René Wijffels is hoogleraar bioprocestechnologie aan Wageningen University & Research en is nauw betrokken bij CAN en het groeifondsprogramma. Foto: CAN
De ontwikkeling van kweekvlees en precisiefermentatie vraagt om gespecialiseerde kennis. De Cellulaire Agricultuur Nederland stichting (CAN) werkt samen met universiteiten en bedrijven om opleidingen en cursussen te ontwikkelen, zodat er voldoende geschoold personeel is om de sector te laten groeien.
De ontwikkeling van kweekvlees en precisiefermentatie biedt grote kansen voor een duurzamer voedselsysteem. Om deze sector te laten groeien, is gespecialiseerde kennis essentieel. De Cellulaire Agricultuur Nederland stichting (CAN) werkt daarom samen met universiteiten en bedrijven om opleidingen en cursussen te ontwikkelen. Zo wordt gezorgd voor voldoende geschoold personeel binnen de sector. CAN speelt een centrale rol in de uitvoering van het Cell Ag-groeifondsprogramma en zet zich in voor onderwijs, onderzoek en opschaling. Daarnaast coördineert de organisatie kweekvleesproeverijen, waarmee Nederlandse bedrijven hun producten onder gecontroleerde omstandigheden kunnen laten evalueren.
We willen in Nederland een ecosysteem ontwikkelen voor innovatieve technologie
Op 16 september 2022 diende het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) het aangepaste groeifondsvoorstel in bij het Nationaal Groeifonds. Dit programma, dat officieel van start ging op 22 november 2023, heeft als doel Nederland internationaal koploper te maken op het gebied van cellulaire agricultuur. René Wijffels, hoogleraar bioprocestechnologie aan Wageningen University & Research (WUR), is nauw betrokken bij CAN en het groeifondsprogramma. In dit interview vertelt hij over de ambities, de noodzaak van onderwijs en onderzoek, en de uitdagingen bij de opschaling van deze technologieën.
Wat was de aanleiding om CAN op te richten?
"Er is bezorgdheid over duurzaamheid en de voedselvoorziening vanwege de groeiende wereldbevolking en de impact van de dierlijke productie op het milieu. Omdat de veehouderij niet in staat lijkt om volledig te voldoen aan de toenemende vraag naar duurzame voeding, is de industrie gestart met activiteiten op het gebied van precisiefermentatie en kweekvlees. Het doel is om met behulp van nieuwe technologieën duurzame plantaardige producten op de markt te brengen. Op het gebied van kweekvlees is Nederland echt een pionier geweest. Mosa Meat heeft de meest invloedrijke activiteiten op dit gebied gerealiseerd. De conceptproducten zijn in feite al jaren geleden gelanceerd. Daarnaast wordt precisiefermentatie steeds vaker ingezet om zuivere eiwitten te produceren. De industriële bedrijven verwachten een groei van deze sector, maar maken zich ook zorgen over onderzoek en onderwijs. Om als sector te kunnen groeien en inspelen op nieuwe kansen, is het belangrijk dat er mensen zijn die graag in de sector willen en kunnen werken.
Lees ook: Mosa Meat dient Novel Food-aanvraag in voor gecultiveerd rundervet
Daarnaast is er ook een politiek issue. Europa wil graag onafhankelijker worden van de grondstoffen van buiten de EU, zonder verdere uitbreiding van de veestapel. Dat is de aanleiding geweest om het Nationaal Groeifond (NGF)-programma aan te vragen op het gebied van cellulaire agricultuur. Hierin worden zowel kweekvlees als precisiefermentatie meegenomen. Het gaat om heel andere technologieën, maar in de achtergrond en doelstellingen zit wel veel overlap. We willen in Nederland een ecosysteem ontwikkelen voor innovatieve technologie. Daarbij gaat het om drie werkstromen: onderwijs, onderzoek en opschaling.”
Wat willen jullie doen op het gebied van onderwijs?
