Brit Bulah deed promotieonderzoek naar de innovatiekracht van het WUR-Ecosysteem Foto: Herbert Wiggerman
Onderzoek meer richtingen dan alleen vleesvervangers en verbreed de blik op de eiwittransitie. Brit Bulah van Universiteit Utrecht concludeert dit in haar onderzoek naar richting en verbreding in het ecosysteem van Wageningen University & Research (WUR) rond alternatief eiwitonderzoek.
De focus van de WUR op de technologie voor vleesvervangers komt te vroeg. Brit Bulah onderzocht het functioneren van het WUR-ecosysteem voor onderzoek naar alternatieve eiwitten. In het WUR-ecosysteem werken de universiteit en het netwerk van bedrijven en spelers in de omgeving samen aan innovatie. Bulahs conclusie is dat grote spelers en investeringen zich met name richten op één transitiepad, de ontwikkeling van vleesvervangers. WUR loopt zo het risico andere transitiepaden, oftewel onderzoeks- en ontwikkelingsrichtingen en -perspectieven, kwijt te raken. “Het verhaal van de eiwittransitie is breder”, zegt Bulah. “Minder vlees eten is bijvoorbeeld al goed.”
Dit gebrek aan verbreding in onderzoek is een probleem als vleesvervangers door onverwachte omstandigheden weinig succesvol zijn, legt Bulah uit. In dat geval kan het WUR-ecosysteem de transitie niet voortzetten op andere transitiepaden, want die zijn te weinig onderzocht en onderhouden.
Weinig innovatiekracht
Een innovatie-ecosysteem dat zich te snel beperkt in onderzoekspaden boet zo in op innovatiekracht. “Je weet niet wat je niet weet. De wereld verandert voortdurend. Als de onderzoeksrichtingen te snel versmallen naar onderzoek dat vooral gericht is op vleesvervangers verbeteren, verliest het systeem behendigheid”, zet Bulah. “Een systeem dat niet meer behendig reageert op veranderingen, droogt snel op als bijvoorbeeld consumentenwensen zich anders ontwikkelen dan gedacht, of een oorlog de voornaamste grondstof beperkt. Onderzoek naar bijvoorbeeld circulaire voedselproductie of naar hoe meer mensen peulvruchten gaan eten, draagt net zo goed bij aan de eiwittransitie.”
Het WUR-ecosysteem werkt nu met veel grote bedrijven die bewerkte gemaksproducten maken. “Het is een logische keuze en een goed begin: de ontwikkeling van vleesvervangers. Een onderzoeker heeft zo duidelijk een resultaat van zijn onderzoek: de ontwikkelde vleesvervanger gaat naar een groot bedrijf, dat daarom heet gevraagd. Dat past bij het soort producten dat die grote multinationals al jaren maakt. En het houdt het voedselsysteem in stand.”
Het ecosysteem zou baat hebben bij het betrekken van andere actoren zoals boeren, andere industrieën, overheid en consumenten
Omslag naar nieuw systeem moeizaam
Tijdens een transitie breekt het oude systeem, in dit geval een voedselsysteem gericht op dierlijk voedsel, af om plaats te maken voor iets nieuws. “Vleesvervangers benadrukken het belang van vlees en van dierlijke producten, het belang van het oude systeem. Echte vernieuwing die het belang van dierlijke producten vermindert, wordt zo afgehouden.” Andere type innovaties, zoals regeneratieve landbouw, krijgt nu nauwelijks aandacht.
Een nieuw systeem kan alleen ontstaan als meer diverse actoren met andere perspectieven op het voedselsysteem meedoen. “Het ecosysteem zou baat hebben bij het betrekken van andere actoren in de samenleving, zoals boeren, andere industrieën, overheid en consumenten”, zegt Bulah. “Denk aan actoren zoals boeren die circulair voedsel produceren of chefs die eten maken uit een andere eetcultuur.” Dat soort actoren zit nu niet aan tafel bij de WUR.
