Programmadirecteur Bram Qualm is sinds 2021 betrokken bij het Fascinating-project Kansrijke Eiwitgewassen. Foto: Fascinating
In het Fascinating-project Kansrijke Eiwitgewassen wordt onderzocht of het aanbrengen van nuances in de teelt zorgt voor een hogere veldbonenopbrengst, of een hoger eiwitgehalte. Hierbij wordt onder meer gekeken naar bestuiving, het gebruik van groene gewasbeschermingsmiddelen, bemesting en zaaimethodes.
Het Fascinating-project Kansrijke Eiwitgewassen is inmiddels het vierde jaar in gegaan. Programmadirecteur Bram Qualm is sinds 2021 bij het project betrokken. “Destijds waren we op zoek naar de meest kansrijke gewassen. We hebben toen veertien verschillende gewassen op onze vier proefboerderijen van Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw (SPNA) en Wageningen University & Research (WUR) geteeld en beoordeeld op de hoeveelheid eiwit en de eiwitkwaliteit”, blikt hij terug.
In 2022 is hieruit een selectie gemaakt. “We hebben besloten om ons te focussen op luzerne, klaver, veldboon, erwt en lupine. Dat zijn in onze ogen echt de meest kansrijke eiwitgewassen. Naar deze soorten hebben we teeltonderzoek gedaan.”
Fascinating-serie
In Groningen wordt gewerkt aan de landbouw van de toekomst voor Nederland en de rest van Europa: een circulair systeem dat duurzaamheid, biodiversiteit, gezonde voeding en een verdienmodel voor de boeren met elkaar in balans brengt. De teelt, verwerking en verwaarding van plantaardige eiwitten speelt hierbij een belangrijke rol. Dit artikel is onderdeel van een serie waarin we aandacht besteden aan verschillende projecten die binnen het Fascinating-programma worden uitgevoerd.
Lees alle artikelen in deze serie via onze pagina Grondstoffen
Focus op veldbonen

In 2023 is besloten om de focus volledig op veldbonen te leggen. Qualm licht toe: “Dit is een gewas dat al veel geteeld wordt en dus bij de telers op het netvlies staat. De veldboon past heel goed in de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers. We proberen nu zoveel mogelijk zaken te onderzoeken, zodat het aanbod kan toenemen en er genoeg kennis is.”
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is de bestuivingsproef. “De hypothese is dat als veel hommels de gewassen bestuiven, de opbrengst stijgt”, legt de programmadirecteur uit. “Dit jaar voeren we een proef uit in het open veld met de normale, natuurlijke bestuiving. Daarnaast hebben we gaaskasten waaraan we extra insecten hebben toegevoegd en een gaaskast waarin we insecten hebben weggehaald. Als inderdaad blijkt dat extra bestuiving voor een hogere opbrengst zorgt, dan kun je de inrichting van de omgeving daarop aanpassen. Denk bijvoorbeeld aan meer begroeiing waar de hommels kunnen schuilen.”
Als inderdaad blijkt dat extra bestuiving voor een hogere opbrengst zorgt, dan kun je de inrichting van de omgeving daarop aanpassen
Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de inzet van groene gewasbeschermingsmiddelen. “We zijn benieuwd of we hiermee het gewas nog gezonder kunnen houden dan met het gebruik van standaard chemische middelen. Kunnen we met biologische of alternatieve middelen de opbrengst verder verhogen? Welke effecten hebben de verschillende middelen op de plant? We zijn nu voor het tweede jaar aan het testen en hopen in het najaar de eerste resultaten te hebben.”
Als derde wordt gekeken naar bemesting op basis van fosfaat en kali en rhizobium. Qualm: “Rhizobium zorgt ervoor dat de plant stikstof bindt. De veldboon heeft het kenmerk een goede stikstofbinder te zijn en wij onderzoeken of we het gewas misschien nog wat meer stikstof kunnen laten binden.”
Zaaimethode en onkruidbestrijding
Tot slot wordt naar de zaaimethode en onkruidbestrijding gekeken. “Bij het zaaien kijken we echt naar de zaaitechniek. Mocht uit ons onderzoek komen dat een precisiezaaimachine voor de beste opkomst zorgt, dan kan het voor telers die niet over een precisiezaaimaaier beschikken interessant zijn om een loonwerker in te schakelen. Daarnaast kijken we ook naar de zaaihoeveelheden de zaaitijden.”
