E-nummers zijn onmisbaar in de eiwittransitie, stelt Folkert Fennema. Foto: Canva
De eiwittransitie vraagt om nieuwe ingrediënten, nieuwe technieken én nieuwe manieren van communiceren. E-nummers spelen daarin een cruciale, maar vaak onderbelichte rol. Voedingstechnoloog Folkert Fennema legt uit waarom duidelijke codering en transparantie rond hulpstoffen belangrijker zijn dan ooit. “Eigenlijk zouden we méér E-nummers moeten gebruiken, niet minder.”
Folkert Fennema begon zijn loopbaan als ambachtelijk bakker en werkte later in de horeca. Hij behaalde zijn tweedegraads lesbevoegdheid, specialiseerde zich in voeding en gezondheid en werd voedingstechnoloog met een MBA. Inmiddels is hij met zijn bedrijf Fennema Food Development actief in de voedingsindustrie. Hij helpt producenten met productontwikkeling, het verwerken van reststromen, procesbeheersing en de begeleiding van jonge professionals.
“In mijn begintijd in de ambachtelijke bakkerij gebruikte ik wel E-nummers, maar ik had geen idee wat deze betekenden. Dat veranderde toen ik in de industrie terechtkwam”, vertelt Fennema. “Toen heb ik van een senior-proefbakker een boek ontvangen met alle E-nummers erin. ‘Dit boekje is heel belangrijk’, zei hij tegen mij. 'Zorg ervoor dat je het helemaal uit je hoofd kent'.”

Het ontstaan van handboek E-nummers
In zijn hele carrière is de kennis over E-nummers waardevol gebleken. “Helaas is het boekwerkje nooit meer geüpdatet. Er ontbreekt een actueel en praktisch handboek voor productontwikkelaars op het gebied van E-nummers. Daarom heb ik besloten om dat te gaan maken. Het resultaat is het E-nummer handboek - Van E- tot Z dat ik onlangs heb uitgebracht.”
Het boek is geschikt voor iedereen in de voedingsindustrie – van productontwikkelaar tot inkoper en van kwaliteitsmanager tot bakker. Het opent met 35 pagina’s uitleg over de rol, veiligheid, herkomst, indeling en beoordeling van E-nummers.
Vervolgens biedt het boek vier delen:
- Annex A: E-nummers op volgorde van nummer.
- Annex B: alfabetisch gerangschikt.
- Annex C: ingedeeld per functie, zoals zuurteregelaars of emulgatoren.
- Annex D: leverancierslijst met informatie per categorie.
Het handboek bevat ook verboden E-nummers, met toelichting. “Misschien heb je als productontwikkelaar nog een hoeveelheid in de kast staan. Het is goed om af en toe te controleren of je gebruikte hulpstoffen nog up-to-date zijn. Daarom heb ik de E-nummers die recent zijn verboden, toch in het boek vermeld.” Aan elk E-nummer is bovendien een gezondheidsscore gekoppeld, die gebruikers helpt om keuzes te maken op basis van actuele inzichten.
E-nummers in eiwittransitie
Over de toegevoegde waarde van E-nummers in de eiwittransitie zegt Fennema: “De eiwittransitie zet in op het ontwikkelen van duurzamere alternatieven voor dierlijke eiwitten, zoals peulvruchten, micro-organismen, insecten of reststromen uit de landbouw. Tegelijkertijd groeit de vraag naar plantaardige producten, zowel vanuit duurzaamheid als gezondheid en dierenwelzijn. Dat betekent dat we te maken krijgen met compleet nieuwe ingrediënten en productietechnologieën. Die moet je op een betrouwbare manier kunnen duiden en reguleren.”
Een belangrijk voorbeeld is eiwithydrolyse: het gecontroleerd afbreken van eiwitten in kleinere peptiden of vrije aminozuren. “Dat proces wordt steeds vaker toegepast om eiwitten functioneel in te zetten”, legt Fennema uit. “Je maakt een eiwit daarmee beter oplosbaar, smaakvoller of makkelijker verteerbaar. Denk aan toepassingen in dieetvoeding of als bindmiddel in plantaardige burgers.”
