In Azië kan edamame heel voordelig worden geteeld. Daardoor is de kostprijs bijvoorbeeld € 2 per kilo bevroren product. Wij moeten zorgen dat wij voor ongeveer eenzelfde prijs kunnen telen. Want als je bijvoorbeeld € 4 zou rekenen, dan haken de consumenten af. Maar dan moet je ervoor zorgen dat je een premium product levert waaraan iedereen in de keten verdient, dus zowel de teler, als de veredelaar en de supermarkt. Tegelijkertijd moet de prijs en kwaliteit zo goed zijn dat de supermarkt niet meer een afweging maakt tussen een Chinees of een Europees product, maar automatisch voor het Europese product kiest. Om dit te bereiken, is opbrengstverhoging zeer belangrijk.”
We zetten in op het vergroten van het aantal zaadjes per peul
Hoe pakken jullie dat aan?

“Dat doen we door het aantal zaadjes per peul te vergroten. We hebben nu al rassen waar je structureel vier zaadjes per peul hebt. Befine heeft bijvoorbeeld 25% eenzaden, ongeveer 25% driezaden en voor de rest tweetjes. Door ervoor te zorgen dat er meer drietjes en viertjes komen, kunnen we de opbrengst vergroten. Daarnaast zijn ook de teelttechnieken heel belangrijk. De teeltkennis bij de boeren stijgt, waardoor de opbrengsten eveneens toenemen. Een volgende stap is bewustwording bij de consument. Van een bruine boon verwacht men nog wel dat deze lokaal geteeld wordt, maar men associeert edamame nog heel erg met Azië. Ik hoop dat de consumptie nog verder groeit. Niet zozeer als een belangrijke bron van eiwitten, maar gewoon omdat het heel erg lekker is. Bovendien is de CO2-footprint van een lokaal product ook nog eens aanzienlijk lager.”
Hoe uniek is wat jullie hebben bereikt?
“Het gros van de rassen die er nu in Europa zijn, wordt uit Azië gehaald. Ik denk dat wij de enige ter wereld zijn die de veredeling op deze schaalgrootte aanpakken. Onze focus de komende jaren is om ook die Amerikaanse markt te gaan bewerken, maar voorlopig focussen wij ons met name op Europa, dus Italië, Frankrijk, Spanje en Nederland.”
We zijn de enige ter wereld zijn die de veredeling op deze schaalgrootte aanpakken
Waar liggen in de toekomst de meeste kansen?
“Ik zie veel groeikansen voor het gewas in onze regio, niet alleen voor de productie, maar ook voor de consumptie. In Azië wordt ze al duizenden jaren geconsumeerd en ook in Amerika is ze na de Tweede Wereldoorlog populair geworden. Ook in Noord-Europa komt ze sinds tien jaar steeds vaker terug in bijvoorbeeld pokébowls of sushi. Als we de import uit China kunnen stoppen door lokale productie, dan is voor ons het project meer dan geslaagd. Zeker als wij dan ook nog eens een groei kunnen realiseren. Wel verwacht ik op de lange termijn meer problemen met ziekten, omdat het middelen gebruik afneemt en als we meer peulvruchten gaan telen in Europa dan krijg je ook meer problemen. Dus daar zullen we nu al op moeten voorsorteren. We hopen na 2030 met rassen te komen die meer resistenties hebben.”
Lees ook: Duurzame teelt van edamame in de Flevopolder
Storm Seeds ontwikkelt edamame-rassen die geschikt zijn voor de Europese teelt. Hiermee wil het Vlaamse bedrijf de afhankelijkheid van goedkope Chinese import van de verse sojabonen verminderen. “Daarbij is opbrengstverhoging zeer belangrijk”, zegt salesmanager René Henquet. Hij vertelt over de veredelingsstrategie, de uitdagingen en de kansen voor lokale teelt en afzet.
Storm Seeds werd in 1996 opgericht en is een familiebedrijf met twee vestigingen in Belgisch Limburg en een kleinere locatie in de Verenigde Staten. Het bedrijf richt zich op de veredeling van onder meer prei en peulvruchten zoals erwten, sperziebonen en tuinbonen voor de conserven- en diepvriesmarkt. Sinds twaalf jaar ontwikkelt Storm Seeds ook van edamame-rassen. Inmiddels zijn twee rassen geschikt voor de Europese teelt. Salesmanager René Henquet verwacht dat dit aantal de komende jaren verder zal groeien.