Op het gebied van onkruidbestrijding wordt gekeken of dit het beste mechanisch of chemisch gedaan kan worden, of dat een tussenvorm het meest geschikt is. “Dit is belangrijk, want onkruid kan vooral het jonge gewas behoorlijk hinderen. Als boer moet je hier echt bovenop zitten.”
Gebreksziektenveld
Het proefveld Marwijksoord levert eveneens interessante inzichten op. Qualm: “Het gebreksziektenveld Marwijksoord is een proefveld waar al meer dan zestig jaar stroken zijn waar een bepaald gebrek aan een (voedings)element is. Dit zijn onder andere fosfaat, kali, zwavel, calcium etc. Op deze verschillende stroken zien we hoe de veldboon reageert op de verschillende gebreksverschijnselen.”
De afgelopen twee jaar zijn hier allerlei onderzoeken uitgevoerd. “Met een slag om de arm kan ik zeggen dat de resultaten een verschil in een eiwitgehalte en eiwitkwaliteit laten zien. Dat is natuurlijk heel interessant, omdat we hierdoor de bottleneck in de kwaliteit van het eiwit en eiwitgehalte wellicht kunnen oplossen. Ik vind dit een van onze mooiste onderzoeken, omdat het zoveel extra kennis geeft ten opzichte van wat er nu bekend is.”
De boeren volgen onderzoeken volgens Qualm met veel interesse. “Vanuit Fascinating hebben we een praktijknetwerk en de resultaten zijn ook beschikbaar op onze website. Bij het project zijn grote partijen betrokken, zoals Cosun, Avebe, Agrifirm en LTO Noord. Daaruit blijkt wel dat de grote spelers er belang bij hebben dat de eiwitgewassen wat meer naar voren komen.”
De kennis heeft stilgestaan
Het project is zeker van belang in de eiwittransitie, benadrukt hij. “We zorgen voor heel veel extra kennis. Een stagiair is vorig jaar in de literatuur van eiwitrijke gewassen gedoken. Het blijkt dat de meeste literatuur uit de beginjaren '80 stamt. Na de jaren '90 heeft de kennis stilgestaan en is er niets meer gepubliceerd. De wereld is veranderd. We hebben nu hele andere ideeën over bemesting, behandeling, bespuitingen et cetera. De oude kennis is heel waardevol, maar we willen deze graag aanvullen met onze huidige bevindingen.”
Mede daarom lijkt het hem interessant om in de toekomst onderzoek te doen naar de effecten van de nieuwste technieken. “De komende jaren willen we graag testen of we robotics kunnen inzetten voor de veldbonenteelt.”
Goede groei voor veldbonen dit jaar
De veldbonen op de proefvelden ontwikkelen zich dit jaar heel goed, merkt Qualm. “Vorig jaar was een lastig jaar met alle droogte. Nu liggen de velden er heel mooi bij. Wel zien we nog wel verschil tussen de winter- en zomerveldbonen. Daarom gaan we in de herfst extra winterveldbonen zaaien. Daarbij willen we onder meer het optimale zaaitijdstip en de meest geschikte zaaihoeveelheden onderzoeken.”
Voor Groningen bieden zowel de zomer- als de winterveldbonen kansen. “Onze provincie heeft verschillende grondsoorten, zowel zandgronden als zware klei. De zandgebieden lenen zich heel goed voor de zomerveldbonen, terwijl de winterveldbonen het in de klei goed doen.”
Met onze Fascinating-projecten laten we zien wat je allemaal kunt met eiwitten en eiwitgewassen en hoe je deze het beste kunt telen en verwerken
Richting de toekomst ziet hij veel mogelijkheden. “Ik verwacht dat er meer diversificatie in het bouwplan komt. Hiervoor zijn eiwitrijke gewassen zoals de veldboon heel geschikt. Met onze Fascinating-projecten laten we zien wat je allemaal kunt met eiwitten en eiwitgewassen en hoe je deze het beste kunt telen en verwerken. Dat biedt kansen. Niet alleen voor de provincie Groningen, maar ook voor het Noorden en voor heel Nederland. Zeker als je door het aanbrengen van nuances in de teelt de opbrengst kunt verhogen of meer eiwit per hectare kunt telen.”
