André Hoogendijk, directeur van BO Akkerbouw. Foto: Wim van Vossen Fotografie
BO Akkerbouw ziet kansen in de eiwittransitie. Vooral op het gebied van graan- en peulvruchtenteelt. Er zijn echter ook uitdagingen, benadrukt André Hoogendijk, directeur van BO Akkerbouw. “Zoals een stabiele opbrengst en het creëren van meerwaarde om een betere prijs te realiseren in de keten.” Ook het verwerken van eiwitrijke gewassen tot isolaten is kansrijk. Zowel de vraag als het volume zijn echter nog te laag om te investeren in een verwerkingsfabriek.
BO Akkerbouw heeft vorig jaar een nieuwe visie opgesteld: ‘Ruimte voor de Nieuwe Akker’. Hierbij is vanuit de sector gekeken welke perspectieven er zijn richting de toekomst. “De corebusiness blijft natuurlijk het maken van duurzaam voedsel in de breedste zin van het woord”, legt directeur André Hoogendijk uit. ”Daarnaast zijn er extra aandachtspunten. Eén daarvan is de eiwittransitie. Wij zien allerlei mogelijkheden om producten te veredelen, te telen, te verhandelen en te verwerken waarmee we consumenten blij kunnen maken.”
Welke producten zijn hierbij belangrijk?
“Na vlees en zuivel is brood de grootste eiwitbron voor consumenten. Daar zetten wij nu samen met de bakkers in Nederland en met het Nederlands Bakkerij Centrum op in tijdens een tarweproject. Daarnaast kijken we ook naar producten van de akker die met minimale verwerking geconsumeerd kunnen worden, zoals kidneybonen, witte bonen, bruine bonen en zwarte bonen. Deze eten we meestal niet vers, maar uit een pot of stazak.
Ook de meer verwerkte producten bieden kansen. De vegetarische burgers van Nederlandse veldbonen zijn daar een goed voorbeeld van. Net zoals het gebruik van plantaardige eiwit in producten ter vervangingen van dierlijk eiwit. Dit kan toegevoegd worden om de producten vegan te maken, maar ook om de footprint te verlagen. Dat is voor onze sector ook een heel interessante route. Daarbij hebben we het zowel over bestaande teelten met een eiwitstroom, zoals de zetmeelaardappelen waarvan een deel als eiwit wordt verwaard. Maar ook aan de zogenoemde nieuwe teelten, zoals veldbonen. Deze teelt bestaat natuurlijk al lang, maar is relatief nieuw voor veel boeren.”
Kun je wat meer vertellen over het tarweproject?
“De PPS Nederlandse Baktarwe is een Publiek Private Samenwerking binnen de Topsector Agri & Food. Het is een heel groot project van circa 3 miljoen euro waarin twintig partijen uit de hele graan-, meel- en broodketen samenwerken. Hierbij kijken we door de keten heen hoe we het gebruik van Nederlandse tarwe in Nederlands brood kunnen vergroten. Van de veredeling tot en met de supermarkt. Met een goed verdienmodel. Zowel voor de boer als voor de andere schakels in de keten. Ook worden allerlei onderzoeken gedaan. Niet alleen op teeltniveau, maar ook over andere onderwerpen, zoals transparante prijsvorming.”
Hoe gaat het met de vraag naar Nederlandse baktarwe?
“De vraag groeit. Er komen steeds meer merkproducten van Nederlandse baktarwe. Zo is onlangs Kipster brood gelanceerd, zet meelfabrikant Royal Koopmans in op Nedertarwe en zien we meer regionale samenwerkingsvormen rond brood van Nederlandse teelten. Ook supermarkten, zoals de Aldi, gebruiken steeds vaker Nederlandse tarwe. We verwachten dat dit aandeel de komende jaren verder stijgt.”
Welke ontwikkelingen zijn er rond de andere eiwitrijke gewassen?
