Jeske Bleeker, consultant bij NEN op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid. Foto: Dennis Wisse Photography
De ISO-norm over de definitie van plantaardige voeding is in ontwikkeling. Deze internationale norm geeft aan wanneer een product plantaardig genoemd mag worden. Wat betekent dat voor plantaardige producten? Zarra de Laat en Jeske Bleeker van de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) geven hun visie.
Normen zijn breedgedragen afspraken. Deze zijn niet verplicht, tenzij ze in de wet worden opgenomen. Doordat de afspraken door een grote groep mensen worden gemaakt, hebben ze wel veel kracht en worden ze breed geïmplementeerd. De Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) begeleidt het hele proces van normen maken. Daarbij gaat het zowel om nationale normen als om Europese en internationale normen, waarvoor CEN en ISO de normalisatie-instituten zijn.
Normalisatie wordt vaak als stoffig of achterhaald gezien, maar je kunt hier echt transities mee aanjagen
Zarra de Laat, programmamanager bij NEN voor het speerpunt circulaire economie, en Jeske Bleeker, consultant bij NEN op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid, vertellen meer over het belang van normering in de eiwittransitie.
Waarom zijn normen zo belangrijk?
De Laat: “Hiermee kun je aantonen dat je product ergens aan voldoet. Ook maken de normen het mogelijk om bepaalde producten met elkaar te vergelijken of om afspraken te maken, zodat zaken op een bepaalde manier worden aangepakt. Daarbij kan het zowel gaan om veiligheid, kwaliteit als marktwerking. Over vrijwel alles worden normen gemaakt. Van veiligheidsnormen voor fietsen tot voor putdeksels en elektra.”
Hoe verloopt zo’n proces?
Bleeker: “Vaak begint het met een nationaal initiatief, bijvoorbeeld het opstellen van een nationale analysemethode. Er moet dan getest worden of zo’n analyse echt goed werkt. De nationale normcommissie, die uit een groep experts bestaat, geeft hierover hun mening. Als er een consensus is bereikt over de methode, dan wordt deze in een norm vastgelegd. Vervolgens kan de norm worden aandragen voor een Europese norm of een internationale norm. Dan start het proces opnieuw, alleen geven dan de deskundigen van de internationale normcommissie hun visie. Het accepteren van de norm kan enkele jaren duren.”
Waar kan normalisatie allemaal oplossingen voor bieden?
De Laat: “Normalisatie is een heel nuttig instrument om samen tot oplossingen te komen. Normalisatie wordt vaak als stoffig of achterhaald gezien, maar je kunt hier echt transities mee aanjagen. Doordat je samen doelen stelt, dezelfde definities gebruikt en met elkaar ergens naartoe werkt. Het proces zorgt ervoor dat je op één lijn komt te zitten.”
Wat zijn de voordelen voor ondernemers?
Bleeker: “Als iets volgens bepaalde norm is gedaan, dan heb je zekerheid over de kwaliteit, of bijvoorbeeld de voedselveiligheid. Als een product aan een internationale norm voldoet, dan kan dat in verschillende landen worden geborgd, wat vrije marktwerking bevordert. Zo vereisen inkopers van voedingsmiddelen vaak dat de producten aan een bepaalde norm moeten voldoen.”
Zijn er ook nadelen?
Bleeker: “Als je zelf een andere methode gebruikt dan die in de norm staat omschreven, dan moet je misschien je werkwijze aanpassen.”
Wat zijn de voordelen voor consumenten?
De Laat: “Voor consumenten wordt het duidelijker wat zij van de producten kunnen verwachten. Ook de voedselveiligheid wordt door de normalisatie geborgd.”
Hoe komt het dat er nog geen norm is voor plantaardige producten?