In het Fascinating-project Kansrijke Eiwitgewassen wordt onderzocht of het aanbrengen van nuances in de teelt zorgt voor een hogere veldbonenopbrengst, of een hoger eiwitgehalte. Hierbij wordt onder meer gekeken naar bestuiving, het gebruik van groene gewasbeschermingsmiddelen, bemesting en zaaimethodes.
Het Fascinating-project Kansrijke Eiwitgewassen is inmiddels het vierde jaar in gegaan. Programmadirecteur Bram Qualm is sinds 2021 bij het project betrokken. “Destijds waren we op zoek naar de meest kansrijke gewassen. We hebben toen veertien verschillende gewassen op onze vier proefboerderijen van Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw (SPNA) en Wageningen University & Research (WUR) geteeld en beoordeeld op de hoeveelheid eiwit en de eiwitkwaliteit”, blikt hij terug.
In 2022 is hieruit een selectie gemaakt. “We hebben besloten om ons te focussen op luzerne, klaver, veldboon, erwt en lupine. Dat zijn in onze ogen echt de meest kansrijke eiwitgewassen. Naar deze soorten hebben we teeltonderzoek gedaan.”
Fascinating-serie
In Groningen wordt gewerkt aan de landbouw van de toekomst voor Nederland en de rest van Europa: een circulair systeem dat duurzaamheid, biodiversiteit, gezonde voeding en een verdienmodel voor de boeren met elkaar in balans brengt. De teelt, verwerking en verwaarding van plantaardige eiwitten speelt hierbij een belangrijke rol. Dit artikel is onderdeel van een serie waarin we aandacht besteden aan verschillende projecten die binnen het Fascinating-programma worden uitgevoerd.
Lees alle artikelen in deze serie via onze pagina Grondstoffen
Focus op veldbonen

In 2023 is besloten om de focus volledig op veldbonen te leggen. Qualm licht toe: “Dit is een gewas dat al veel geteeld wordt en dus bij de telers op het netvlies staat. De veldboon past heel goed in de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers. We proberen nu zoveel mogelijk zaken te onderzoeken, zodat het aanbod kan toenemen en er genoeg kennis is.”
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is de bestuivingsproef. “De hypothese is dat als veel hommels de gewassen bestuiven, de opbrengst stijgt”, legt de programmadirecteur uit. “Dit jaar voeren we een proef uit in het open veld met de normale, natuurlijke bestuiving. Daarnaast hebben we gaaskasten waaraan we extra insecten hebben toegevoegd en een gaaskast waarin we insecten hebben weggehaald. Als inderdaad blijkt dat extra bestuiving voor een hogere opbrengst zorgt, dan kun je de inrichting van de omgeving daarop aanpassen. Denk bijvoorbeeld aan meer begroeiing waar de hommels kunnen schuilen.”
Als inderdaad blijkt dat extra bestuiving voor een hogere opbrengst zorgt, dan kun je de inrichting van de omgeving daarop aanpassen
Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de inzet van groene gewasbeschermingsmiddelen. “We zijn benieuwd of we hiermee het gewas nog gezonder kunnen houden dan met het gebruik van standaard chemische middelen. Kunnen we met biologische of alternatieve middelen de opbrengst verder verhogen? Welke effecten hebben de verschillende middelen op de plant? We zijn nu voor het tweede jaar aan het testen en hopen in het najaar de eerste resultaten te hebben.”
Als derde wordt gekeken naar bemesting op basis van fosfaat en kali en rhizobium. Qualm: “Rhizobium zorgt ervoor dat de plant stikstof bindt. De veldboon heeft het kenmerk een goede stikstofbinder te zijn en wij onderzoeken of we het gewas misschien nog wat meer stikstof kunnen laten binden.”
Zaaimethode en onkruidbestrijding
Tot slot wordt naar de zaaimethode en onkruidbestrijding gekeken. “Bij het zaaien kijken we echt naar de zaaitechniek. Mocht uit ons onderzoek komen dat een precisiezaaimachine voor de beste opkomst zorgt, dan kan het voor telers die niet over een precisiezaaimaaier beschikken interessant zijn om een loonwerker in te schakelen. Daarnaast kijken we ook naar de zaaihoeveelheden de zaaitijden.”
Op het gebied van onkruidbestrijding wordt gekeken of dit het beste mechanisch of chemisch gedaan kan worden, of dat een tussenvorm het meest geschikt is. “Dit is belangrijk, want onkruid kan vooral het jonge gewas behoorlijk hinderen. Als boer moet je hier echt bovenop zitten.”