“Er komen allerlei nieuwe producten en samenwerkingen in de keten. Daar zetten we op in via de zogeheten Bean Deal. De uitdaging is om nieuwe samenwerkingen op te zetten en ketenpartijen aan elkaar te koppelen. Hieruit komen mooie afspraken voort, zoals tussen Jumbo en telers op het gebied van edamame-bonen. Ook worden er afspraken gemaakt over andere bonensoorten. Van veldbonen tot lupine.”

Kun je een voorbeeld noemen van zo’n initiatief?
“Een heel mooi initiatief waarmee we dit jaar zijn gestart, is de Bean Meal. Dat is een campagne van partijen uit de sector in samenwerking met supermarkten. Hierbij wordt een weeklang het eten van bonen gestimuleerd. Inmiddels zijn er al plannen voor een nieuwe Bean Meal in februari 2025.”
Leeft de eiwittransitie bij de akkerbouwers?
“Jazeker. Een stijgend aantal leden houdt zich inmiddels bezig met het verwaarden van eiwitstromen. Als BO Akkerbouw brengen wij het belang van meer plantaardig eiwit onder meer onder de aandacht tijdens het Plant the Future-diner in Den Haag. Hierbij bespreken partijen uit de land- en tuinbouw samen met de Transitiecoalitie Voedsel, politici en bedrijfsleven hoe de akkerbouw kan bijdragen aan de transitie. Wij proberen vooral mensen met elkaar in contact te brengen en samenwerken te stimuleren.”
Hoe gaat het met de verwaarding van eiwitrijke gewassen?
“Voor een goed verdienmodel moet er voor de hele keten meerwaarde zijn. Dat is best een hele zoektocht, die iedere keer anders is. Bij de inzet op Nederlandse baktarwe is het de kunst om die meerwaarde ook bij de boer terecht te laten komen. Daarnaast speelt ook de logistiek een rol. Je moet de tarwe na de oogst scheiden van het andere tarwe. Bij de bonen is het de kunst om samen met de ketenpartijen te kijken waarin de meerwaarde zit. HAK heeft bijvoorbeeld het initiatief genomen om kidneybonen uit Nederland te gebruiken in plaats van uit Noord-Amerika. Naast lokaal maakt HAK nog een extra stap door ook in te zetten op biologisch.

Royal Avebe is druk bezig met het verwaarden van hun eiwitstroom uit zetmeelaardappelen. Wat hen ontzettend helpt, is dat bedrijven zoeken naar voedingsproducten met een lage CO2-footprint. En een andere actieve partij is de Producentenorganisatie Eiwitboeren van Nederland. Een collectief van met name Nederlandse veldbonentelers die hun producten onder een eigen merk en logo verwaarden. Waarbij ze duidelijke informatie geven over de footprint en de herkomst.”
En de prijs?
“De opbrengst heeft grote invloed op de totaalprijs. Het maakt een groot verschil of je 5 ton of 8 ton oogst van een hectare. En we merken ook dat de afnemers die eerst aangeven graag met Nederlandse teelt te willen werken, toch afhaken als de prijs iets hoger ligt dan ze hoopten. Dat werkt natuurlijk heel demotiverend voor de akkerbouwer.
Wat zijn andere belangrijke uitdagingen die de akkerbouwers tegenkomen?
“De bonenteelt in Nederland is relatief klein. Doordat het de afgelopen jaren net iets warmer is geworden, gaat de teelt makkelijker. Maar het blijft een heel spannende teelt. De gewassen hebben een bepaald aantal weken nodig om te groeien en zich volledig te ontwikkelen. Als er in het najaar te vroeg nachtvorst is, dan kun je in de problemen komen. Ook de opbrengst zorgt voor een uitdaging. Van jaar tot jaar zijn er flinke schommelingen. Dat is natuurlijk lastig, want je wilt naar je afnemers toe een stabiele afspraak maken.”
