Jessie van Hattum. Foto: Ton Kastermans Fotografie/Danielle van Coevorden
In de eiwittransitie staan bedrijven voor een grote uitdaging: hoe bereik je de grote massa? Jessie van Hattum van de Green Protein Alliance (GPA) en Eiweet Monitor adviseert om niet uitsluitend het ecologische aspect van de producten te benadrukken. “Zet in op de commerciële kant. Hoe maak je je product verleidelijker? Welke doelgroepen spreek je aan? En richt je niet alleen op vleesvervangers. Deze vormen niet de heilige graal van de transitie.”
Jessie van Hattum is gespecialiseerd in duurzame gedragsverandering. Ze werkt bij de Green Protein Alliance (GPA), een vereniging die voedselgerelateerde bedrijven ondersteunt in het versnellen van de eiwittransitie. Daarnaast staat zij samen met Freya Hiemstra van Proveg Nederland aan de basis van de Eiweet Monitor. De Eiweet is een methodiek die ze heeft ontwikkeld zodat alle supermarkten kunnen berekenen hoeveel plantaardige versus dierlijke eiwitten ze verkopen. Onlangs heeft Van Hattum een vermelding gekregen in de Food100.
Kun je wat over je achtergrond vertellen?
“Ik studeerde in Delft en Leiden en heb zowel de master Industriële Ecologie als de master Science Communication gedaan. De master industriële ecologie gaat echt over duurzaamheid op systeemniveau: van het doorrekenen van zonnepanelen tot de beschikbaarheid van onze grondstoffen. In de master Science Communication stond vooral het communiceren van je boodschap richting de markt centraal. Mijn afstudeeropdracht ging over duurzame gedragsverandering, zowel op het bewuste als het onbewuste niveau. Na mijn afstuderen ben ik bij Albert Heijn gaan werken. Als snel kwam ik in het duurzaamheidsteam terecht. Daar heb ik me 2,5 jaar bezighouden met alle communicatie rondom duurzaamheid. Ik vond het super leerzaam. Vooral omdat voedsel altijd al een passie van mij is geweest.”
Wat maakt de voeding voor jou zo interessant?
“Voeding is voor iedereen relevant. Eten is emotie. Ik vind het fascinerend om te zien hoe verbonden mensen zich kunnen voelen met bepaald soort eten. Terwijl ze aan de andere kant met het grootste gemak allemaal rotzooi in hun mond proppen.”
Green Protein Alliance
Twee jaar geleden ben je gestopt bij Albert Heijn, waarom?
“Ik wilde graag meer vrijheid om die dingen te doen waarin ik geloof. Zo wilde ik meer snelheid creëren op het gebied van de verduurzaming van de voedselindustrie. Jeroen Willemsen, oprichter van de GPA, heeft me toen werk aangeboden. Tijdens mijn werk bij Albert Heijn dacht ik na over vragen als: Hoe praat je over de eiwittransitie? Hoe geef je de verduurzaming van het voedselweb vorm? Hoe maak je de transitie leuk en behapbaar? Hierover denk ik bij de GPA nog steeds over na. Alleen op een veel groter en breder niveau.”
Wat doet de GPA allemaal?
“We zijn een vereniging. Onze leden en partners zijn bedrijven uit de voedselketen. Van boeren tot voedselproducenten en retailers. Voor al deze partijen heeft de eiwittransitie een bepaald commercieel belang. Wij geloven in de groei van plantaardig voor een gezondere eiwit-balans in ons voedingspatroon.”
Vier pilaren
Hoe willen jullie dat bereiken?
“Dat doen we aan de hand van verschillende pijlers: monitoring, het ontwikkelen van gedragsinterventies, communicatie en via onze verenigingspilaar. Om te weten waar je naartoe wilt, moet je weten waar je staat. Je moet je voortgang bijhouden. Dat maakt monitoring zo belangrijk. Aan de hand van de uitkomsten, ga je vervolgens gedragsinterventies ontwikkelen. Hiervoor werken we samen met gemeenten, wetenschappers en met het bedrijfsleven. We analyseren de verschillende gedragsinterventies. Wat werkt er goed in de praktijk? Hoe kun je mensen en bedrijven helpen om stappen te zetten in de transitie? Bij onze derde pilaar, communicatie gaat het om woordvoerderschap. Als GPA spreken we ons uit naar de markt. We geven onze visie en vertellen waar we naartoe zouden moeten gaan. We spreken ons uit namens onze leden en partners. En we helpen onze leden en partners ook met hun communicatie. Als je heel hard roept dat alles plantaardig moet, wat is daarvan het effect? Moet je heel groot ‘vegan’ op een product zetten of juist niet? In onze verenigingspilaar, tot slot, brengen we onze leden samen. Met elkaar denken we na over dit soort complexe vraagstukken.”

