Skip to content

Cellulaire agricultuur uit het lab: focus op rendement

Cellulaire agricultuur verschuift de focus naar rendement, functionele niches en samenwerking door investeringsdruk en trage markttoelating.

Marese Oosterman, voorzitter van de stichting Cellulaire Agricultuur Nederland, sluit de conferentie af met slingers om de markttoelating van Fermotein van The Protein Brewery te vieren. Foto: Chris Polkamp premium

Marese Oosterman, voorzitter van de stichting Cellulaire Agricultuur Nederland, sluit de conferentie af met slingers om de markttoelating van Fermotein van The Protein Brewery te vieren. Foto: Chris Polkamp

Hele stukken gecultiveerd vlees liggen voorlopig nog niet in de supermarkt. Dat werd tijdens de CANference van de stichting Cellulaire Agricultuur Nederland (CAN) in Amsterdam duidelijk. Nu durfkapitaal opdroogt en investeerders concrete rendementen eisen, moet de cellulaire landbouwsector overleven in de veeleisende commerciële realiteit. De koers wijzigt fundamenteel richting hoogwaardige functionele niches, risicomijdende ketensamenwerkingen en modulaire B2B-ingrediënten.

De cellulaire agricultuur herijkt momenteel haar prioriteiten. Start-ups en opschalers kampen met de zogeheten ‘Valley of Death’, de uiterst kapitaalintensieve overgangsfase van pilottesten naar een commerciële fabriek. Vanuit een investeerdersperspectief belichtte Caroline Wilschut, CEO van Virentum, dat het direct vervangen van reeds opgeschaalde bulk-ingrediënten financieel onhaalbaar is gebleken in de opstartfase. “Zoiets kost veel geld in de eerste jaren van een start-up en het is onmogelijk om te concurreren met de marges van een ingrediënt dat al veel langer een commerciële schaal heeft”, geeft Wilschut aan. Start-ups moeten starten met niches, zoals sportvoeding, om te kunnen voldoen aan de ‘10x’-rendementseisen die investeerders stellen, stelt zij.

Opschaling vraagt om samenwerking en niches

Een voorbeeld van een Europese start-up die concrete stappen zet is het Franse Gourmey. CEO Nicolas Morin-Forest vertelt er open over in een vraaggesprek met Ira van Eelen, medeoprichter van RespectFarms en onderdeel van het CAN-team. Het bedrijf produceert gecultiveerde eend en bracht een foie gras op de markt, waarmee het zich richt op de premium foodservice. In de professionele foodservice draait het niet om spektakel, verklaarde Morin-Forest. “Hoe saaier het product, hoe beter”, vat de Gourmey-oprichter samen. Het merk kiest strategisch voor hybride formules, waarbij een klein deel gecultiveerde foie gras wordt gemengd met de dierlijke variant om aan te sluiten op de strenge specificaties van chef-koks, die als marktambassadeurs fungeren.

Hoe saaier het product, hoe beter

Hoewel de marktintroductie in Europa afhankelijk is van het lopende Efsa-traject, boekt het bedrijf buiten de Europese grenzen al aanzienlijke commerciële successen. Gourmey heeft inmiddels toelating gekregen op de vooruitstrevende markt van Singapore en staat op het punt om ook in Australië definitieve goedkeuring te verkrijgen. Deze internationale doorbraken bewijzen dat de wereldwijde marktbetreding voor kweekvlees daadwerkelijk versnelt, wat het bedrijf een strategische voorsprong geeft terwijl het wacht op groen licht in de EU.

Morin-Forest benadrukt dat de huidige investeringsmarkt dwingt tot het strikt beheersen van de kapitaaluitgaven (CAPEX). Zijn bedrijf kiest daarom bewust voor een strategische samenwerking met directe concurrenten, zoals het Australische Vow, om financiële risico’s te spreiden en de focus te behouden op hoogwaardige upstream R&D.

