Skip to content

ISO-standaard maakt duidelijk wanneer product plantaardig is

ISO publiceert een internationale etiketteringstandaard voor plantaardig voedsel. ProVeg nam deel aan de ontwikkeling ervan.

Martine van Haperen van ProVeg vertelt over hoe een ISO-standaard de term 'plantaardig' een krachtige marketingclaim maakt. Foto: Canva premium

Martine van Haperen van ProVeg vertelt over hoe een ISO-standaard de term 'plantaardig' een krachtige marketingclaim maakt. Foto: Canva

De International Standardisation Organisation (ISO) publiceert na jarenlang overleg een internationale etiketteringstandaard voor plantaardig voedsel. ProVeg nam deel aan de ontwikkeling ervan.

Nu de vraag naar plantaardig eten toeneemt, is duidelijkheid nodig over wat de term plantaardig op een voedselproduct betekent. De meeste producenten gebruiken de term ‘plantaardig’ of ‘plant-based’ alleen op producten zonder dierlijke ingrediënten. Internationaal zijn er echter ook merken die ‘plantaardig’ gebruiken voor producten die grotendeels plantaardig zijn, maar ook dierlijke ingrediënten bevatten.

De nieuwe ISO-standaard geeft duidelijke richtlijnen voor wanneer een product ‘plantaardig’ op het etiket mag zetten. Eiwit Trends spreekt Martine van Haperen van Proveg, die deelnam aan de internationale werkgroep die deze standaard heeft ontwikkeld.

Waarom is het nodig de definitie van plantaardig voedsel goed vast te leggen?

"In Nederland passen producenten de term plantaardig veelal toe op producten die nagenoeg 100% plantaardig zijn, maar deze standaard is nu afgestemd met 70 landen. In de andere landen kan het gebruik van plantaardig veel losser zijn. Een voorbeeld zijn falafelballetjes bij de Delhaize in België: ze bevatten feta, maar er staat plantaardig op de verpakking. In sommige Aziatische landen is het vrij gebruikelijk om bijvoorbeeld ‘plantaardige’ noodels te verkopen met wat dierlijk aroma in de bouillon."

"Proveg meent dat plantaardig als marketingclaim alleen past bij producten die echt volledig plantaardig zijn. Op die manier is het voor consumenten duidelijk waar deze term voor staat en blijft ‘plantaardig’ een krachtige marketingclaim.

Dat hebben we grotendeels bewerkstelligd. Uiteindelijk wilden andere partijen ook de term ‘plantaardig’ toepassen bij producten die deels plantaardig zijn. Dit heeft geleid tot een compromis waarbij er in standaard ook een categorie is voor producten met maximaal 5% dierlijke ingrediënten. Voor die producten is de term ‘plant-strong’ bijvoorbeeld toepasselijk, waarmee duidelijk wordt dat het product niet 100% plantaardig is."

"De ontwikkeling van de ISO-standaard laat zien dat de plantaardige markt groeit. Naarmate ‘plantaardig’ populairder wordt als marketingclaim, neem de behoefte aan een duidelijke en eenduidige definitie toe. Daarmee is duidelijk dat het niet zomaar een hype is waar de producent op inspringt met een vage term, maar een daadwerkelijk plantaardig product. Deze afspraken zorgen voor duidelijkheid over wat plantaardige producten zijn en wanneer producten deels plantaardig zijn."

"Meer plantaardige consumptie helpt een land of regio bij het verduurzamen van hun voedselketen. De kans bestaat dat landen ‘plantaardig’ als term willen gaan vastleggen in etiketteringswetgeving. De ISO-standaard geeft een voorzet hoe producenten ‘plantaardig’ kunnen definiëren."

Hoe is plantaardig dan omschreven?

"‘Plantaardig’ refereert in eerste instantie naar de bekende plantaardige ingrediënten zoals, groente, fruit en peulvruchten. Daarbij vallen in de ISO-standaard ingrediënten gemaakt door micro-organismen zoals schimmels en bacteriën ook onder de definitie als ‘plantaardig’. Dat betekent niet dat fabrikanten alleen producten op basis van paddenstoelen en mycoproteïne als ‘plantaardig’ kunnen labelen, maar ook ingrediënten uit precisiefermentatie, zoals microbiële caseïne en wei-eiwit. Zulke eiwitten zijn moleculair identiek aan dierlijk eiwit, maar worden gemaakt zonder gebruik van dieren. Kweekvlees is dan weer niet plantaardig, omdat bij die technologie cellen worden opgekweekt die met een biopt uit dieren zijn gewonnen. Ingrediënten uit kweekvlees kunnen wel worden gebruikt in de tweede categorie producten, die 5% dierlijke ingrediënten toelaat."