Kan de BO Akkerbouw hierbij helpen?
“Wij proberen de uitdaging onder meer aan te gaan met teeltonderzoek. We ondersteunen de telers om grip te krijgen op de bonenteelt. Je kunt natuurlijk allerlei nieuwe ziekten en plagen tegenkomen, die je op een zo duurzaam mogelijke wijze wilt oplossen. Daarom zoeken we naar innovatieve methoden om dat te doen. Het is een grote uitdaging om de bonenteelt stabiel te maken. De link wordt daarmee ook gelegd naar het aanbod van rassen vanuit de veredeling. Wereldwijd worden allerlei verschillende gewassen geteeld. Welke passen het beste bij onze Nederlandse omstandigheden? Het gaat echt om trial and error.”
We ondersteunen de telers om grip te krijgen op de bonenteelt
Hoe belangrijk is een meer ecologische teelt? En kun je de eiwitrijke gewassen op een duurzame wijze telen?
“Dat is ontzettend belangrijk. Aan het eindproduct zelf kun je niet zien uit welk land het komt. Als je de Nederlandse teelt wilt verwaarden, dan moet je een goed verhaal hebben richting de consument. Als iets ‘alleen maar’ uit eigen land komt, dan vinden ze dat vaak te karig. Je moet er dus bij kunnen vertellen dat jouw product beter is voor het klimaat wat betreft broeikasgassen en dat het op duurzame wijze is geteeld.
Voor de bonenteelt volgen we een certificatieschema dat op initiatief van de sector is opgesteld: TopCrop. Dat hebben we gebenchmarkt met internationale standaarden op het gebied van duurzame teelt. Inmiddels zitten we op niveau goud, het hoogste internationaal niveau. Dit is voor ons als Nederlandse sector de norm. Hiermee kunnen wij laten zien: in Nederland hebben we de duurzaamste teelt op het gebied van bijvoorbeeld mest, gewasbeschermingsmiddelen en biodiversiteit. Wij denken dat dit echt de basis moet zijn.”
Moeten akkerbouwers veel aanpassen als ze eiwitrijke gewassen willen telen?
“Gelukkig zijn akkerbouwers er van nature al aan gewend om meerdere teelten te hebben op hun bedrijf. Ze kunnen makkelijk wat ruimte vrijmaken om eens met een ander gewas te experimenteren. Vooral de afgelopen twee jaar zien we dat steeds meer akkerbouwers voor eiwitrijke gewassen kiezen. Dat heeft mede te maken met de eco-regeling onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van het ministerie van landbouw. Het ministerie vindt het belangrijk om dit te stimuleren en financieel aantrekkelijker te maken. Vooral omdat de teelten heel duurzaam zijn.
Bonen en andere peulvruchten zijn vlinderbloemige gewassen die zelf stikstof uit de lucht halen. Dat maakt het ook om allerlei duurzaamheidsredenen interessante gewassen. Wel is er soms een andere zaai- of oogstmachine nodig. Vaak kunnen akkerbouwer dit via een loonwerker of een afnemer of in een regio regelen.”
Bieden isolaten ook kansen voor de akkerbouwers?
“Dat is een uitdaging waar we nog geen oplossing voor hebben. Voor het maken van isolaten heb je een fabriek nodig, zodat je een flinke hoeveelheid kunt maken en verkopen. Maar voor je zo’n fabriek bouwt, moet je eerst zekerheid hebben over de afzet. En het lukt nog niet om dat voor elkaar te krijgen. Voorlopig gaat het nog om een vrij beperkte, kleine markt.”
Hoe zie je de toekomst voor de Nederlandse akkerbouw?
“Goed. Daarbij zien we vooral uitdagingen rond het verwerken van de verse bonen tot islolaten. Maar we zien veel ook kansen. Bijvoorbeeld rond de granen uit eigen land. Meer brood van eigen granen. Ik ben ervan overtuigd dat dat gaat lukken.”
