In dit artikel
Plantaardige voedingsmiddelen spreken maar een klein gedeelte van de Nederlandse consument aan. Een groter gedeelte van de Nederlanders ziet het belang van de eiwittransitie, maar gedraagt zich daar nog niet naar. Hoe kan de eiwittransitie de massa raken? Een stille eiwittransitie kan de oplossing zijn.
Steeds meer Nederlanders zien zichzelf als flexitariër. Uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor van het CBS, RIVM en Voedingscentrum blijkt dat 22% van de Nederlanders minstens drie dagen in de week een hoofdmaaltijd zonder vlees of vis eet. 43% eet een of twee dagen vegetarisch. Toch neemt de vleesconsumptie in Nederland niet af. Een beperkte groep Nederlanders staat open voor een volledig plantaardig consumptiepatroon. Dan rijst de vraag: moet er niet op een andere manier gekeken worden naar hoe de eiwitverhouding verschoven kan worden naar meer plantaardig? Een ‘stille eiwittransitie’ zou hierin een oplossing kunnen bieden.
Massa aanspreken
De term stille eiwittransitie is geïntroduceerd door ProVeg, een organisatie die zich inzet voor het halveren van de consumptie van dieren in 2040. De stille eiwittransitie is een strategie waarbij voedingsmiddelen onopvallend plantaardig(er) worden gemaakt. “Met duidelijke communicatie bereik je een beperkt aantal consumenten”, vertelt Martine van Haperen, expert foodservice en food industry bij ProVeg. “Dit zijn Nederlanders die al open staan voor plantaardig en overtuigd kunnen worden met campagnes, met de voordelen van plantaardig, of de zichtbaarheid van plantaardig in de supermarkt. Maar hierbij wordt enkel een deel van de consumenten aangesproken. Om echte impact te maken, moeten meer consumenten plantaardig eten. De grootste impact is te behalen door veel mensen iets meer plantaardig te laten eten in plaats van een paar mensen die volledig plantaardig eten.”
Naast het plantaardiger maken van producten, kan een stille eiwittransitie ook slaan op het minder communiceren over het feit dat het product plantaardig is. Bijvoorbeeld door de verpakking niet groen te maken, of niet groot ‘vegan’ op de voorkant te zetten.
De grootste impact is te behalen door veel mensen iets meer plantaardig te laten eten, in plaats van een aantal mensen die volledig plantaardig eten
Dierlijke ingrediënten vervangen
Uit onderzoek van ProVeg en Kieskompas in 2023 blijkt grote bereidheid van Nederlanders voor het vervangen van dierlijke ingrediënten door plantaardige. 61% van de ruim 9.000 Nederlanders die meededen aan het onderzoek, staat positief tegenover het vervangen van dierlijke ingrediënten in voedingsmiddelen. Volgens Van Haperen is dit een strategie waar voedingsmiddelenproducenten mee bezig zijn. “Het vervangen van ei in sauzen, of boter in gebaksproducten zijn stappen die ik op dit moment zie. Het zijn laagdrempelige aanpassingen, want deze ingrediënten kunnen in veel gevallen een-op-een vervangen worden door een plantaardig alternatief. De consument proeft geen verschil, maar zo wordt het product wel direct een stuk duurzamer.”

Van Haperen ziet ook dat foodservice en retailers op zoek zijn naar manieren om het assortiment plantaardiger te maken. “Foodservice en retailers hebben vrijwel allemaal doelen gesteld: duurzaamheids-, CO2- of eiwitdoelstellingen. Om deze doelen te halen, moeten meer consumenten plantaardige voedingsmiddelen kopen, maar bedrijven zien ook dat je met alleen promoten van het plantaardig aanbod niet iedereen kunt bereiken. Retailers en cateraars kijken daarom naar kansen om op subtiele manieren meer plantaardig in het boodschappenmandje te krijgen.” Voorbeelden hiervan zijn Albert Heijn met het plantaardig maken van vleesvervangers, en Jumbo, die de dierlijke gelatine heeft verwijderd uit het hele gebaksassortiment. Ook binnen A-merken is een ontwikkeling gaande. Unilever heeft bijvoorbeeld een vegan Magnum op de markt gebracht, waarbij de producent niet meer adverteert met ‘vegan’.