Professor Marianne Ellis van de Cellular Agriculture Manufacturing Hub in het Verenigd Koninkrijk relativeerde de recente faillissementen van sectorgenoten als een pijnlijk maar normaal markteffect voor bedrijven die de commerciële transitie missen. Zij pleitte voor meer samenwerking in de sector. Vanuit haar rol merkt Ellis regelmatig dat partijen in de keten huiverig zijn voor samenwerking, omdat ze elkaars concurrenten zijn. Ellis daarover: “We moeten niet bang zijn voor concurrentie, er is niet één cell media- of bioreactorleverancier nodig, we hebben ze allemaal nodig.”

Om deze complexe commerciële transitie meetbaar te maken, wees framework-expert Daan Meijer, Investment manager bij Invest-NL, op de noodzaak van gestandaardiseerde methodieken. Het hanteren van kaders zoals het ‘6 gates framework’ is volgens hem een absolute vereiste om de brug te slaan tussen start-up-dynamiek en de strenge eisen van de reguliere voedingsindustrie. Met het framework wordt het commercialisatieproces opgedeeld in zes fasen, waarmee een start-up toewerkt van vroege waardecreatie naar daadwerkelijke waarderealisatie (zoals marktimplementatie, opschaling en rendement).

Enkele van de topchef-koks waar Gourmey mee samenwerkt. Foto: Chris Polkamp
Enkele van de topchef-koks waar Gourmey mee samenwerkt. Foto: Chris Polkamp

B2B-ingrediënten als nieuwe groeistrategie

In de sector voor plantaardige eiwitten leeft inmiddels het besef dat een snelle omarming van plantaardige producten niet haalbaar is. Daarom wordt ingezet op tussenstappen zoals hybride producten. Het zijn essentiële stappen om te overleven. “Corporates hebben miljoenen geïnvesteerd en het heeft niets opgeleverd en investeerders hebben veel geld verloren”, aldus Wilschut. Mede hierdoor verschuift ook in de cellulaire agricultuursector het ideaalbeeld van volledige, opzichzelfstaande producten naar modulaire, functionele ingrediënten ter verrijking van bestaande voedingsmiddelen.

Yvonne Dommels, verbonden aan The Protein Brewery, lichtte toe dat mycelium als structurele vleesvervanger technologisch ontoereikend bleek. Dit confronterende inzicht resulteerde in een succesvolle draai naar Fermotein, een nutriëntendicht poeder specifiek gericht op ‘active nutrition’. Het bedrijf haalde dit jaar Efsa-goedkeuring binnen, voor de organisatie van CANference reden om de presentatie af te sluiten met feestslingers. Dommels voegt nog toe dat er veel werk te verzetten is op het gebied van het bouwen van de categorie en consumentenacceptatie. In hun marketingonderzoek zien ze de interesse groeien. “We wilden de consumentvriendelijke term ‘mycoproteïne’ gebruiken, maar mogen die niet voeren omdat het product maar een eiwitpercentage van 50% heeft.” Producent Quorn mag die naam wel hanteren, omdat zij het product voor de Novel Food-grens van 1997 lanceerden.

“De timing voor functionele ingrediënten is perfect”, bevestigt Wilschut. Consumenten zoeken volgens haar steeds meer naar voeding die iets voor je doet. Denk hierbij aan gezondheid, energie en performance. Dit is een ontwikkeling die je nu niet meer alleen bij jongeren ziet, maar ook bij de oudere generaties.

Pragmatische R&D versnelt marktintroductie

De formele route naar markttoelating in Europa is stroperig, maar pragmatische R&D-oplossingen bieden uitkomst om productontwikkeling te versnellen. Voedselveiligheidsconsultant Hans Verhagen vertelt over het succes van de Nederlandse ‘Code of Practice’, de veiligheidsrichtlijnen waarmee proeverijen georganiseerd kunnen worden. Strikt genomen is het in de EU niet toegestaan om een Novel Food te proeven dat Efsa niet als veilig heeft bestempeld. “Als proeven niet is toegestaan, worden investeerders ook terughoudender”, licht Verhagen toe. De Code of Practice zorgt voor een simpel proces dat inmiddels al leidde tot drie proeverijen. Een deskundigencommissie evalueert de aanvraag. Als de commissie unaniem geen bezwaren heeft, kan een aanvrager tot tien proeverijen met elk maximaal dertig personen organiseren. Verhagen voegt er wel aan toe dat voor precisiefermentatie de Amerikaanse FDA-route beter is om te bewandelen als je snel de markt op wil. Met een ‘Letter of no questions asked’ op zak, kun je daar duizenden mensen laten proeven. Verhagen, zelf oud-medewerker van Efsa, wijst erop dat de Novel Food-regeling dan wel traag mag zijn, maar dat we wel het beste en meest zorgvuldige proces ter wereld hebben. De bottleneck zit volgens hem in de beperkte capaciteit van experts die de veiligheidsevaluaties in 10% van hun tijd moeten doen, naast hun normale functie.

