Binnen het project Matchmaking wordt gezocht naar de optimale combinatie van sojavariëteiten en inheemse, stikstofbindende rhizobiumbacteriën. Foto: Ilvo
In dit artikel
In een ambitieus onderzoeksproject werkt het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (Ilvo) in België aan het optimaliseren van sojateelt in Noordwest-Europa. Door de juiste sojavariëteiten te koppelen aan inheemse, stikstofbindende bodembacteriën, streven onderzoekers naar een rendabele en duurzame sojaproductie in deze regio.
Onder leiding van Hilde Muylle, expert nieuwe plantaardige teelten bij Ilvo, wordt binnen het project Matchmaking gezocht naar de optimale combinatie van sojavariëteiten en inheemse, stikstofbindende rhizobiumbacteriën. Het vierjarige project is in het najaar van 2024 gestart. Het wordt gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). Ugent is één van de mede-partners.
Het doel is de sojateelt in Vlaanderen te optimaliseren en te verduurzamen. Een effectieve stikstoffixatie is daarbij volgens Myelle van groot belang. "Het grote voordeel van peulgewassen is dat je slechts beperkt stikstof hoeft toe te dienen in de vorm van stikstofbemesting. Het is dus een heel belangrijk item om de landbouw verder te verduurzamen.”
Matchmaking met de juiste bacteriën
"We zijn al vijftien jaar bezig om soja te evolueren als gewas voor Vlaanderen en voor West-Europa," vertelt Muylle. "Er is al heel wat werk verzet. Op het gebied van veredeling hebben we de spin-off Protealis kunnen realiseren die het veredelingsprogramma voor soja voor West-Europa verder uitwerken. Inmiddels zijn de eerste rassen nu beschikbaar, waardoor we nu echt willen inzetten op een matchmaking met de juiste bacteriën in de bodem."
Een cruciaal aspect daarbij is de samenhang tussen de sojaplant en bacteriën in de bodem. “We kijken naar rhizobium, de bacterie die stikstof kan fixeren uit de lucht, wat essentieel is voor de groei van de plant. Omdat soja geen gangbare teelt voor ons is, is de bacterie waarmee soja associeert niet altijd vindbaar in onze bodem. Daarom is het belangrijk dat deze wordt meegegeven bij het inzaaien."
We willlen rhizobium, de bacterie die stikstof kan fixeren uit de lucht, meegegeven bij het inzaaien
Echter, het toevoegen van deze bacteriën bij het inzaaien werkt niet altijd even effectief. Daarom heeft Ilvo in een vorig project, het '1000 Tuinen' project, gezocht naar endogene bacteriën. Muylle licht toe: "Op het moment dat de nodules (knobbeltjes, red.) zichtbaar zouden moeten zijn, hebben we telers gevraagd om de planten op te graven en naar het lab te sturen. Daar hebben we endogene rhizobiumbacteriën kunnen identificeren die goed bij soja gedijen."
Selectie van bacteriestammen
Met deze bevindingen richt Ilvo zich nu op het evalueren van veelbelovende bacteriestammen. "Daarbij willen we vijf veelbelovende leads die gebruikt kunnen worden voor de commerciële teelt evalueren onder verschillende abiotische omstandigheden. Doen de bacteriën nog steeds wat ze moeten doen als we een droog seizoen of een nat seizoen hebben? Dat willen we onderzoeken”, legt Muylle uit.
Een belangrijk concept binnen het project is de 'driehoek' van factoren die bijdragen aan succesvolle stikstoffixatie: het sojagenotype, de rhizobiumbacterie en de aanwezigheid van helperbacteriën. Muylle legt uit: "Deze driehoek bestuderen we. We kijken welke genen erbij betrokken zijn. In hoeverre leent het ene soja-genotype zich beter tot associatie dan een ander type? Als we dat weten, dan kunnen we daar rekening mee houden in de veredeling.”