Communicatie
Je noemde net de communicatie. Hoe kun je in de eiwittransitie het beste communiceren?
“Wij merken dat er niet één manier is om consumenten te bereiken. Je hebt te maken met heel veel verschillende klanten. Zij staan op verschillende niveaus in hun ontwikkeling naar een plantaardig eetpatroon. In de piramide van vleesvervangers is een kaasschnitzel een gemakkelijke instapper. Daarna volgen de kipstukjes en het rulle gehakt. Zo ga je langzaam omhoog. Helemaal aan het eind van de piramide kom je tofu en tempé tegen. Het is dus niet aan te raden om tofu proberen te verkopen aan iemand die amper ervaring heeft met plantaardige vleesvervangers. Je kunt niet van de kelder direct naar de zolder gaan. Probeer heel goed rekening te houden met het niveau van jouw doelgroep. Of je ‘plantaardig’ benoemd of niet, hangt heel sterk af van de doelgroep die je wilt aanspreken. Als iemand sterk geneigd is vlees te eten, dan zul je diegene niet bereiken met een product waar ‘vegan’ op staat. Dan kun je wellicht beter een stillere eiwittransitie toepassen.”
Probeer heel goed rekening te houden met het niveau van jouw doelgroep
Kun je dat toelichten?
“In een stillere transitie zet je wel plantaardige stappen, maar deze vormen niet de kernboodschap van je product. Het product moet natuurlijk goed scoren op smaak, structuur en nutritionele waarde. Maar het uitgangspunt voor de klant kan ook zijn dat het gewoon ontzettend lekker is, het gemak biedt, of het goedkoop is. Hiermee kun je consumenten vanuit een andere hoek verleiden om een aankoop te doen. Zonder daarbij een ethisch argument te gebruiken.”
Ontwikkelingen
Welke ontwikkelingen zijn er de afgelopen jaren geweest?
“Van ons mag de transitie natuurlijk altijd sneller. Maar we zien echt al enorme verbeteringen. Toen ik in 2018 bij Albert Heijn startte, werd er niet gecommuniceerd over het minder eten van dierlijke eiwitten. Die tijd is voorbij. Het is nu bij bedrijven, groot en klein, een onderwerp van gesprek is. Dat vind ik echt super mooi. De grote vraag is nu niet meer of bedrijven willen bijdragen aan een meer plantaardig dieet, maar hoe ze dat het beste kunnen doen.”
Hoe kunnen ze dat het beste doen?
“Bedrijven moeten aan verschillende knoppen draaien, zoals uitbreiding van het plantaardige assortiment. Daarbij zijn er verschillende keuzes. Kies je voor een alternatief voor ieder dierlijk product of bied je vooral veel variatie door bijvoorbeeld kipstukjes in verschillende smaken aan te bieden. Je kunt ook besluiten om een dierlijke product te vervangen door plantaardige alternatieven. Gebruik geen ei en roomboter in je appeltaart, maar voeg margarine toe. Dat hoef je niet per sé heel breed te communiceren. Naast de assortimentsknop heb je ook de communicatieknop waar je aan kunt draaien. Welke communicatie en marketing zet je in? Hoeveel aandacht geef je die eiwittransitie?”
Wat werkt het beste?
“Herhaling. Hoe vaker je iets vertelt, hoe beter je boodschap blijft hangen en hoe sneller iets normaal wordt. Ook de prijs speelt een rol. Zorg dat de plantaardige alternatieven even duur of goedkoper zijn dan de dierlijke producten. Daarnaast zien we dat steeds meer bedrijven inzetten op de nutritionele waarde.”

Uitdagingen
Waar liggen de grootste uitdagingen?
