Nederlandse veldbonen. Foto: Mark Pasveer
In dit artikel
Hoe maak je van een lokaal geteelde veldboon een smaakvol, gezond én rendabel consumentenproduct? Hogeschool Inholland werkt met Bean Me Up 2.0 aan de volledige verwaarding van de veldboon met rendabele ketens en marktgerichte toepassingen. “We bewegen van kennis naar impact”, aldus lector Robin van den Berg en intern projectleider Maikel Laureijssen.
Bean Me Up 2.0 is een vijfjarig onderzoeks- en innovatieprogramma van Hogeschool Inholland. "Met Bean Me Up 1.0 hebben we ons onder meer gericht op rassenonderzoek, functionaliteit van het eiwit en de opneembaarheid van veldboonrassen door het menselijk lichaam", vertelt Maikel Laureijssen, projectleider, onderzoeker en docent bij Hogeschool Inholland.

Laureijssen heeft het project als heel waardevol ervaren. “We hebben kennis opgedaan over teeltstrategieën, het opwerken van grondstoffen en de bouw van een consortium. Ook hebben we meer inzicht gekregen in het speelveld van de veldboon. Maar er was nog geen sluitende businesscase.” Daarom is hij heel blij dat subsidieverstrekker EFRO - Kansen voor West goedkeuring heeft gegeven voor een vervolg. “We krijgen nu meer tijd om met de reeds opgedane kennis samen met bedrijven aan de maatschappelijk relevante toepassings- en verwaardingskant te werken. Aan de andere kant kunnen we de teelt optimaliseren om het voor boeren rendabel te maken.”
Bean Me Up 2.0 kijk naar hele keten
Met Bean Me Up 2.0, dat onlangs is gestart, verschuift de focus van fundamenteel onderzoek naar concrete toepassingen en marktgerichte innovaties. "We kijken naar de hele keten”, legt Laureijssen uit. "Van de teelt van veldbonen tot verwerking, productontwikkeling en de behoeften van de consument." Daarbij speelt de eiwittransitie 2.0 een belangrijke rol. "Van dierlijke eiwitten naar soja was de eerste stap. Nu willen we van soja naar lokaal geteelde eiwitbronnen, zoals veldbonen. Alleen als we meer uit lokale alternatieve eiwitbronnen halen, kunnen we concurreren met geïmporteerde soja."
Werkpakketten met eigen focus
Het project is opgebouwd rond vijf inhoudelijke werkpakketten, elk met een eigen focus en uitdagingen.
- Teelt en rassenontwikkeling
"We kijken naar rassen- en teeltoptimalisatie, opbrengstverhoging is noodzakelijk om de teelt enigszins interessant te maken voor telers. Door nieuwe eisen vanwege aangepaste regelgeving op het gebied van gewasbescherming zijn slimme innovaties op het gebied van ziektebeheersing, bescherming en groei middels biostimulanten essentieel”, zegt Robin van den Berg, lector Food, Health & Technology bij Hogeschool Inholland over het eerste werkpakket. - Verwerkingstechnologie en reststroom verwaarding
Het tweede en derde werkpakket richten zich specifiek op toepassingen, productie en reststroomverwaarding. Laureijssen licht toe: "We willen een breed scala aan producten ontwikkelen met bijvoorbeeld behulp van extrusie. Daarnaast willen we ook de vezelrijke reststromen benutten. Daarom kijken we naast mogelijke food/feed-toepassingen ook naar non-foodtoepassingen, zoals bouwmaterialen. Ook de maskering van de bonige smaak speelt een rol. “Smaakmaskering maakt de ingrediëntenlijst vaak langer, terwijl consumenten juist steeds vaker 'clean label' eisen. Dat zal zeker voor uitdagingen zorgen en vraagt wederom om slimme oplossingen." - Consument, markt en productapplicaties