Minder vlees in vlees
Van Haperen stelt dat in alle productcategorieën het mogelijk is om dierlijk te vervangen door plantaardig. In het ene product is dat wel makkelijker dan in het andere. Vlees is een van de categorieën waar dat volgens Van Haperen lastig is. “Voor veel consumenten is de stap van vlees naar plantaardige vleesvervangers nog te groot. Daar spelen retailers en foodservice nu op in met hybride producten, waar een deel van het vlees is vervangen door plantaardige ingrediënten.”
Juist in vlees timmert onder andere de Van Loon Group aan de weg. Het bedrijf is producent van vlees- en convenienceproducten. Het vleesbedrijf ontwikkelt ook hybride vleesproducten. Een product waarbij een stille overgang echt impact kan maken, stelt Sander Krijnen, manager R&D bij Van Loon Group. “Wij zijn marktleider in duurzaam vlees en hebben verschillende ketenconcepten ontwikkeld om ons vlees zo duurzaam mogelijk te produceren. Maar wij zien ook dat er impact gemaakt moet worden op andere manieren. Een daarvan is hybride.”
Sinds 2010 werkt het bedrijf aan hybride vlees, maar het is pas van de grond gekomen in 2024. Krijnen: “Er zijn verschillende pogingen gedaan om hybride vlees aan de man te brengen, maar dat was tot 2024 nog niet gelukt. Dat heeft denk ik te maken met een combinatie van factoren. De communicatie over hybride was niet duidelijk genoeg en de consument stond ook niet open voor dit concept. Nu zie je dat alle seinen op groen staan: de consument is op zoek naar duurzamere opties zonder vlees uit te bannen, de communicatie slaat beter aan of er is een stille transitie, en vlees is duurder geworden.”
40% plantaardig
Krijnen werkt met zijn team aan allerlei verschillende hybride producten. Bij ‘vleesdeeg’-producten, zoals hamburgers en worstjes, is het makkelijker om dierlijk te vervangen door plantaardig. “Dit zijn immers al producten die niet voor 100% uit vlees bestaan. Hier wordt bijvoorbeeld paneermiddel of ei aan toegevoegd. Dat zijn ook de producten die op dit moment in retail verkrijgbaar zijn als hybride. We vervangen nu tot 40% van het vlees door een plantaardige vezel die wij ontwikkeld hebben.”
Volgens Krijnen is dat zeker niet het maximale voor wat bijgemengd kan worden, maar is het op dit moment het hoogst haalbare zonder de smaak, structuur en kleur van het vleesproduct aan te tasten. Een verhouding van 50/50 zorgt nu nog voor een grauwige kleur die gecompenseerd zou moeten worden met kleurstoffen. “Dat is niet wenselijk. Ook de bite mis je. Om de vleeservaring te behouden, zijn we uitgekomen bij het toevoegen van 40% plantaardige vezel. Maar geleidelijk zou dit verhoogd kunnen worden.”
Van Loon is een private label-producent voor retail en foodservice. In beide kanalen ziet Krijnen twee manieren om hybride vlees te introduceren: stilzwijgend aanpassen of groots aankondigen. Supermarkt Lidl kondigde de introductie van zijn hybride gehaktmix groots aan, bijvoorbeeld in landelijke media en reclames. Andere retailers kiezen juist voor een langzame en stille overgang. “We hebben klanten waarvoor we bezig zijn om een aanzienlijk deel van het portfolio hybride te maken. Daarbij wordt een deel van het vlees vervangen. Dat staat natuurlijk op de ingrediëntenlijst, maar bijvoorbeeld niet groot op de verpakking. Er staat zelfs nog een afbeelding van een koe op; de vraag is alleen: wanneer moet zo’n dierlijk beeldmerk van het product verwijderd worden? Bij welk percentage?"
Communicatie en risico’s
Die communicatie over de stille eiwittransitie is een groot vraagstuk waar nog geen antwoord op is. Dat komt doordat het een relatief nieuwe strategie is. “Een stille eiwittransitie is naar mijn mening nodig om de transitie vooruit te brengen”, vertelt Marleen Onwezen, onderzoeker consumentengedrag bij Wageningen University & Research (WUR). “Maar de kernvraag is hoe je ermee om moet gaan. Dat is een vraag die nog openstaat.” Volgens haar biedt een stille eiwittransitie voordelen en risico’s en is het een balanceer-act in het bepalen hoe deze strategie ingevuld kan worden. “Een stille eiwittransitie biedt als risico dat consumenten zich bedonderd voelen als ze erachter komen dat hun favoriete producten aangepast zijn. Supermarkten en voedingsbedrijven zijn bang voor het afbreukrisico.”

