Tino Stollenga vult de zaaimachine met erwtenzaad voor het nieuwe seizoen. Foto’s: Jan Willem van Vliet
In dit artikel
Akkerbouwer Tino Stollenga verruilde pootaardappelen voor eiwitgewassen. In Eppenhuizen zoekt hij naar een nieuw verdienmodel, met kansen in de markt maar ook met onzekerheden in de keten.
Het bord aan de achtergevel verraadt dat we op het juiste adres zijn. In Eppenhuizen, op het Groningse Hogeland, is het voorjaarswerk volop gestart. In de schuur treffen we Tino Stollenga, bezig met het vullen van de zaaimachine. Op de vraag of hij iets wil vertellen over zijn overgang naar eiwitboer, verschijnt een vriendelijke glimlach. “Misschien tijd voor een kop koffie?”
Van pootgoed naar afwijkende keuzes
Pootgoed was jarenlang een belangrijke pijler onder het bedrijf van Stollenga. In de kop van Groningen, waar de teelt sinds de jaren zestig een grote vlucht nam, hoorde het simpelweg bij het bouwplan. “Maar leeftijd en het feit dat er geen opvolgers zijn die dit willen of kunnen overnemen, maakten dat ik besloot ermee te stoppen,” vertelt hij. Hoewel hij al meer dan 50 jaar in het vak zit, was en is stoppen met boeren geen optie. “Dan moet je nadenken: hoe moet mijn bouwplan er nu uitzien?”
Je kunt niet produceren zonder afzet, daarvoor is het te risicovol
Op een bijeenkomst hoorde hij het verhaal over eiwitrijke gewassen – meer diversiteit, minder afhankelijk van import en meer produceren voor de eigen markt. Dat sprak hem direct aan. “Het leek mij een goed verhaal”, zegt hij nuchter. Hij meldde zich aan bij Eiwitboeren van Nederland. “Ik was nummer 47, dus kon ik gelijk aan de slag.”
Dit jaar is hij begonnen aan zijn derde seizoen en inmiddels weet hij dat de teelt sterk afhankelijk is van de afzet. “Je kunt niet produceren zonder afzet; daarvoor is het te risicovol.”
Pionieren in de praktijk
Dat risico zit niet alleen in de markt, maar ook in de teelt zelf. “Het eerste rondje veldbonen kon niet worden gezaaid en ook bij de erwten liep het mis met het zaaizaad.” Hij lacht er nu om, maar toen was het anders. “Spliterwten bleken kreukerwten te zijn. Dat ontdek je pas als het gewas al bovenstaat.”
Ook in de verwerking liep de keten achter. Toen de erwten gesplit moesten worden, bleek de benodigde techniek niet beschikbaar in Nederland. “Een collega heeft uiteindelijk op eigen kosten een machine gekocht, zodat we verder konden.” Het typeert volgens hem de fase waarin de teelt zich bevindt. “Er is gewoon nog niet voldoende kennis.”
Teelt en bouwplan
Eiwitgewassen passen goed in het bouwplan, maar zijn niet per definitie eenvoudige teelten. Ook gewasbescherming blijft helaas noodzakelijk. “Erwten zijn gevoelig voor schimmels.”
Tegelijk leveren de gewassen duidelijke voordelen op. Vlinderbloemigen zoals erwten en veldbonen binden stikstof, verbeteren de bodemstructuur en verminderen de behoefte aan kunstmest. Daarnaast kan lokale teelt bijdragen aan een lagere CO2-uitstoot. De winst zit vooral in het totale bouwplan.
Op het bedrijf van Stollenga heeft dat geleid tot een bredere rotatie. Hij werkt inmiddels met een 1-op-8-bouwplan. Daarin hebben eiwitgewassen een vaste plek gekregen naast onder meer suikerbieten, tarwe en koolzaad voor zaadvermeerdering. Recent is hij gestart met naakte haver en vlas.
Rekenen aan opbrengst
Het financiële plaatje blijft natuurlijk een belangrijk onderdeel. Stollenga heeft inmiddels een goed beeld van opbrengsten en risico’s. “Met spliterwten haal je ongeveer 5 ton van een hectare. Daar blijft na schoning en splitten zo’n 75% van over als betaald product.”