“We kijken op welke manier we zowel huidige werknemers in de industrie als studenten meer kennis kunnen geven op het gebied van cellulaire agricultuur. Het gaat daarbij om onderwijs op zowel academisch niveau, als hbo- en mbo-niveau. Dus van operators tot specialisten. We zijn nu bezig met twee programma’s: post graduate opleidingen en een specialisatie. Bij de post graduate opleiding gaat het om een cursus die gegeven wordt in Delft. Deze is bestemd voor zowel phd-studenten als mensen uit de industrie en duurt drie tot vier dagen. Tijdens deze cursus wordt de deelnemers over de meest recente ontwikkelingen verteld. Daarnaast is in Wageningen en specialisatie gestart binnen de studierichting biotechnologie. Volgend jaar wordt deze uitgebreid naar levensmiddelentechnologie. Daarbij gaat het om cursussen op het gebied van kweekvlees, de maatschappelijke aspecten, dus consumentenacceptatie en de derde gaat over precisiefermentatie.”
Is er veel belangstelling voor?
“Inmiddels is de eerste cursus over kweekvlees in september gehouden met 30 studenten. De cursus precisiefermentatie start binnenkort met 60 studenten. Volgend jaar willen we ook starten op hbo-niveau. Momenteel zijn we hierover met een viertal instellingen in gesprek. Vervolgens kijken we ook naar de mogelijkheden in het mbo. Dat is belangrijk, want echt op alle vlakken zijn kennis en vaardigheden nodig. Er blijkt dus zeker belangstelling voor te zijn. Daarnaast willen we aandacht besteden aan voorlichting op middelbare scholen. Hiermee willen we meer bekendheid genereren voor onze bedrijfstak. Wat is cellulaire agricultuur? Wat is precisiefermentatie en kweekvlees? Hoeveel affiniteit hebben jongeren met deze onderwerpen? Ook willen we hen bewust maken van de toekomstkansen in onze sector.”
Op specifieke vaardigheden richt de opleiding zich?
“De vaardigheden zijn bepaald door het ministerie, dat vooral op de technologische aspecten wil focussen, zoals de kweek en het structureren van eindproducten. Het ministerie vindt dat eerst de industrie van de grond moet komen. Daarom wordt er in de opleidingen nog weinig aandacht besteed aan consumentenacceptatie. Dat is echter wel onze ambitie. Momenteel loopt er een marktonderzoek. Hierbij hebben we een eerste inventarisatie gedaan bij de industrie om in kaart te brengen welke expertises nodig zijn. Zo komen we te weten waar de opleidingen aan moeten voldoen.”
Hoeveel vraag naar personeel verwachten jullie richting de toekomst?
“Momenteel is de cellulaire agricultuursector nog heel klein, maar zelfs nu is de vraag al groter dan het aanbod. Als kweekvlees en precisiefermentatie wettelijk worden toegestaan, dan zal de vraag verder toenemen. Prognoses geven aan dat in de toekomst duizenden mensen nodig zullen zijn. We weten echter niet wanneer dat gebeurt. Daarom richten we ons niet zozeer op een nieuwe studie over de cellulaire agricultuur, maar willen we deze de bestaande opleidingen en specialisaties aanbieden. Daardoor zijn afgestudeerden breed inzetbaar in de food- en biotech-industrie.”
Vinden dit soort opleidingsinitiatieven ook plaats in andere landen?
“Wij zijn daarin uniek. In de Verenigde Staten is er een bachelor kweekvlees aan de Tufts University. Wij bieden wereldwijd de eerste masters aan. Dat sluit ook aan bij de doelstelling van het Groeifonds: Nederland aantrekkelijk maken voor investeringen. Hiermee hoop je dat de industrie in Nederland blijft en er nieuwe bedrijven worden aangetrokken.”
Kun je wat meer vertellen over het werkgebied Onderzoek?