De Laat: “Transities worden aangejaagd door een koplopersgroep, die het voortouw neemt. Normalisatie komt pas aan bod, als meer partijen hiermee aan de slag gaan. Pas dan wordt het tijd om afspraken vast te leggen. Wij houden bijvoorbeeld al een tijdje in de gaten of er normen voor kweekvlees en voor insecten als voedselbron moeten komen. Maar we merken dat de markt er nog niet helemaal klaar voor is. Dat komt vooral omdat nog veel bedrijven in de onderzoeksfase zitten.
De markt is nog niet klaar voor normen voor kweekvlees en insecten
Wij volgen de ontwikkelingen. Als de markt aangeeft er behoefte aan te hebben, dan kunnen we gaan standaardiseren. Deze vraag komt vanuit de markt of de overheid. Als er nieuwe wetgeving aankomt, dan voelen spelers in de markt een sterkere behoefte om te normaliseren.”
Hoe komt dat?
Bleeker: “Het grote voordeel van normaliseren is dat je als speler in de markt zelf invloed hebt op de inhoud van de norm. Dat is niet het geval als iets in de wetgeving wordt vastgelegd. En als er al een norm is, dan kan deze als basis dienen voor de wet- en regelgeving.”
Waarom is er nog geen norm voor plantaardige voedingsproducten die al uit de onderzoeksfase zijn?
De Laat: “Er zijn inderdaad al wat meer mainstream producten op de markt. In de verschillende landen zijn er veel verschillende opvattingen over plantaardige voeding. Dat komt onder meer door de verschillen in cultuur en eetgewoonten. De meningen en opvattingen liggen ongelooflijk ver uit elkaar. Daardoor wordt de noodzaak van normering groter. We komen nu in de fase waarin onduidelijkheden weggenomen moeten worden. Zo is er bijvoorbeeld een internationaal voorstel voor een analysemethode voor proteïne in groente. Deze methode is heel specifiek gericht op het detecteren van eiwitten in niet-dierlijke producten.
Verder verwachten we binnenkort de eerste normalisatieafspraken rond cellulaire agricultuur en is er een ISO-norm in ontwikkeling over definitie van plantaardige voeding. Daarbij gaat het met name over het vraagstuk: mag er een bepaald percentage dierlijk eiwit in plantaardige voeding zitten. Zo bevatten bepaalde vleesvervangers een klein beetje kippeneiwit. Mag je deze producten dan nog wel plantaardig noemen?”
Is de verwachting dat het dierlijk eiwit uit de definitie wordt gehaald?
“De titel ligt nog niet vast, maar waarschijnlijk komt er een begrip voor plantaardige voeding zonder dierlijke eiwitten en een begrip voor productie waarin wel iets van dierlijke eiwitten is toegestaan.”
Heeft dat grote gevolgen voor bedrijven?
Bleeker: “Afhankelijk van hun werkwijze kan dat inderdaad grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld als de normering in wet- of regelgeving wordt opgenomen. Maar ook business-to-business kunnen afnemers eisen dat er aan de norm wordt voldaan. Als veel spelers in de markt de norm toepassen, is dat ook wat als gangbaar gezien gaat worden."
Wanneer verwachten jullie dat deze norm er komt?
De Laat: “Eigenlijk had de norm er al moeten zijn. Maar door alle discussies heeft de normering wat vertraging opgelopen. Momenteel staat de norm open voor commentaar in alle deelnemende landen. Deze commentaren moeten worden verwerkt. Daarna kan de norm worden gepubliceerd. Naar verwachting is dat eind van dit jaar, of begin volgend jaar.”
Kunnen bedrijven hierop reageren?
Bleeker: “Dat kan alleen via de nationale normcommissie. Hiervoor kunnen bedrijven zich aanmelden. Ze kunnen dan actief meewerken aan de internationale normalisatie die momenteel plaatsvindt op plantaardig gebied. En ook wanneer er ontwikkelingen zijn op het gebied van de eiwittransitie die nog niet genormaliseerd worden, dan kunnen zij bij ons aankloppen. Dan kunnen we samen onderzoeken of er meer partijen geïnteresseerd zijn en we een normaliseringsprocedure in gang kunnen zetten.”