Hoe belangrijk is veredeling?
“Veredeling is zeer belangrijk. Een jaar of vijftig geleden zag je in Nederland geen mais, omdat dit gewas uit Midden-Amerika komt en niet kon groeien in Nederland. Als veredelaar hebben wij deze planten geschikt gemaakt voor de teelt in Nederland en nu is het een van de grootste gewassen. Datzelfde is gebeurd met sperziebonen. Zo’n veertig jaar geleden had Italië de hoogste opbrengst. Op dit moment halen we de hoogste opbrengsten in Noord-Europa.
Met de edamame hebben wij hetzelfde gedaan. We zagen dat de edamame-rassen hier niet rijp werden. Met Kerstmis stonden planten nog steeds in bloei. Daarom zijn we begonnen met planten te veredelen, dus te kruisen via de natuurlijke weg, door gebruik te maken van de beschikbare genenpool. Daarbij hebben we gebruikgemaakt van genenbanken, met name in Japan en in Azië. We zijn twaalf, dertien jaar geleden gestart met het verzamelen van genetisch materiaal uit die regio’s en dat hebben we hier in het veld gezet. Toen zijn we begonnen met het kruisen.”

Wat was de aanleiding om met edamame te starten?
“We zagen geen kansen in het veredelen van soja, omdat de grond in Noord-Europa zo duur is dat we niet kunnen concurreren met lage prijzen elders. Maar edamame wordt anders in de markt gezet. Bovendien zien we een toenemende vraag. We willen dat onze rassen zo goed zijn dat de Nederlandse, Belgische en Franse telers, middels een goede teelt en slimme technologie, ervoor kunnen zorgen dat ze edamame kunnen telen die kan concurreren met goedkope Chinese import. Met partijen als Green Organics en Van Rijsingen zijn we vier jaar geleden begonnen om dit handen en voeten te geven.”
We willen ervoor zorgen dat de Europese edamame teelt kan concurreren met goedkope Chinese import
Hoe ver zijn jullie inmiddels?
“De twee rassen zijn inmiddels heel geschikt voor de Europese teelt, waarvan het ras Befine de grootste is. Ik verwacht dat we binnen nu en vijf jaar drie tot vier extra rassen hebben ontwikkeld. Ons doel met deze nieuwe rassen de komende jaren is om de opbrengsten te verhogen.”
Kijken jullie daarbij ook naar de eiwitkwaliteit?
“Nee, we kijken vooral naar kleur en smaak. Soja heeft ongeveer 40% eiwit en een erwt 20%. Wij denken dat het niet veel uitmaakt of de eiwithoeveelheid nu 38% of 41% is. Kleur en smaak vinden we belangrijker. Consumenten kopen met hun ogen. Dus de bonen moeten frisgroen zijn en de smaak moet niet bitter zijn. In de toekomst willen we nog wat meer diversificeren met kleuren. Dat is echt een proces van heel veel uittesten wat het beste werkt.”
Kun je daar wat meer over vertellen?
“Het duurt ongeveer tien jaar om van een kruising een ras te maken. Wij kunnen dit traject verkorten door gebruik te maken van het zuidelijk halfrond. ’s Zomers doen we hier een teelt en daarna verplaatsen we alles naar Tanzania, waar we bij bedrijven velden huren. Daar doen we de volgende selectieronde en vervolgens komt alles weer terug. Zo kunnen we een generatie winnen. Daarnaast kunnen we het proces versnellen door in kassen te werken. Dat kost meer energie, al valt dat met ledverlichting wel mee.”
Hoe geschikt zijn de twee edamame-zadenrassen voor ons klimaat?
“Heel geschikt. Ik schat dat er momenteel een paar 100 hectare edamamebonen worden geteeld in Noordwest-Europa, waarvan een klein gedeelte in Vlaanderen. Boeren kunnen in mei zaaien en eind augustus oogsten, zowel in een droog als een nat jaar. Het wisselende klimaat is geen probleem. Groot voordeel is dat er weinig ziektedruk is. Het is een gezonde teelt.