Morin-Forest, die met Gourmey in de zomer van 2024 een dossier bij Efsa indiende, stak de aanvraag generiek in als een functioneel ‘ingrediënt’ in plaats van als specifiek eindproduct. Daarmee behoudt het bedrijf maximale juridische speelruimte voor het op termijn commercialiseren van uiteenlopende toepassingen. Voorbeelden zijn een combinatie met plantaardig vet of een foie gras-variant die zoeter is, gericht op de Amerikaanse markt. Morin-Forest ziet dat Efsa goede voortgang boekt op hun dossier en verwacht tussen eind dit jaar en eind 2027 goedkeuring te krijgen.

Voedselveiligheid wordt randvoorwaarde voor groei

Nu de sector stap voor stap het lab ontstijgt en richting de consument beweegt, worden veiligheid en consumentenacceptatie steeds belangrijkere gespreksonderwerpen. “Over het algemeen verwachten consumenten dat alle voeding die in de supermarkt ligt veilig is. Ze zien het als een verantwoordelijkheid van supermarkten en de overheid”, stelt Professor Consumer Response Arnout Fischer (Wageningen University & Research). Als sector moeten we uitkijken met te grote beloftes, waarschuwt hij. Beloftes als ‘we gaan de wereld redden’ en ‘er zijn geen risico’s’ zijn goede argumenten voor investeerders, maar te groot om als start-up waar te kunnen maken. Technologie op zichzelf is geen geldig verkoopargument, acceptatie valt of staat met gegarandeerde voedselveiligheid, een competitieve prijsstelling, superieure smaak en een direct aantoonbare toegevoegde waarde voor de afnemer.

Technologie op zichzelf is geen geldig verkoopargument

Met opschaling naar grootschalige industriële fermentoren krijgt de sector ook te maken met de klassieke HACCP-standaarden van de voedingsmiddelenindustrie. Hoe dit in de praktijk vorm krijgt, stond centraal tijdens een break-out sessie over SAFERMENT, een gezamenlijk onderzoeksproject van onder meer Wageningen University & Research (WUR) en NIZO. De belangrijkste conclusie van dit project is dat productie via precisiefermentatie weinig nieuwe gevaren met zich mee brengt, maar vereist wel dat bestaande procesrisico’s voortdurend aandacht krijgen en geborgd blijven.

Safe-by-Design is het uitgangspunt, werd in de break-out sessie over het het onderzoeksproject SAFERMENT van WUR en NIZO toegelicht. Foto: Chris Polkamp
Safe-by-Design is het uitgangspunt, werd in de break-out sessie over het het onderzoeksproject SAFERMENT van WUR en NIZO toegelicht. Foto: Chris Polkamp

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat veiligheid mee moet schalen met het productieproces. Dit vraagt om een aanpak die begint met ‘Safe-by-Design’. Lang niet elk procesgevaar hoeft een Critical Control Point (CCP) te worden. De absolute basis voor risicobeheersing ligt bij robuuste Good Manufacturing Practices (GMP), hygiënisch ontwerp en strenge leverancierscontroles. Voor gerichte CCP’s in het fermentatieproces geldt dat strenge monitoring van pH en temperatuur bestaande risico’s, zoals ongewenste microbiologische besmetting, vroeg in het proces afvangt. Steriele filtratie vormt vervolgens de absolute microbiële barrière. Hoe meer complexe handelingen en verwerkingsstappen er worden toegevoegd, des te groter het risico op haperingen en contaminatie.