“De allergrootste uitdaging is het meekrijgen van de consument. Zet niet alleen in op de vlees-, vis- en zuivelvervangers. Een hele grote groep consumenten is daar niet vatbaar voor. De grootste kans liggen in het vinden van nieuwe commerciële argumenten om voor plantaardig te kiezen. Een onderdeel van de normalisering van plantaardig is om niet meer communiceren dat een product vegan is. Het afstappen van de ethische oorsprong van de plantaardige keuze is zowel een kans als een uitdaging.”
Welke andere uitdagingen zie je?
“Het politiek klimaat. Dat moet je echt mee hebben. We kunnen wel zeggen dat de veestapel moet krimpen, maar hoe ga je dat realiseren?”
Hoe is het nu gesteld met het politieke klimaat?
“Ik ben heel blij dat de overheid streeft naar een verhouding van 50% dierlijke en 50% plantaardige eiwitten in 2030. Dat is minder ambitieus dan de doelstellingen van de supermarkten, maar het is al een grote mijlpaal. Deze is mede tot stand gekomen door de GPA. Maar om het einddoel te bereiken, is er nog genoeg werk aan te doen.”
Eiweet Monitor
De Eiweet Monitor kan hierbij een goed hulpmiddel zijn. Hoe is deze monitor tot stand gekomen?
“Toen ik bij Albert Heijn werkte, kreeg ik vanuit de Superlijst Groen de vraag om de eiwitverhouding te berekenen. Daarmee ben ik binnen Albert Heijn aan de slag gegaan. Ik heb de eerste eiwitverhoudingberekening gedaan met als uitgangspositie de voedselconsumptiepeiling van het RIVM. Deze neemt alle voedselgroepen mee die iemand consumeert. Vervolgens wordt gekeken hoeveel daarvan plantaardig en hoeveel dierlijk is. Destijds lag de verhouding op 60% dierlijk en 40% plantaardig was. Op basis van deze berekening zocht ik contact met GPA. Albert Heijn had haar cijfers in kaart. Maar eigenlijk zouden alle supermarkten zo’n berekening moeten maken. Samen met Proveg Nederland zijn we aan de slag gegaan om de methodiek door te ontwikkelen. Dat heeft geleid tot een pilotmeting, een eerste nulmeting en een eerste grootschalige monitoring. Inmiddels is onze monitor uitgebreid met een versie voor foodservice en een internationale vertaling.”

Waarom is de Monitor zo belangrijk?
“In het verleden ging het bij retailers vooral om het aanbieden van het grootste plantaardige assortiment. Maar als je daar het minste van verkoopt, dan zet dat nog geen zoden aan de dijk. Het is veel effectiever om een berekening te maken op basis van de verkopen. Bovendien doen steeds meer retailers mee, waardoor de methodiek steeds krachtiger wordt. We kunnen niet alleen het assortiment van de supermarkten vergelijken, maar ook de voortgang zien. De data geeft ons waanzinnig veel inzichten in de complexiteit van het vraagstuk en in de uitdagingen die voor ons liggen.”
De methodiek van onze Eiweet Monitor wordt steeds krachtiger
Interessante inzichten
Wat zijn de meest interessante inzichten?
“In de eiwittransitie wordt vooral gesproken over vlees eten versus geen vlees eten. Maar hoe zit het dan met zuivel? Dat is natuurlijk heel spannend om in Nederland te zeggen. Daarnaast zien we dat vleesvervangers niet altijd het meeste bijdragen aan de transitie. Zuivelvervangers spelen ook een mooie rol. Maar producten zoals pindakaas ook. De vleesvervangers vormen niet de heilige graal om tot de gewenste transitie te komen. Het aandeel pure producten, zoals peulvruchten, noten, zaden, pitten en paddenstoelen is nog relatief klein, maar biedt wel kansen. Hierin zitten veel vezels. Dat maakt ze op gezondheidsniveau belangrijk. De meeste van onze plantaardige eiwitten halen we echter nog steeds uit graanproducten zoals brood.”
De meeste van onze plantaardige eiwitten halen we nog steeds uit graanproducten, zoals brood
Toekomst
Hoe zie je de toekomst?