Vegans en vegetariërs moeten wellicht nog wennen aan het idee van dierlijke eiwitten die zonder dier worden gemaakt

"In de praktijk zal moeten blijken of het voor consumenten logisch is als bijvoorbeeld een kaas op basis van microbieel caseïne-eiwit een ‘plantaardig’ label krijgt. Vegans en vegetariërs moeten wellicht nog wennen aan het idee van dierlijke eiwitten die zonder dier worden gemaakt. Ook allergiepatiënten die plantaardige alternatieven gebruiken, vinden dit waarschijnlijk lastig, omdat microbiële eiwitten dezelfde allergische reacties opwekken als de dierlijke versies. Wellicht is het daarom uiteindelijk toch beter om voor deze producten andere marketingclaims te ontwikkelen. Tegelijkertijd is de producent nog altijd verplicht allergenen te benoemen op de verpakking, zodat mensen die allergisch zijn de juiste keuze kunnen maken."

Adviseert ProVeg plantaardige producenten om zich te certificeren volgens deze standaard?

"ProVeg adviseert vooral om alleen producten zonder dierlijke ingrediënten als ‘plantaardig’ of ‘plant-based’ te labelen. Dat is belangrijk om het vertrouwen van consumenten in deze populaire claims te behouden en te bevorderen. ISO-certificering kan hieraan bijdragen, maar is hiervoor niet noodzakelijk. In de eerste plaats hebben vooral grote internationaal opererende bedrijven waarschijnlijk baat bij certificering. Op termijn zullen we wellicht zien dat bijvoorbeeld retailers van huismerkfabrikanten gaan vragen om gecertificeerd te zijn. Als ze een plantaardige huismerklijn produceren, verduidelijkt deze standaard aan alle leveranciers waaraan het product moet voldoen. Vervolgens kan de retailer de term ‘plantaardig’ gebruiken op de etiketten."

De International Standardisation Organisation (ISO) publiceert na jarenlang overleg een internationale etiketteringstandaard voor plantaardig voedsel. ProVeg nam deel aan de ontwikkeling ervan.

Nu de vraag naar plantaardig eten toeneemt, is duidelijkheid nodig over wat de term plantaardig op een voedselproduct betekent. De meeste producenten gebruiken de term ‘plantaardig’ of ‘plant-based’ alleen op producten zonder dierlijke ingrediënten. Internationaal zijn er echter ook merken die ‘plantaardig’ gebruiken voor producten die grotendeels plantaardig zijn, maar ook dierlijke ingrediënten bevatten.

De nieuwe ISO-standaard geeft duidelijke richtlijnen voor wanneer een product ‘plantaardig’ op het etiket mag zetten. Eiwit Trends spreekt Martine van Haperen van Proveg, die deelnam aan de internationale werkgroep die deze standaard heeft ontwikkeld.

Waarom is het nodig de definitie van plantaardig voedsel goed vast te leggen?

"In Nederland passen producenten de term plantaardig veelal toe op producten die nagenoeg 100% plantaardig zijn, maar deze standaard is nu afgestemd met 70 landen. In de andere landen kan het gebruik van plantaardig veel losser zijn. Een voorbeeld zijn falafelballetjes bij de Delhaize in België: ze bevatten feta, maar er staat plantaardig op de verpakking. In sommige Aziatische landen is het vrij gebruikelijk om bijvoorbeeld ‘plantaardige’ noodels te verkopen met wat dierlijk aroma in de bouillon."

"Proveg meent dat plantaardig als marketingclaim alleen past bij producten die echt volledig plantaardig zijn. Op die manier is het voor consumenten duidelijk waar deze term voor staat en blijft ‘plantaardig’ een krachtige marketingclaim.

Dat hebben we grotendeels bewerkstelligd. Uiteindelijk wilden andere partijen ook de term ‘plantaardig’ toepassen bij producten die deels plantaardig zijn. Dit heeft geleid tot een compromis waarbij er in standaard ook een categorie is voor producten met maximaal 5% dierlijke ingrediënten. Voor die producten is de term ‘plant-strong’ bijvoorbeeld toepasselijk, waarmee duidelijk wordt dat het product niet 100% plantaardig is."