Aminozuren
Ook aminozuren zelf worden steeds vaker als functionele toevoeging ingezet. “Glutamaat (E621) is een bekend voorbeeld: het versterkt de umami-smaak en wordt industrieel geproduceerd. Cysteïne (E920), dat van nature voorkomt in eiwitten, wordt gebruikt als broodverbetermiddel. Lecithine (E322), een emulgator, kan afkomstig zijn uit ei, soja of zonnebloemen.”
Volgens Fennema is het belangrijk dat zulke ingrediënten transparant gecodeerd blijven. “Als je een eiwit of fractie inzet vanwege zijn functionele eigenschappen, moet je dat helder kunnen communiceren. Met een E-nummer weet iedereen waar hij aan toe is, producenten, toezichthouders én consumenten. E-nummers helpen bij het reguleren van de kwaliteit, zuiverheid en herkomst van deze toevoegingen. Dat is belangrijk, zeker bij toepassingen die op grote schaal in de voedingsindustrie worden ingezet.”
Eiwitten uit bloedplasma
In zijn boek beschrijft Fennema een sprekend voorbeeld van hoe er vanaf 2024 in Nederland op grote schaal toegevoegde eiwitten worden verwerkt in producten, zoals gehakt, hamburgers en worsten. “Deze eiwitten zijn afkomstig uit bloedplasma, een component van runderbloed. Wettelijk gezien mogen ze op het etiket worden vermeld als ‘rundereiwit’, omdat ze niet onder de strikte regelgeving voor E-nummers vallen.”
Hoewel dit juridisch is toegestaan, roept het vragen op over transparantie, vindt Fennema. “Voor veel consumenten kan deze werkwijze als misleidend worden ervaren, mede door de associaties die het oproept en de beperkte duidelijkheid op het etiket. Vooral voor mensen met religieuze overtuigingen—zoals moslims, joden en christenen—die vanuit hun geloof geen bloed willen consumeren, is dit problematisch. Zij zouden dit soort informatie duidelijk op de verpakking moeten kunnen terugvinden.”
Clean label
Het clean label-denken heeft een tegenovergestelde uitwerking gehad, stelt Fennema. “In plaats van helderheid leidde het tot verwarring. Door stoffen andere namen te geven, verdwijnen ze uit beeld – terwijl ze functioneel nog steeds aanwezig zijn.” Volgens Fennema is het streven naar clean labels vaak ingegeven door marketing, niet door wetenschappelijke onderbouwing. “Fabrikanten worden door supermarkten en consumenten onder druk gezet om E-nummers te vermijden. Maar als je geur, kleur, smaak of houdbaarheid wilt behouden zonder E-nummers, kom je in de knel. De consument krijgt dan een product dat er misschien ‘puur’ uitziet, maar sneller bederft of minder goed smaakt. Dat komt de waardering niet ten goede.”
Ongelijke regels
Fennema vindt het merkwaardig dat de voedingsindustrie verplicht is om volgens de wetgeving transparant te zijn over de gebruikte grondstoffen en hulpstoffen en vervolgens keer op keer wordt afgerekend op die openheid. “Tegelijkertijd hoeft de drankenindustrie dergelijke informatie niet te vermelden en daar hoor je niemand over klagen.”
Ook de farmaceutische industrie geeft keurig aan welke ingrediënten er op de verpakking staan, maar zij zijn niet gebonden aan de regelgeving rondom E-nummers. “Daardoor mogen zij hulpstoffen gebruiken die in de voedingsindustrie vanwege gezondheidsrisico’s juist zijn verboden. En ook daar lijkt niemand zich druk om te maken.”
Transparantie geeft vertrouwen
Hij benadrukt dat het juist de transparantie van E-nummers is die vertrouwen kan geven. “Een E-nummer zegt iets over veiligheid, functionaliteit en regelgeving. Deze stoffen zijn beoordeeld door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (Efsa), voorzien van een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) en onderworpen aan controle. Consumenten denken dat ze gezonder eten, terwijl ze vaak niet weten wat er precies in zit. Met een E-nummer weten ze dat wel.”
Bovendien vormen E-nummers slechts een fractie van de dagelijkse voedselinname. “Het zou zinvoller zijn om ons druk te maken over de andere 99,8% van onze voeding.”