Bij goede marktomstandigheden kan de prijs oplopen tot circa €0,80 per kilo. “In het eerste jaar zaten we daar ongeveer op.”
Snel rekenend komt dat dan uit op een opbrengst van rond de €2.800 per hectare. “Dan is het een renderend gewas.” Maar de markt blijft grillig. “De prijs kan zo halveren, en dan ziet het plaatje er ineens heel anders uit.”
Afzet blijft knelpunt
Het grootste knelpunt zit volgens Stollenga in de afzet. Veel eiwitrijke gewassen worden geïmporteerd, vooral uit de Verenigde Staten en Canada, waar de teelt grootschaliger en goedkoper is. “Voor de prijs waarvoor een pak erwten in de supermarkt ligt, kunnen wij niet telen.”
Een grote supermarktketen is inmiddels een belangrijke afnemer van Nederlandse erwten, maar het verschil met importproduct blijft groot. “Als ik de prijzen in de winkel zie, heb ik het idee dat ze hun best doen. Maar uiteindelijk gaat het ook daar gewoon om geld.”
De waarde terug naar het boerenerf
Stollenga behoort tot de eerste leden van Eiwitboeren van Nederland. Voorzitter Henk Janknegt, akkerbouwer in de Flevopolder, is vanaf de start drie jaar geleden de drijvende kracht achter de organisatie. Volgens Janknegt draait het om één ding: grip op de keten. “Wij zijn geen telersclub, maar een producentenorganisatie met een eigen beeldmerk. Dat betekent dat onze boeren eigenaar blijven van hun product, tot en met het winkelschap.”
Dat beeldmerk staat voor aantoonbare duurzaamheid, onderbouwd met LCA-analyses (data over milieubelasting over de hele keten). “Retailers vragen daar om, en wij kunnen dat leveren.” Tegelijk is het ook een economisch verhaal. “Te lang is de marge uit de landbouw verdwenen, de waarde moet weer terug naar het boerenerf.” De organisatie groeide in drie jaar naar circa 200 aangesloten telers. Ongeveer de helft teelt actief, de rest staat op een wachtlijst.
Volgens Janknegt sluit de ontwikkeling van eiwitgewassen aan bij veranderingen in het voedingspatroon. “Met de nieuwe Schijf van Vijf zie je dat plantaardige eiwitten een steeds belangrijkere plek krijgen. Daar hoort ook een andere landbouw bij.”
Ook de situatie op de aardappelmarkt zet boeren aan het denken. “Boeren kijken breder naar hun bouwplan en zoeken naar alternatieven. We krijgen nu aanvragen om in één keer grote hectares in te vullen, maar dat doen we bewust niet. Eerst een gezond verdienmodel, dan pas opschalen.”
Het moet wel uit kunnen
Wat geld betreft blijft het voor Stollenga eenvoudig: “Voor mij persoonlijk maakt het niet zoveel meer uit, maar uiteindelijk geldt voor iedere boer: we willen best investeren, maar het moet wel uit kunnen. Anders houdt het een keer op.”
Tegelijk merkt hij dat veel verantwoordelijkheid nog altijd bij de boeren zelf ligt. “Het teelt- en ondernemingsrisico blijft bij ons liggen, terwijl grote bedragen aan subsidiegeld vaak bij adviseurs en derden terechtkomen.” Daar komt bij dat Eiwitboeren van Nederland voor een groot deel zonder structurele subsidie draait en nog grotendeels wordt geregeld door vrijwilligers.
Er moeten mensen zijn die hun nek uitsteken en het gewoon doen
Vooruitkijken en doorgaan
Ondanks de onzekerheden blijft Stollenga nuchter over de toekomst. “Als we als boeren willen innoveren en als land minder afhankelijk willen zijn van import, moeten er mensen zijn die hun nek uitsteken en het gewoon doen.”
Het verhaal van Stollenga laat zien waar de ontwikkeling van eiwitgewassen in Nederland nu staat: veelbelovend, maar nog volop in ontwikkeling. De teelt past goed in het bouwplan en sluit aan bij de vraag naar plantaardige eiwitten, maar staat of valt met een goed functionerende keten. Zolang die nog niet volledig is ingericht, blijft het vooral iets voor boeren die bereid zijn om te pionieren en risico te nemen. Dat maakt de stap naar eiwitgewassen voor sommigen logisch, maar voor anderen nog een brug te ver.