Ook zijn de planten inmiddels 100% geschikt voor mechanische oogst. De factor arbeid is een groot probleem. Dus als je competitief wilt zijn, dan moet de oogst mechanisch gaan. We zijn erin geslaagd om een plant te maken die nooit omvalt, zodat je er met de machine doorheen kunt. Ook biologisch zien we kansen. Dat krijgen we nooit uit China, omdat ze dat in Azië niet kennen. In de biologische teelt is de productie van edamame vrij gemakkelijk. Onze rassen zijn onder andere minder gevoelig voor ziekten en vragen dan ook minder gewasbeschermingsproducten dan bijvoorbeeld sperzieboontjes.”
Waar liggen de grootste uitdagingen bij de veredeling?
“Er zijn twee uitdagingen: de kostprijs van de Aziatische edamame en de perceptie van de consument. In Azië kan edamame heel voordelig worden geteeld. Daardoor is de kostprijs bijvoorbeeld € 2 per kilo bevroren product. Wij moeten zorgen dat wij voor ongeveer eenzelfde prijs kunnen telen. Want als je bijvoorbeeld € 4 zou rekenen, dan haken de consumenten af. Maar dan moet je ervoor zorgen dat je een premium product levert waaraan iedereen in de keten verdient, dus zowel de teler, als de veredelaar en de supermarkt. Tegelijkertijd moet de prijs en kwaliteit zo goed zijn dat de supermarkt niet meer een afweging maakt tussen een Chinees of een Europees product, maar automatisch voor het Europese product kiest. Om dit te bereiken, is opbrengstverhoging zeer belangrijk.”
We zetten in op het vergroten van het aantal zaadjes per peul
Hoe pakken jullie dat aan?

“Dat doen we door het aantal zaadjes per peul te vergroten. We hebben nu al rassen waar je structureel vier zaadjes per peul hebt. Befine heeft bijvoorbeeld 25% eenzaden, ongeveer 25% driezaden en voor de rest tweetjes. Door ervoor te zorgen dat er meer drietjes en viertjes komen, kunnen we de opbrengst vergroten. Daarnaast zijn ook de teelttechnieken heel belangrijk. De teeltkennis bij de boeren stijgt, waardoor de opbrengsten eveneens toenemen. Een volgende stap is bewustwording bij de consument. Van een bruine boon verwacht men nog wel dat deze lokaal geteeld wordt, maar men associeert edamame nog heel erg met Azië. Ik hoop dat de consumptie nog verder groeit. Niet zozeer als een belangrijke bron van eiwitten, maar gewoon omdat het heel erg lekker is. Bovendien is de CO2-footprint van een lokaal product ook nog eens aanzienlijk lager.”
Hoe uniek is wat jullie hebben bereikt?
“Het gros van de rassen die er nu in Europa zijn, wordt uit Azië gehaald. Ik denk dat wij de enige ter wereld zijn die de veredeling op deze schaalgrootte aanpakken. Onze focus de komende jaren is om ook die Amerikaanse markt te gaan bewerken, maar voorlopig focussen wij ons met name op Europa, dus Italië, Frankrijk, Spanje en Nederland.”
We zijn de enige ter wereld zijn die de veredeling op deze schaalgrootte aanpakken
Waar liggen in de toekomst de meeste kansen?
“Ik zie veel groeikansen voor het gewas in onze regio, niet alleen voor de productie, maar ook voor de consumptie. In Azië wordt ze al duizenden jaren geconsumeerd en ook in Amerika is ze na de Tweede Wereldoorlog populair geworden. Ook in Noord-Europa komt ze sinds tien jaar steeds vaker terug in bijvoorbeeld pokébowls of sushi. Als we de import uit China kunnen stoppen door lokale productie, dan is voor ons het project meer dan geslaagd. Zeker als wij dan ook nog eens een groei kunnen realiseren. Wel verwacht ik op de lange termijn meer problemen met ziekten, omdat het middelen gebruik afneemt en als we meer peulvruchten gaan telen in Europa dan krijg je ook meer problemen. Dus daar zullen we nu al op moeten voorsorteren. We hopen na 2030 met rassen te komen die meer resistenties hebben.”
Lees ook: Duurzame teelt van edamame in de Flevopolder
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Chris Polkamp
Wendy Noordzij
Alieke Hilhorst