In het retaillandschap is ook te zien dat supermarkten op verschillende manieren omgaan met de stille eiwittransitie. Lidl introduceerde in de zomer van 2024 als eerste een hybride gehaktmix met grote marketingcampagnes. Chantal Goenee, adviseur duurzaamheid & gezondheid bij Lidl, vertelt dat deze aanpak bewust gekozen is: “We hebben er bewust voor gekozen om veel te communiceren over de gehaktmix, want wij zijn trots op het product. We hadden het stilzwijgend in de schappen kunnen leggen, maar we weten dat onze communicatie de verkoop stimuleert.” De keten legde de gehaktmix naast het dierlijke product. Volgens Onwezen is dit een strategie waarbij het risico op afbreuk wordt ingeperkt: “De keuzevrijheid blijft bestaan en dat zorgt ervoor dat er minder weerstand is bij de consument.”
De stille eiwittransitie biedt volgens Onwezen wel een kans: door er niet over te communiceren, wordt meer impact gemaakt zonder het consumptiepatroon te veranderen. “Maar het risico is op deze wijze ook het grootst. Door communicatie wordt dit risico ingeperkt. Maar communicatie hoeft niet te betekenen dat er met koeienletters op een verpakking hoeft te staan dat het minder dierlijk is. De communicatie kan ook plaatsvinden op bedrijfsniveau, door als bedrijf te zeggen: wij gaan werken aan onze duurzaamheidsdoelstellingen door een aantal producten langzaam op te schuiven naar meer plantaardig.”
We hebben klanten waarvoor we bezig zijn om een aanzienlijk deel van het bestaande portfolio hybride te maken. Dat staat natuurlijk op de ingrediëntenlijst, maar bijvoorbeeld niet groot op de verpakking
Geleidelijke verschuiving
Jumbo kiest hierin voor een andere strategie. Sinds de zomer experimenteert de supermarkt met hybride vleesproducten, voor het eerst in het BBQ-assortiment. Eerder communiceerde de supermarkt explicieter over het aandeel plantaardig in een product, maar het ervoer een tegengesteld effect. Jumbo kiest ervoor om traditionele vleesproducten te vervangen door hybride versies. De supermarkt geeft aan dat hybride producten het afgelopen jaar geleidelijk zijn ingestroomd en dat de afzet van deze producten gelijk is gebleven. “Dit draagt bij aan het voorkomen en verminderen van weerstand. Voor onze hybride vleesproducten hebben we ervoor gekozen om de producten niet als zodanig te labelen. Uiteraard hanteren we de wettelijke declaratierichtlijnen”, laat de woordvoerder van Jumbo weten. De supermarkt zet deze lijn voort en breidt het assortiment stapsgewijs uit; binnenkort zullen slavinken en rundervinken als hybride instromen.
Jumbo benadrukt dat smaak en kwaliteit van enorm belang zijn in het hybride assortiment. Ook Onwezen en Van Haperen benadrukken het belang van de beleving van een product. Onwezen: “Consumenten zijn gewoontedieren en in de smaakbeleving zit een bepaalde verwachting. Het wordt direct opgemerkt als er iets anders is. In een stille eiwittransitie is het belangrijk dat de sensorische ervaring hetzelfde blijft. Al moet daarbij vermeld worden dat consumenten er ook wel snel aan wennen.”
Social tipping point
Maar is een stille eiwittransitie dé sleutel? Nee, zegt Onwezen. Het is een van de strategieën die nodig is, naast een meer zichtbare aanpak. “Een stille eiwittransitie heeft als groot nadeel dat dit niet leidt tot meer bewustzijn. Gedragsexperts stellen ook dat er communicatie nodig is om bewust gedrag te creëren. Het gaat tegenwoordig ook steeds meer over het social tipping point: het kantelpunt waarbij een significante verschuiving plaatsvindt in de maatschappelijke normen en het gedrag. Dat is alleen mogelijk als de massa zich bewust is van het belang van bijvoorbeeld de eiwittransitie. Daarom is het belangrijk dat er strategieën blijven waarbij bewustzijn wordt gecreëerd.”
Een stille eiwittransitie kan een manier zijn om op een laagdrempelige manier veel duurzaamheidswinst te boeken. Het biedt ook kansen om consumenten die het moeilijk vinden om hun consumptiepatroon te veranderen, mee te krijgen. De conclusie is dat een stille eiwittransitie ook nodig is. Maar het blijft zoeken naar de juiste balans in het communiceren: hoe stil is de stille eiwittransitie?