8 ontwerppaden in de eiwittransitie
Anna-Louisa Peeters is transitiedeskundige aan de TU Delft en onderzocht 62 in Nederland toegepaste interventies in consumentengedrag. Haar conclusie is dat de interventie waarbij vlees en zuivel worden vervangen door imitaties het meeste dominant is, maar de transitie weinig vooruit helpt. Lees ook het interview met Peeters over de 8 ontwerppaden die zij heeft gedefinieerd: Vleesvervangers remmen de overstap naar plantaardig
Weinig oog voor sociale of institutionele kant van transitie
De matige groei in vleesvervangers in de afgelopen jaren benadrukt de noodzaak voor diverse onderzoekrichtingen om de eiwittransitie te ondersteunen. De aandacht gaat nu naar technologische innovaties en te weinig naar hoe de transitie invloed heeft op de sociale en institutionele processen. “Voor een transitie naar een ander voedselsysteem is een transitie nodig naar niet alleen een andere manier van eten, maar ook een andere manier van voedsel produceren. Er moet aandacht zijn voor wat consumenten beweegt, zoals waarom we vlees op zo’n voetstuk plaatsen. Wat maakt het nu zo speciaal en waarom is een maaltijd van peulvruchten minder waard?”
Alternatief eiwit te beperkt beschikbaar
Goede beschikbaarheid van een product is cruciaal voor consumenten om het te proberen en in hun eetpraktijk op te nemen. Ook hierin werkt de dominantie van vleesvervangers beperkend, want deze producten zijn niet voor alle consumenten even goed beschikbaar of geschikt. “In gesprekken met bedrijven noemen zij als doelgroep voor vleesvervangers bijvoorbeeld vrouwen tussen de 30 en 35 jaar met een gemiddeld inkomen. En de rest van de samenleving of andere consumenten? Vleesvervangers zijn opmerkelijk duur en daardoor al vaak niet een voor de hand liggende opties voor een grote groep consumenten.”
Zijn er andere manieren waarop eten wordt bereid elders in de wereld, waardoor we plantaardige voedsel net zo waarderen als dierlijk?
Diverse eetpraktijken aanspreken
Voedsel produceren en consumeren gebeurt nu in een sociale context die in Nederland sterk gericht is op dierlijke eiwitten. Daarbinnen biedt de vleesvervanger soelaas voor één soort eetpraktijk, de consumptie van het aardappel-groente-vleesgerecht (AGV). “Daarin wordt vlees vervangen. Daar is maar een beperkte groep consumenten tevreden mee. Andere opties kunnen meer groepen in de samenleving helpen in hun eetpraktijk.”
Daarbij hoort een brede visie op en meer onderzoek naar sociale processen en hoe die ons voedselpatroon beïnvloeden. Bulah: “Andere manieren van bereiding van maaltijden worden nauwelijks onderzocht. Andere culturen en vooral culturen die al meer plantaardig eten, zijn waardevol om te betrekken bij het onderzoek. Zijn er andere manieren waarop eten wordt bereid elders in de wereld, waardoor we plantaardige voedsel net zo waarderen als dierlijk?”
Aandacht voor zachte instituties
Het beïnvloeden van zachte instituties, gedeelde ideeën van een bepaalde groep mensen over bijvoorbeeld voedsel, kan heel krachtig zijn. Op basis van deze zachte instituties baseren mensen hun eetpraktijken. Een voorbeeld is sporters die veel dierlijk eiwit eten omdat ze denken daardoor beter te herstellen na een training. In een Beyond Meat-campagne met Amerikaanse topatleten die Beyond Meat-producten aten, vertelden de atleten hoe goed ze presteerden door plantaardig eten. Het zet het zachte instituut of het gedeelde idee dat grote sportprestaties alleen mogelijk zijn op basis van een dierlijk eiwitrijk dieet op zijn kop.