Werkpakket vier draait om de consument, markt en productapplicaties. Consumentenonderzoek is cruciaal, benadrukt Van den Berg. "We willen juist beginnen bij de consument en terug redeneren naar het product. Wat willen zij? Welke smaken, structuren en toepassingen passen bij de vraag? Waar kunnen we aanhaken op trends of hoe kunnen we ervoor zorgen dat de producten optimaal aansluiten bij de markt.” - Kennisdeling en internationale blik
Over het vijfde werkpakket, Kennisdeling en internationale blik, zegt Laureijssen: "In landen als Duitsland, Polen, Zwitserland en Oostenrijk worden er door landbouwsubsidies meer veldbonen geteeld. Het is een geschikt gewas vanwege de stikstofbinding en het inzetten als wisselgewas. Vanwege het hoge teeltvolume wordt het grootste deel verwerkt tot diervoeding. Dat is een hele andere insteek dan in Nederland waarbij de boeren over het algemeen zeggen: wij willen alleen veldbonen telen als de vraag en de prijs goed is. Dat is alleen mogelijk als ook de reststromen worden verwaard. Daarnaast speelt ook teeltoptimalisatie, procesverbetering en het vinden van waardevolle toepassingen in voedingsmiddelen een rol.”

Van den Berg is blij dat ook Rabobank aanhaakt. "Deze bank gelooft in de noodzaak van een sluitende businesscase. Het is essentieel dat de veldboon zo goed mogelijk wordt verwaard. Alleen dan kunnen we concurreren met andere eiwitbronnen. Daarom willen we zoveel mogelijk van de veldboon benutten: van eiwitten tot vezels en van functionele ingrediënten tot natuurlijke zoetstoffen. Daarnaast kijken we ook naar non-food applicaties, zoals de (bouw)materialen."
Koppeling van disciplines
Een grote troef is volgens beide onderzoekers de breedte van het onderwijs bij Inholland. Laureijssen: "We hebben sensorische experts werktuigbouwers, voedingsmiddelentechnologen, robotica-experts. Die koppeling van disciplines is heel waardevol." Van den Berg: "De studenten werken vanuit verschillende opleidingen samen – hbo, mbo, techniek en food. Zo ontstaat kruisbestuiving.” Daarbij wordt gebruikt gemaakt van nieuwe werkwijzen. “Denk bijvoorbeeld aan de nieuwste vormen van consumentenonderzoek op basis van artificial intelligence. Hiermee kunnen we het onderzoek efficiënter en slimmer maken. Studenten vinden het geweldig om met zulke moderne methoden te werken."
Op dit moment ligt de focus op de veldboon. Mocht blijken dat een andere boon beter past binnen de doelstellingen, dan sluiten we dat niet uit
Volgens Van den Berg onderscheidt Bean Me Up 2.0 zich door de brede ketenaanpak én de bundeling van kennis binnen de hogeschool. "We volgen ook andere vergelijkbare projecten en leren ervan. Maar onze kracht zit in het verbinden van alle schakels en disciplines." Van den Berg vult aan: “Er gebeurt veel op het gebied van veldbonen. Wij kunnen een welkome aanvulling zijn. Wij zoeken zoveel mogelijk naar toegevoegde waarde van de veldboon in applicaties. Daarbij kijken we zowel naar de voedingswaarde als de technische functionaliteit en de smaak.” Daarbij onderstreept hij het belang van wederzijds begrip binnen de keten. "Telers en applicatieontwikkelaars moeten weten wat er bij de ander speelt. We redeneren vanuit de consument én de keten."

Tot slot benadrukken beiden dat ze open blijven voor andere eiwitbronnen. "Mocht blijken dat een andere boon beter past binnen de doelstellingen, dan sluiten we dat niet uit. Maar op dit moment ligt de focus op de veldboon." Voor de toekomst zien ze veel kansen. “We willen de nieuwe generatie productontwikkelaars voorzien van het gen van de eiwittransitie met als insteek gezond duurzaam en lekker.”