Akkerbouwer Tino Stollenga verruilde pootaardappelen voor eiwitgewassen. In Eppenhuizen zoekt hij naar een nieuw verdienmodel, met kansen in de markt maar ook met onzekerheden in de keten.
Het bord aan de achtergevel verraadt dat we op het juiste adres zijn. In Eppenhuizen, op het Groningse Hogeland, is het voorjaarswerk volop gestart. In de schuur treffen we Tino Stollenga, bezig met het vullen van de zaaimachine. Op de vraag of hij iets wil vertellen over zijn overgang naar eiwitboer, verschijnt een vriendelijke glimlach. “Misschien tijd voor een kop koffie?”
Van pootgoed naar afwijkende keuzes
Pootgoed was jarenlang een belangrijke pijler onder het bedrijf van Stollenga. In de kop van Groningen, waar de teelt sinds de jaren zestig een grote vlucht nam, hoorde het simpelweg bij het bouwplan. “Maar leeftijd en het feit dat er geen opvolgers zijn die dit willen of kunnen overnemen, maakten dat ik besloot ermee te stoppen,” vertelt hij. Hoewel hij al meer dan 50 jaar in het vak zit, was en is stoppen met boeren geen optie. “Dan moet je nadenken: hoe moet mijn bouwplan er nu uitzien?”
Je kunt niet produceren zonder afzet, daarvoor is het te risicovol
Op een bijeenkomst hoorde hij het verhaal over eiwitrijke gewassen – meer diversiteit, minder afhankelijk van import en meer produceren voor de eigen markt. Dat sprak hem direct aan. “Het leek mij een goed verhaal”, zegt hij nuchter. Hij meldde zich aan bij Eiwitboeren van Nederland. “Ik was nummer 47, dus kon ik gelijk aan de slag.”
Dit jaar is hij begonnen aan zijn derde seizoen en inmiddels weet hij dat de teelt sterk afhankelijk is van de afzet. “Je kunt niet produceren zonder afzet; daarvoor is het te risicovol.”
Pionieren in de praktijk
Dat risico zit niet alleen in de markt, maar ook in de teelt zelf. “Het eerste rondje veldbonen kon niet worden gezaaid en ook bij de erwten liep het mis met het zaaizaad.” Hij lacht er nu om, maar toen was het anders. “Spliterwten bleken kreukerwten te zijn. Dat ontdek je pas als het gewas al bovenstaat.”
Ook in de verwerking liep de keten achter. Toen de erwten gesplit moesten worden, bleek de benodigde techniek niet beschikbaar in Nederland. “Een collega heeft uiteindelijk op eigen kosten een machine gekocht, zodat we verder konden.” Het typeert volgens hem de fase waarin de teelt zich bevindt. “Er is gewoon nog niet voldoende kennis.”
Teelt en bouwplan
Eiwitgewassen passen goed in het bouwplan, maar zijn niet per definitie eenvoudige teelten. Ook gewasbescherming blijft helaas noodzakelijk. “Erwten zijn gevoelig voor schimmels.”
Tegelijk leveren de gewassen duidelijke voordelen op. Vlinderbloemigen zoals erwten en veldbonen binden stikstof, verbeteren de bodemstructuur en verminderen de behoefte aan kunstmest. Daarnaast kan lokale teelt bijdragen aan een lagere CO2-uitstoot. De winst zit vooral in het totale bouwplan.
Op het bedrijf van Stollenga heeft dat geleid tot een bredere rotatie. Hij werkt inmiddels met een 1-op-8-bouwplan. Daarin hebben eiwitgewassen een vaste plek gekregen naast onder meer suikerbieten, tarwe en koolzaad voor zaadvermeerdering. Recent is hij gestart met naakte haver en vlas.
Rekenen aan opbrengst
Het financiële plaatje blijft natuurlijk een belangrijk onderdeel. Stollenga heeft inmiddels een goed beeld van opbrengsten en risico’s. “Met spliterwten haal je ongeveer 5 ton van een hectare. Daar blijft na schoning en splitten zo’n 75% van over als betaald product.”
Bij goede marktomstandigheden kan de prijs oplopen tot circa €0,80 per kilo. “In het eerste jaar zaten we daar ongeveer op.”