BO Akkerbouw ziet kansen in de eiwittransitie. Vooral op het gebied van graan- en peulvruchtenteelt. Er zijn echter ook uitdagingen, benadrukt André Hoogendijk, directeur van BO Akkerbouw. “Zoals een stabiele opbrengst en het creëren van meerwaarde om een betere prijs te realiseren in de keten.” Ook het verwerken van eiwitrijke gewassen tot isolaten is kansrijk. Zowel de vraag als het volume zijn echter nog te laag om te investeren in een verwerkingsfabriek.
BO Akkerbouw heeft vorig jaar een nieuwe visie opgesteld: ‘Ruimte voor de Nieuwe Akker’. Hierbij is vanuit de sector gekeken welke perspectieven er zijn richting de toekomst. “De corebusiness blijft natuurlijk het maken van duurzaam voedsel in de breedste zin van het woord”, legt directeur André Hoogendijk uit. ”Daarnaast zijn er extra aandachtspunten. Eén daarvan is de eiwittransitie. Wij zien allerlei mogelijkheden om producten te veredelen, te telen, te verhandelen en te verwerken waarmee we consumenten blij kunnen maken.”
Welke producten zijn hierbij belangrijk?
“Na vlees en zuivel is brood de grootste eiwitbron voor consumenten. Daar zetten wij nu samen met de bakkers in Nederland en met het Nederlands Bakkerij Centrum op in tijdens een tarweproject. Daarnaast kijken we ook naar producten van de akker die met minimale verwerking geconsumeerd kunnen worden, zoals kidneybonen, witte bonen, bruine bonen en zwarte bonen. Deze eten we meestal niet vers, maar uit een pot of stazak.
Ook de meer verwerkte producten bieden kansen. De vegetarische burgers van Nederlandse veldbonen zijn daar een goed voorbeeld van. Net zoals het gebruik van plantaardige eiwit in producten ter vervangingen van dierlijk eiwit. Dit kan toegevoegd worden om de producten vegan te maken, maar ook om de footprint te verlagen. Dat is voor onze sector ook een heel interessante route. Daarbij hebben we het zowel over bestaande teelten met een eiwitstroom, zoals de zetmeelaardappelen waarvan een deel als eiwit wordt verwaard. Maar ook aan de zogenoemde nieuwe teelten, zoals veldbonen. Deze teelt bestaat natuurlijk al lang, maar is relatief nieuw voor veel boeren.”
Kun je wat meer vertellen over het tarweproject?
“De PPS Nederlandse Baktarwe is een Publiek Private Samenwerking binnen de Topsector Agri & Food. Het is een heel groot project van circa 3 miljoen euro waarin twintig partijen uit de hele graan-, meel- en broodketen samenwerken. Hierbij kijken we door de keten heen hoe we het gebruik van Nederlandse tarwe in Nederlands brood kunnen vergroten. Van de veredeling tot en met de supermarkt. Met een goed verdienmodel. Zowel voor de boer als voor de andere schakels in de keten. Ook worden allerlei onderzoeken gedaan. Niet alleen op teeltniveau, maar ook over andere onderwerpen, zoals transparante prijsvorming.”
Hoe gaat het met de vraag naar Nederlandse baktarwe?
“De vraag groeit. Er komen steeds meer merkproducten van Nederlandse baktarwe. Zo is onlangs Kipster brood gelanceerd, zet meelfabrikant Royal Koopmans in op Nedertarwe en zien we meer regionale samenwerkingsvormen rond brood van Nederlandse teelten. Ook supermarkten, zoals de Aldi, gebruiken steeds vaker Nederlandse tarwe. We verwachten dat dit aandeel de komende jaren verder stijgt.”
Welke ontwikkelingen zijn er rond de andere eiwitrijke gewassen?