Hele stukken gecultiveerd vlees liggen voorlopig nog niet in de supermarkt. Dat werd tijdens de CANference van de stichting Cellulaire Agricultuur Nederland (CAN) in Amsterdam duidelijk. Nu durfkapitaal opdroogt en investeerders concrete rendementen eisen, moet de cellulaire landbouwsector overleven in de veeleisende commerciële realiteit. De koers wijzigt fundamenteel richting hoogwaardige functionele niches, risicomijdende ketensamenwerkingen en modulaire B2B-ingrediënten.

De cellulaire agricultuur herijkt momenteel haar prioriteiten. Start-ups en opschalers kampen met de zogeheten ‘Valley of Death’, de uiterst kapitaalintensieve overgangsfase van pilottesten naar een commerciële fabriek. Vanuit een investeerdersperspectief belichtte Caroline Wilschut, CEO van Virentum, dat het direct vervangen van reeds opgeschaalde bulk-ingrediënten financieel onhaalbaar is gebleken in de opstartfase. “Zoiets kost veel geld in de eerste jaren van een start-up en het is onmogelijk om te concurreren met de marges van een ingrediënt dat al veel langer een commerciële schaal heeft”, geeft Wilschut aan. Start-ups moeten starten met niches, zoals sportvoeding, om te kunnen voldoen aan de ‘10x’-rendementseisen die investeerders stellen, stelt zij.

Opschaling vraagt om samenwerking en niches

Een voorbeeld van een Europese start-up die concrete stappen zet is het Franse Gourmey. CEO Nicolas Morin-Forest vertelt er open over in een vraaggesprek met Ira van Eelen, medeoprichter van RespectFarms en onderdeel van het CAN-team. Het bedrijf produceert gecultiveerde eend en bracht een foie gras op de markt, waarmee het zich richt op de premium foodservice. In de professionele foodservice draait het niet om spektakel, verklaarde Morin-Forest. “Hoe saaier het product, hoe beter”, vat de Gourmey-oprichter samen. Het merk kiest strategisch voor hybride formules, waarbij een klein deel gecultiveerde foie gras wordt gemengd met de dierlijke variant om aan te sluiten op de strenge specificaties van chef-koks, die als marktambassadeurs fungeren.

Hoe saaier het product, hoe beter

Hoewel de marktintroductie in Europa afhankelijk is van het lopende Efsa-traject, boekt het bedrijf buiten de Europese grenzen al aanzienlijke commerciële successen. Gourmey heeft inmiddels toelating gekregen op de vooruitstrevende markt van Singapore en staat op het punt om ook in Australië definitieve goedkeuring te verkrijgen. Deze internationale doorbraken bewijzen dat de wereldwijde marktbetreding voor kweekvlees daadwerkelijk versnelt, wat het bedrijf een strategische voorsprong geeft terwijl het wacht op groen licht in de EU.

Morin-Forest benadrukt dat de huidige investeringsmarkt dwingt tot het strikt beheersen van de kapitaaluitgaven (CAPEX). Zijn bedrijf kiest daarom bewust voor een strategische samenwerking met directe concurrenten, zoals het Australische Vow, om financiële risico’s te spreiden en de focus te behouden op hoogwaardige upstream R&D.

Professor Marianne Ellis van de Cellular Agriculture Manufacturing Hub in het Verenigd Koninkrijk relativeerde de recente faillissementen van sectorgenoten als een pijnlijk maar normaal markteffect voor bedrijven die de commerciële transitie missen. Zij pleitte voor meer samenwerking in de sector. Vanuit haar rol merkt Ellis regelmatig dat partijen in de keten huiverig zijn voor samenwerking, omdat ze elkaars concurrenten zijn. Ellis daarover: “We moeten niet bang zijn voor concurrentie, er is niet één cell media- of bioreactorleverancier nodig, we hebben ze allemaal nodig.”