Plantaardige voedingsmiddelen spreken maar een klein gedeelte van de Nederlandse consument aan. Een groter gedeelte van de Nederlanders ziet het belang van de eiwittransitie, maar gedraagt zich daar nog niet naar. Hoe kan de eiwittransitie de massa raken? Een stille eiwittransitie kan de oplossing zijn.
Steeds meer Nederlanders zien zichzelf als flexitariër. Uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor van het CBS, RIVM en Voedingscentrum blijkt dat 22% van de Nederlanders minstens drie dagen in de week een hoofdmaaltijd zonder vlees of vis eet. 43% eet een of twee dagen vegetarisch. Toch neemt de vleesconsumptie in Nederland niet af. Een beperkte groep Nederlanders staat open voor een volledig plantaardig consumptiepatroon. Dan rijst de vraag: moet er niet op een andere manier gekeken worden naar hoe de eiwitverhouding verschoven kan worden naar meer plantaardig? Een ‘stille eiwittransitie’ zou hierin een oplossing kunnen bieden.
Massa aanspreken
De term stille eiwittransitie is geïntroduceerd door ProVeg, een organisatie die zich inzet voor het halveren van de consumptie van dieren in 2040. De stille eiwittransitie is een strategie waarbij voedingsmiddelen onopvallend plantaardig(er) worden gemaakt. “Met duidelijke communicatie bereik je een beperkt aantal consumenten”, vertelt Martine van Haperen, expert foodservice en food industry bij ProVeg. “Dit zijn Nederlanders die al open staan voor plantaardig en overtuigd kunnen worden met campagnes, met de voordelen van plantaardig, of de zichtbaarheid van plantaardig in de supermarkt. Maar hierbij wordt enkel een deel van de consumenten aangesproken. Om echte impact te maken, moeten meer consumenten plantaardig eten. De grootste impact is te behalen door veel mensen iets meer plantaardig te laten eten in plaats van een paar mensen die volledig plantaardig eten.”
Naast het plantaardiger maken van producten, kan een stille eiwittransitie ook slaan op het minder communiceren over het feit dat het product plantaardig is. Bijvoorbeeld door de verpakking niet groen te maken, of niet groot ‘vegan’ op de voorkant te zetten.
De grootste impact is te behalen door veel mensen iets meer plantaardig te laten eten, in plaats van een aantal mensen die volledig plantaardig eten
Dierlijke ingrediënten vervangen
Uit onderzoek van ProVeg en Kieskompas in 2023 blijkt grote bereidheid van Nederlanders voor het vervangen van dierlijke ingrediënten door plantaardige. 61% van de ruim 9.000 Nederlanders die meededen aan het onderzoek, staat positief tegenover het vervangen van dierlijke ingrediënten in voedingsmiddelen. Volgens Van Haperen is dit een strategie waar voedingsmiddelenproducenten mee bezig zijn. “Het vervangen van ei in sauzen, of boter in gebaksproducten zijn stappen die ik op dit moment zie. Het zijn laagdrempelige aanpassingen, want deze ingrediënten kunnen in veel gevallen een-op-een vervangen worden door een plantaardig alternatief. De consument proeft geen verschil, maar zo wordt het product wel direct een stuk duurzamer.”

Van Haperen ziet ook dat foodservice en retailers op zoek zijn naar manieren om het assortiment plantaardiger te maken. “Foodservice en retailers hebben vrijwel allemaal doelen gesteld: duurzaamheids-, CO2- of eiwitdoelstellingen. Om deze doelen te halen, moeten meer consumenten plantaardige voedingsmiddelen kopen, maar bedrijven zien ook dat je met alleen promoten van het plantaardig aanbod niet iedereen kunt bereiken. Retailers en cateraars kijken daarom naar kansen om op subtiele manieren meer plantaardig in het boodschappenmandje te krijgen.” Voorbeelden hiervan zijn Albert Heijn met het plantaardig maken van vleesvervangers, en Jumbo, die de dierlijke gelatine heeft verwijderd uit het hele gebaksassortiment. Ook binnen A-merken is een ontwikkeling gaande. Unilever heeft bijvoorbeeld een vegan Magnum op de markt gebracht, waarbij de producent niet meer adverteert met ‘vegan’.
Minder vlees in vlees
Van Haperen stelt dat in alle productcategorieën het mogelijk is om dierlijk te vervangen door plantaardig. In het ene product is dat wel makkelijker dan in het andere. Vlees is een van de categorieën waar dat volgens Van Haperen lastig is. “Voor veel consumenten is de stap van vlees naar plantaardige vleesvervangers nog te groot. Daar spelen retailers en foodservice nu op in met hybride producten, waar een deel van het vlees is vervangen door plantaardige ingrediënten.”