“Er komen allerlei nieuwe producten en samenwerkingen in de keten. Daar zetten we op in via de zogeheten Bean Deal. De uitdaging is om nieuwe samenwerkingen op te zetten en ketenpartijen aan elkaar te koppelen. Hieruit komen mooie afspraken voort, zoals tussen Jumbo en telers op het gebied van edamame-bonen. Ook worden er afspraken gemaakt over andere bonensoorten. Van veldbonen tot lupine.”

Kun je een voorbeeld noemen van zo’n initiatief?
“Een heel mooi initiatief waarmee we dit jaar zijn gestart, is de Bean Meal. Dat is een campagne van partijen uit de sector in samenwerking met supermarkten. Hierbij wordt een weeklang het eten van bonen gestimuleerd. Inmiddels zijn er al plannen voor een nieuwe Bean Meal in februari 2025.”
Leeft de eiwittransitie bij de akkerbouwers?
“Jazeker. Een stijgend aantal leden houdt zich inmiddels bezig met het verwaarden van eiwitstromen. Als BO Akkerbouw brengen wij het belang van meer plantaardig eiwit onder meer onder de aandacht tijdens het Plant the Future-diner in Den Haag. Hierbij bespreken partijen uit de land- en tuinbouw samen met de Transitiecoalitie Voedsel, politici en bedrijfsleven hoe de akkerbouw kan bijdragen aan de transitie. Wij proberen vooral mensen met elkaar in contact te brengen en samenwerken te stimuleren.”
Hoe gaat het met de verwaarding van eiwitrijke gewassen?
“Voor een goed verdienmodel moet er voor de hele keten meerwaarde zijn. Dat is best een hele zoektocht, die iedere keer anders is. Bij de inzet op Nederlandse baktarwe is het de kunst om die meerwaarde ook bij de boer terecht te laten komen. Daarnaast speelt ook de logistiek een rol. Je moet de tarwe na de oogst scheiden van het andere tarwe. Bij de bonen is het de kunst om samen met de ketenpartijen te kijken waarin de meerwaarde zit. HAK heeft bijvoorbeeld het initiatief genomen om kidneybonen uit Nederland te gebruiken in plaats van uit Noord-Amerika. Naast lokaal maakt HAK nog een extra stap door ook in te zetten op biologisch.

Royal Avebe is druk bezig met het verwaarden van hun eiwitstroom uit zetmeelaardappelen. Wat hen ontzettend helpt, is dat bedrijven zoeken naar voedingsproducten met een lage CO2-footprint. En een andere actieve partij is de Producentenorganisatie Eiwitboeren van Nederland. Een collectief van met name Nederlandse veldbonentelers die hun producten onder een eigen merk en logo verwaarden. Waarbij ze duidelijke informatie geven over de footprint en de herkomst.”
En de prijs?
“De opbrengst heeft grote invloed op de totaalprijs. Het maakt een groot verschil of je 5 ton of 8 ton oogst van een hectare. En we merken ook dat de afnemers die eerst aangeven graag met Nederlandse teelt te willen werken, toch afhaken als de prijs iets hoger ligt dan ze hoopten. Dat werkt natuurlijk heel demotiverend voor de akkerbouwer.
Wat zijn andere belangrijke uitdagingen die de akkerbouwers tegenkomen?
“De bonenteelt in Nederland is relatief klein. Doordat het de afgelopen jaren net iets warmer is geworden, gaat de teelt makkelijker. Maar het blijft een heel spannende teelt. De gewassen hebben een bepaald aantal weken nodig om te groeien en zich volledig te ontwikkelen. Als er in het najaar te vroeg nachtvorst is, dan kun je in de problemen komen. Ook de opbrengst zorgt voor een uitdaging. Van jaar tot jaar zijn er flinke schommelingen. Dat is natuurlijk lastig, want je wilt naar je afnemers toe een stabiele afspraak maken.”
Kan de BO Akkerbouw hierbij helpen?