Hoe maak je van een lokaal geteelde veldboon een smaakvol, gezond én rendabel consumentenproduct? Hogeschool Inholland werkt met Bean Me Up 2.0 aan de volledige verwaarding van de veldboon met rendabele ketens en marktgerichte toepassingen. “We bewegen van kennis naar impact”, aldus lector Robin van den Berg en intern projectleider Maikel Laureijssen.
Bean Me Up 2.0 is een vijfjarig onderzoeks- en innovatieprogramma van Hogeschool Inholland. "Met Bean Me Up 1.0 hebben we ons onder meer gericht op rassenonderzoek, functionaliteit van het eiwit en de opneembaarheid van veldboonrassen door het menselijk lichaam", vertelt Maikel Laureijssen, projectleider, onderzoeker en docent bij Hogeschool Inholland.

Laureijssen heeft het project als heel waardevol ervaren. “We hebben kennis opgedaan over teeltstrategieën, het opwerken van grondstoffen en de bouw van een consortium. Ook hebben we meer inzicht gekregen in het speelveld van de veldboon. Maar er was nog geen sluitende businesscase.” Daarom is hij heel blij dat subsidieverstrekker EFRO - Kansen voor West goedkeuring heeft gegeven voor een vervolg. “We krijgen nu meer tijd om met de reeds opgedane kennis samen met bedrijven aan de maatschappelijk relevante toepassings- en verwaardingskant te werken. Aan de andere kant kunnen we de teelt optimaliseren om het voor boeren rendabel te maken.”
Bean Me Up 2.0 kijk naar hele keten
Met Bean Me Up 2.0, dat onlangs is gestart, verschuift de focus van fundamenteel onderzoek naar concrete toepassingen en marktgerichte innovaties. "We kijken naar de hele keten”, legt Laureijssen uit. "Van de teelt van veldbonen tot verwerking, productontwikkeling en de behoeften van de consument." Daarbij speelt de eiwittransitie 2.0 een belangrijke rol. "Van dierlijke eiwitten naar soja was de eerste stap. Nu willen we van soja naar lokaal geteelde eiwitbronnen, zoals veldbonen. Alleen als we meer uit lokale alternatieve eiwitbronnen halen, kunnen we concurreren met geïmporteerde soja."
Werkpakketten met eigen focus
Het project is opgebouwd rond vijf inhoudelijke werkpakketten, elk met een eigen focus en uitdagingen.
- Teelt en rassenontwikkeling
"We kijken naar rassen- en teeltoptimalisatie, opbrengstverhoging is noodzakelijk om de teelt enigszins interessant te maken voor telers. Door nieuwe eisen vanwege aangepaste regelgeving op het gebied van gewasbescherming zijn slimme innovaties op het gebied van ziektebeheersing, bescherming en groei middels biostimulanten essentieel”, zegt Robin van den Berg, lector Food, Health & Technology bij Hogeschool Inholland over het eerste werkpakket. - Verwerkingstechnologie en reststroom verwaarding
Het tweede en derde werkpakket richten zich specifiek op toepassingen, productie en reststroomverwaarding. Laureijssen licht toe: "We willen een breed scala aan producten ontwikkelen met bijvoorbeeld behulp van extrusie. Daarnaast willen we ook de vezelrijke reststromen benutten. Daarom kijken we naast mogelijke food/feed-toepassingen ook naar non-foodtoepassingen, zoals bouwmaterialen. Ook de maskering van de bonige smaak speelt een rol. “Smaakmaskering maakt de ingrediëntenlijst vaak langer, terwijl consumenten juist steeds vaker 'clean label' eisen. Dat zal zeker voor uitdagingen zorgen en vraagt wederom om slimme oplossingen." - Consument, markt en productapplicaties
Werkpakket vier draait om de consument, markt en productapplicaties. Consumentenonderzoek is cruciaal, benadrukt Van den Berg. "We willen juist beginnen bij de consument en terug redeneren naar het product. Wat willen zij? Welke smaken, structuren en toepassingen passen bij de vraag? Waar kunnen we aanhaken op trends of hoe kunnen we ervoor zorgen dat de producten optimaal aansluiten bij de markt.” - Kennisdeling en internationale blik
Over het vijfde werkpakket, Kennisdeling en internationale blik, zegt Laureijssen: "In landen als Duitsland, Polen, Zwitserland en Oostenrijk worden er door landbouwsubsidies meer veldbonen geteeld. Het is een geschikt gewas vanwege de stikstofbinding en het inzetten als wisselgewas. Vanwege het hoge teeltvolume wordt het grootste deel verwerkt tot diervoeding. Dat is een hele andere insteek dan in Nederland waarbij de boeren over het algemeen zeggen: wij willen alleen veldbonen telen als de vraag en de prijs goed is. Dat is alleen mogelijk als ook de reststromen worden verwaard. Daarnaast speelt ook teeltoptimalisatie, procesverbetering en het vinden van waardevolle toepassingen in voedingsmiddelen een rol.”