“We willen onderzoek stimuleren. Daarbij gaat het om een kort programma waarbij verschillende universiteiten, Maastricht, Delft en Wageningen, gestimuleerd worden om de onderzoekscapaciteit op dit gebied uit te breiden, zodat er onderzoekslijnen ontstaan. Deze moeten dan vervolgens doorgroeien, zodat er ook projecten buiten het Groeifonds ontstaan.
We staan nog aan het begin. Op het gebied van onderzoek zijn er in de Universiteiten van Maastricht, Wageningen en Delft tenure-track universitair docenten aangesteld. Dat zijn specialisten die de onderzoek gaan doen en onderwijs gaan geven in onderwerpen die verband houden met de cellulaire agricultuur. Er is een investeringsfonds voor alle drie de universiteiten om lab-faciliteiten up-to-date te krijgen. Er zijn in totaal elf PhD-projecten gestart. Vijf in Wageningen, vijf in Delft en één in Maastricht. In Wageningen hebben we bijvoorbeeld een tenure-track universitair docent op het gebied van precisiefermentatie aangesteld. Daarnaast hebben wij ook researchcapaciteit gecreëerd op het gebied van kweekvlees en eiwitscheidingen. Dit hebben we via andere fondsen gerealiseerd en we hebben er ook zelf in geïnvesteerd om snel te kunnen groeien. Het groepje onderzoekers dat zich bezighoudt met cellulaire agricultuur is in een jaar tijd uitgegroeid tot tien mensen.”
Wat gebeurt er binnen de derde werkstroom: Opschaling?
“Zowel op het gebied van precisiefermentatie als kweekvlees zijn er faciliteiten, pilot plants, in het leven geroepen, waarbij startende bedrijven hun eerste opschalingsstap kunnen doen. Hier kunnen ze bijvoorbeeld een prototypeproduct kunnen maken.”
Zijn de pilot plants al gerealiseerd?
“We zijn druk bezig met de voorbereidingen. Er komen twee pilot plants. De plant op het gebied van precisiefermentatie wordt gerealiseerd bij het NIZO in Ede. Daarbij gaat het om een onafhankelijke organisatie in een NIZO-omgeving. De tweede plant, op het gebied van kweekvlees, is gelinkt aan Mosa Meat in Maastricht. Ook hierbij gaat het om een onafhankelijke organisatie.”
Worden de pilot plants in de toekomst ook gebruikt voor de opleidingen?
“Zover zijn we nog niet, maar dat is zeker een mogelijkheid.”
Waar hoop je aan het eind van het project te staan?
“Het minimale wat ik zou willen, is dat we zelf het programma kunnen voorzetten om de innovatiecapaciteit verder te vergroten. Ik vind het een goede ontwikkeling dat er ook buiten het Groeifonds om veel activiteiten ontstaan, zoals Aprovals-project dat zich richt op het identificeren van belemmeringen in beleid en wetgeving rond cellulaire agricultuursector. Ook starten we een bilateraal project met een bedrijf uit Zuid-Korea dat graag met ons wil samenwerken. Daarnaast hoop ik dat er dan producten op basis van kweekvlees en precisiefermentatie verkrijgbaar zijn. Niet alleen in een sjiek restaurant, maar ook in de supermarkt. Om dit te bereiken speelt technologie een rol, maar ook consumentacceptatie en het allerbelangrijkste: regelgeving. Dat is nog een heel spannend hoofdstuk. Ik verwacht wel dat er toestemming komt, maar ik hoop dat er niet te veel tijd overheen gaat.
Als de producten eenmaal op de markt zijn, dan verwacht ik dat consumenten ervoor openstaan om deze te proberen. The Good Food Institute heeft onderzoek gedaan naar consumentenacceptatie. Uit de laatste enquête, die is uitgevoerd is in Zuid-Europa, blijkt er een bereidheid van 70% te zijn. De jongere generatie ziet de cellulaire agricultuur als een positieve ontwikkeling. Ik werk al langere tijd in de biotechnologie, maar het is voor het eerst dat ik zoveel enthousiasme zie. Het is een heel dynamische omgeving met heel veel kansen richting de toekomst.”