“Wij proberen de uitdaging onder meer aan te gaan met teeltonderzoek. We ondersteunen de telers om grip te krijgen op de bonenteelt. Je kunt natuurlijk allerlei nieuwe ziekten en plagen tegenkomen, die je op een zo duurzaam mogelijke wijze wilt oplossen. Daarom zoeken we naar innovatieve methoden om dat te doen. Het is een grote uitdaging om de bonenteelt stabiel te maken. De link wordt daarmee ook gelegd naar het aanbod van rassen vanuit de veredeling. Wereldwijd worden allerlei verschillende gewassen geteeld. Welke passen het beste bij onze Nederlandse omstandigheden? Het gaat echt om trial and error.”
We ondersteunen de telers om grip te krijgen op de bonenteelt
Hoe belangrijk is een meer ecologische teelt? En kun je de eiwitrijke gewassen op een duurzame wijze telen?
“Dat is ontzettend belangrijk. Aan het eindproduct zelf kun je niet zien uit welk land het komt. Als je de Nederlandse teelt wilt verwaarden, dan moet je een goed verhaal hebben richting de consument. Als iets ‘alleen maar’ uit eigen land komt, dan vinden ze dat vaak te karig. Je moet er dus bij kunnen vertellen dat jouw product beter is voor het klimaat wat betreft broeikasgassen en dat het op duurzame wijze is geteeld.
Voor de bonenteelt volgen we een certificatieschema dat op initiatief van de sector is opgesteld: TopCrop. Dat hebben we gebenchmarkt met internationale standaarden op het gebied van duurzame teelt. Inmiddels zitten we op niveau goud, het hoogste internationaal niveau. Dit is voor ons als Nederlandse sector de norm. Hiermee kunnen wij laten zien: in Nederland hebben we de duurzaamste teelt op het gebied van bijvoorbeeld mest, gewasbeschermingsmiddelen en biodiversiteit. Wij denken dat dit echt de basis moet zijn.”
Moeten akkerbouwers veel aanpassen als ze eiwitrijke gewassen willen telen?
“Gelukkig zijn akkerbouwers er van nature al aan gewend om meerdere teelten te hebben op hun bedrijf. Ze kunnen makkelijk wat ruimte vrijmaken om eens met een ander gewas te experimenteren. Vooral de afgelopen twee jaar zien we dat steeds meer akkerbouwers voor eiwitrijke gewassen kiezen. Dat heeft mede te maken met de eco-regeling onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van het ministerie van landbouw. Het ministerie vindt het belangrijk om dit te stimuleren en financieel aantrekkelijker te maken. Vooral omdat de teelten heel duurzaam zijn.
Bonen en andere peulvruchten zijn vlinderbloemige gewassen die zelf stikstof uit de lucht halen. Dat maakt het ook om allerlei duurzaamheidsredenen interessante gewassen. Wel is er soms een andere zaai- of oogstmachine nodig. Vaak kunnen akkerbouwer dit via een loonwerker of een afnemer of in een regio regelen.”
Bieden isolaten ook kansen voor de akkerbouwers?
“Dat is een uitdaging waar we nog geen oplossing voor hebben. Voor het maken van isolaten heb je een fabriek nodig, zodat je een flinke hoeveelheid kunt maken en verkopen. Maar voor je zo’n fabriek bouwt, moet je eerst zekerheid hebben over de afzet. En het lukt nog niet om dat voor elkaar te krijgen. Voorlopig gaat het nog om een vrij beperkte, kleine markt.”
Hoe zie je de toekomst voor de Nederlandse akkerbouw?
“Goed. Daarbij zien we vooral uitdagingen rond het verwerken van de verse bonen tot islolaten. Maar we zien veel ook kansen. Bijvoorbeeld rond de granen uit eigen land. Meer brood van eigen granen. Ik ben ervan overtuigd dat dat gaat lukken.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Wendy Noordzij
Chris Polkamp
Alieke Hilhorst