Juist in vlees timmert onder andere de Van Loon Group aan de weg. Het bedrijf is producent van vlees- en convenienceproducten. Het vleesbedrijf ontwikkelt ook hybride vleesproducten. Een product waarbij een stille overgang echt impact kan maken, stelt Sander Krijnen, manager R&D bij Van Loon Group. “Wij zijn marktleider in duurzaam vlees en hebben verschillende ketenconcepten ontwikkeld om ons vlees zo duurzaam mogelijk te produceren. Maar wij zien ook dat er impact gemaakt moet worden op andere manieren. Een daarvan is hybride.”
Sinds 2010 werkt het bedrijf aan hybride vlees, maar het is pas van de grond gekomen in 2024. Krijnen: “Er zijn verschillende pogingen gedaan om hybride vlees aan de man te brengen, maar dat was tot 2024 nog niet gelukt. Dat heeft denk ik te maken met een combinatie van factoren. De communicatie over hybride was niet duidelijk genoeg en de consument stond ook niet open voor dit concept. Nu zie je dat alle seinen op groen staan: de consument is op zoek naar duurzamere opties zonder vlees uit te bannen, de communicatie slaat beter aan of er is een stille transitie, en vlees is duurder geworden.”
40% plantaardig
Krijnen werkt met zijn team aan allerlei verschillende hybride producten. Bij ‘vleesdeeg’-producten, zoals hamburgers en worstjes, is het makkelijker om dierlijk te vervangen door plantaardig. “Dit zijn immers al producten die niet voor 100% uit vlees bestaan. Hier wordt bijvoorbeeld paneermiddel of ei aan toegevoegd. Dat zijn ook de producten die op dit moment in retail verkrijgbaar zijn als hybride. We vervangen nu tot 40% van het vlees door een plantaardige vezel die wij ontwikkeld hebben.”
Volgens Krijnen is dat zeker niet het maximale voor wat bijgemengd kan worden, maar is het op dit moment het hoogst haalbare zonder de smaak, structuur en kleur van het vleesproduct aan te tasten. Een verhouding van 50/50 zorgt nu nog voor een grauwige kleur die gecompenseerd zou moeten worden met kleurstoffen. “Dat is niet wenselijk. Ook de bite mis je. Om de vleeservaring te behouden, zijn we uitgekomen bij het toevoegen van 40% plantaardige vezel. Maar geleidelijk zou dit verhoogd kunnen worden.”
Van Loon is een private label-producent voor retail en foodservice. In beide kanalen ziet Krijnen twee manieren om hybride vlees te introduceren: stilzwijgend aanpassen of groots aankondigen. Supermarkt Lidl kondigde de introductie van zijn hybride gehaktmix groots aan, bijvoorbeeld in landelijke media en reclames. Andere retailers kiezen juist voor een langzame en stille overgang. “We hebben klanten waarvoor we bezig zijn om een aanzienlijk deel van het portfolio hybride te maken. Daarbij wordt een deel van het vlees vervangen. Dat staat natuurlijk op de ingrediëntenlijst, maar bijvoorbeeld niet groot op de verpakking. Er staat zelfs nog een afbeelding van een koe op; de vraag is alleen: wanneer moet zo’n dierlijk beeldmerk van het product verwijderd worden? Bij welk percentage?"
Communicatie en risico’s
Die communicatie over de stille eiwittransitie is een groot vraagstuk waar nog geen antwoord op is. Dat komt doordat het een relatief nieuwe strategie is. “Een stille eiwittransitie is naar mijn mening nodig om de transitie vooruit te brengen”, vertelt Marleen Onwezen, onderzoeker consumentengedrag bij Wageningen University & Research (WUR). “Maar de kernvraag is hoe je ermee om moet gaan. Dat is een vraag die nog openstaat.” Volgens haar biedt een stille eiwittransitie voordelen en risico’s en is het een balanceer-act in het bepalen hoe deze strategie ingevuld kan worden. “Een stille eiwittransitie biedt als risico dat consumenten zich bedonderd voelen als ze erachter komen dat hun favoriete producten aangepast zijn. Supermarkten en voedingsbedrijven zijn bang voor het afbreukrisico.”