Om deze complexe commerciële transitie meetbaar te maken, wees framework-expert Daan Meijer, Investment manager bij Invest-NL, op de noodzaak van gestandaardiseerde methodieken. Het hanteren van kaders zoals het ‘6 gates framework’ is volgens hem een absolute vereiste om de brug te slaan tussen start-up-dynamiek en de strenge eisen van de reguliere voedingsindustrie. Met het framework wordt het commercialisatieproces opgedeeld in zes fasen, waarmee een start-up toewerkt van vroege waardecreatie naar daadwerkelijke waarderealisatie (zoals marktimplementatie, opschaling en rendement).

Enkele van de topchef-koks waar Gourmey mee samenwerkt. Foto: Chris Polkamp
Enkele van de topchef-koks waar Gourmey mee samenwerkt. Foto: Chris Polkamp

B2B-ingrediënten als nieuwe groeistrategie

In de sector voor plantaardige eiwitten leeft inmiddels het besef dat een snelle omarming van plantaardige producten niet haalbaar is. Daarom wordt ingezet op tussenstappen zoals hybride producten. Het zijn essentiële stappen om te overleven. “Corporates hebben miljoenen geïnvesteerd en het heeft niets opgeleverd en investeerders hebben veel geld verloren”, aldus Wilschut. Mede hierdoor verschuift ook in de cellulaire agricultuursector het ideaalbeeld van volledige, opzichzelfstaande producten naar modulaire, functionele ingrediënten ter verrijking van bestaande voedingsmiddelen.

Yvonne Dommels, verbonden aan The Protein Brewery, lichtte toe dat mycelium als structurele vleesvervanger technologisch ontoereikend bleek. Dit confronterende inzicht resulteerde in een succesvolle draai naar Fermotein, een nutriëntendicht poeder specifiek gericht op ‘active nutrition’. Het bedrijf haalde dit jaar Efsa-goedkeuring binnen, voor de organisatie van CANference reden om de presentatie af te sluiten met feestslingers. Dommels voegt nog toe dat er veel werk te verzetten is op het gebied van het bouwen van de categorie en consumentenacceptatie. In hun marketingonderzoek zien ze de interesse groeien. “We wilden de consumentvriendelijke term ‘mycoproteïne’ gebruiken, maar mogen die niet voeren omdat het product maar een eiwitpercentage van 50% heeft.” Producent Quorn mag die naam wel hanteren, omdat zij het product voor de Novel Food-grens van 1997 lanceerden.

“De timing voor functionele ingrediënten is perfect”, bevestigt Wilschut. Consumenten zoeken volgens haar steeds meer naar voeding die iets voor je doet. Denk hierbij aan gezondheid, energie en performance. Dit is een ontwikkeling die je nu niet meer alleen bij jongeren ziet, maar ook bij de oudere generaties.

Pragmatische R&D versnelt marktintroductie

De formele route naar markttoelating in Europa is stroperig, maar pragmatische R&D-oplossingen bieden uitkomst om productontwikkeling te versnellen. Voedselveiligheidsconsultant Hans Verhagen vertelt over het succes van de Nederlandse ‘Code of Practice’, de veiligheidsrichtlijnen waarmee proeverijen georganiseerd kunnen worden. Strikt genomen is het in de EU niet toegestaan om een Novel Food te proeven dat Efsa niet als veilig heeft bestempeld. “Als proeven niet is toegestaan, worden investeerders ook terughoudender”, licht Verhagen toe. De Code of Practice zorgt voor een simpel proces dat inmiddels al leidde tot drie proeverijen. Een deskundigencommissie evalueert de aanvraag. Als de commissie unaniem geen bezwaren heeft, kan een aanvrager tot tien proeverijen met elk maximaal dertig personen organiseren. Verhagen voegt er wel aan toe dat voor precisiefermentatie de Amerikaanse FDA-route beter is om te bewandelen als je snel de markt op wil. Met een ‘Letter of no questions asked’ op zak, kun je daar duizenden mensen laten proeven. Verhagen, zelf oud-medewerker van Efsa, wijst erop dat de Novel Food-regeling dan wel traag mag zijn, maar dat we wel het beste en meest zorgvuldige proces ter wereld hebben. De bottleneck zit volgens hem in de beperkte capaciteit van experts die de veiligheidsevaluaties in 10% van hun tijd moeten doen, naast hun normale functie.