In de energietransitie zat de overheid er veel meer bovenop, door te wijzen op problemen met emissies of eisen te stellen aan energiebronnen
Overheid niet betrokken
De overheid kan een verbreding van het onderzoek voor de eiwittransitie stimuleren en doet dat onvoldoende in de eiwittransitie. “In de nationale eiwitstrategie is de missie gegeven, dus de verhouding plantaardige en dierlijke eiwitten in 2030, maar daarna is het losgelaten”, zegt Bulah. “Terwijl de overheid goed moet opletten dat het systeem behendig blijft en de verschillende onderzoeksrichtingen moet stimuleren. In de energietransitie zat de overheid er veel meer bovenop, door te wijzen op problemen met emissies of eisen te stellen aan energiebronnen. Daardoor is er ook een bredere blik op de energietransitie in de samenleving.”
Tegelijkertijd is het bemoedigend dat bedrijven, ondanks minimale overheidssteun, hun weg vinden in de alternatieve eiwitten. “De consument vraag om alternatieve eiwitten. Dat trekt grote gevestigde bedrijven aan om te investeren in de eiwittransitie. Helaas leidt het tot een beperkt aantal onderzoeksrichtingen dat echt wordt gesteund.”
Brede visie op eiwittransitie ontwikkelen
Bedrijven kunnen die bredere blik ontwikkelen en delen door met boeren, consumenten en andere actoren te spreken. “Blijf in gesprek over alle verschillende opties en maak mensen daarvan bewust. Wees ook kritisch op hoe wordt gekookt en wat daar anders in kan, in lijn met waar mensen behoefte aan hebben. Het moet snel, gemakkelijk en vooral ook lekker zijn. Denk daarbij ook aan insecten of kweekvlees. Dat is misschien spannend, maar zo breed is die eiwittransitie. Let er daarbij op dat alternatieve eiwitten goed beschikbaar moeten zijn.”
Uiteindelijk verwacht Bulah niet dat één oplossing de eiwittransitie zal versnellen. “Elke consument is anders, er zijn meerdere mogelijkheden voor een ander voedselsysteem en de behoeften veranderen met de tijd. Alleen een bedrijf met een brede visie kan daar adequaat op inspelen.” Een grotere diversiteit aan eiwittransitiepaden zal de eiwittransitie versnellen.
Onderzoek meer richtingen dan alleen vleesvervangers en verbreed de blik op de eiwittransitie. Brit Bulah van Universiteit Utrecht concludeert dit in haar onderzoek naar richting en verbreding in het ecosysteem van Wageningen University & Research (WUR) rond alternatief eiwitonderzoek.
De focus van de WUR op de technologie voor vleesvervangers komt te vroeg. Brit Bulah onderzocht het functioneren van het WUR-ecosysteem voor onderzoek naar alternatieve eiwitten. In het WUR-ecosysteem werken de universiteit en het netwerk van bedrijven en spelers in de omgeving samen aan innovatie. Bulahs conclusie is dat grote spelers en investeringen zich met name richten op één transitiepad, de ontwikkeling van vleesvervangers. WUR loopt zo het risico andere transitiepaden, oftewel onderzoeks- en ontwikkelingsrichtingen en -perspectieven, kwijt te raken. “Het verhaal van de eiwittransitie is breder”, zegt Bulah. “Minder vlees eten is bijvoorbeeld al goed.”
Dit gebrek aan verbreding in onderzoek is een probleem als vleesvervangers door onverwachte omstandigheden weinig succesvol zijn, legt Bulah uit. In dat geval kan het WUR-ecosysteem de transitie niet voortzetten op andere transitiepaden, want die zijn te weinig onderzocht en onderhouden.
Weinig innovatiekracht
Een innovatie-ecosysteem dat zich te snel beperkt in onderzoekspaden boet zo in op innovatiekracht. “Je weet niet wat je niet weet. De wereld verandert voortdurend. Als de onderzoeksrichtingen te snel versmallen naar onderzoek dat vooral gericht is op vleesvervangers verbeteren, verliest het systeem behendigheid”, zet Bulah. “Een systeem dat niet meer behendig reageert op veranderingen, droogt snel op als bijvoorbeeld consumentenwensen zich anders ontwikkelen dan gedacht, of een oorlog de voornaamste grondstof beperkt. Onderzoek naar bijvoorbeeld circulaire voedselproductie of naar hoe meer mensen peulvruchten gaan eten, draagt net zo goed bij aan de eiwittransitie.”
