Foto: Fascinating
Het project Pulsating wil de teelt en de verwerking van veldbonen, kikkererwten en soja beter op elkaar laten aansluiten. De ontwikkeling van nieuwe rassen maakt het mogelijk om te selecteren op specifieke functionaliteiten en kwaliteiten, zoals smaak en kleur, voor diverse toepassingen. In dit artikel vertelt projectleider Fred van de Velde over de belangrijkste kansen en uitdagingen.
Onder de vlag van Fascinating is in mei 2024 het project Pulsating ‘Unlocking the potential of leguminous crops in Groningen’ van start gegaan. In dit onderzoeksproject worden diverse rassen van veldbonen, kikkererwten en sojabonen getest onder verschillende regeneratieve landbouwomstandigheden. Daarnaast is ook de verwerking tot duurzame en functionele eiwitingrediënten en -producten belangrijk om de waarde van deze gewassen te vergroten. Daarom wordt naar de hele keten van ‘boer tot bord’ gekeken.

Het doel van het project is het uitbreiden van het areaal met eiwitrijke vlinderbloemige gewassen in Groningen en de rest van Nederland, aldus projectleider Fred van de Velde werkzaam bij NIZO. “Dit willen wij bereiken door het minimaliseren van hindernissen voor de boeren, zoals gewasopbrengst, opbrengstzekerheid en rassen die passen bij het milieu en bodemtype als ook onder regeneratieve landbouwpraktijken. Daarnaast willen wij technologieën ontwikkelen om duurzame, functionele eiwitingrediënten en toepassingen uit deze gewassen te leveren, waardoor hun waarde voor alle ketenpartners toeneemt.”
Fascinating
Fascinating is een open innovatieprogramma dat pionierswerk verricht met het onderzoeken en inrichten van een circulair en regeneratief voedsel- en landbouwsysteem. Zo’n systeem moet boerengezinnen weer toekomstperspectief geven en zorgen voor onze voedselzekerheid. Het moet letterlijk meer gezondheid per hectare opleveren aan eiwit- en vezelrijke gewassen en voedsel dat rijk is aan nutriënten. Fascinating werkt met o.a. ketenpartijen en kennisinstellingen aan de opbouw van deze economisch en ecologisch robuuste agro-ketens die in nauwe samenhang onderscheidende producten met meerwaarde maken.
Het project Pulsating wordt mede gerealiseerd door het Nationaal Programma Groningen en Provincie Groningen.
Wat was de aanleiding van het project?
“We hebben twee drijfveren. We willen ervoor zorgen dat er meer plantaardig eiwit in Nederland wordt verbouwd. Daarnaast willen we dat er meer plantaardig geconsumeerd wordt. Die twee doelen hangen met elkaar samen. Het heeft voor de boeren alleen maar zin om eiwitrijke gewassen te telen als deze voldoende opbrengen. Hiervoor zijn verbeteringen nodig op het gebied van teelt en verwerking. Ook de vraag naar hoge kwalitatieve producten moet worden gestimuleerd. Het unieke van dit project is dat we naar de hele keten kijken en de verschillende onderdelen met elkaar verbinden.”
Waarom hebben jullie voor veldbonen, soja en kikkererwten gekozen?
“In Groningen worden nu veldbonen en gele erwten geteeld, maar het saldo voor boeren kan nog verbeterd worden. Daarnaast kijken we naar nieuwe mogelijkheden. We zoeken naar andere rassen die geschikt zijn voor het Groningse en Nederlandse klimaat. Zo proberen we meer diversiteit in het aanbod van eiwitrijke gewassen te krijgen.”
Hoeveel telers doen mee en op hoeveel hectare?
“Momenteel nemen vier telers deel. Zij stellen allemaal 1 tot 1,5 hectare beschikbaar. We hopen dat meer telers in Groningen mee willen doen. Dan kunnen we het aantal veldproeven verder uitbreiden en kunnen we onderzoeken hoe de teelt op andere grondsoorten uitpakt. We willen graag de effecten van de grondsoorten in het project meenemen.”
Knelpunten
Waar liggen de grootste knelpunten?
“De opbrengst in tonnen per hectare en de oogstzekerheid zijn momenteel de grootste uitdagingen. Als je dat koppelt aan de prijs die je ervoor krijgt, dan is de teelt momenteel nog niet zo lucratief.”
Wat doen jullie om dat te verbeteren?