“Wat we in de toekomst zien, hangt in grote mate af van de hoeveelheid lef die bedrijven durven te tonen. Er worden heel veel interventies genomen dooer retailers en overheden. Maar zijn deze groot genoeg zijn? Het zal echt nog een pittige uitdaging worden. Bedrijven moeten aanvoelen wat de ‘sweet spot’ is tussen impact en de bereikbaarheid van de klant. Met bepaalde producten kun je veel impact maken. Maar misschien is de consument daar nog niet klaar voor. Je moet dus echt zoeken naar het maximaal haalbare. Daarna kun je een volgende stap zetten.”
‘Bedrijven moeten aanvoelen wat de ‘sweet spot’ is tussen impact en de bereikbaarheid van de klant’
Welke rol wil jij daarin spelen?
“Monitoring blijft heel belangrijk. Met de Eiweet Monitor willen we jaarlijks een monitoring uitvoeren met zoveel mogelijk leden en partners. We hopen dat nog meer nieuwe bedrijven deelnemen, zodat we een nog beter beeld krijgen van de stappen die in de eiwittransitie worden gezet. Verder willen we met GPA onze leden en partners blijven helpen met hun strategische keuzes.”
Food100
Je hebt een vermelding gekregen in de Food100. Draagt jouw benoeming tot Foodheld bij?
“Het is superleuk om de titel te krijgen. Ik zie het als een groot compliment voor het werk dat ik samen met mijn collega’s van GPA en met ProVeg Nederland heb verzet. Ik hoop met mijn benoeming bijdraagt aan het verder verspreiden van onze kennis. We staan echt pas het begin van de transitie.”
Welke boodschap heb je tot slot voor bedrijven?
“Ik wil de ondernemers uitdagen om meer lef te tonen. Lef om commerciële keuzes te maken. Benadruk niet uitsluitend het ecologische perspectief, maar zet in op het commerciële aspect. Hoe kun je ervoor zorgen dat je de grote massa aanspreekt? Dat kun je doen door je product verleidelijker te maken. Of door je op een bepaalde doelgroep te richten. Daarover zou ik vanuit de GPA graag willen meedenken. In de transitie zijn er waarschijnlijk nog veel nieuwe knoppen te ontdekken.”
In de eiwittransitie staan bedrijven voor een grote uitdaging: hoe bereik je de grote massa? Jessie van Hattum van de Green Protein Alliance (GPA) en Eiweet Monitor adviseert om niet uitsluitend het ecologische aspect van de producten te benadrukken. “Zet in op de commerciële kant. Hoe maak je je product verleidelijker? Welke doelgroepen spreek je aan? En richt je niet alleen op vleesvervangers. Deze vormen niet de heilige graal van de transitie.”
Jessie van Hattum is gespecialiseerd in duurzame gedragsverandering. Ze werkt bij de Green Protein Alliance (GPA), een vereniging die voedselgerelateerde bedrijven ondersteunt in het versnellen van de eiwittransitie. Daarnaast staat zij samen met Freya Hiemstra van Proveg Nederland aan de basis van de Eiweet Monitor. De Eiweet is een methodiek die ze heeft ontwikkeld zodat alle supermarkten kunnen berekenen hoeveel plantaardige versus dierlijke eiwitten ze verkopen. Onlangs heeft Van Hattum een vermelding gekregen in de Food100.
Kun je wat over je achtergrond vertellen?
“Ik studeerde in Delft en Leiden en heb zowel de master Industriële Ecologie als de master Science Communication gedaan. De master industriële ecologie gaat echt over duurzaamheid op systeemniveau: van het doorrekenen van zonnepanelen tot de beschikbaarheid van onze grondstoffen. In de master Science Communication stond vooral het communiceren van je boodschap richting de markt centraal. Mijn afstudeeropdracht ging over duurzame gedragsverandering, zowel op het bewuste als het onbewuste niveau. Na mijn afstuderen ben ik bij Albert Heijn gaan werken. Als snel kwam ik in het duurzaamheidsteam terecht. Daar heb ik me 2,5 jaar bezighouden met alle communicatie rondom duurzaamheid. Ik vond het super leerzaam. Vooral omdat voedsel altijd al een passie van mij is geweest.”
Wat maakt de voeding voor jou zo interessant?