Daarnaast onderzoeken ze of er naast de rhizobiumbacterie nog andere bacteriën nodig zijn om efficiënte nodulatie te bevorderen. "We onderzoeken welke helperbacteriën betrokken zijn, die de omgeving creëren om die rhizobium maximaal zijn werk te laten doen. Moeten we in plaats van één type bacterie misschien niet een community meegeven waardoor de nodulatie beter gaat? Zo willen we de komende vier jaar komen tot een goede combinatie van het juiste genotype van soja met de juiste genen die die stikstoffixatie toelaten en de juiste rhizobiumbacteriën eventueel in combinatie met een aantal helperbacteriën.”

Sojateelt in Vlaanderen
De sojateelt in Vlaanderen is nog beperkt, met een areaal tussen de 100 en 200 hectare. Dit beperkte areaal is deels te wijten aan het ontbreken van geschikte rassen en de uitdagingen die gepaard gaan met wisselende weersomstandigheden. Muylle legt uit: "We hebben een aantal slechte jaren gehad, dus heel droge jaren waarbij de stand van de teelt, de uitzaai, eigenlijk mislukte. Daardoor is bij de telers een zekere aversie gecreëerd ten opzichte van de sojateelt. We moeten nu extra ons best doen om ervoor te zorgen dat ze soja toch opnemen in de bouwplannen."
We moeten extra ons best doen om ervoor te zorgen dat soja wordt opgenomen in de bouwplannen
Zowel een goede opbrengst als een goede eiwitkwaliteit zijn belangrijk, weet Muylle. “We hebben opbrengsten gehad van meer dan 3 ton per hectare met een goede eiwitkwaliteit. Daarmee hebben we aangetoond dat een succesvolle teelt zeker mogelijk is. Daarom is het nu tijd om onze kennis te vergroten en de teelt te optimaliseren door voor de juiste rassen en de juist condities te zorgen. Dit project kan leiden tot meer diversificatie in rassen en aanbod, en zo het risico op misoogsten reduceren.” Daarnaast is ook een robuuste keten van belang. “Er moeten voldoende afnemers komen, die een rendabele prijs willen betalen. Daar zullen we ons in andere projecten oprichten.”
Lees ook: Protealis: met snelle veredeling lokale sojateelt laten groeien
In een ambitieus onderzoeksproject werkt het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (Ilvo) in België aan het optimaliseren van sojateelt in Noordwest-Europa. Door de juiste sojavariëteiten te koppelen aan inheemse, stikstofbindende bodembacteriën, streven onderzoekers naar een rendabele en duurzame sojaproductie in deze regio.
Onder leiding van Hilde Muylle, expert nieuwe plantaardige teelten bij Ilvo, wordt binnen het project Matchmaking gezocht naar de optimale combinatie van sojavariëteiten en inheemse, stikstofbindende rhizobiumbacteriën. Het vierjarige project is in het najaar van 2024 gestart. Het wordt gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). Ugent is één van de mede-partners.
Het doel is de sojateelt in Vlaanderen te optimaliseren en te verduurzamen. Een effectieve stikstoffixatie is daarbij volgens Myelle van groot belang. "Het grote voordeel van peulgewassen is dat je slechts beperkt stikstof hoeft toe te dienen in de vorm van stikstofbemesting. Het is dus een heel belangrijk item om de landbouw verder te verduurzamen.”
Matchmaking met de juiste bacteriën
"We zijn al vijftien jaar bezig om soja te evolueren als gewas voor Vlaanderen en voor West-Europa," vertelt Muylle. "Er is al heel wat werk verzet. Op het gebied van veredeling hebben we de spin-off Protealis kunnen realiseren die het veredelingsprogramma voor soja voor West-Europa verder uitwerken. Inmiddels zijn de eerste rassen nu beschikbaar, waardoor we nu echt willen inzetten op een matchmaking met de juiste bacteriën in de bodem."
Een cruciaal aspect daarbij is de samenhang tussen de sojaplant en bacteriën in de bodem. “We kijken naar rhizobium, de bacterie die stikstof kan fixeren uit de lucht, wat essentieel is voor de groei van de plant. Omdat soja geen gangbare teelt voor ons is, is de bacterie waarmee soja associeert niet altijd vindbaar in onze bodem. Daarom is het belangrijk dat deze wordt meegegeven bij het inzaaien."