“Aan de ene kant kijken we naar de teeltmethode. Wat is de beste manier om de gewassen te tellen. Over veldbonen is er best veel bekend en inmiddels weten we dat je met deze teelt best een goede opbrengst kunt halen. De teelt van soja en met name kikkererwten is redelijk nieuw. Hierbij onderzoeken we onder meer wat de beste grond is en welke type rassen goed bij het Groningse klimaat passen. En daarnaast kijken we naar het verbeteren van de kwaliteit van de rassen om ze zo geschikt mogelijk te maken voor verdere verwerking.”
Hoe doen jullie dat?
“Via proefvelden proberen we verschillende rassen uit. Binnen het consortium is er voor elk van de drie gewassen een veredelaar betrokken (Limagrain, Protealis en NuCicer), die ook met nieuwe rassen en nieuwe variëteiten komt. Vervolgens wordt de teelt uitgevoerd door de vier telers in Groningen. Zij worden begeleid door Agrifirm. Daarnaast is ook Hogeschool Van Hall Larenstein betrokken bij kleinschalige proefvelden. Op deze kleinere veldjes kunnen we meerdere variaties van bepaalde rassen testen, terwijl we bij de telers in grotere velden van zo’n halve hectare onderzoeken wat het beste werkt onder wat meer robuuste teeltcondities. Vervolgens kijken we naar de verwerking. Hoe kunnen we deze verder verbeteren? We hebben aan het eind van de keten producenten van consumentenproducten, die de functionaliteit in producten beoordelen.”
Verwerking
Waar liggen de knelpunten in de verwerking?
“In de industrie vindt nog steeds een redelijk intensieve verwerking plaats, waardoor een deel van de functionaliteit verloren gaat. Daarom kijken wij naar een zo mild mogelijke processing om de natuurlijke functionaliteiten te behouden. Dat is ook één van de redenen waarom we naar soja, veldbonen en kikkererwten kijken. Deze gewassen hebben van nature goede en verschillende functionele eigenschappen, die we graag zoveel mogelijk behouden.”

Met welke bedrijven werken jullie hiervoor samen?
“De natte verwerking tot eiwitisolaten met een hoog eiwitghelate wordt uitgevoerd door NIZO en de droge fractionering tot duurzame eiwitconcentrate door Hosokawa. Ook dsm-firmenich is betrokken bij de verwerking. Zo is echt de hele keten betrokken. Dat is een heel sterk punt van het project. In het verleden werd met name gekeken naar een enkele stap in deze keten. Nu kunnen we binnen het consortium een stap terug doen in de keten om te kijken hoe we met teelt de verwerking kunnen verbeteren.”
Voortgang
Het project is vorig jaar gestart. Wat hebben jullie sindsdien gedaan?
“Afgelopen jaar hebben we kikkererwten geteeld. Ook hebben we soja en veldbonen onder verschillende regeneratieve principes getest. In beide proeven hebben we ook de verschillende rassen meegenomen. Afgelopen jaar was het een enorm nat jaar. Daardoor zijn de oogsten nog niet heel representatief, maar we hebben in ieder geval wel van meer dan honderd verschillende monsters geoogst en daarvan het eiwit geëxtraheerd. Daarbij hebben we bij NIZO met name gekeken naar de hoeveelheid eiwit en de samenstelling. Welke invloed hebben de eiwitten op de smaak van het eindproduct? Momenteel zijn we alle resultaten nog aan het verzamelen. Verder hebben we eind december bij Hosokawa verschillende producten droog gefractioneerd. En in januari is de eerste natte extractie uitgevoerd bij NIZO. Daarna sturen we de monsterzakken naar onze partners, zodat zij de applicaties kunnen testen.”
Het project loopt tot december 2027. Hebben jullie een bepaalde tijdsplanning voor ogen?
“We zijn het project in de volle breedte gestart. We willen elk groeiseizoen in de hele keten doorlopen, daarbij kijken we dus ook naar de eindapplicatie. Dat is belangrijk. De terugkoppeling kunnen we gebruiken bij de keuzes die we maken voor de volgende veldproeven. We willen niet alleen toe naar een steeds grotere teeltoppervlakte, maar ook naar de meest geschikte grondstoffen voor een verdere verwerking.”
Koppeling met andere projecten
Maken jullie gebruik van eerder opgedane kennis vanuit andere Fascinating-projecten?