Het WUR-ecosysteem werkt nu met veel grote bedrijven die bewerkte gemaksproducten maken. “Het is een logische keuze en een goed begin: de ontwikkeling van vleesvervangers. Een onderzoeker heeft zo duidelijk een resultaat van zijn onderzoek: de ontwikkelde vleesvervanger gaat naar een groot bedrijf, dat daarom heet gevraagd. Dat past bij het soort producten dat die grote multinationals al jaren maakt. En het houdt het voedselsysteem in stand.”
Het ecosysteem zou baat hebben bij het betrekken van andere actoren zoals boeren, andere industrieën, overheid en consumenten
Omslag naar nieuw systeem moeizaam
Tijdens een transitie breekt het oude systeem, in dit geval een voedselsysteem gericht op dierlijk voedsel, af om plaats te maken voor iets nieuws. “Vleesvervangers benadrukken het belang van vlees en van dierlijke producten, het belang van het oude systeem. Echte vernieuwing die het belang van dierlijke producten vermindert, wordt zo afgehouden.” Andere type innovaties, zoals regeneratieve landbouw, krijgt nu nauwelijks aandacht.
Een nieuw systeem kan alleen ontstaan als meer diverse actoren met andere perspectieven op het voedselsysteem meedoen. “Het ecosysteem zou baat hebben bij het betrekken van andere actoren in de samenleving, zoals boeren, andere industrieën, overheid en consumenten”, zegt Bulah. “Denk aan actoren zoals boeren die circulair voedsel produceren of chefs die eten maken uit een andere eetcultuur.” Dat soort actoren zit nu niet aan tafel bij de WUR.
8 ontwerppaden in de eiwittransitie
Anna-Louisa Peeters is transitiedeskundige aan de TU Delft en onderzocht 62 in Nederland toegepaste interventies in consumentengedrag. Haar conclusie is dat de interventie waarbij vlees en zuivel worden vervangen door imitaties het meeste dominant is, maar de transitie weinig vooruit helpt. Lees ook het interview met Peeters over de 8 ontwerppaden die zij heeft gedefinieerd: Vleesvervangers remmen de overstap naar plantaardig
Weinig oog voor sociale of institutionele kant van transitie
De matige groei in vleesvervangers in de afgelopen jaren benadrukt de noodzaak voor diverse onderzoekrichtingen om de eiwittransitie te ondersteunen. De aandacht gaat nu naar technologische innovaties en te weinig naar hoe de transitie invloed heeft op de sociale en institutionele processen. “Voor een transitie naar een ander voedselsysteem is een transitie nodig naar niet alleen een andere manier van eten, maar ook een andere manier van voedsel produceren. Er moet aandacht zijn voor wat consumenten beweegt, zoals waarom we vlees op zo’n voetstuk plaatsen. Wat maakt het nu zo speciaal en waarom is een maaltijd van peulvruchten minder waard?”
Alternatief eiwit te beperkt beschikbaar
Goede beschikbaarheid van een product is cruciaal voor consumenten om het te proberen en in hun eetpraktijk op te nemen. Ook hierin werkt de dominantie van vleesvervangers beperkend, want deze producten zijn niet voor alle consumenten even goed beschikbaar of geschikt. “In gesprekken met bedrijven noemen zij als doelgroep voor vleesvervangers bijvoorbeeld vrouwen tussen de 30 en 35 jaar met een gemiddeld inkomen. En de rest van de samenleving of andere consumenten? Vleesvervangers zijn opmerkelijk duur en daardoor al vaak niet een voor de hand liggende opties voor een grote groep consumenten.”
Zijn er andere manieren waarop eten wordt bereid elders in de wereld, waardoor we plantaardige voedsel net zo waarderen als dierlijk?