De ontwikkeling van kweekvlees en precisiefermentatie vraagt om gespecialiseerde kennis. De Cellulaire Agricultuur Nederland stichting (CAN) werkt samen met universiteiten en bedrijven om opleidingen en cursussen te ontwikkelen, zodat er voldoende geschoold personeel is om de sector te laten groeien.
De ontwikkeling van kweekvlees en precisiefermentatie biedt grote kansen voor een duurzamer voedselsysteem. Om deze sector te laten groeien, is gespecialiseerde kennis essentieel. De Cellulaire Agricultuur Nederland stichting (CAN) werkt daarom samen met universiteiten en bedrijven om opleidingen en cursussen te ontwikkelen. Zo wordt gezorgd voor voldoende geschoold personeel binnen de sector. CAN speelt een centrale rol in de uitvoering van het Cell Ag-groeifondsprogramma en zet zich in voor onderwijs, onderzoek en opschaling. Daarnaast coördineert de organisatie kweekvleesproeverijen, waarmee Nederlandse bedrijven hun producten onder gecontroleerde omstandigheden kunnen laten evalueren.
We willen in Nederland een ecosysteem ontwikkelen voor innovatieve technologie
Op 16 september 2022 diende het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) het aangepaste groeifondsvoorstel in bij het Nationaal Groeifonds. Dit programma, dat officieel van start ging op 22 november 2023, heeft als doel Nederland internationaal koploper te maken op het gebied van cellulaire agricultuur. René Wijffels, hoogleraar bioprocestechnologie aan Wageningen University & Research (WUR), is nauw betrokken bij CAN en het groeifondsprogramma. In dit interview vertelt hij over de ambities, de noodzaak van onderwijs en onderzoek, en de uitdagingen bij de opschaling van deze technologieën.
Wat was de aanleiding om CAN op te richten?
"Er is bezorgdheid over duurzaamheid en de voedselvoorziening vanwege de groeiende wereldbevolking en de impact van de dierlijke productie op het milieu. Omdat de veehouderij niet in staat lijkt om volledig te voldoen aan de toenemende vraag naar duurzame voeding, is de industrie gestart met activiteiten op het gebied van precisiefermentatie en kweekvlees. Het doel is om met behulp van nieuwe technologieën duurzame plantaardige producten op de markt te brengen. Op het gebied van kweekvlees is Nederland echt een pionier geweest. Mosa Meat heeft de meest invloedrijke activiteiten op dit gebied gerealiseerd. De conceptproducten zijn in feite al jaren geleden gelanceerd. Daarnaast wordt precisiefermentatie steeds vaker ingezet om zuivere eiwitten te produceren. De industriële bedrijven verwachten een groei van deze sector, maar maken zich ook zorgen over onderzoek en onderwijs. Om als sector te kunnen groeien en inspelen op nieuwe kansen, is het belangrijk dat er mensen zijn die graag in de sector willen en kunnen werken.
Lees ook: Mosa Meat dient Novel Food-aanvraag in voor gecultiveerd rundervet
Daarnaast is er ook een politiek issue. Europa wil graag onafhankelijker worden van de grondstoffen van buiten de EU, zonder verdere uitbreiding van de veestapel. Dat is de aanleiding geweest om het Nationaal Groeifond (NGF)-programma aan te vragen op het gebied van cellulaire agricultuur. Hierin worden zowel kweekvlees als precisiefermentatie meegenomen. Het gaat om heel andere technologieën, maar in de achtergrond en doelstellingen zit wel veel overlap. We willen in Nederland een ecosysteem ontwikkelen voor innovatieve technologie. Daarbij gaat het om drie werkstromen: onderwijs, onderzoek en opschaling.”
Wat willen jullie doen op het gebied van onderwijs?