“Voeding is voor iedereen relevant. Eten is emotie. Ik vind het fascinerend om te zien hoe verbonden mensen zich kunnen voelen met bepaald soort eten. Terwijl ze aan de andere kant met het grootste gemak allemaal rotzooi in hun mond proppen.”
Green Protein Alliance
Twee jaar geleden ben je gestopt bij Albert Heijn, waarom?
“Ik wilde graag meer vrijheid om die dingen te doen waarin ik geloof. Zo wilde ik meer snelheid creëren op het gebied van de verduurzaming van de voedselindustrie. Jeroen Willemsen, oprichter van de GPA, heeft me toen werk aangeboden. Tijdens mijn werk bij Albert Heijn dacht ik na over vragen als: Hoe praat je over de eiwittransitie? Hoe geef je de verduurzaming van het voedselweb vorm? Hoe maak je de transitie leuk en behapbaar? Hierover denk ik bij de GPA nog steeds over na. Alleen op een veel groter en breder niveau.”
Wat doet de GPA allemaal?
“We zijn een vereniging. Onze leden en partners zijn bedrijven uit de voedselketen. Van boeren tot voedselproducenten en retailers. Voor al deze partijen heeft de eiwittransitie een bepaald commercieel belang. Wij geloven in de groei van plantaardig voor een gezondere eiwit-balans in ons voedingspatroon.”
Vier pilaren
Hoe willen jullie dat bereiken?
“Dat doen we aan de hand van verschillende pijlers: monitoring, het ontwikkelen van gedragsinterventies, communicatie en via onze verenigingspilaar. Om te weten waar je naartoe wilt, moet je weten waar je staat. Je moet je voortgang bijhouden. Dat maakt monitoring zo belangrijk. Aan de hand van de uitkomsten, ga je vervolgens gedragsinterventies ontwikkelen. Hiervoor werken we samen met gemeenten, wetenschappers en met het bedrijfsleven. We analyseren de verschillende gedragsinterventies. Wat werkt er goed in de praktijk? Hoe kun je mensen en bedrijven helpen om stappen te zetten in de transitie? Bij onze derde pilaar, communicatie gaat het om woordvoerderschap. Als GPA spreken we ons uit naar de markt. We geven onze visie en vertellen waar we naartoe zouden moeten gaan. We spreken ons uit namens onze leden en partners. En we helpen onze leden en partners ook met hun communicatie. Als je heel hard roept dat alles plantaardig moet, wat is daarvan het effect? Moet je heel groot ‘vegan’ op een product zetten of juist niet? In onze verenigingspilaar, tot slot, brengen we onze leden samen. Met elkaar denken we na over dit soort complexe vraagstukken.”

Communicatie
Je noemde net de communicatie. Hoe kun je in de eiwittransitie het beste communiceren?
“Wij merken dat er niet één manier is om consumenten te bereiken. Je hebt te maken met heel veel verschillende klanten. Zij staan op verschillende niveaus in hun ontwikkeling naar een plantaardig eetpatroon. In de piramide van vleesvervangers is een kaasschnitzel een gemakkelijke instapper. Daarna volgen de kipstukjes en het rulle gehakt. Zo ga je langzaam omhoog. Helemaal aan het eind van de piramide kom je tofu en tempé tegen. Het is dus niet aan te raden om tofu proberen te verkopen aan iemand die amper ervaring heeft met plantaardige vleesvervangers. Je kunt niet van de kelder direct naar de zolder gaan. Probeer heel goed rekening te houden met het niveau van jouw doelgroep. Of je ‘plantaardig’ benoemd of niet, hangt heel sterk af van de doelgroep die je wilt aanspreken. Als iemand sterk geneigd is vlees te eten, dan zul je diegene niet bereiken met een product waar ‘vegan’ op staat. Dan kun je wellicht beter een stillere eiwittransitie toepassen.”
Probeer heel goed rekening te houden met het niveau van jouw doelgroep
Kun je dat toelichten?
“In een stillere transitie zet je wel plantaardige stappen, maar deze vormen niet de kernboodschap van je product. Het product moet natuurlijk goed scoren op smaak, structuur en nutritionele waarde. Maar het uitgangspunt voor de klant kan ook zijn dat het gewoon ontzettend lekker is, het gemak biedt, of het goedkoop is. Hiermee kun je consumenten vanuit een andere hoek verleiden om een aankoop te doen. Zonder daarbij een ethisch argument te gebruiken.”