De ISO-norm over de definitie van plantaardige voeding is in ontwikkeling. Deze internationale norm geeft aan wanneer een product plantaardig genoemd mag worden. Wat betekent dat voor plantaardige producten? Zarra de Laat en Jeske Bleeker van de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) geven hun visie.
Normen zijn breedgedragen afspraken. Deze zijn niet verplicht, tenzij ze in de wet worden opgenomen. Doordat de afspraken door een grote groep mensen worden gemaakt, hebben ze wel veel kracht en worden ze breed geïmplementeerd. De Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) begeleidt het hele proces van normen maken. Daarbij gaat het zowel om nationale normen als om Europese en internationale normen, waarvoor CEN en ISO de normalisatie-instituten zijn.
Normalisatie wordt vaak als stoffig of achterhaald gezien, maar je kunt hier echt transities mee aanjagen
Zarra de Laat, programmamanager bij NEN voor het speerpunt circulaire economie, en Jeske Bleeker, consultant bij NEN op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid, vertellen meer over het belang van normering in de eiwittransitie.
Waarom zijn normen zo belangrijk?
De Laat: “Hiermee kun je aantonen dat je product ergens aan voldoet. Ook maken de normen het mogelijk om bepaalde producten met elkaar te vergelijken of om afspraken te maken, zodat zaken op een bepaalde manier worden aangepakt. Daarbij kan het zowel gaan om veiligheid, kwaliteit als marktwerking. Over vrijwel alles worden normen gemaakt. Van veiligheidsnormen voor fietsen tot voor putdeksels en elektra.”
Hoe verloopt zo’n proces?
Bleeker: “Vaak begint het met een nationaal initiatief, bijvoorbeeld het opstellen van een nationale analysemethode. Er moet dan getest worden of zo’n analyse echt goed werkt. De nationale normcommissie, die uit een groep experts bestaat, geeft hierover hun mening. Als er een consensus is bereikt over de methode, dan wordt deze in een norm vastgelegd. Vervolgens kan de norm worden aandragen voor een Europese norm of een internationale norm. Dan start het proces opnieuw, alleen geven dan de deskundigen van de internationale normcommissie hun visie. Het accepteren van de norm kan enkele jaren duren.”
Waar kan normalisatie allemaal oplossingen voor bieden?
De Laat: “Normalisatie is een heel nuttig instrument om samen tot oplossingen te komen. Normalisatie wordt vaak als stoffig of achterhaald gezien, maar je kunt hier echt transities mee aanjagen. Doordat je samen doelen stelt, dezelfde definities gebruikt en met elkaar ergens naartoe werkt. Het proces zorgt ervoor dat je op één lijn komt te zitten.”
Wat zijn de voordelen voor ondernemers?
Bleeker: “Als iets volgens bepaalde norm is gedaan, dan heb je zekerheid over de kwaliteit, of bijvoorbeeld de voedselveiligheid. Als een product aan een internationale norm voldoet, dan kan dat in verschillende landen worden geborgd, wat vrije marktwerking bevordert. Zo vereisen inkopers van voedingsmiddelen vaak dat de producten aan een bepaalde norm moeten voldoen.”
Zijn er ook nadelen?
Bleeker: “Als je zelf een andere methode gebruikt dan die in de norm staat omschreven, dan moet je misschien je werkwijze aanpassen.”
Wat zijn de voordelen voor consumenten?
De Laat: “Voor consumenten wordt het duidelijker wat zij van de producten kunnen verwachten. Ook de voedselveiligheid wordt door de normalisatie geborgd.”
Hoe komt het dat er nog geen norm is voor plantaardige producten?
De Laat: “Transities worden aangejaagd door een koplopersgroep, die het voortouw neemt. Normalisatie komt pas aan bod, als meer partijen hiermee aan de slag gaan. Pas dan wordt het tijd om afspraken vast te leggen. Wij houden bijvoorbeeld al een tijdje in de gaten of er normen voor kweekvlees en voor insecten als voedselbron moeten komen. Maar we merken dat de markt er nog niet helemaal klaar voor is. Dat komt vooral omdat nog veel bedrijven in de onderzoeksfase zitten.