Diverse eetpraktijken aanspreken
Voedsel produceren en consumeren gebeurt nu in een sociale context die in Nederland sterk gericht is op dierlijke eiwitten. Daarbinnen biedt de vleesvervanger soelaas voor één soort eetpraktijk, de consumptie van het aardappel-groente-vleesgerecht (AGV). “Daarin wordt vlees vervangen. Daar is maar een beperkte groep consumenten tevreden mee. Andere opties kunnen meer groepen in de samenleving helpen in hun eetpraktijk.”
Daarbij hoort een brede visie op en meer onderzoek naar sociale processen en hoe die ons voedselpatroon beïnvloeden. Bulah: “Andere manieren van bereiding van maaltijden worden nauwelijks onderzocht. Andere culturen en vooral culturen die al meer plantaardig eten, zijn waardevol om te betrekken bij het onderzoek. Zijn er andere manieren waarop eten wordt bereid elders in de wereld, waardoor we plantaardige voedsel net zo waarderen als dierlijk?”
Aandacht voor zachte instituties
Het beïnvloeden van zachte instituties, gedeelde ideeën van een bepaalde groep mensen over bijvoorbeeld voedsel, kan heel krachtig zijn. Op basis van deze zachte instituties baseren mensen hun eetpraktijken. Een voorbeeld is sporters die veel dierlijk eiwit eten omdat ze denken daardoor beter te herstellen na een training. In een Beyond Meat-campagne met Amerikaanse topatleten die Beyond Meat-producten aten, vertelden de atleten hoe goed ze presteerden door plantaardig eten. Het zet het zachte instituut of het gedeelde idee dat grote sportprestaties alleen mogelijk zijn op basis van een dierlijk eiwitrijk dieet op zijn kop.
In de energietransitie zat de overheid er veel meer bovenop, door te wijzen op problemen met emissies of eisen te stellen aan energiebronnen
Overheid niet betrokken
De overheid kan een verbreding van het onderzoek voor de eiwittransitie stimuleren en doet dat onvoldoende in de eiwittransitie. “In de nationale eiwitstrategie is de missie gegeven, dus de verhouding plantaardige en dierlijke eiwitten in 2030, maar daarna is het losgelaten”, zegt Bulah. “Terwijl de overheid goed moet opletten dat het systeem behendig blijft en de verschillende onderzoeksrichtingen moet stimuleren. In de energietransitie zat de overheid er veel meer bovenop, door te wijzen op problemen met emissies of eisen te stellen aan energiebronnen. Daardoor is er ook een bredere blik op de energietransitie in de samenleving.”
Tegelijkertijd is het bemoedigend dat bedrijven, ondanks minimale overheidssteun, hun weg vinden in de alternatieve eiwitten. “De consument vraag om alternatieve eiwitten. Dat trekt grote gevestigde bedrijven aan om te investeren in de eiwittransitie. Helaas leidt het tot een beperkt aantal onderzoeksrichtingen dat echt wordt gesteund.”
Brede visie op eiwittransitie ontwikkelen
Bedrijven kunnen die bredere blik ontwikkelen en delen door met boeren, consumenten en andere actoren te spreken. “Blijf in gesprek over alle verschillende opties en maak mensen daarvan bewust. Wees ook kritisch op hoe wordt gekookt en wat daar anders in kan, in lijn met waar mensen behoefte aan hebben. Het moet snel, gemakkelijk en vooral ook lekker zijn. Denk daarbij ook aan insecten of kweekvlees. Dat is misschien spannend, maar zo breed is die eiwittransitie. Let er daarbij op dat alternatieve eiwitten goed beschikbaar moeten zijn.”
Uiteindelijk verwacht Bulah niet dat één oplossing de eiwittransitie zal versnellen. “Elke consument is anders, er zijn meerdere mogelijkheden voor een ander voedselsysteem en de behoeften veranderen met de tijd. Alleen een bedrijf met een brede visie kan daar adequaat op inspelen.” Een grotere diversiteit aan eiwittransitiepaden zal de eiwittransitie versnellen.
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Chris Polkamp
Alieke Hilhorst
Wendy Noordzij