Ontwikkelingen
Welke ontwikkelingen zijn er de afgelopen jaren geweest?
“Van ons mag de transitie natuurlijk altijd sneller. Maar we zien echt al enorme verbeteringen. Toen ik in 2018 bij Albert Heijn startte, werd er niet gecommuniceerd over het minder eten van dierlijke eiwitten. Die tijd is voorbij. Het is nu bij bedrijven, groot en klein, een onderwerp van gesprek is. Dat vind ik echt super mooi. De grote vraag is nu niet meer of bedrijven willen bijdragen aan een meer plantaardig dieet, maar hoe ze dat het beste kunnen doen.”
Hoe kunnen ze dat het beste doen?
“Bedrijven moeten aan verschillende knoppen draaien, zoals uitbreiding van het plantaardige assortiment. Daarbij zijn er verschillende keuzes. Kies je voor een alternatief voor ieder dierlijk product of bied je vooral veel variatie door bijvoorbeeld kipstukjes in verschillende smaken aan te bieden. Je kunt ook besluiten om een dierlijke product te vervangen door plantaardige alternatieven. Gebruik geen ei en roomboter in je appeltaart, maar voeg margarine toe. Dat hoef je niet per sé heel breed te communiceren. Naast de assortimentsknop heb je ook de communicatieknop waar je aan kunt draaien. Welke communicatie en marketing zet je in? Hoeveel aandacht geef je die eiwittransitie?”
Wat werkt het beste?
“Herhaling. Hoe vaker je iets vertelt, hoe beter je boodschap blijft hangen en hoe sneller iets normaal wordt. Ook de prijs speelt een rol. Zorg dat de plantaardige alternatieven even duur of goedkoper zijn dan de dierlijke producten. Daarnaast zien we dat steeds meer bedrijven inzetten op de nutritionele waarde.”

Uitdagingen
Waar liggen de grootste uitdagingen?
“De allergrootste uitdaging is het meekrijgen van de consument. Zet niet alleen in op de vlees-, vis- en zuivelvervangers. Een hele grote groep consumenten is daar niet vatbaar voor. De grootste kans liggen in het vinden van nieuwe commerciële argumenten om voor plantaardig te kiezen. Een onderdeel van de normalisering van plantaardig is om niet meer communiceren dat een product vegan is. Het afstappen van de ethische oorsprong van de plantaardige keuze is zowel een kans als een uitdaging.”
Welke andere uitdagingen zie je?
“Het politiek klimaat. Dat moet je echt mee hebben. We kunnen wel zeggen dat de veestapel moet krimpen, maar hoe ga je dat realiseren?”
Hoe is het nu gesteld met het politieke klimaat?
“Ik ben heel blij dat de overheid streeft naar een verhouding van 50% dierlijke en 50% plantaardige eiwitten in 2030. Dat is minder ambitieus dan de doelstellingen van de supermarkten, maar het is al een grote mijlpaal. Deze is mede tot stand gekomen door de GPA. Maar om het einddoel te bereiken, is er nog genoeg werk aan te doen.”
Eiweet Monitor
De Eiweet Monitor kan hierbij een goed hulpmiddel zijn. Hoe is deze monitor tot stand gekomen?
“Toen ik bij Albert Heijn werkte, kreeg ik vanuit de Superlijst Groen de vraag om de eiwitverhouding te berekenen. Daarmee ben ik binnen Albert Heijn aan de slag gegaan. Ik heb de eerste eiwitverhoudingberekening gedaan met als uitgangspositie de voedselconsumptiepeiling van het RIVM. Deze neemt alle voedselgroepen mee die iemand consumeert. Vervolgens wordt gekeken hoeveel daarvan plantaardig en hoeveel dierlijk is. Destijds lag de verhouding op 60% dierlijk en 40% plantaardig was. Op basis van deze berekening zocht ik contact met GPA. Albert Heijn had haar cijfers in kaart. Maar eigenlijk zouden alle supermarkten zo’n berekening moeten maken. Samen met Proveg Nederland zijn we aan de slag gegaan om de methodiek door te ontwikkelen. Dat heeft geleid tot een pilotmeting, een eerste nulmeting en een eerste grootschalige monitoring. Inmiddels is onze monitor uitgebreid met een versie voor foodservice en een internationale vertaling.”