In het retaillandschap is ook te zien dat supermarkten op verschillende manieren omgaan met de stille eiwittransitie. Lidl introduceerde in de zomer van 2024 als eerste een hybride gehaktmix met grote marketingcampagnes. Chantal Goenee, adviseur duurzaamheid & gezondheid bij Lidl, vertelt dat deze aanpak bewust gekozen is: “We hebben er bewust voor gekozen om veel te communiceren over de gehaktmix, want wij zijn trots op het product. We hadden het stilzwijgend in de schappen kunnen leggen, maar we weten dat onze communicatie de verkoop stimuleert.” De keten legde de gehaktmix naast het dierlijke product. Volgens Onwezen is dit een strategie waarbij het risico op afbreuk wordt ingeperkt: “De keuzevrijheid blijft bestaan en dat zorgt ervoor dat er minder weerstand is bij de consument.”
De stille eiwittransitie biedt volgens Onwezen wel een kans: door er niet over te communiceren, wordt meer impact gemaakt zonder het consumptiepatroon te veranderen. “Maar het risico is op deze wijze ook het grootst. Door communicatie wordt dit risico ingeperkt. Maar communicatie hoeft niet te betekenen dat er met koeienletters op een verpakking hoeft te staan dat het minder dierlijk is. De communicatie kan ook plaatsvinden op bedrijfsniveau, door als bedrijf te zeggen: wij gaan werken aan onze duurzaamheidsdoelstellingen door een aantal producten langzaam op te schuiven naar meer plantaardig.”
We hebben klanten waarvoor we bezig zijn om een aanzienlijk deel van het bestaande portfolio hybride te maken. Dat staat natuurlijk op de ingrediëntenlijst, maar bijvoorbeeld niet groot op de verpakking
Geleidelijke verschuiving
Jumbo kiest hierin voor een andere strategie. Sinds de zomer experimenteert de supermarkt met hybride vleesproducten, voor het eerst in het BBQ-assortiment. Eerder communiceerde de supermarkt explicieter over het aandeel plantaardig in een product, maar het ervoer een tegengesteld effect. Jumbo kiest ervoor om traditionele vleesproducten te vervangen door hybride versies. De supermarkt geeft aan dat hybride producten het afgelopen jaar geleidelijk zijn ingestroomd en dat de afzet van deze producten gelijk is gebleven. “Dit draagt bij aan het voorkomen en verminderen van weerstand. Voor onze hybride vleesproducten hebben we ervoor gekozen om de producten niet als zodanig te labelen. Uiteraard hanteren we de wettelijke declaratierichtlijnen”, laat de woordvoerder van Jumbo weten. De supermarkt zet deze lijn voort en breidt het assortiment stapsgewijs uit; binnenkort zullen slavinken en rundervinken als hybride instromen.
Jumbo benadrukt dat smaak en kwaliteit van enorm belang zijn in het hybride assortiment. Ook Onwezen en Van Haperen benadrukken het belang van de beleving van een product. Onwezen: “Consumenten zijn gewoontedieren en in de smaakbeleving zit een bepaalde verwachting. Het wordt direct opgemerkt als er iets anders is. In een stille eiwittransitie is het belangrijk dat de sensorische ervaring hetzelfde blijft. Al moet daarbij vermeld worden dat consumenten er ook wel snel aan wennen.”
Social tipping point
Maar is een stille eiwittransitie dé sleutel? Nee, zegt Onwezen. Het is een van de strategieën die nodig is, naast een meer zichtbare aanpak. “Een stille eiwittransitie heeft als groot nadeel dat dit niet leidt tot meer bewustzijn. Gedragsexperts stellen ook dat er communicatie nodig is om bewust gedrag te creëren. Het gaat tegenwoordig ook steeds meer over het social tipping point: het kantelpunt waarbij een significante verschuiving plaatsvindt in de maatschappelijke normen en het gedrag. Dat is alleen mogelijk als de massa zich bewust is van het belang van bijvoorbeeld de eiwittransitie. Daarom is het belangrijk dat er strategieën blijven waarbij bewustzijn wordt gecreëerd.”
Een stille eiwittransitie kan een manier zijn om op een laagdrempelige manier veel duurzaamheidswinst te boeken. Het biedt ook kansen om consumenten die het moeilijk vinden om hun consumptiepatroon te veranderen, mee te krijgen. De conclusie is dat een stille eiwittransitie ook nodig is. Maar het blijft zoeken naar de juiste balans in het communiceren: hoe stil is de stille eiwittransitie?
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Wendy Noordzij
Chris Polkamp