“Jazeker. Binnen Fascinating is vanaf het begin al gekeken naar de meest veelbelovende eiwitrijke gewassen, waaronder veldbonen. Er is nog een ander Fascinatin- project gestart: ‘100 hectare regeneratieve landbouw’, Hierbij wordt samen met veeertig boeren op zoek gegaan naar regio-, grondsoort-, bedrijfs- en productspecifieke toepassingen van regeneratieve landbouw. De boeren die hieraan meewerken zijn vrij om hun gewassen te kiezen. Ik ga ervan uit dat ze daarbij ook eiwitrijke gewassen meenemen. Dan ontstaat er tussen beide projecten een bepaalde interactie. Verder hebben we in het verleden ook gekeken naar de verwerking van eiwit. Hoe moet zo’n eiwitfabriek eruit zien? En welke schaalgrootte past daarbij?”
Wat waren de belangrijkste uitkomsten?
“Uit eerdere onderzoeken bleek dat de kwaliteit van de huidige generatie eiwitingrediënten op het gebied van smaak, kleur, technische functionaliteit en voedingskwaliteit verbeterd moet worden om wereldwijd op de ingrediëntenmarkt mee te kunnen doen en de eiwittransitie tot een succes te maken.”
Eiwitfunctionaliteit
Op welke eindproducten richten jullie je?
“We kijken met opzet naar twee verwerkingsmethoden. De droge fractionering is met name geschikt voor grondstoffen voor vleesvervangers en bakkerij-applicaties. De natte fractionering wordt vooral gebruikt voor isolaten voor zuivelvervangers. Binnen deze twee verwerkingsrichtingen kijken we heel breed naar de toepassing van de eiwitten om zoveel mogelijk vraag te creëren.” Voor deze applicatietesten werken we samen met VION Food Group, AB Mauri, Dutch Cream & Spirits Solutions (onderdeel van De Kuyper) en dsm-firmenich.
Naar welke functionaliteiten streven jullie?
“De markt vraagt een zo neutraal mogelijke kleur, dus het liefste roomwit. Ook zoeken we naar een functioneel eiwit dat breed toepasbaar is en additieven in voedingsmiddelen kan vervangen. Daarom richten we ons op rassen die zorgen voor een minder sterke smaak, zodat de off-taste niet gemaskeerd hoeft te worden. Verder hangt de verwerking sterk af van de eindapplicaties. Binnen het project kijken we voor welke applicatie een bepaald eiwit het meest geschikt is. Zo heb je voor zuivelvervangers een eiwit nodig dat goed oplost, terwijl een eiwit voor vleesvervangers over het algemeen best wat minder goed oplosbaar mag zijn.”
Kansen
Waar liggen de grootste kansen in dit project?
“Aan de teeltkant liggen de grootste kansen in de samenwerking met de veredelaars. Daardoor kunnen we echt op zoek gaan naar rassen die geschikt zijn voor dit klimaat. Dat is bij de veldboon niet zo’n groot probleem, maar wel bij kikkererwten en soja. Die gewassen gedijen het best in een warmer klimaat. Daarnaast zien we veel kansen in het verbeteren van het verwerkingsproces. Dan kunnen er betere ingrediënten worden gemaakt. Dat draagt bij aan een beter verdienmodel voor de telers.”
Zijn de soja- en kikkererwten teelt helemaal nieuw voor Groningen of zijn er al wel wat experimenten gedaan?
"Met soja wordt natuurlijk al wat langer gewerkt in Nederland en ook al in Groningen. De eerste kikkererwten zijn een jaar of vijf, zes geleden in Zeeuws Vlaanderen geteeld. Nu zijn er verspreid over Nederland een aantal kikkererwtentelers. In Groningen zijn dat er relatief heel weinig.”
Is Groningen met dit project een goed voorbeeld voor Nederland?
“In Groningen focussen we ons echt op de eiwittransitie en wat deze transitie voor de teler kan betekenen. Hoe kunnen we bijdragen aan verandering van de landbouw? Daarom is het een goed voorbeeld. Daarnaast denk ik dat het project voor heel Nederland interessant is, omdat we de hele keten erbij betrekken. Dan kun je meer impact maken. Als je een stap vooruit wilt maken, dan heb je daarvoor de hele keten nodig. Het leuke aan dit project is ook dat de partners allemaal super enthousiast zijn. Ze zijn heel betrokken en willen echt samen aan de slag gaan om oplossingen te vinden om het project vooruit te helpen.”