Waarom is de Monitor zo belangrijk?
“In het verleden ging het bij retailers vooral om het aanbieden van het grootste plantaardige assortiment. Maar als je daar het minste van verkoopt, dan zet dat nog geen zoden aan de dijk. Het is veel effectiever om een berekening te maken op basis van de verkopen. Bovendien doen steeds meer retailers mee, waardoor de methodiek steeds krachtiger wordt. We kunnen niet alleen het assortiment van de supermarkten vergelijken, maar ook de voortgang zien. De data geeft ons waanzinnig veel inzichten in de complexiteit van het vraagstuk en in de uitdagingen die voor ons liggen.”
De methodiek van onze Eiweet Monitor wordt steeds krachtiger
Interessante inzichten
Wat zijn de meest interessante inzichten?
“In de eiwittransitie wordt vooral gesproken over vlees eten versus geen vlees eten. Maar hoe zit het dan met zuivel? Dat is natuurlijk heel spannend om in Nederland te zeggen. Daarnaast zien we dat vleesvervangers niet altijd het meeste bijdragen aan de transitie. Zuivelvervangers spelen ook een mooie rol. Maar producten zoals pindakaas ook. De vleesvervangers vormen niet de heilige graal om tot de gewenste transitie te komen. Het aandeel pure producten, zoals peulvruchten, noten, zaden, pitten en paddenstoelen is nog relatief klein, maar biedt wel kansen. Hierin zitten veel vezels. Dat maakt ze op gezondheidsniveau belangrijk. De meeste van onze plantaardige eiwitten halen we echter nog steeds uit graanproducten zoals brood.”
De meeste van onze plantaardige eiwitten halen we nog steeds uit graanproducten, zoals brood
Toekomst
Hoe zie je de toekomst?
“Wat we in de toekomst zien, hangt in grote mate af van de hoeveelheid lef die bedrijven durven te tonen. Er worden heel veel interventies genomen dooer retailers en overheden. Maar zijn deze groot genoeg zijn? Het zal echt nog een pittige uitdaging worden. Bedrijven moeten aanvoelen wat de ‘sweet spot’ is tussen impact en de bereikbaarheid van de klant. Met bepaalde producten kun je veel impact maken. Maar misschien is de consument daar nog niet klaar voor. Je moet dus echt zoeken naar het maximaal haalbare. Daarna kun je een volgende stap zetten.”
‘Bedrijven moeten aanvoelen wat de ‘sweet spot’ is tussen impact en de bereikbaarheid van de klant’
Welke rol wil jij daarin spelen?
“Monitoring blijft heel belangrijk. Met de Eiweet Monitor willen we jaarlijks een monitoring uitvoeren met zoveel mogelijk leden en partners. We hopen dat nog meer nieuwe bedrijven deelnemen, zodat we een nog beter beeld krijgen van de stappen die in de eiwittransitie worden gezet. Verder willen we met GPA onze leden en partners blijven helpen met hun strategische keuzes.”
Food100
Je hebt een vermelding gekregen in de Food100. Draagt jouw benoeming tot Foodheld bij?
“Het is superleuk om de titel te krijgen. Ik zie het als een groot compliment voor het werk dat ik samen met mijn collega’s van GPA en met ProVeg Nederland heb verzet. Ik hoop met mijn benoeming bijdraagt aan het verder verspreiden van onze kennis. We staan echt pas het begin van de transitie.”
Welke boodschap heb je tot slot voor bedrijven?
“Ik wil de ondernemers uitdagen om meer lef te tonen. Lef om commerciële keuzes te maken. Benadruk niet uitsluitend het ecologische perspectief, maar zet in op het commerciële aspect. Hoe kun je ervoor zorgen dat je de grote massa aanspreekt? Dat kun je doen door je product verleidelijker te maken. Of door je op een bepaalde doelgroep te richten. Daarover zou ik vanuit de GPA graag willen meedenken. In de transitie zijn er waarschijnlijk nog veel nieuwe knoppen te ontdekken.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Wendy Noordzij
Chris Polkamp