De eiwittransitie vraagt om nieuwe ingrediënten, nieuwe technieken én nieuwe manieren van communiceren. E-nummers spelen daarin een cruciale, maar vaak onderbelichte rol. Voedingstechnoloog Folkert Fennema legt uit waarom duidelijke codering en transparantie rond hulpstoffen belangrijker zijn dan ooit. “Eigenlijk zouden we méér E-nummers moeten gebruiken, niet minder.”
Folkert Fennema begon zijn loopbaan als ambachtelijk bakker en werkte later in de horeca. Hij behaalde zijn tweedegraads lesbevoegdheid, specialiseerde zich in voeding en gezondheid en werd voedingstechnoloog met een MBA. Inmiddels is hij met zijn bedrijf Fennema Food Development actief in de voedingsindustrie. Hij helpt producenten met productontwikkeling, het verwerken van reststromen, procesbeheersing en de begeleiding van jonge professionals.
“In mijn begintijd in de ambachtelijke bakkerij gebruikte ik wel E-nummers, maar ik had geen idee wat deze betekenden. Dat veranderde toen ik in de industrie terechtkwam”, vertelt Fennema. “Toen heb ik van een senior-proefbakker een boek ontvangen met alle E-nummers erin. ‘Dit boekje is heel belangrijk’, zei hij tegen mij. 'Zorg ervoor dat je het helemaal uit je hoofd kent'.”

Het ontstaan van handboek E-nummers
In zijn hele carrière is de kennis over E-nummers waardevol gebleken. “Helaas is het boekwerkje nooit meer geüpdatet. Er ontbreekt een actueel en praktisch handboek voor productontwikkelaars op het gebied van E-nummers. Daarom heb ik besloten om dat te gaan maken. Het resultaat is het E-nummer handboek - Van E- tot Z dat ik onlangs heb uitgebracht.”
Het boek is geschikt voor iedereen in de voedingsindustrie – van productontwikkelaar tot inkoper en van kwaliteitsmanager tot bakker. Het opent met 35 pagina’s uitleg over de rol, veiligheid, herkomst, indeling en beoordeling van E-nummers.
Vervolgens biedt het boek vier delen:
- Annex A: E-nummers op volgorde van nummer.
- Annex B: alfabetisch gerangschikt.
- Annex C: ingedeeld per functie, zoals zuurteregelaars of emulgatoren.
- Annex D: leverancierslijst met informatie per categorie.
Het handboek bevat ook verboden E-nummers, met toelichting. “Misschien heb je als productontwikkelaar nog een hoeveelheid in de kast staan. Het is goed om af en toe te controleren of je gebruikte hulpstoffen nog up-to-date zijn. Daarom heb ik de E-nummers die recent zijn verboden, toch in het boek vermeld.” Aan elk E-nummer is bovendien een gezondheidsscore gekoppeld, die gebruikers helpt om keuzes te maken op basis van actuele inzichten.
E-nummers in eiwittransitie
Over de toegevoegde waarde van E-nummers in de eiwittransitie zegt Fennema: “De eiwittransitie zet in op het ontwikkelen van duurzamere alternatieven voor dierlijke eiwitten, zoals peulvruchten, micro-organismen, insecten of reststromen uit de landbouw. Tegelijkertijd groeit de vraag naar plantaardige producten, zowel vanuit duurzaamheid als gezondheid en dierenwelzijn. Dat betekent dat we te maken krijgen met compleet nieuwe ingrediënten en productietechnologieën. Die moet je op een betrouwbare manier kunnen duiden en reguleren.”
Een belangrijk voorbeeld is eiwithydrolyse: het gecontroleerd afbreken van eiwitten in kleinere peptiden of vrije aminozuren. “Dat proces wordt steeds vaker toegepast om eiwitten functioneel in te zetten”, legt Fennema uit. “Je maakt een eiwit daarmee beter oplosbaar, smaakvoller of makkelijker verteerbaar. Denk aan toepassingen in dieetvoeding of als bindmiddel in plantaardige burgers.”