Morin-Forest, die met Gourmey in de zomer van 2024 een dossier bij Efsa indiende, stak de aanvraag generiek in als een functioneel ‘ingrediënt’ in plaats van als specifiek eindproduct. Daarmee behoudt het bedrijf maximale juridische speelruimte voor het op termijn commercialiseren van uiteenlopende toepassingen. Voorbeelden zijn een combinatie met plantaardig vet of een foie gras-variant die zoeter is, gericht op de Amerikaanse markt. Morin-Forest ziet dat Efsa goede voortgang boekt op hun dossier en verwacht tussen eind dit jaar en eind 2027 goedkeuring te krijgen.

Voedselveiligheid wordt randvoorwaarde voor groei

Nu de sector stap voor stap het lab ontstijgt en richting de consument beweegt, worden veiligheid en consumentenacceptatie steeds belangrijkere gespreksonderwerpen. “Over het algemeen verwachten consumenten dat alle voeding die in de supermarkt ligt veilig is. Ze zien het als een verantwoordelijkheid van supermarkten en de overheid”, stelt Professor Consumer Response Arnout Fischer (Wageningen University & Research). Als sector moeten we uitkijken met te grote beloftes, waarschuwt hij. Beloftes als ‘we gaan de wereld redden’ en ‘er zijn geen risico’s’ zijn goede argumenten voor investeerders, maar te groot om als start-up waar te kunnen maken. Technologie op zichzelf is geen geldig verkoopargument, acceptatie valt of staat met gegarandeerde voedselveiligheid, een competitieve prijsstelling, superieure smaak en een direct aantoonbare toegevoegde waarde voor de afnemer.

Technologie op zichzelf is geen geldig verkoopargument

Met opschaling naar grootschalige industriële fermentoren krijgt de sector ook te maken met de klassieke HACCP-standaarden van de voedingsmiddelenindustrie. Hoe dit in de praktijk vorm krijgt, stond centraal tijdens een break-out sessie over SAFERMENT, een gezamenlijk onderzoeksproject van onder meer Wageningen University & Research (WUR) en NIZO. De belangrijkste conclusie van dit project is dat productie via precisiefermentatie weinig nieuwe gevaren met zich mee brengt, maar vereist wel dat bestaande procesrisico’s voortdurend aandacht krijgen en geborgd blijven.

Safe-by-Design is het uitgangspunt, werd in de break-out sessie over het het onderzoeksproject SAFERMENT van WUR en NIZO toegelicht. Foto: Chris Polkamp
Safe-by-Design is het uitgangspunt, werd in de break-out sessie over het het onderzoeksproject SAFERMENT van WUR en NIZO toegelicht. Foto: Chris Polkamp

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat veiligheid mee moet schalen met het productieproces. Dit vraagt om een aanpak die begint met ‘Safe-by-Design’. Lang niet elk procesgevaar hoeft een Critical Control Point (CCP) te worden. De absolute basis voor risicobeheersing ligt bij robuuste Good Manufacturing Practices (GMP), hygiënisch ontwerp en strenge leverancierscontroles. Voor gerichte CCP’s in het fermentatieproces geldt dat strenge monitoring van pH en temperatuur bestaande risico’s, zoals ongewenste microbiologische besmetting, vroeg in het proces afvangt. Steriele filtratie vormt vervolgens de absolute microbiële barrière. Hoe meer complexe handelingen en verwerkingsstappen er worden toegevoegd, des te groter het risico op haperingen en contaminatie.

Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends

Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees

Beperk risico's met betere investeringen

Versterk je ketenpositie met de juiste partners

Versnel innovaties met de nieuwste trends

Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.

Afbeelding

Wendy Noordzij

Alieke Hilhorst

Alieke Hilhorst

Chris Polkamp

Chris Polkamp

Abonneer vanaf €19,20/maand

Snel delen

Chris Polkamp
Chris Polkamp

Hoofdredacteur Eiwit Trends