Van den Berg is blij dat ook Rabobank aanhaakt. "Deze bank gelooft in de noodzaak van een sluitende businesscase. Het is essentieel dat de veldboon zo goed mogelijk wordt verwaard. Alleen dan kunnen we concurreren met andere eiwitbronnen. Daarom willen we zoveel mogelijk van de veldboon benutten: van eiwitten tot vezels en van functionele ingrediënten tot natuurlijke zoetstoffen. Daarnaast kijken we ook naar non-food applicaties, zoals de (bouw)materialen."
Koppeling van disciplines
Een grote troef is volgens beide onderzoekers de breedte van het onderwijs bij Inholland. Laureijssen: "We hebben sensorische experts werktuigbouwers, voedingsmiddelentechnologen, robotica-experts. Die koppeling van disciplines is heel waardevol." Van den Berg: "De studenten werken vanuit verschillende opleidingen samen – hbo, mbo, techniek en food. Zo ontstaat kruisbestuiving.” Daarbij wordt gebruikt gemaakt van nieuwe werkwijzen. “Denk bijvoorbeeld aan de nieuwste vormen van consumentenonderzoek op basis van artificial intelligence. Hiermee kunnen we het onderzoek efficiënter en slimmer maken. Studenten vinden het geweldig om met zulke moderne methoden te werken."
Op dit moment ligt de focus op de veldboon. Mocht blijken dat een andere boon beter past binnen de doelstellingen, dan sluiten we dat niet uit
Volgens Van den Berg onderscheidt Bean Me Up 2.0 zich door de brede ketenaanpak én de bundeling van kennis binnen de hogeschool. "We volgen ook andere vergelijkbare projecten en leren ervan. Maar onze kracht zit in het verbinden van alle schakels en disciplines." Van den Berg vult aan: “Er gebeurt veel op het gebied van veldbonen. Wij kunnen een welkome aanvulling zijn. Wij zoeken zoveel mogelijk naar toegevoegde waarde van de veldboon in applicaties. Daarbij kijken we zowel naar de voedingswaarde als de technische functionaliteit en de smaak.” Daarbij onderstreept hij het belang van wederzijds begrip binnen de keten. "Telers en applicatieontwikkelaars moeten weten wat er bij de ander speelt. We redeneren vanuit de consument én de keten."

Tot slot benadrukken beiden dat ze open blijven voor andere eiwitbronnen. "Mocht blijken dat een andere boon beter past binnen de doelstellingen, dan sluiten we dat niet uit. Maar op dit moment ligt de focus op de veldboon." Voor de toekomst zien ze veel kansen. “We willen de nieuwe generatie productontwikkelaars voorzien van het gen van de eiwittransitie met als insteek gezond duurzaam en lekker.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Chris Polkamp
Wendy Noordzij
Alieke Hilhorst