Aminozuren
Ook aminozuren zelf worden steeds vaker als functionele toevoeging ingezet. “Glutamaat (E621) is een bekend voorbeeld: het versterkt de umami-smaak en wordt industrieel geproduceerd. Cysteïne (E920), dat van nature voorkomt in eiwitten, wordt gebruikt als broodverbetermiddel. Lecithine (E322), een emulgator, kan afkomstig zijn uit ei, soja of zonnebloemen.”
Volgens Fennema is het belangrijk dat zulke ingrediënten transparant gecodeerd blijven. “Als je een eiwit of fractie inzet vanwege zijn functionele eigenschappen, moet je dat helder kunnen communiceren. Met een E-nummer weet iedereen waar hij aan toe is, producenten, toezichthouders én consumenten. E-nummers helpen bij het reguleren van de kwaliteit, zuiverheid en herkomst van deze toevoegingen. Dat is belangrijk, zeker bij toepassingen die op grote schaal in de voedingsindustrie worden ingezet.”
Eiwitten uit bloedplasma
In zijn boek beschrijft Fennema een sprekend voorbeeld van hoe er vanaf 2024 in Nederland op grote schaal toegevoegde eiwitten worden verwerkt in producten, zoals gehakt, hamburgers en worsten. “Deze eiwitten zijn afkomstig uit bloedplasma, een component van runderbloed. Wettelijk gezien mogen ze op het etiket worden vermeld als ‘rundereiwit’, omdat ze niet onder de strikte regelgeving voor E-nummers vallen.”
Hoewel dit juridisch is toegestaan, roept het vragen op over transparantie, vindt Fennema. “Voor veel consumenten kan deze werkwijze als misleidend worden ervaren, mede door de associaties die het oproept en de beperkte duidelijkheid op het etiket. Vooral voor mensen met religieuze overtuigingen—zoals moslims, joden en christenen—die vanuit hun geloof geen bloed willen consumeren, is dit problematisch. Zij zouden dit soort informatie duidelijk op de verpakking moeten kunnen terugvinden.”
Clean label
Het clean label-denken heeft een tegenovergestelde uitwerking gehad, stelt Fennema. “In plaats van helderheid leidde het tot verwarring. Door stoffen andere namen te geven, verdwijnen ze uit beeld – terwijl ze functioneel nog steeds aanwezig zijn.” Volgens Fennema is het streven naar clean labels vaak ingegeven door marketing, niet door wetenschappelijke onderbouwing. “Fabrikanten worden door supermarkten en consumenten onder druk gezet om E-nummers te vermijden. Maar als je geur, kleur, smaak of houdbaarheid wilt behouden zonder E-nummers, kom je in de knel. De consument krijgt dan een product dat er misschien ‘puur’ uitziet, maar sneller bederft of minder goed smaakt. Dat komt de waardering niet ten goede.”
Ongelijke regels
Fennema vindt het merkwaardig dat de voedingsindustrie verplicht is om volgens de wetgeving transparant te zijn over de gebruikte grondstoffen en hulpstoffen en vervolgens keer op keer wordt afgerekend op die openheid. “Tegelijkertijd hoeft de drankenindustrie dergelijke informatie niet te vermelden en daar hoor je niemand over klagen.”
Ook de farmaceutische industrie geeft keurig aan welke ingrediënten er op de verpakking staan, maar zij zijn niet gebonden aan de regelgeving rondom E-nummers. “Daardoor mogen zij hulpstoffen gebruiken die in de voedingsindustrie vanwege gezondheidsrisico’s juist zijn verboden. En ook daar lijkt niemand zich druk om te maken.”
Transparantie geeft vertrouwen
Hij benadrukt dat het juist de transparantie van E-nummers is die vertrouwen kan geven. “Een E-nummer zegt iets over veiligheid, functionaliteit en regelgeving. Deze stoffen zijn beoordeeld door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (Efsa), voorzien van een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) en onderworpen aan controle. Consumenten denken dat ze gezonder eten, terwijl ze vaak niet weten wat er precies in zit. Met een E-nummer weten ze dat wel.”
Bovendien vormen E-nummers slechts een fractie van de dagelijkse voedselinname. “Het zou zinvoller zijn om ons druk te maken over de andere 99,8% van onze voeding.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp
Wendy Noordzij