De markt is nog niet klaar voor normen voor kweekvlees en insecten
Wij volgen de ontwikkelingen. Als de markt aangeeft er behoefte aan te hebben, dan kunnen we gaan standaardiseren. Deze vraag komt vanuit de markt of de overheid. Als er nieuwe wetgeving aankomt, dan voelen spelers in de markt een sterkere behoefte om te normaliseren.”
Hoe komt dat?
Bleeker: “Het grote voordeel van normaliseren is dat je als speler in de markt zelf invloed hebt op de inhoud van de norm. Dat is niet het geval als iets in de wetgeving wordt vastgelegd. En als er al een norm is, dan kan deze als basis dienen voor de wet- en regelgeving.”
Waarom is er nog geen norm voor plantaardige voedingsproducten die al uit de onderzoeksfase zijn?
De Laat: “Er zijn inderdaad al wat meer mainstream producten op de markt. In de verschillende landen zijn er veel verschillende opvattingen over plantaardige voeding. Dat komt onder meer door de verschillen in cultuur en eetgewoonten. De meningen en opvattingen liggen ongelooflijk ver uit elkaar. Daardoor wordt de noodzaak van normering groter. We komen nu in de fase waarin onduidelijkheden weggenomen moeten worden. Zo is er bijvoorbeeld een internationaal voorstel voor een analysemethode voor proteïne in groente. Deze methode is heel specifiek gericht op het detecteren van eiwitten in niet-dierlijke producten.
Verder verwachten we binnenkort de eerste normalisatieafspraken rond cellulaire agricultuur en is er een ISO-norm in ontwikkeling over definitie van plantaardige voeding. Daarbij gaat het met name over het vraagstuk: mag er een bepaald percentage dierlijk eiwit in plantaardige voeding zitten. Zo bevatten bepaalde vleesvervangers een klein beetje kippeneiwit. Mag je deze producten dan nog wel plantaardig noemen?”
Is de verwachting dat het dierlijk eiwit uit de definitie wordt gehaald?
“De titel ligt nog niet vast, maar waarschijnlijk komt er een begrip voor plantaardige voeding zonder dierlijke eiwitten en een begrip voor productie waarin wel iets van dierlijke eiwitten is toegestaan.”
Heeft dat grote gevolgen voor bedrijven?
Bleeker: “Afhankelijk van hun werkwijze kan dat inderdaad grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld als de normering in wet- of regelgeving wordt opgenomen. Maar ook business-to-business kunnen afnemers eisen dat er aan de norm wordt voldaan. Als veel spelers in de markt de norm toepassen, is dat ook wat als gangbaar gezien gaat worden."
Wanneer verwachten jullie dat deze norm er komt?
De Laat: “Eigenlijk had de norm er al moeten zijn. Maar door alle discussies heeft de normering wat vertraging opgelopen. Momenteel staat de norm open voor commentaar in alle deelnemende landen. Deze commentaren moeten worden verwerkt. Daarna kan de norm worden gepubliceerd. Naar verwachting is dat eind van dit jaar, of begin volgend jaar.”
Kunnen bedrijven hierop reageren?
Bleeker: “Dat kan alleen via de nationale normcommissie. Hiervoor kunnen bedrijven zich aanmelden. Ze kunnen dan actief meewerken aan de internationale normalisatie die momenteel plaatsvindt op plantaardig gebied. En ook wanneer er ontwikkelingen zijn op het gebied van de eiwittransitie die nog niet genormaliseerd worden, dan kunnen zij bij ons aankloppen. Dan kunnen we samen onderzoeken of er meer partijen geïnteresseerd zijn en we een normaliseringsprocedure in gang kunnen zetten.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Wendy Noordzij
Chris Polkamp