Gebreksziektenveld
Het proefveld Marwijksoord levert eveneens interessante inzichten op. Qualm: “Het gebreksziektenveld Marwijksoord is een proefveld waar al meer dan zestig jaar stroken zijn waar een bepaald gebrek aan een (voedings)element is. Dit zijn onder andere fosfaat, kali, zwavel, calcium etc. Op deze verschillende stroken zien we hoe de veldboon reageert op de verschillende gebreksverschijnselen.”
De afgelopen twee jaar zijn hier allerlei onderzoeken uitgevoerd. “Met een slag om de arm kan ik zeggen dat de resultaten een verschil in een eiwitgehalte en eiwitkwaliteit laten zien. Dat is natuurlijk heel interessant, omdat we hierdoor de bottleneck in de kwaliteit van het eiwit en eiwitgehalte wellicht kunnen oplossen. Ik vind dit een van onze mooiste onderzoeken, omdat het zoveel extra kennis geeft ten opzichte van wat er nu bekend is.”
De boeren volgen onderzoeken volgens Qualm met veel interesse. “Vanuit Fascinating hebben we een praktijknetwerk en de resultaten zijn ook beschikbaar op onze website. Bij het project zijn grote partijen betrokken, zoals Cosun, Avebe, Agrifirm en LTO Noord. Daaruit blijkt wel dat de grote spelers er belang bij hebben dat de eiwitgewassen wat meer naar voren komen.”
De kennis heeft stilgestaan
Het project is zeker van belang in de eiwittransitie, benadrukt hij. “We zorgen voor heel veel extra kennis. Een stagiair is vorig jaar in de literatuur van eiwitrijke gewassen gedoken. Het blijkt dat de meeste literatuur uit de beginjaren '80 stamt. Na de jaren '90 heeft de kennis stilgestaan en is er niets meer gepubliceerd. De wereld is veranderd. We hebben nu hele andere ideeën over bemesting, behandeling, bespuitingen et cetera. De oude kennis is heel waardevol, maar we willen deze graag aanvullen met onze huidige bevindingen.”
Mede daarom lijkt het hem interessant om in de toekomst onderzoek te doen naar de effecten van de nieuwste technieken. “De komende jaren willen we graag testen of we robotics kunnen inzetten voor de veldbonenteelt.”
Goede groei voor veldbonen dit jaar
De veldbonen op de proefvelden ontwikkelen zich dit jaar heel goed, merkt Qualm. “Vorig jaar was een lastig jaar met alle droogte. Nu liggen de velden er heel mooi bij. Wel zien we nog wel verschil tussen de winter- en zomerveldbonen. Daarom gaan we in de herfst extra winterveldbonen zaaien. Daarbij willen we onder meer het optimale zaaitijdstip en de meest geschikte zaaihoeveelheden onderzoeken.”
Voor Groningen bieden zowel de zomer- als de winterveldbonen kansen. “Onze provincie heeft verschillende grondsoorten, zowel zandgronden als zware klei. De zandgebieden lenen zich heel goed voor de zomerveldbonen, terwijl de winterveldbonen het in de klei goed doen.”
Met onze Fascinating-projecten laten we zien wat je allemaal kunt met eiwitten en eiwitgewassen en hoe je deze het beste kunt telen en verwerken
Richting de toekomst ziet hij veel mogelijkheden. “Ik verwacht dat er meer diversificatie in het bouwplan komt. Hiervoor zijn eiwitrijke gewassen zoals de veldboon heel geschikt. Met onze Fascinating-projecten laten we zien wat je allemaal kunt met eiwitten en eiwitgewassen en hoe je deze het beste kunt telen en verwerken. Dat biedt kansen. Niet alleen voor de provincie Groningen, maar ook voor het Noorden en voor heel Nederland. Zeker als je door het aanbrengen van nuances in de teelt de opbrengst kunt verhogen of meer eiwit per hectare kunt telen.”
Mis geen enkel topverhaal op Eiwit Trends
Dit premium artikel is enkel beschikbaar voor abonnees
Beperk risico's met betere investeringen
Versterk je ketenpositie met de juiste partners
Versnel innovaties met de nieuwste trends
Beleef journalistiek van top niveau door collegaās, ervaren redacteurs Ć©n experts uit de sector.
Alieke Hilhorst
Chris Polkamp
Wendy Noordzij