"De ontwikkeling van de ISO-standaard laat zien dat de plantaardige markt groeit. Naarmate ‘plantaardig’ populairder wordt als marketingclaim, neem de behoefte aan een duidelijke en eenduidige definitie toe. Daarmee is duidelijk dat het niet zomaar een hype is waar de producent op inspringt met een vage term, maar een daadwerkelijk plantaardig product. Deze afspraken zorgen voor duidelijkheid over wat plantaardige producten zijn en wanneer producten deels plantaardig zijn."

"Meer plantaardige consumptie helpt een land of regio bij het verduurzamen van hun voedselketen. De kans bestaat dat landen ‘plantaardig’ als term willen gaan vastleggen in etiketteringswetgeving. De ISO-standaard geeft een voorzet hoe producenten ‘plantaardig’ kunnen definiëren."

Hoe is plantaardig dan omschreven?

"‘Plantaardig’ refereert in eerste instantie naar de bekende plantaardige ingrediënten zoals, groente, fruit en peulvruchten. Daarbij vallen in de ISO-standaard ingrediënten gemaakt door micro-organismen zoals schimmels en bacteriën ook onder de definitie als ‘plantaardig’. Dat betekent niet dat fabrikanten alleen producten op basis van paddenstoelen en mycoproteïne als ‘plantaardig’ kunnen labelen, maar ook ingrediënten uit precisiefermentatie, zoals microbiële caseïne en wei-eiwit. Zulke eiwitten zijn moleculair identiek aan dierlijk eiwit, maar worden gemaakt zonder gebruik van dieren. Kweekvlees is dan weer niet plantaardig, omdat bij die technologie cellen worden opgekweekt die met een biopt uit dieren zijn gewonnen. Ingrediënten uit kweekvlees kunnen wel worden gebruikt in de tweede categorie producten, die 5% dierlijke ingrediënten toelaat."

Vegans en vegetariërs moeten wellicht nog wennen aan het idee van dierlijke eiwitten die zonder dier worden gemaakt

"In de praktijk zal moeten blijken of het voor consumenten logisch is als bijvoorbeeld een kaas op basis van microbieel caseïne-eiwit een ‘plantaardig’ label krijgt. Vegans en vegetariërs moeten wellicht nog wennen aan het idee van dierlijke eiwitten die zonder dier worden gemaakt. Ook allergiepatiënten die plantaardige alternatieven gebruiken, vinden dit waarschijnlijk lastig, omdat microbiële eiwitten dezelfde allergische reacties opwekken als de dierlijke versies. Wellicht is het daarom uiteindelijk toch beter om voor deze producten andere marketingclaims te ontwikkelen. Tegelijkertijd is de producent nog altijd verplicht allergenen te benoemen op de verpakking, zodat mensen die allergisch zijn de juiste keuze kunnen maken."

Adviseert ProVeg plantaardige producenten om zich te certificeren volgens deze standaard?

"ProVeg adviseert vooral om alleen producten zonder dierlijke ingrediënten als ‘plantaardig’ of ‘plant-based’ te labelen. Dat is belangrijk om het vertrouwen van consumenten in deze populaire claims te behouden en te bevorderen. ISO-certificering kan hieraan bijdragen, maar is hiervoor niet noodzakelijk. In de eerste plaats hebben vooral grote internationaal opererende bedrijven waarschijnlijk baat bij certificering. Op termijn zullen we wellicht zien dat bijvoorbeeld retailers van huismerkfabrikanten gaan vragen om gecertificeerd te zijn. Als ze een plantaardige huismerklijn produceren, verduidelijkt deze standaard aan alle leveranciers waaraan het product moet voldoen. Vervolgens kan de retailer de term ‘plantaardig’ gebruiken op de etiketten."

Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends

Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees

Beperk risico's met betere investeringen

Versterk je ketenpositie met de juiste partners

Versnel innovaties met de nieuwste trends

Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.

Afbeelding

Wendy Noordzij

Chris Polkamp

Chris Polkamp

Alieke Hilhorst

Alieke Hilhorst

Abonneer vanaf €19,20/maand

Snel delen