Het project Pulsating wil de teelt en de verwerking van veldbonen, kikkererwten en soja beter op elkaar laten aansluiten. De ontwikkeling van nieuwe rassen maakt het mogelijk om te selecteren op specifieke functionaliteiten en kwaliteiten, zoals smaak en kleur, voor diverse toepassingen. In dit artikel vertelt projectleider Fred van de Velde over de belangrijkste kansen en uitdagingen.
Onder de vlag van Fascinating is in mei 2024 het project Pulsating ‘Unlocking the potential of leguminous crops in Groningen’ van start gegaan. In dit onderzoeksproject worden diverse rassen van veldbonen, kikkererwten en sojabonen getest onder verschillende regeneratieve landbouwomstandigheden. Daarnaast is ook de verwerking tot duurzame en functionele eiwitingrediënten en -producten belangrijk om de waarde van deze gewassen te vergroten. Daarom wordt naar de hele keten van ‘boer tot bord’ gekeken.

Het doel van het project is het uitbreiden van het areaal met eiwitrijke vlinderbloemige gewassen in Groningen en de rest van Nederland, aldus projectleider Fred van de Velde werkzaam bij NIZO. “Dit willen wij bereiken door het minimaliseren van hindernissen voor de boeren, zoals gewasopbrengst, opbrengstzekerheid en rassen die passen bij het milieu en bodemtype als ook onder regeneratieve landbouwpraktijken. Daarnaast willen wij technologieën ontwikkelen om duurzame, functionele eiwitingrediënten en toepassingen uit deze gewassen te leveren, waardoor hun waarde voor alle ketenpartners toeneemt.”
Fascinating
Fascinating is een open innovatieprogramma dat pionierswerk verricht met het onderzoeken en inrichten van een circulair en regeneratief voedsel- en landbouwsysteem. Zo’n systeem moet boerengezinnen weer toekomstperspectief geven en zorgen voor onze voedselzekerheid. Het moet letterlijk meer gezondheid per hectare opleveren aan eiwit- en vezelrijke gewassen en voedsel dat rijk is aan nutriënten. Fascinating werkt met o.a. ketenpartijen en kennisinstellingen aan de opbouw van deze economisch en ecologisch robuuste agro-ketens die in nauwe samenhang onderscheidende producten met meerwaarde maken.
Het project Pulsating wordt mede gerealiseerd door het Nationaal Programma Groningen en Provincie Groningen.
Wat was de aanleiding van het project?
“We hebben twee drijfveren. We willen ervoor zorgen dat er meer plantaardig eiwit in Nederland wordt verbouwd. Daarnaast willen we dat er meer plantaardig geconsumeerd wordt. Die twee doelen hangen met elkaar samen. Het heeft voor de boeren alleen maar zin om eiwitrijke gewassen te telen als deze voldoende opbrengen. Hiervoor zijn verbeteringen nodig op het gebied van teelt en verwerking. Ook de vraag naar hoge kwalitatieve producten moet worden gestimuleerd. Het unieke van dit project is dat we naar de hele keten kijken en de verschillende onderdelen met elkaar verbinden.”
Waarom hebben jullie voor veldbonen, soja en kikkererwten gekozen?
“In Groningen worden nu veldbonen en gele erwten geteeld, maar het saldo voor boeren kan nog verbeterd worden. Daarnaast kijken we naar nieuwe mogelijkheden. We zoeken naar andere rassen die geschikt zijn voor het Groningse en Nederlandse klimaat. Zo proberen we meer diversiteit in het aanbod van eiwitrijke gewassen te krijgen.”
Hoeveel telers doen mee en op hoeveel hectare?
“Momenteel nemen vier telers deel. Zij stellen allemaal 1 tot 1,5 hectare beschikbaar. We hopen dat meer telers in Groningen mee willen doen. Dan kunnen we het aantal veldproeven verder uitbreiden en kunnen we onderzoeken hoe de teelt op andere grondsoorten uitpakt. We willen graag de effecten van de grondsoorten in het project meenemen.”
Knelpunten
Waar liggen de grootste knelpunten?
“De opbrengst in tonnen per hectare en de oogstzekerheid zijn momenteel de grootste uitdagingen. Als je dat koppelt aan de prijs die je ervoor krijgt, dan is de teelt momenteel nog niet zo lucratief.”
Wat doen jullie om dat te verbeteren?
“Aan de ene kant kijken we naar de teeltmethode. Wat is de beste manier om de gewassen te tellen. Over veldbonen is er best veel bekend en inmiddels weten we dat je met deze teelt best een goede opbrengst kunt halen. De teelt van soja en met name kikkererwten is redelijk nieuw. Hierbij onderzoeken we onder meer wat de beste grond is en welke type rassen goed bij het Groningse klimaat passen. En daarnaast kijken we naar het verbeteren van de kwaliteit van de rassen om ze zo geschikt mogelijk te maken voor verdere verwerking.”
Hoe doen jullie dat?
“Via proefvelden proberen we verschillende rassen uit. Binnen het consortium is er voor elk van de drie gewassen een veredelaar betrokken (Limagrain, Protealis en NuCicer), die ook met nieuwe rassen en nieuwe variëteiten komt. Vervolgens wordt de teelt uitgevoerd door de vier telers in Groningen. Zij worden begeleid door Agrifirm. Daarnaast is ook Hogeschool Van Hall Larenstein betrokken bij kleinschalige proefvelden. Op deze kleinere veldjes kunnen we meerdere variaties van bepaalde rassen testen, terwijl we bij de telers in grotere velden van zo’n halve hectare onderzoeken wat het beste werkt onder wat meer robuuste teeltcondities. Vervolgens kijken we naar de verwerking. Hoe kunnen we deze verder verbeteren? We hebben aan het eind van de keten producenten van consumentenproducten, die de functionaliteit in producten beoordelen.”
Verwerking
Waar liggen de knelpunten in de verwerking?
“In de industrie vindt nog steeds een redelijk intensieve verwerking plaats, waardoor een deel van de functionaliteit verloren gaat. Daarom kijken wij naar een zo mild mogelijke processing om de natuurlijke functionaliteiten te behouden. Dat is ook één van de redenen waarom we naar soja, veldbonen en kikkererwten kijken. Deze gewassen hebben van nature goede en verschillende functionele eigenschappen, die we graag zoveel mogelijk behouden.”

Met welke bedrijven werken jullie hiervoor samen?
“De natte verwerking tot eiwitisolaten met een hoog eiwitghelate wordt uitgevoerd door NIZO en de droge fractionering tot duurzame eiwitconcentrate door Hosokawa. Ook dsm-firmenich is betrokken bij de verwerking. Zo is echt de hele keten betrokken. Dat is een heel sterk punt van het project. In het verleden werd met name gekeken naar een enkele stap in deze keten. Nu kunnen we binnen het consortium een stap terug doen in de keten om te kijken hoe we met teelt de verwerking kunnen verbeteren.”
Voortgang
Het project is vorig jaar gestart. Wat hebben jullie sindsdien gedaan?
“Afgelopen jaar hebben we kikkererwten geteeld. Ook hebben we soja en veldbonen onder verschillende regeneratieve principes getest. In beide proeven hebben we ook de verschillende rassen meegenomen. Afgelopen jaar was het een enorm nat jaar. Daardoor zijn de oogsten nog niet heel representatief, maar we hebben in ieder geval wel van meer dan honderd verschillende monsters geoogst en daarvan het eiwit geëxtraheerd. Daarbij hebben we bij NIZO met name gekeken naar de hoeveelheid eiwit en de samenstelling. Welke invloed hebben de eiwitten op de smaak van het eindproduct? Momenteel zijn we alle resultaten nog aan het verzamelen. Verder hebben we eind december bij Hosokawa verschillende producten droog gefractioneerd. En in januari is de eerste natte extractie uitgevoerd bij NIZO. Daarna sturen we de monsterzakken naar onze partners, zodat zij de applicaties kunnen testen.”
Het project loopt tot december 2027. Hebben jullie een bepaalde tijdsplanning voor ogen?
“We zijn het project in de volle breedte gestart. We willen elk groeiseizoen in de hele keten doorlopen, daarbij kijken we dus ook naar de eindapplicatie. Dat is belangrijk. De terugkoppeling kunnen we gebruiken bij de keuzes die we maken voor de volgende veldproeven. We willen niet alleen toe naar een steeds grotere teeltoppervlakte, maar ook naar de meest geschikte grondstoffen voor een verdere verwerking.”
Koppeling met andere projecten
Maken jullie gebruik van eerder opgedane kennis vanuit andere Fascinating-projecten?
“Jazeker. Binnen Fascinating is vanaf het begin al gekeken naar de meest veelbelovende eiwitrijke gewassen, waaronder veldbonen. Er is nog een ander Fascinatin- project gestart: ‘100 hectare regeneratieve landbouw’, Hierbij wordt samen met veeertig boeren op zoek gegaan naar regio-, grondsoort-, bedrijfs- en productspecifieke toepassingen van regeneratieve landbouw. De boeren die hieraan meewerken zijn vrij om hun gewassen te kiezen. Ik ga ervan uit dat ze daarbij ook eiwitrijke gewassen meenemen. Dan ontstaat er tussen beide projecten een bepaalde interactie. Verder hebben we in het verleden ook gekeken naar de verwerking van eiwit. Hoe moet zo’n eiwitfabriek eruit zien? En welke schaalgrootte past daarbij?”
Wat waren de belangrijkste uitkomsten?
“Uit eerdere onderzoeken bleek dat de kwaliteit van de huidige generatie eiwitingrediënten op het gebied van smaak, kleur, technische functionaliteit en voedingskwaliteit verbeterd moet worden om wereldwijd op de ingrediëntenmarkt mee te kunnen doen en de eiwittransitie tot een succes te maken.”
Eiwitfunctionaliteit
Op welke eindproducten richten jullie je?
“We kijken met opzet naar twee verwerkingsmethoden. De droge fractionering is met name geschikt voor grondstoffen voor vleesvervangers en bakkerij-applicaties. De natte fractionering wordt vooral gebruikt voor isolaten voor zuivelvervangers. Binnen deze twee verwerkingsrichtingen kijken we heel breed naar de toepassing van de eiwitten om zoveel mogelijk vraag te creëren.” Voor deze applicatietesten werken we samen met VION Food Group, AB Mauri, Dutch Cream & Spirits Solutions (onderdeel van De Kuyper) en dsm-firmenich.
Naar welke functionaliteiten streven jullie?
“De markt vraagt een zo neutraal mogelijke kleur, dus het liefste roomwit. Ook zoeken we naar een functioneel eiwit dat breed toepasbaar is en additieven in voedingsmiddelen kan vervangen. Daarom richten we ons op rassen die zorgen voor een minder sterke smaak, zodat de off-taste niet gemaskeerd hoeft te worden. Verder hangt de verwerking sterk af van de eindapplicaties. Binnen het project kijken we voor welke applicatie een bepaald eiwit het meest geschikt is. Zo heb je voor zuivelvervangers een eiwit nodig dat goed oplost, terwijl een eiwit voor vleesvervangers over het algemeen best wat minder goed oplosbaar mag zijn.”
Kansen
Waar liggen de grootste kansen in dit project?
“Aan de teeltkant liggen de grootste kansen in de samenwerking met de veredelaars. Daardoor kunnen we echt op zoek gaan naar rassen die geschikt zijn voor dit klimaat. Dat is bij de veldboon niet zo’n groot probleem, maar wel bij kikkererwten en soja. Die gewassen gedijen het best in een warmer klimaat. Daarnaast zien we veel kansen in het verbeteren van het verwerkingsproces. Dan kunnen er betere ingrediënten worden gemaakt. Dat draagt bij aan een beter verdienmodel voor de telers.”
Zijn de soja- en kikkererwten teelt helemaal nieuw voor Groningen of zijn er al wel wat experimenten gedaan?
"Met soja wordt natuurlijk al wat langer gewerkt in Nederland en ook al in Groningen. De eerste kikkererwten zijn een jaar of vijf, zes geleden in Zeeuws Vlaanderen geteeld. Nu zijn er verspreid over Nederland een aantal kikkererwtentelers. In Groningen zijn dat er relatief heel weinig.”
Is Groningen met dit project een goed voorbeeld voor Nederland?
“In Groningen focussen we ons echt op de eiwittransitie en wat deze transitie voor de teler kan betekenen. Hoe kunnen we bijdragen aan verandering van de landbouw? Daarom is het een goed voorbeeld. Daarnaast denk ik dat het project voor heel Nederland interessant is, omdat we de hele keten erbij betrekken. Dan kun je meer impact maken. Als je een stap vooruit wilt maken, dan heb je daarvoor de hele keten nodig. Het leuke aan dit project is ook dat de partners allemaal super enthousiast zijn. Ze zijn heel betrokken en willen echt samen aan de slag gaan om oplossingen te vinden om het project vooruit te helpen.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Wendy Noordzij
Chris Polkamp