We willlen rhizobium, de bacterie die stikstof kan fixeren uit de lucht, meegegeven bij het inzaaien
Echter, het toevoegen van deze bacteriën bij het inzaaien werkt niet altijd even effectief. Daarom heeft Ilvo in een vorig project, het '1000 Tuinen' project, gezocht naar endogene bacteriën. Muylle licht toe: "Op het moment dat de nodules (knobbeltjes, red.) zichtbaar zouden moeten zijn, hebben we telers gevraagd om de planten op te graven en naar het lab te sturen. Daar hebben we endogene rhizobiumbacteriën kunnen identificeren die goed bij soja gedijen."
Selectie van bacteriestammen
Met deze bevindingen richt Ilvo zich nu op het evalueren van veelbelovende bacteriestammen. "Daarbij willen we vijf veelbelovende leads die gebruikt kunnen worden voor de commerciële teelt evalueren onder verschillende abiotische omstandigheden. Doen de bacteriën nog steeds wat ze moeten doen als we een droog seizoen of een nat seizoen hebben? Dat willen we onderzoeken”, legt Muylle uit.
Een belangrijk concept binnen het project is de 'driehoek' van factoren die bijdragen aan succesvolle stikstoffixatie: het sojagenotype, de rhizobiumbacterie en de aanwezigheid van helperbacteriën. Muylle legt uit: "Deze driehoek bestuderen we. We kijken welke genen erbij betrokken zijn. In hoeverre leent het ene soja-genotype zich beter tot associatie dan een ander type? Als we dat weten, dan kunnen we daar rekening mee houden in de veredeling.”
Daarnaast onderzoeken ze of er naast de rhizobiumbacterie nog andere bacteriën nodig zijn om efficiënte nodulatie te bevorderen. "We onderzoeken welke helperbacteriën betrokken zijn, die de omgeving creëren om die rhizobium maximaal zijn werk te laten doen. Moeten we in plaats van één type bacterie misschien niet een community meegeven waardoor de nodulatie beter gaat? Zo willen we de komende vier jaar komen tot een goede combinatie van het juiste genotype van soja met de juiste genen die die stikstoffixatie toelaten en de juiste rhizobiumbacteriën eventueel in combinatie met een aantal helperbacteriën.”

Sojateelt in Vlaanderen
De sojateelt in Vlaanderen is nog beperkt, met een areaal tussen de 100 en 200 hectare. Dit beperkte areaal is deels te wijten aan het ontbreken van geschikte rassen en de uitdagingen die gepaard gaan met wisselende weersomstandigheden. Muylle legt uit: "We hebben een aantal slechte jaren gehad, dus heel droge jaren waarbij de stand van de teelt, de uitzaai, eigenlijk mislukte. Daardoor is bij de telers een zekere aversie gecreëerd ten opzichte van de sojateelt. We moeten nu extra ons best doen om ervoor te zorgen dat ze soja toch opnemen in de bouwplannen."
We moeten extra ons best doen om ervoor te zorgen dat soja wordt opgenomen in de bouwplannen
Zowel een goede opbrengst als een goede eiwitkwaliteit zijn belangrijk, weet Muylle. “We hebben opbrengsten gehad van meer dan 3 ton per hectare met een goede eiwitkwaliteit. Daarmee hebben we aangetoond dat een succesvolle teelt zeker mogelijk is. Daarom is het nu tijd om onze kennis te vergroten en de teelt te optimaliseren door voor de juiste rassen en de juist condities te zorgen. Dit project kan leiden tot meer diversificatie in rassen en aanbod, en zo het risico op misoogsten reduceren.” Daarnaast is ook een robuuste keten van belang. “Er moeten voldoende afnemers komen, die een rendabele prijs willen betalen. Daar zullen we ons in andere projecten oprichten.”
Lees ook: Protealis: met snelle veredeling lokale sojateelt laten groeien
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp
Wendy Noordzij