“We kijken op welke manier we zowel huidige werknemers in de industrie als studenten meer kennis kunnen geven op het gebied van cellulaire agricultuur. Het gaat daarbij om onderwijs op zowel academisch niveau, als hbo- en mbo-niveau. Dus van operators tot specialisten. We zijn nu bezig met twee programma’s: post graduate opleidingen en een specialisatie. Bij de post graduate opleiding gaat het om een cursus die gegeven wordt in Delft. Deze is bestemd voor zowel phd-studenten als mensen uit de industrie en duurt drie tot vier dagen. Tijdens deze cursus wordt de deelnemers over de meest recente ontwikkelingen verteld. Daarnaast is in Wageningen en specialisatie gestart binnen de studierichting biotechnologie. Volgend jaar wordt deze uitgebreid naar levensmiddelentechnologie. Daarbij gaat het om cursussen op het gebied van kweekvlees, de maatschappelijke aspecten, dus consumentenacceptatie en de derde gaat over precisiefermentatie.”
Is er veel belangstelling voor?
“Inmiddels is de eerste cursus over kweekvlees in september gehouden met 30 studenten. De cursus precisiefermentatie start binnenkort met 60 studenten. Volgend jaar willen we ook starten op hbo-niveau. Momenteel zijn we hierover met een viertal instellingen in gesprek. Vervolgens kijken we ook naar de mogelijkheden in het mbo. Dat is belangrijk, want echt op alle vlakken zijn kennis en vaardigheden nodig. Er blijkt dus zeker belangstelling voor te zijn. Daarnaast willen we aandacht besteden aan voorlichting op middelbare scholen. Hiermee willen we meer bekendheid genereren voor onze bedrijfstak. Wat is cellulaire agricultuur? Wat is precisiefermentatie en kweekvlees? Hoeveel affiniteit hebben jongeren met deze onderwerpen? Ook willen we hen bewust maken van de toekomstkansen in onze sector.”
Op specifieke vaardigheden richt de opleiding zich?
“De vaardigheden zijn bepaald door het ministerie, dat vooral op de technologische aspecten wil focussen, zoals de kweek en het structureren van eindproducten. Het ministerie vindt dat eerst de industrie van de grond moet komen. Daarom wordt er in de opleidingen nog weinig aandacht besteed aan consumentenacceptatie. Dat is echter wel onze ambitie. Momenteel loopt er een marktonderzoek. Hierbij hebben we een eerste inventarisatie gedaan bij de industrie om in kaart te brengen welke expertises nodig zijn. Zo komen we te weten waar de opleidingen aan moeten voldoen.”
Hoeveel vraag naar personeel verwachten jullie richting de toekomst?
“Momenteel is de cellulaire agricultuursector nog heel klein, maar zelfs nu is de vraag al groter dan het aanbod. Als kweekvlees en precisiefermentatie wettelijk worden toegestaan, dan zal de vraag verder toenemen. Prognoses geven aan dat in de toekomst duizenden mensen nodig zullen zijn. We weten echter niet wanneer dat gebeurt. Daarom richten we ons niet zozeer op een nieuwe studie over de cellulaire agricultuur, maar willen we deze de bestaande opleidingen en specialisaties aanbieden. Daardoor zijn afgestudeerden breed inzetbaar in de food- en biotech-industrie.”
Vinden dit soort opleidingsinitiatieven ook plaats in andere landen?
“Wij zijn daarin uniek. In de Verenigde Staten is er een bachelor kweekvlees aan de Tufts University. Wij bieden wereldwijd de eerste masters aan. Dat sluit ook aan bij de doelstelling van het Groeifonds: Nederland aantrekkelijk maken voor investeringen. Hiermee hoop je dat de industrie in Nederland blijft en er nieuwe bedrijven worden aangetrokken.”
Kun je wat meer vertellen over het werkgebied Onderzoek?
“We willen onderzoek stimuleren. Daarbij gaat het om een kort programma waarbij verschillende universiteiten, Maastricht, Delft en Wageningen, gestimuleerd worden om de onderzoekscapaciteit op dit gebied uit te breiden, zodat er onderzoekslijnen ontstaan. Deze moeten dan vervolgens doorgroeien, zodat er ook projecten buiten het Groeifonds ontstaan.