Snel rekenend komt dat dan uit op een opbrengst van rond de €2.800 per hectare. “Dan is het een renderend gewas.” Maar de markt blijft grillig. “De prijs kan zo halveren, en dan ziet het plaatje er ineens heel anders uit.”
Afzet blijft knelpunt
Het grootste knelpunt zit volgens Stollenga in de afzet. Veel eiwitrijke gewassen worden geïmporteerd, vooral uit de Verenigde Staten en Canada, waar de teelt grootschaliger en goedkoper is. “Voor de prijs waarvoor een pak erwten in de supermarkt ligt, kunnen wij niet telen.”
Een grote supermarktketen is inmiddels een belangrijke afnemer van Nederlandse erwten, maar het verschil met importproduct blijft groot. “Als ik de prijzen in de winkel zie, heb ik het idee dat ze hun best doen. Maar uiteindelijk gaat het ook daar gewoon om geld.”
De waarde terug naar het boerenerf
Stollenga behoort tot de eerste leden van Eiwitboeren van Nederland. Voorzitter Henk Janknegt, akkerbouwer in de Flevopolder, is vanaf de start drie jaar geleden de drijvende kracht achter de organisatie. Volgens Janknegt draait het om één ding: grip op de keten. “Wij zijn geen telersclub, maar een producentenorganisatie met een eigen beeldmerk. Dat betekent dat onze boeren eigenaar blijven van hun product, tot en met het winkelschap.”
Dat beeldmerk staat voor aantoonbare duurzaamheid, onderbouwd met LCA-analyses (data over milieubelasting over de hele keten). “Retailers vragen daar om, en wij kunnen dat leveren.” Tegelijk is het ook een economisch verhaal. “Te lang is de marge uit de landbouw verdwenen, de waarde moet weer terug naar het boerenerf.” De organisatie groeide in drie jaar naar circa 200 aangesloten telers. Ongeveer de helft teelt actief, de rest staat op een wachtlijst.
Volgens Janknegt sluit de ontwikkeling van eiwitgewassen aan bij veranderingen in het voedingspatroon. “Met de nieuwe Schijf van Vijf zie je dat plantaardige eiwitten een steeds belangrijkere plek krijgen. Daar hoort ook een andere landbouw bij.”
Ook de situatie op de aardappelmarkt zet boeren aan het denken. “Boeren kijken breder naar hun bouwplan en zoeken naar alternatieven. We krijgen nu aanvragen om in één keer grote hectares in te vullen, maar dat doen we bewust niet. Eerst een gezond verdienmodel, dan pas opschalen.”
Het moet wel uit kunnen
Wat geld betreft blijft het voor Stollenga eenvoudig: “Voor mij persoonlijk maakt het niet zoveel meer uit, maar uiteindelijk geldt voor iedere boer: we willen best investeren, maar het moet wel uit kunnen. Anders houdt het een keer op.”
Tegelijk merkt hij dat veel verantwoordelijkheid nog altijd bij de boeren zelf ligt. “Het teelt- en ondernemingsrisico blijft bij ons liggen, terwijl grote bedragen aan subsidiegeld vaak bij adviseurs en derden terechtkomen.” Daar komt bij dat Eiwitboeren van Nederland voor een groot deel zonder structurele subsidie draait en nog grotendeels wordt geregeld door vrijwilligers.
Er moeten mensen zijn die hun nek uitsteken en het gewoon doen
Vooruitkijken en doorgaan
Ondanks de onzekerheden blijft Stollenga nuchter over de toekomst. “Als we als boeren willen innoveren en als land minder afhankelijk willen zijn van import, moeten er mensen zijn die hun nek uitsteken en het gewoon doen.”
Het verhaal van Stollenga laat zien waar de ontwikkeling van eiwitgewassen in Nederland nu staat: veelbelovend, maar nog volop in ontwikkeling. De teelt past goed in het bouwplan en sluit aan bij de vraag naar plantaardige eiwitten, maar staat of valt met een goed functionerende keten. Zolang die nog niet volledig is ingericht, blijft het vooral iets voor boeren die bereid zijn om te pionieren en risico te nemen. Dat maakt de stap naar eiwitgewassen voor sommigen logisch, maar voor anderen nog een brug te ver.
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Wendy Noordzij
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp