Vivera introduceert en innoveert producten om te voldoen aan de Schijf van Vijf. Foto: Milou van der Will Photography, bewerking: Eiwit Trends
Vleesvervangers worden gezonder, maar er kleeft nog een negatief imago aan de ‘zoutbommen’. Hoe gezond kan een product zijn als het moet lijken op een product dat zelf ook niet per se gezond is? Daarom kijkt producent Vivera verder dan (beter zijn dan) vlees.

26% van vleesvervanger past binnen de Schijf van Vijf, maakte Proveg bekend. Hoewel dat een verdriedubbeling is, gaat het slechts om een kwart van alle producten die als gezond bestempeld kunnen worden. Vivera renoveert het portfolio om producten in de Schijf van Vijf te laten vallen. Door bijvoorbeeld het zoutgehalte in de Oosterse burger te verlagen, past dit product nu binnen de richtlijn van het Voedingscentrum. Robin Laarman, Product Development Manager bij Vivera, vertelt over de stappen die het bedrijf maakt om gezondere eiwitrijke maaltijdcomponenten te maken.
“Best goed. We doen veel stille renovaties en baseren die keuzes op adviezen van het Voedingscentrum of het zoutconvenant. We zijn al sinds 2021 bezig met het reduceren van het zoutgehalte van onze producten. Maar we kijken op alle vlakken naar waar het beter kan, zoals naar andere grondstoffen. Daar is ook nog veel winst te boeken: kan het duurzamer en minder bewerkt?”
“Niet per se een wake-upcall. Het is een proces waar we toen al een tijd mee bezig waren, maar op dat moment stuurde we vooral op de richtlijn van het zoutconsortium, minder dan 1,53 gram, zout. Dat lukte toen al, maar we hebben inmiddels onze blik verlegd naar de criteria van het Voedingscentrum. In het onderzoek van de Consumentenbond werd alleen gekeken naar burgers. Op dat moment hadden we het doel om beter te zijn dan de dierlijke referentie. Als je een runderburger erbij pakt, dan waren onze producten gezonder. We hebben deze ambitie vergroot: we willen dat alle producten in de Schijf van Vijf passen. Ik weet zeker dat als ze het nu nog een keer zouden doen, komen we beter uit de bus.”
Bekijk een grotere versie van de tabel
“Zout. Dat is echt een smaakmaker en als je dat eruit haalt wordt het allemaal vlak. Dat vangen we op door bijvoorbeeld kruiden en specerijen, maar we kijken ook naar een andere zoutmixen. Zout is een breed begrip, in voeding is dit vaak natrium. We vervangen het in sommige gevallen door kalium, waar de meeste Nederlanders een tekort aan hebben. Ook met bepaalde gisten kun je een zoute en umami beleving geven. Ieder product heeft een eigen uitdaging, dat is ook waarom nog niet alle producten in de Schijf van Vijf passen.”
“Het is makkelijker om deze gezond te maken, omdat ze niet hoeven te smaken als een ander, niet altijd even gezond, referentieproduct. In de briefings voor deze producten is het een van de startcriteria. De vleesopvolgers die wij maken zijn ook een reactie op de vraag vanuit de markt; gezonde en lekkere maaltijdcomponenten. Daar heb je niet altijd het vleeskader voor nodig, denk bijvoorbeeld aan falafel. Dat is wat wij nastreven met onze nieuwe producten.”
“Het merendeel van de producten voldoet. Dat betekent ook dat er ruimte is voor verbetering. Een aantal producten bevat nog te veel zout en dat is iets waar we aan werken.”
“Een paar jaar geleden was de categorie booming, maar dat is nu wel wat bekoeld. We merken wel dat dit soort negatieve conclusies ons blijven achtervolgen. Het voelt als een soort boetekleed, en dat beeld is moeilijk bij de consument weg te nemen. Maar door die kritische geluiden worden we ook uitgedaagd om te verbeteren. Het onderzoek van Proveg toont aan dat de Nederlandse vleesvervangersector zich in een razendsnel tempo aanpast. Natuurlijk kan het sneller en beter, maar we maken echt stappen. Ook door voorbij de vleesvervanger te gaan, proberen we dit imago achter ons te laten en de consument te laten zien: we gaan richting feelgood voeding.”
Vleesvervangers worden gezonder, maar er kleeft nog een negatief imago aan de ‘zoutbommen’. Hoe gezond kan een product zijn als het moet lijken op een product dat zelf ook niet per se gezond is? Daarom kijkt producent Vivera verder dan (beter zijn dan) vlees.

26% van vleesvervanger past binnen de Schijf van Vijf, maakte Proveg bekend. Hoewel dat een verdriedubbeling is, gaat het slechts om een kwart van alle producten die als gezond bestempeld kunnen worden. Vivera renoveert het portfolio om producten in de Schijf van Vijf te laten vallen. Door bijvoorbeeld het zoutgehalte in de Oosterse burger te verlagen, past dit product nu binnen de richtlijn van het Voedingscentrum. Robin Laarman, Product Development Manager bij Vivera, vertelt over de stappen die het bedrijf maakt om gezondere eiwitrijke maaltijdcomponenten te maken.
“Best goed. We doen veel stille renovaties en baseren die keuzes op adviezen van het Voedingscentrum of het zoutconvenant. We zijn al sinds 2021 bezig met het reduceren van het zoutgehalte van onze producten. Maar we kijken op alle vlakken naar waar het beter kan, zoals naar andere grondstoffen. Daar is ook nog veel winst te boeken: kan het duurzamer en minder bewerkt?”
“Niet per se een wake-upcall. Het is een proces waar we toen al een tijd mee bezig waren, maar op dat moment stuurde we vooral op de richtlijn van het zoutconsortium, minder dan 1,53 gram, zout. Dat lukte toen al, maar we hebben inmiddels onze blik verlegd naar de criteria van het Voedingscentrum. In het onderzoek van de Consumentenbond werd alleen gekeken naar burgers. Op dat moment hadden we het doel om beter te zijn dan de dierlijke referentie. Als je een runderburger erbij pakt, dan waren onze producten gezonder. We hebben deze ambitie vergroot: we willen dat alle producten in de Schijf van Vijf passen. Ik weet zeker dat als ze het nu nog een keer zouden doen, komen we beter uit de bus.”
Bekijk een grotere versie van de tabel
“Zout. Dat is echt een smaakmaker en als je dat eruit haalt wordt het allemaal vlak. Dat vangen we op door bijvoorbeeld kruiden en specerijen, maar we kijken ook naar een andere zoutmixen. Zout is een breed begrip, in voeding is dit vaak natrium. We vervangen het in sommige gevallen door kalium, waar de meeste Nederlanders een tekort aan hebben. Ook met bepaalde gisten kun je een zoute en umami beleving geven. Ieder product heeft een eigen uitdaging, dat is ook waarom nog niet alle producten in de Schijf van Vijf passen.”
“Het is makkelijker om deze gezond te maken, omdat ze niet hoeven te smaken als een ander, niet altijd even gezond, referentieproduct. In de briefings voor deze producten is het een van de startcriteria. De vleesopvolgers die wij maken zijn ook een reactie op de vraag vanuit de markt; gezonde en lekkere maaltijdcomponenten. Daar heb je niet altijd het vleeskader voor nodig, denk bijvoorbeeld aan falafel. Dat is wat wij nastreven met onze nieuwe producten.”
“Het merendeel van de producten voldoet. Dat betekent ook dat er ruimte is voor verbetering. Een aantal producten bevat nog te veel zout en dat is iets waar we aan werken.”
“Een paar jaar geleden was de categorie booming, maar dat is nu wel wat bekoeld. We merken wel dat dit soort negatieve conclusies ons blijven achtervolgen. Het voelt als een soort boetekleed, en dat beeld is moeilijk bij de consument weg te nemen. Maar door die kritische geluiden worden we ook uitgedaagd om te verbeteren. Het onderzoek van Proveg toont aan dat de Nederlandse vleesvervangersector zich in een razendsnel tempo aanpast. Natuurlijk kan het sneller en beter, maar we maken echt stappen. Ook door voorbij de vleesvervanger te gaan, proberen we dit imago achter ons te laten en de consument te laten zien: we gaan richting feelgood voeding.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Wendy Noordzij
Chris Polkamp