We staan nog aan het begin. Op het gebied van onderzoek zijn er in de Universiteiten van Maastricht, Wageningen en Delft tenure-track universitair docenten aangesteld. Dat zijn specialisten die de onderzoek gaan doen en onderwijs gaan geven in onderwerpen die verband houden met de cellulaire agricultuur. Er is een investeringsfonds voor alle drie de universiteiten om lab-faciliteiten up-to-date te krijgen. Er zijn in totaal elf PhD-projecten gestart. Vijf in Wageningen, vijf in Delft en één in Maastricht. In Wageningen hebben we bijvoorbeeld een tenure-track universitair docent op het gebied van precisiefermentatie aangesteld. Daarnaast hebben wij ook researchcapaciteit gecreëerd op het gebied van kweekvlees en eiwitscheidingen. Dit hebben we via andere fondsen gerealiseerd en we hebben er ook zelf in geïnvesteerd om snel te kunnen groeien. Het groepje onderzoekers dat zich bezighoudt met cellulaire agricultuur is in een jaar tijd uitgegroeid tot tien mensen.”
Wat gebeurt er binnen de derde werkstroom: Opschaling?
“Zowel op het gebied van precisiefermentatie als kweekvlees zijn er faciliteiten, pilot plants, in het leven geroepen, waarbij startende bedrijven hun eerste opschalingsstap kunnen doen. Hier kunnen ze bijvoorbeeld een prototypeproduct kunnen maken.”
Zijn de pilot plants al gerealiseerd?
“We zijn druk bezig met de voorbereidingen. Er komen twee pilot plants. De plant op het gebied van precisiefermentatie wordt gerealiseerd bij het NIZO in Ede. Daarbij gaat het om een onafhankelijke organisatie in een NIZO-omgeving. De tweede plant, op het gebied van kweekvlees, is gelinkt aan Mosa Meat in Maastricht. Ook hierbij gaat het om een onafhankelijke organisatie.”
Worden de pilot plants in de toekomst ook gebruikt voor de opleidingen?
“Zover zijn we nog niet, maar dat is zeker een mogelijkheid.”
Waar hoop je aan het eind van het project te staan?
“Het minimale wat ik zou willen, is dat we zelf het programma kunnen voorzetten om de innovatiecapaciteit verder te vergroten. Ik vind het een goede ontwikkeling dat er ook buiten het Groeifonds om veel activiteiten ontstaan, zoals Aprovals-project dat zich richt op het identificeren van belemmeringen in beleid en wetgeving rond cellulaire agricultuursector. Ook starten we een bilateraal project met een bedrijf uit Zuid-Korea dat graag met ons wil samenwerken. Daarnaast hoop ik dat er dan producten op basis van kweekvlees en precisiefermentatie verkrijgbaar zijn. Niet alleen in een sjiek restaurant, maar ook in de supermarkt. Om dit te bereiken speelt technologie een rol, maar ook consumentacceptatie en het allerbelangrijkste: regelgeving. Dat is nog een heel spannend hoofdstuk. Ik verwacht wel dat er toestemming komt, maar ik hoop dat er niet te veel tijd overheen gaat.
Als de producten eenmaal op de markt zijn, dan verwacht ik dat consumenten ervoor openstaan om deze te proberen. The Good Food Institute heeft onderzoek gedaan naar consumentenacceptatie. Uit de laatste enquête, die is uitgevoerd is in Zuid-Europa, blijkt er een bereidheid van 70% te zijn. De jongere generatie ziet de cellulaire agricultuur als een positieve ontwikkeling. Ik werk al langere tijd in de biotechnologie, maar het is voor het eerst dat ik zoveel enthousiasme zie. Het is een heel dynamische omgeving met heel veel kansen richting de toekomst.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collega’s, ervaren redacteurs én experts uit de sector.
Wendy Noordzij
Chris Polkamp
Alieke Hilhorst